20231206-beantwoording-a.-w.-paarlberg-projectafwijking-bestemmingsplan-Jisperweg-134
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 03-12-2023 van D66 Opsteller: A.W. Paarlberg Onderwerp: Projectafwijking bestemmingsplan Jisperweg 134 Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 6 Inleiding: Op 6 december a.s. behandelt de commissie het raadsvoorstel "Projectafwijking bestemmingsplan Jisperweg 134". De fractie van D66 heeft hierover de volgende vragen:
Vraag 1: Het initiatief is in het voortraject voorgelegd aan de provincie. Daarop heeft de ARO een advies gegeven. Kunt u de volledige inhoud van dit advies ter beschikking stellen aan de raad? Antwoord 1: Er is geen advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO). Het project heeft de provincie blijkbaar geen aanleiding gegeven deze onafhankelijke commissie met externe deskundigen in te schakelen. In het vooroverleg heeft de provincie wel gebruik gemaakt van de interne Adviescommissie ruimtelijke kwaliteit (Ark). De reactie van de provincie incl. het advies van de Ark treft u aan in de bijlage. Vraag 2: Voor zover D66 kan vaststellen wordt de ARO niet altijd om advies gevraagd bij ruimtelijke (buitenplanse) ontwikkelingen in de Beemster. Kunt u aangeven op welke gronden wordt besloten advies in te winnen bij de ARO? Wat is de (juridische) status van deze adviezen? Antwoord 2: De ARO kan om advies worden gevraagd over de ruimtelijke kwaliteit van plannen. Of de commissie wordt ingeschakeld, is afhankelijk van de impact en/of de complexiteit van het plan. De provincie zelf is sturend in het vragen om advies van de ARO. Het advies weegt mee in de belangenafweging waarmee de status is gegeven.
Vraag 3: De ruimtelijke onderbouwing schrijft: 'Er bestaat een mogelijkheid om de maximale goothoogte te verhogen tot 7 meter.' Kunt u toelichten welk beleidsdocument deze mogelijkheid toestaat, en onder welke voorwaarden?
Antwoord 3: Er is in het bestemmingsplan buitengebied een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor een goothoogte van maximaal 7 meter hoog voor de grote gebouwen (die gelegen zijn op een afstand van 18 meter van de gevellijn). Voorwaarde hierbij is dat de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam worden behouden en/of versterkt. Vraag 4: De goothoogte van 5,2m wordt noodzakelijk geacht voor de bedrijfsvoering vanwege het gebruik van moderne landbouwvoertuigen. Dit is, volgens het voorstel, een trend. In hoeverre gaat deze genoemde trend invloed hebben op toekomstige ontwikkelingen in de Beemster? Hoe is dit te verenigen met de toegestane goothoogtes in het huidige bestemmingsplan Buitengebied? Antwoord 4: In die trend is reeds voorzien met genoemde binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Wellicht zal dit te zijner tijd bij het herzien van het bestemmingsplan buitengebied een aandachtspunt zijn. Bepalend is het behouden en/of versterken van de kernkwaliteiten van de beide werelderfgoederen. Vraag 5: De ruimtelijke onderbouwing schrijft op pagina 14: 'Aan ... de vereiste dakhelling van minder dan 30 graden wordt wel voldaan.' Verderop op de dezelfde pagina: 'De voorliggende ontwikkeling is in strijd met het bestemmingsplan omdat: ... 3.
De dakhelling kleiner is dan 30 graden'. En op pagina 16: 'Doordat de goothoogte wordt overschreden, zorgt de dakhelling van 30 graden ervoor dat de maximale bouwhoogte niet wordt overschreden.' Deze zinnen lijken elkaar tegen te spreken. Kunt u eenduidige informatie geven over de precieze dakhelling en in welke mate deze afwijkt van het bestemmingsplan? Antwoord 5: Het bestemmingsplan geeft aan dat gebouwen (die gelegen zijn op een afstand van 18 meter van de gevellijn) moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30 graden en niet meer dan 60 graden mag bedragen. De dakhelling van het nieuwe gebouw is 20 graden. Hiermee is de dakhelling in strijd met het bestemmingsplan. Echter met maatwerk vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het gewenst om deze dakhelling overeen te laten komen met de dakhelling van de bestaande schuur aan de zuidzijde. Beide bedrijfsgebouwen zijn ook geplaatst in dezelfde voorgevelrooilijn. Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: