20240516-beantwoording-p-zwart-verklaring-van-geen-bedenkingen-omgevingsvergunning-jisperweg-westbeemster
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 08-05-2024 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning Jisperweg 112C Westbeemster Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Inleiding: Op 16 mei 2024 wordt in de commissie Ruimte het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen voor de omgevingsvergunning Jisperweg 112C te Westbeemster behandeld. Ter voorbereiding zou de fractie van GroenLinks nog de volgende informatie willen ontvangen:
Vraag 1: Sinds medio 2011 zijn de woning en aanbouw niet meer in gebruik als bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf, en vindt derhalve bewoning plaats in strijd met het bestemmingsplan. Thans wordt voorgesteld de huidige bewoning te legaliseren. Kunt u toelichten waarom pas na ruim 12 jaar tot deze legalisatie wordt overgegaan? Zijn er reeds eerder pogingen tot legalisatie gedaan, of is er in de tussentijd sprake geweest van handhavend optreden in relatie tot het bestemmingsplan?
Antwoord 1: Handhavend toezicht heeft al rond 2015 geleid tot een legalisatie-aanvraag. Die is echter ingetrokken, omdat toentertijd sprake was van een mogelijke herontwikkeling van de bedrijfslocatie waarbij de bestemming van onderhavige bedrijfswoning in een postzegelbestemmingsplan zou worden gewijzigd. Die herontwikkeling is uitgebleven waarna het legalisatie-aanvraag opnieuw is opgepakt en heeft geleid tot het voorliggende plan (het legaliseren van het particulier bewonen en de kapverdieping). Vraag 2: Het voorstel is om o.a. een kapverdieping te legaliseren op een reeds eerder vergunde aanbouw, die echter niet voldoet aan de minimale afstand tot de kopergravuresloot. a. Wanneer is deze aanbouw vergund? b. Hoe kan het dat deze aanbouw is vergund in strijd met de minimale afstand tot de kopergravuresloot? Was de regel m.b.t. de minimale afstand destijds nog niet van kracht? Of heeft er een belangenafweging plaatsgevonden? c. Waarom wordt geconcludeerd dat deze legalisatie niet in strijd is met het behoud
van de cultuurhistorische waarden (Toelichting, blz. 16), terwijl tegelijkertijd wordt geconstateerd dat de minimale afstand tot de kopergravuresloot niet in acht genomen is? d. Wordt met het legaliseren van de kapverdieping de strijdigheid met de bepalingen over de afstand tot de kopergravuresloot juist niet vergroot?
Antwoord 2: Antwoord a: De aanbouw is vergunningvrij gerealiseerd. Op de oudste luchtfoto in Atlas is te zien dat de aanbouw er in 2011 al stond. De kapverdieping is later illegaal op de vergunningvrije aanbouw gerealiseerd. Door het plaatsen van de kapverdieping is het bouwwerk vergunningplichtig geworden. Antwoord b: De aanbouw is destijds als uitbreiding van de bedrijfswoning gerealiseerd. Omdat thans sprake is van een functiewijziging van een bedrijfswoning naar een particuliere woning is in de belangenafweging voor de afwijking analoog getoetst aan de actuele regels. De regel van de minimale afstand tot de kopergravuresloot staat sinds 2012 in het bestemmingsplan buitengebied. Op basis van de luchtfoto’s in Atlas is te zien dat de aanbouw in 2011 al was gerealiseerd. De minimale afstand tot de kopergravuresloot was in 2011 nog niet van toepassing. Bovendien zijn bij vergunningvrije uitbreidingen de regels met betrekking tot de minimale afstand tot de kopergravuresloot niet van toepassing. . Antwoord c: Idealiter zou in het belang van de cultuurhistorische waarden voldoende afstand tot de sloot moeten worden aangehouden. Maar dat betekent niet dat de cultuurhistorische waarden door de bestaande situatie worden aangetast. In dit licht zou het ook onevenredig zijn de gedeeltelijke sloop van de aanbouw te vorderen.
Antwoord d: Er verandert niets aan de afstand van de bestaande aanbouw tot de kopergravuresloot. Er is enkel illegaal een kapverdieping aangebracht op de aanbouw. Door het legaliseren van deze kapverdieping wordt de strijdigheid over de afstand tot de kopgravuresloot niet vergroot, want er verandert qua afstand tot de kopergravuresloot niets. Vraag 3: In de ruimtelijke onderbouwing 4.7 natuur staat bij soortenbescherming: “Het projectvoornemen bestaat uit de legalisatie van het particulier bewonen van een bedrijfswoning en aanbouw. Er wordt geen bebouwing gesloopt of toegevoegd aan het projectgebied. De voorgenomen legalisatie heeft hiermee geen invloed op de flora en fauna rondom het projectgebied.” GroenLinks vindt dit te makkelijk geredeneerd. De werkzaamheden zijn immers op een bepaald moment uitgevoerd, met mogelijke
effecten op de omgeving. a. Heeft de initiatiefnemer een ecologische toets laten doen voorafgaand aan het toevoegen van de bebouwing? Zo ja, is hier een verslag van? b. Indien er geen ecologische toets is gedaan, hoe kan er worden nagegaan of de werkzaamheden volgens de richtlijn van de Wet Natuurbescherming zijn uitgevoerd? c. Is er een quickscan flora en fauna beschikbaar van de locatie vóórdat de werkzaamheden werden uitgevoerd? d. Is er een quickscan flora en fauna beschikbaar van de locatie nadat de werkzaamheden waren uitgevoerd?
Antwoord 3: Antwoord a: Nee er is geen ecologische toets uitgevoerd. Het gebruik als particuliere woning wijkt feitelijk niet af van een bedrijfswoning. Daarnaast is de kapverdieping gerealiseerd op een bestaande aanbouw; er is dus niet gebouwd op de grond. Aldus is de conclusie dat het project geen invloed heeft op de flora en fauna aannemelijk. Antwoord b: Zie antwoord a Antwoord c: Nee er is geen quickscan flora en fauna beschikbaar. Antwoord d: Nee er is geen quickscan flora en fauna beschikbaar. Vraag 4:
Antwoord 4:
Vraag 5:
Antwoord 5:
Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: