CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20240403-beantwoording-p.-zwart-bestemmingsplan-beemsterbuiten

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Beemsterbuiten1.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen d.d. 27-03-2024 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Bestemmingsplan Beemsterbuiten c.a. Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Inleiding: Op 4 april 2024 wordt in de commissie Ruimte het bestemmingsplan Beemsterbuiten c.a. behandeld. Ter voorbereiding hiervan heeft de fractie van GroenLinks de volgende vragen:

Vraag 1: In het buitengebied van de Beemster is de woonbebouwing, zeker de niet-agrarische woonbebouwing, gelegen aan de historische linten, terwijl zijstraten met hun vertakkingen gevonden worden in de dorpen zoals Middenbeemster, Zuidoostbeemster en Westbeemster. De concentratie van deze woonwijken of woonwijkjes in de dorpen, en de openheid in het landelijk gebied, kan als kenmerkend voor de Beemster worden beschouwd. Op grond van welke provinciale of gemeentelijke beleidsstukken wordt hiervan afgeweken ten behoeve van dit bestemmingsplan?

Antwoord 1: Er wordt op dit punt niet afgeweken van enig beleidsstuk. Het plan is uitgewerkt op basis van bestaand beleid waarbij maatwerk is toegepast. Het project is in strijd met de bestemming “Bedrijf” van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Beemster 2012 – Partiële herziening 2021’. Er is op de planlocatie bedrijvigheid met een bestaande hoge milieubelasting toegestaan. Het planologisch wegsaneren van een niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied als het onderhavige wordt wenselijk geacht en het past ook in de geest van de Structuurvisie Beemstermaat om ook bij niet-agrarische bedrijfsbeëindiging woningbouw saneringscompensatie te bieden. Het plangebied is niet gelegen in het gedeelte van de Beemster waar de kernkwaliteiten van het open agrarische landschap nadrukkelijk ervaarbaar zijn. De erfinrichting van de planlocatie is in de bestaande situatie en de aansluitende bebouwing met bedrijfsgebouwen ook niet te typeren als des Beemsters. Voorts is geen sprake van openheid en doorzicht door de aanwezigheid van grote bedrijfsbebouwing en bosschages. In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Beemster 2012 – Partiele herziening 2021’ is immers een groot bouwvlak aangegeven over een breedte van ca. 112 meter achter (en naast) de stolp aan de Nekkerweg 73 hetgeen nog meer bouwmogelijkheden biedt tot een totaal

oppervlakte van circa 4.250 m2. Anders dan in het geldende bestemmingsplan is in het voorliggende bestemmingsplan de karakteristiek van het Beemster erf juist wel op overtuigende wijze verwerkt en zorgt het voor een betere beleving van de kernkwaliteiten en een duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ten opzichte van de bestaande situatie, door het te bouwen oppervlakte terug te brengen naar 1.540 m2 en de bestemming bedrijvigheid met een milieubelasting categorie 3.2 om te zetten naar wonen.

Vraag 2: De bouw van deze 17 woningen zou bijdragen aan de oplossing van het woningtekort. Er wordt echter door de projectontwikkelaar geen bijdrage ten behoeve van het realiseren van sociale woningbouw gegeven. Het (rijks)beleid wil echter juist de nadruk leggen op het bouwen van BETAALBARE woningen (tenminste 70%). a. Mag uit het raadsvoorstel (blz. 9) worden afgeleid dat alle 17 woningen in de vrije sector worden gerealiseerd? b. Is al iets bekend over de hoogte van de koopprijzen voor deze woningen? c. In het raadsvoorstel (blz. 7) wordt gesproken over de regionale vraag naar grondgebonden c.q. eengezinswoningen in een suburbane c.q. landelijke omgeving. Als deze behoefte bestaat, waarom wordt hieraan dan uitsluitend tegemoetgekomen in de vorm van vrije sectorwoningen, die voor verreweg de meeste woningzoekenden niet betaalbaar zijn?

Antwoord 2: Met dit plan worden 17 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. Het project is gestart door de voormalige gemeente Beemster voordat de 30/40/30-regeling werd vastgelegd. Deze regeling gold niet ten tijde van het sluiten van de anterieure overeenkomst. Doordat op deze locatie vrije sector woningen beschikbaar komen voor de betreffende doelgroep, zal er doorstroming ontstaan op de locaties waar een woning wordt achtergelaten. De beantwoording is als volgt: a) Ja. b) Nee. c) Doordat op deze locatie vrije sector woningen beschikbaar komen voor de betreffende doelgroep, zal er doorstroming ontstaan op de locaties waar door hen een woning wordt achtergelaten welke voor andere woningzoekenden wel betaalbaar zijn.

Vraag 3: In het raadsvoorstel wordt gesproken over verrommeling, verwaarlozing, verwildering en gebrek aan onderhoud. a. Wie is/zijn nu en in het verleden verantwoordelijk c.q. aansprakelijk voor de genoemde verrommeling en verwaarlozing van het bedrijfsterrein, en sinds wanneer is hier sprake van?

Is het mogelijk om van gemeentewege hiertegen op te treden? b. Wie is/zijn nu en in het verleden verantwoordelijk c.q. aansprakelijk voor de genoemde verwildering en het gebrek aan onderhoud van de (voormalige) tuin, en sinds wanneer is hier sprake van? Is het mogelijk van gemeentewege hiertegen op te treden?

Antwoord 3: a) De huidige eigenaar van de gronden en gebouwen is verantwoordelijk voor de situatie van het bedrijfsterrein en de tuin aan de zuidzijde van de betreffende percelen. Al enige tijd, sinds de verhuizing van het bedrijf naar Baanstee-Noord, worden de percelen niet meer gebruikt en is er dan ook geen reden geweest voor de eigenaar om de percelen te onderhouden. Na de verhuizing worden de bedrijfsgebouwen niet meer gebruikt en is er dan ook geen reden om het in stand te houden. Ook omdat de eigenaar c.q. ontwikkelaar al jarenlang in gesprek is om te komen tot een ontwikkeling. Aangezien het gesprek over deze ontwikkeling nog gaande is, is er geen reden om de situatie te veranderen. b) Zie voor tuin ook onder a. Het perceel betreft privaat eigendom. De gemeente kan niet optreden tegen verommeling en verwaarlozing van het bedrijfsterrein en kan de eigenaar niet dwingen tot het opknappen van een tuin. De gemeente kan op privaat terrein optreden indien sprake is van een onveilige situatie. De huidige bedrijfsgebouwen op de projectlocatie zijn van slechte kwaliteit en worden niet meer gebruikt. Er is tot op heden geen aanleiding geweest om op te treden vanwege een onveilige situatie.

Vraag 4: Waarom wordt de bouw van de woonblokken op of tegen een 'terp' in overeenstemming geacht te zijn met de principes van het Beemster Erf, hoewel in de Beemster geen terpen voorkomen, aangezien het een droogmakerij is en de bebouwing beschermd wordt door een ringdijk? Is het mogelijk om in het bestemmingsplan deze 'terpen' te laten vervallen?

Antwoord 4: Aarden wallen zijn niet typisch voor bebouwing in de polder, behoudens de ringdijken en de aarden wallen rond de forten van de Stelling van Amsterdam. De ‘terpen’ of kleine heuvelruggen zijn geïnspireerd op de ringdijken rondom de polder en de forten. De woonblokken komen tegen de kleine ‘terp’ aan te liggen (en niet op) waardoor de woonblokken niet hoger komen te liggen en geen doorzichten zullen belemmeren. Maar omdat het plan voorziet in een duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit die passend is bij de karakteristiek van het gebied, ruimtelijk goed is ingepast en vanaf de openbare weg niet of beperkt zichtbaar is, leidt de aanwezigheid van de terpen niet tot een bezwaar. Door de aanleg van de kleine terpen is het principe van niet tot de woning behorende individuele buitenterrein herkenbaar. De mogelijkheid om vergunningvrije en

vergunningplichtige aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen te realiseren, is niet toegestaan en wordt met de terp onmogelijk gemaakt. Dit bevordert de doorzichten rondom de woonblokken en daarmee de openheid van het gebied. Bij het laten vervallen van deze terpen wordt het doel, het feitelijk beperken van uitbouwen, weggenomen. Met de bedoelde terpen wordt de uitvoering van het plan en de openheid beter geborgd.

Vraag 5: Voor de 17 woningen geldt volgens de parkeernorm een aantal van 34 parkeerplaatsen. Dit is inclusief de 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers. Er worden echter nog 9 parkeerplaatsen extra aangelegd, volgens het raadsvoorstel (blz. 7) mede ten behoeve van bezoekers van de woningen. Op grond waarvan is in dit geval de norm voor bezoekers verhoogd? Deels kunnen deze extra parkeerplaatsen worden gebruikt door bezoekers aan de gemeenschappelijke tuin. Bestaat hiervoor een parkeernorm, en zo ja, welke is deze?

Antwoord 5: Het plangebied valt in de categorie 'buitengebied' en de gemeente Purmerend is 'sterk stedelijk'. Op grond van de parkeerkencijfers van ASVV geldt voor koopwoningen (tussen/hoek) in dat geval een parkeernorm van 1,6-2,4 parkeerplaatsen per woning, inclusief 0,3 bezoekersparkeerplaatsen per woning. De gemiddelde parkeernorm komt daarmee op 2,0 parkeerplaatsen per woning en dus 34 parkeerplaatsen voor de 17 woningen. Voor de gemeenschappelijke tuin-/-park geldt geen parkeernorm. Wel kunnen de extra parkeerplaatsen worden gebruikt door mensen die de gemeenschappelijke tuin bezoeken. Tijdens de inloopbijeenkomst op 12 februari 2020 hebben bewoners aangegeven zich zorgen te maken dat er overlast komt van parkerende auto’s in de berm van de Nekkerweg. Naar aanleiding hiervan is het aantal parkeerplaatsen verhoogd en zijn er extra algemeen toegankelijke parkeerplaatsen in het plan opgenomen. Met de 43 parkeerplaatsen wordt ruimschoots voldaan aan de parkeernorm en rekening gehouden met de parkeerzorgen van omwonenden. Vraag 6:

Antwoord 6:

Vraag 7:

Antwoord 7:

Vraag 8:

Antwoord 8:

Vraag 9:

Antwoord 9:

Vraag 10:

Antwoord 10:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14000377/1