20231206-beantwoording-p-c-de-waal-parkeren-zuiddijk-11
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 04-12-2023 van PvdA Opsteller: P.C. de Waal Onderwerp: Parkeren Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Inleiding: De raad wordt gevraagd een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor t.b.v. verbouwde bijgebouwen, vier recreatie-eenheden, een brug, een reclamebord en 11 parkeerplaatsen aan de Zuiddijk 11 te Zuidoostbeemster. Vraag 1: In het raadsvoorstel onder parkeren wordt aangenomen dat er onvoldoende parkeerplaatsen zijn. Hiervoor is geen verdere onderbouwing. In de Ruimtelijke onderbouwing wordt een onderbouwing vanuit CROW publicatie 381 gegeven. Kunt u aangeven waarom er op het terrein zelf onvoldoende parkeerplaatsen zijn? Antwoord 1: Naast de reeds aanwezige parkeerplaats van de bewoners, is er voor de activiteiten op het perceel een parkeervraag van 11 parkeerplaatsen. Hiervan kunnen er 2 op het woonperceel zelf gerealiseerd worden. De krapte op het perceel zelf laat niet toe dat de andere 9 parkeerplaatsen daar gerealiseerd kunnen worden en deze tevens uit het zicht onttrokken kunnen worden. Daarnaast is op grond van de erfinrichtingsprincipes parkeren op het voorerf niet toegestaan, mede omdat deze niet aan het zicht te onttrekken zijn door de open/representatieve uitstraling.
Vraag 2: Waarom wordt CROW publicatie 381 gebruikt die gebruikt wordt voor parkeren in de openbare ruimte? Hier is sprake van parkeren op privé terrein. Antwoord 2: Voor de Beemster geldt het bestemmingsplan Parapluplan Parkeernormen Beemster 2018. Ingevolge dit plan dient aan de meest actuele parkeerpublicatie te worden voldaan. Dat betreft thans de CROW-publicatie 381. Deze publicatie geeft richting in het bepalen van de parkeerbehoefte bij ontwikkelingen waarbij landelijke kencijfers worden gebruikt om per gebiedstype een parkeernormering te geven. Daarbij is het uitgangspunt dat parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Voor de parkeerberekening van Zuiddijk 11 is derhalve van deze kencijfers gebruik gemaakt. Vraag 3: In de onderbouwing wordt aangeven dat parkeren (deels) op bestemming agrarisch gebied gaat plaatsvinden en hiervoor geen inrichtingsmaatregelen nodig zijn. Zijn de
parkeervakken al gerealiseerd? en zo niet worden de vakken echt niet ingericht, dan wel verhard op wat voor manier ook? Antwoord 3: Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat de 9 parkeerplaatsen binnen de bestemming ‘Agrarisch’ groen worden ingepast langs bestaande watergang in tegenstelling tot in het open voorerf. Er worden geen verdere ingrepen gedaan in het landschap omdat gebruik wordt gemaakt van een bestaande inrichting. Alleen ter plaatse van de parkeerplaatsen worden grastegels aangelegd ter voorkoming van het stuk rijden van de parkeerplaatsen in natte perioden. Voorts worden bij de parkeerplaatsen bomen van een inheemse soort geplant conform het inrichtingsplan zodat het parkeren aan het zicht wordt onttrokken. Vraag 4: In het kader van parkeren bij het Fort Resort is parkeren op agrarische grond verboden. Waarom zou het hier wel mogen? Graag gemotiveerd antwoord. Antwoord 4: Bij Fort Resort zou een parkeerterrein met ongeveer 150 parkeerplaatsen met de nodige ingrepen gerealiseerd worden in het vrije zicht van het open landschap en in de schootscirkel van het fort aan de Nekkerweg. Deze situering van een fors parkeerterrein zou direct afbreuk doen aan de kernkwaliteiten van de werelderfgoederen droogmakerij De Beemster en Stelling van Amsterdam.
Voor dit project worden slechts 9 parkeerplaatsen gerealiseerd met uitsluitend grastegels en aan het zicht onttrokken door een bomenrij. Hierbij wordt geen afbreuk gedaan aan de kernkwaliteiten van de beide werelderfgoederen. Door het hoogteverschil vanaf de Zuiddijk ontstaat er een ander perspectief waardoor de boomkronen het parkeren aan het zicht onttrekken. Bovendien zijn de parkeerplaatsen gelegen langs de aanwezige verkavelingsstructuur. Dit is anders bij het fort aan de Nekkerweg alwaar het parkeren zich aan de zijdelingse structuur in de volledige openheid zou manifesteren.
Vraag 5: Nu is het niet te verwachten dat er een enorme drukte zal zijn. Waarom moet de dam worden aangepast? In de enkele keer dat voetgangers of auto op elkaar moeten wachten lijkt dit onderling te kunnen worden opgelost. Antwoord 5: De bestaande dam op het perceel wordt niet aangepast. Naast deze dam was er een oude brug aanwezig. Deze oude brug is vernieuwd en een stuk naar voren gehaald. Met de brug wordt het autoverkeer van het voetgangersverkeer gescheiden en veilig voetganger verkeer tussen de parkeeroplossing en de bijgebouwen mogelijk gemaakt. Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: