20240215-beantwoording-j.-albers-stalsysteem-hobrederweg-40a
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 14-02-2024 van Gemeentebelangen Purmerend Opsteller: J. Albers Onderwerp: Stalsysteem Hobrederweg 40A Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 6 Inleiding: Op 4 oktober 2022 waarschuwde de fractie van GBP middels technische vragen voor zogenaamde 'emissiearme' stalsystemen. Het stikstofverlies zou bij dergelijke systemen volgens verschillende onderzoeken in de praktijk hoger uitvallen dan wat op basis van de theorie zou kunnen worden verwacht. Ondanks waarschuwingen van onze fractie gaf de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen af. Inmiddels heeft de rechter geoordeeld dat het te realiseren stalsysteem inderdaad tot onvoldoende stikstofreductie zou leiden. Hierom is initiatiefnemer samen met Omgevingsdienst IJmond op zoek gegaan naar een stalsysteem dat - naar verluidt wel voldoet aan de voorwaarden. Hoewel wij de constructieve houding en de beweging richting kringlooplandbouw toejuichen, vindt onze fractie het belangrijk dat de gemeenteraad dezelfde omissie, te weten het goedkeuren van een stalsysteem dat niet aan de eisen voldoet, niet nog eens begaat. Daarom stellen we enkele vragen over het te realiseren stalsysteem. Vraag 1: Het nieuwe stalsysteem is innovatief en nog nooit eerder gerealiseerd. Voorkomen moet worden dat de uitstoot van de stal hoger zal uitvallen dan verwacht.
Is dit nieuwe stalsysteem getest? Zo ja, kunt u de resultaten van deze test met de raad delen? Antwoord 1: Zoals in de considerans van de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) is opgenomen, is er sprake van een nieuw stalsysteem. Voor het stalsysteem is in de regeling Ammoniak en Veehouderijen opgenomen dat de stikstofemissie met 70% afneemt. Gezien de jurisprudentie, is een nadere onderbouwing verlangd en gekregen over het stalsysteem, te weten: • Leaflet BWL2020.06 - Biofilter 70% ammoniakreductie met daarin de technische specificaties en bouweisen. Hiermee wordt invulling gegeven aan diverse artikelen uit het Activiteitenbesluit, die direct werkend op de inrichting van toepassing zijn. • Onderzoeksrapport van Tauw naar de werking en effectiviteit van het
stalsysteem. Hieruit blijkt een reductiepercentage van gemiddeld 88% voor ammoniak, aanzienlijk meer dan de 70% reductie die is toegekend middels de RAV-lijst. De Omgevingsdienst IJmnd ziet hierin echter geen aanleiding om met een hoger reductiepercentage te rekenen dan 70%. • Daarnaast heeft de fabrikant een toelichting gegeven op het systeem en mondeling technische vragen van Omgevingsdienst IJmond beantwoord. Aanvrager en fabrikant zullen een servicecontract afsluiten om het systeem jaarlijks te controleren en te onderhouden. Het modelcontract is verstrekt door de fabrikant evenals het logboek, bij te houden door de aanvrager. Op basis van de verstrekte gegevens heeft de Omgevingsdienst IJmond geconcludeerd dat voldoende onderbouwd is dat een gemiddeld minimaal reductiepercentage van ammoniakemissie van 70% behaald wordt, dat in de RAV-lijst is opgenomen. Aanvullend zijn voorwaarden aan de OBM verbonden die borgen dat het stalsysteem (biobed) blijvend in goede staat verkeerd en blijft werken. Voor de zekerheid is de maximale emissie van stikstof in het onderhavige besluit vastgelegd in een emissieplafond. Dus als later mocht blijken dat het stalsysteem (biobed) niet de prestaties levert die nu mogen worden verwacht, dan is de vergunninghouder verplicht om andere maatregelen te treffen om te voorkomen dat er meer stikstof wordt geëmitteerd dan het emissieplafond toestaat.
Vraag 2: Het rapport 'Schatting van stikstofverliezen uit stallen op basis van de stikstof-fosfaat verhouding in afgevoerde mest: Evaluatie van de NP-methode en effect van staltype' van de Wageningen Universiteit toont aan dat varkensstallen vaak niet voldoen aan de verwachtingen. Dit rapport heeft echter slechts betrekking op stalsystemen die tot 2020 zijn opgenomen in de Rav. In hoeverre is het nieuwe stalsysteem te vergelijken met stalsystemen die zijn onderzocht in het genoemde rapport? Op welke manier verschilt de nieuwe stal concreet van de door de WUR onderzochte (en door de rechter afgekeurde) stalsystemen? Antwoord 2: Het Wur-rapport gaat vooral in op effectiviteit van vloersystemen en chemische luchtwassers. Daarom is door de aanvrager niet voor deze systemen gekozen. Het hier gekozen stalsysteem is niet door de rechter afgekeurd. De conclusies van het Wur-rapport en de overwegingen van de diverse rechtbanken zijn echter wel betrokken in de besluitvorming. Daarom zijn aanvullende voorschriften over controle en onderhoud opgenomen, evenals een emissieplafond. Hierdoor wordt niet een aantal dieren, maar de maximale stikstofvracht vergund. Zie ook het antwoord op vraag 1. Vraag 3: Is de Omgevingsdienst IJmond betrokken geweest bij de zoektocht naar de stal die in
2022 werd voorgesteld? Antwoord 3: Het is aan de initiatiefnemer om doelmatige stalsystemen aan te dragen. De rol van het college (en de Omgevingsdienst IJmond) is het beoordelen van de aanvraag en na te gaan of de gevraagde vergunning al dan niet onder voorwaarden kan worden verleend. Dit geldt nu en dat gold ook in 2022. Vraag 4: Heeft de zoektocht naar een nieuwe stal tot extra kosten geleid? Zo ja, hoe zijn die verdeeld? Antwoord 4: De zoektocht naar stalsystemen is uitgevoerd door en komt alleen voor rekening van de initiatiefnemer. Vraag 5: Is de gemeenteraad van Purmerend of het college van B&W juridisch aansprakelijk in het hypothetische scenario waarin de nieuwe stal is gerealiseerd, maar de rechter opnieuw oordeelt dat de stal niet voldoet aan de eisen? Antwoord 5: Als de rechter het onderhavige besluit vernietigt, kan de initiatiefnemer daar geen gebruik van maken. De initiatiefnemer kan het stalsysteem niet in gebruik nemen als de vergunning niet definitief is. Als in een later stadium blijkt dat het beoogde stalsysteem onvoldoende reductie oplevert, of uit een andere uitspraak blijkt dat het stalsysteem onvoldoende reductie oplevert, kan het bevoegde gezag niet aansprakelijk worden gesteld. Het besluit is zodanig opgebouwd dat de vergunninghouder in dat geval maatregelen moet treffen om alsnog aan het emissieplafond te voldoen. Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: