20240314-beantwoording-p.-zwart-bestemmingsplan-purmerenderweg-34-zuidoostbeemster
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 06-03-2024 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Bestemmingsplan Purmerenderweg 34 te Zuidoostbeemster Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Inleiding: Op 14 maart 2024 wordt in de commissie Ruimte het bestemmingsplan Purmerenderweg 34 te Zuidoostbeemster behandeld. Ter voorbereiding hiervan heeft de fractie van GroenLinks de volgende vragen:
Vraag 1: Ondanks het formele adres aan de Purmerenderweg, is de bouw van de nieuwe stolp gericht naar de zijweg het Snoeckerlaantje. Hieraan liggen de toegang, de pronkgevel, en de aanbouw (staartstuk) is gesitueerd achter de stolp, gezien vanaf het Snoeckerlaantje. Op figuur 4 van de raadsvoordracht staat voor de nieuwe situatie een bijgebouw ingetekend met de nokrichting parallel aan het Snoeckerlaantje. Waarom is hier niet gekozen voor een nokrichting haaks op het Snoeckerlaantje, zoals te doen gebruikelijk op een Beemster Erf, en is dit alsnog te wijzigen?
Antwoord 1: De regels schrijven in artikel 5.2.3 onder f (Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) voor dat bijgebouwen voorzien moeten zijn van een kap haaks op de weg. Dit is conform de erfinrichtingsprincipes van de Beemster. Figuur 4 laat een situatie zien die in een vroeg stadium van de planontwikkeling is getekend en waar toen niet mee akkoord is gegaan aangezien dit niet conform de erfinrichtingsprincipes is. Dat deze afbeelding per abuis nog in de toelichting staat heeft juridisch geen betekenis, wat in de regels staat is bepalend. Vraag 2: Aan de westzijde is een erfpad met laanbeplanting gepland (figuur 7, blz. 8 in het bestemmingsplan). Dit erfpad lijkt echter, na de afslag naar het hoofdgebouw, nergens heen te voeren. Is dit gebruikelijk bij de inrichting van een Beemster Erf?
Antwoord 2: Dit maakt geen vast onderdeel uit van de inrichting van een Beemster Erf, maar het
voldoet wel aan de erfinrichtingsprincipes voor de Beemster. Vraag 3: In het natuuronderzoek is vastgesteld dat zich binnen het plangebied hoogstwaarschijnlijk een broedgelegenheid van kerkuilen bevindt, een kwetsbare vogelsoort op de Rode Lijst. In het bestemmingsplan (blz. 24) wordt gesproken over het plaatsen van een kerkuilentil, met verwijzing naar het Soortenmanagementplan. a. Is het Soortenmanagementplan inderdaad per 1 januari 2024 in werking getreden, en waar is dit document te vinden? b. Betekent het plaatsen van de kerkuilentil “in de omgeving” dat deze door de initiatiefnemer van het bouwplan op zijn eigen perceel geplaatst dient te worden, en waar is dit verder uitgewerkt?
Antwoord 3: a. Het Soortenmanagementplan is tot nu toe niet in werking getreden. Bij de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan was de verwachting dat het SMP op 1 januari 2024 zou zijn vastgesteld. De goedkeuring door Omgevingsdienst NHN is er echter nog niet. Hoewel de voorgestelde maatregel om vervangende nestlocaties in de vorm van kerkuilentillen te plaatsen, een afdoende maatregel is om aan de regelgeving rond flora en fauna te voldoen, klopt de tekst in het bestemmingsplan (nog) niet nu het SMP nog niet is goedgekeurd. Wij zijn voornemens een ander traject in te zetten, waardoor de uitvoerbaarheid van het plan evengoed geborgd is. Het bestemmingsplan wordt tekstueel aangepast waarbij deze regel wordt gewijzigd. Uw raad kan het aangepaste plan in uw vergadering van eind maart vaststellen. In een memo zult u hierover nader worden geïnformeerd. b. De initiatiefnemer zal in overleg met onze stadsecoloog de plaats bepalen waar de kerkuilentil wordt geplaatst, waarbij het uitgangspunt is dat dit op eigen perceel gebeurt. Vraag 4:
Antwoord 4:
Vraag 5:
Antwoord 5:
Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: