CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20231213-beantwoording-f-j-f-schaaij-onroerende-zaak-belasting

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Aanvullende belastingmaatregelen 2024556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen d.d. 09-12-2023 van Gemeentebelangen Purmerend Opsteller: F.J.F. Schaaij Onderwerp: Onroerende Zaak Belasting Commissie/raad: Algemeen Geagendeerd: ja Agendapunt: 6 Inleiding: 1. De indexering van de OZB opbrengst is gekoppeld aan de CPI index van 7,6 %. Toch zien we een gemiddelde stijging voor inwoners van 9,7 %. Vraag 1: Kunt u een kwalitatieve verklaring geven voor het verschil tussen 9.7 % en 7,6 % ? Antwoord 1: Omdat in 2023 de raming niet gehaald wordt: de opbrengsten zijn lager. De WOZwaarde die de basis vormde voor het tarief is door het restant taxatieproces 2023 uiteindelijk lager uitgevallen (als het voorstel voor de OZB wordt gemaakt is ca. 7580% gehertaxeerd) waardoor het in concept vastgestelde tarief 2023 te laag was. Dat effect wordt meegenomen in het tarief 2024 om de raming weer te halen. Vraag 2: Kunt u een sluitende kwantitatieve verklaring geven voor het verschil tussen 9.7 % en 7,6 %. Antwoord 2: Bij het bepalen voor het tarief 2024 is geconstateerd dat er € 324.000 te weinig opbrengst werd gerealiseerd. Ten opzichte van de raming 2023 is dit een onderuitputting van 1,7%. De raming 2023 is met 7,6% verhoogd plus de verhoging van areaaluitbreiding.

Hierop is het tarief vastgesteld: - Effect te lage tarief 2023: 1,7% - Indexatie: 7,6% - Aanpassing buffer herwaardering: 0,4% Die aanpassing van de buffer is om te voorkomen dat de raming door het lopende herwaarderingsproces opnieuw niet wordt gehaald. Nu verschilde de definitieve waarde teveel van de waarde die gebruikt is voor de tariefstelling. Zie ook antwoord vraag 8.

Vraag 3: Over 2023 was een indexatie van de OZB opbrengst gesteld van 6,4 %. Kunt u aangeven wat de werkelijk groei van de OZB opbrengst is geweest.

Antwoord 3: Zie antwoord vraag 2. Vraag 4: Op welke wijze houdt u in de indexering van de opbrengst rekening met nieuwe heffingsobjecten (nieuwgebouwd onroerend goed) ? Antwoord 4: Dat wordt elk jaar in de begroting op basis van de prognose woningbouw en bedrijfsvestigingen geactualiseerd. Vraag 5: Kunt u aangeven hoeveel bezwaren er in 2023 zijn ingediend tegen de OZB vaststelling naar de stand per 1-1-2022 ? Antwoord 5: Er zijn 3.227 bezwaarschriften ingediend. Vraag 6: Kunt u aangeven hoeveel van deze bezwaren bij vraag 5 zijn toegekend en daardoor hebben geleid tot een verlaging van de WOZ waarde ? Antwoord 6: Er zijn 643 bezwaarschriften toegekend waarbij de WOZ waarde is verlaagd. Vraag 7: Kunt u aangeven welk bedrag aan OZB hierdoor is misgelopen ten opzichte van de calculatie ? (als gevolg van de toegekende bezwaren) Antwoord 7: Dit betreft een bedrag van circa € 20.000. Geraamd was € 25.000. Vraag 8: 8. Leidt de huidige systematiek er toe dat gemiste OZB als gevolg van toegekende bezwaren in het opvolgende jaar alsnog moet worden opgebracht door alle andere OZB plichtigen ? Antwoord 8: Er wordt niet ‘ingehaald’, dat wil zeggen dat gemiste OZB in enig jaar niet het volgende jaar alsnog moet worden gerealiseerd. Wel wordt de aangepaste waarde betrokken in de herwaardering.

Bij het antwoord op vraag 7 is duidelijk dat het effect van toegekende bezwaren op het tarief zeer beperkt is. Belangrijker is om op het moment van tariefstelling een hoger percentage geherwaardeerde objecten te hebben. Door capaciteitsproblemen is dat tot op heden nog niet gelukt.

Vraag 9:

Antwoord 9:

Vraag 10:

Antwoord 10:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13615731/1