20230928-beantwoording-h-j-m-poppelier-wensen-en-bedenkingen-leningplafond-svp
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 25-09-2023 van PB21 Opsteller: H.J.M. Poppelier Onderwerp: SVP Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 6 Inleiding: Wensen en bedenkingen leningplafond SVP Purmerend. Vraag 1: SVP stelt dat 2/3 (€51,8-€17,4=€34,4) uit eigen middelen wordt gefinancierd. Deze komen komen echter uit de herfinanciering van €46,2. Waarom wordt er dan gesteld dat 2/3 eigen middelen zijn? Antwoord 1: Uit de verwachte prognose kasstromen zoals opgenomen in de brief van SVP d.d. 31-8-2023 blijken de verwachte inkomsten en uitgaven voor de periode juli 2023 tot en met juni 2026. De investeringen en aflossingen zijn onderdeel van de uitgaven. SVP kan met de inkomsten vanuit de verkoop van warmte en vastrecht de geplande investeringen voor 2/3 zelf betalen. De komende jaren moet er ook op bestaande leningen worden afgelost. Om deze aflossing(en) te kunnen doen zal (zullen) er nieuwe lening(en) worden aangevraagd. Vraag 2: Hoe kan het dat er een leningsplafond is van €65 miljoen, de gemeente al garant staat €104.1 miljoen? Zijn er dan nog overige garanties dan voor leningen? Antwoord 2: De gemeente staat momenteel borg voor € 96,1 miljoen en heeft daarnaast een lening van € 8 miljoen verstrekt aan SVP. Deze lening van € 8 miljoen wordt in oktober afgelost.
Het leningplafond betreft de verwachte aan te trekken leningen door SVP voor de periode juli 2023 tot en met juni 2026. In het Raadsvoorstel en brief van SVP is aangegeven waarvoor deze leningen bedoeld zijn. Vraag 3: Waarom moet er een nieuwe lening (€65) worden afgesloten om een oude lening, er van uitgaande dat een nieuwe investering geheel wordt gefinancierd (€47,2 - €34,4= €12,8) af te lossen? Is het niet zo dat deze aflossing uit de vrijgekomen middelen zou moeten worden betaald? Kunt u ons verklaren wat hier de reden van is?
Antwoord 3: Zie het antwoord op vraag 1. Vraag 4: Als ik de genoemde aflossing (€46,2) en de genoemde investeringsbehoefte (€17,4 milj.) optel kom ik op 63,6 er wordt echter €65 miljoen geleend, zou er €1.4 miljoen worden toegevoegd aan de liquide middelen. Hoe wordt er gemonitord dat dit bedrag niet wegvloeit? Waarom wordt er meer geleend dan op dit moment nodig is?
Antwoord 4: SVP geeft in zijn brief aan dat ook op nieuw aan te trekken leningen zal moeten worden afgelost. Daarom is het advies van SVP om daar in het leningplafond rekening mee te houden en het op € 65 miljoen te stellen. Er zal niet meer worden geleend dan nodig is en er zullen geen bedragen wegvloeien. Met de afgifte van het leningplafond wordt de omvang van het maximaal aan te trekken leningbedrag door SVP de komende jaren vastgesteld. Binnen het leningplafond zal SVP de komende jaren leningen aan trekken. Op het moment dat SVP een nieuwe lening aan dient te trekken binnen het beschikbaar gestelde leningplafond zal SVP dit melden bij de aandeelhouder. Het college neemt een apart besluit over de gevraagde garantstelling en monitort op dat moment ook de uitputting van het beschikbaar gestelde leningplafond. Voor de monitoring zie het stuk ‘’ monitoring/ evaluatie’’ in het raadsvoorstel. Hierin staat de monitoring door de aandeelhouder geduid ‘Het college wordt als aandeelhouder op kwartaalbasis geïnformeerd over de financiën van SVP en is daarmee goed op de hoogte van de ontwikkeling van de financiën. Er wordt gemonitord hoe het gaat met de financiële ontwikkeling en met name de solvabiliteit van SVP. De raad wordt eveneens regelmatig via de p&c cyclus geïnformeerd over de financiën van SVP.
In de begroting en de jaarrekening wordt over de borgstellingen gerapporteerd.’ Vraag 5: Hoe kunnen wij voor €123 miljoen borg staan als er een leningsplafond is van €65 miljoen.? Antwoord 5: Het voorliggende leningplafond gaat over verwachte aan te trekken leningen in de periode juli 2023 tot en met juni 2026. Dit betreft € 65 miljoen. De opbouw van de borgstelling tot en met augustus 2023 is tot stand gekomen doormiddel van het voorgaande leningplafond en de daarvóór afgegeven borgstellingen. Vraag 6: Hoe kan worden verklaard oud €104,1 nieuw €123 miljoen borg staan voor langlopende staan, terwijl het plafond €65 miljoen is? Antwoord 6: Zie antwoord vraag 5. De ontwikkeling van de borgstelling naar € 123 miljoen betreft € 104 miljoen - € 46 miljoen aflossingen + € 65 miljoen nieuw aan te trekken leningen. Het bedrag van € 65 miljoen betreft het gevraagde leningenplafond, niet het verwachte totaal schuld bedrag. Vraag 7: Wordt er met leningsplafond bedoeld de leningsruimte gedurende 2020-2024, of wat er door de SVP maximaal mag worden geleend? Antwoord 7: Het voorliggende leningplafond gaat over verwachte aan te trekken leningen in de periode juli 2023 tot en met juni 2026. Dit betreft € 65 miljoen.
Vraag 8: Staat de werkelijke waarde(verkoopwaarde), dus niet de boekhoudwaarde, in verhouding tot de borg? Graag een toelichting, dus de werkelijke waarde en niet de boekhoudwaarde. Hoever wil het college gaan met borgstellingen? Antwoord 8: De redenen om de komende 3 jaar nieuwe leningen aan te trekken zijn door SVP in zijn brief toegelicht en staat los van de ‘werkelijke waarde’. Overigens zou indien de werkelijke waarde lager zou zijn
geweest dan de boekwaarde dat hebben geleid tot een afboeking van de activa bij de jaarrekening van SVP. Dit is niet het geval geweest. De aandeelhouder beoordeelt bij de behandeling van de meerjarenprognose de voorgenomen investeringen en de manier hoe dit te financieren. Het college zal borg blijven staan voor wat nodig is bij SVP zolang dit in lijn is met de meerjarenbegroting. Vraag 9: In hoeverre wordt met in de nieuwe investeringen achterstallig onderhoud overbodig? En hoe wordt hiermee in het onderhoudsplan rekening gehouden? Antwoord 9: De begroting voor het komende jaar wordt elk jaar door SVP aan de AvA voorgelegd ter goedkeuring. Dit betreft o.a. zowel de begrote investeringen alsmede de begrote V&W-rekening met daarin o.a. de begrote onderhoudskosten. Op deze wijze wordt de samenhang tussen kosten, opbrengsten en investeringen bewaakt. De in de brief van SVP opgenomen investeringen zullen aldus bij de jaarlijkse begroting nog nader worden besproken. Vraag 10: Het bevreemdt ons dat er €65 miljoen moet worden geleend voor een investering van €51.8 miljoen. Ligt het in de lijn der verwachtingen dat het verschil nog wordt opgebracht door investeringen in voorliggende periode? Graag nader toelichten! Antwoord 10: In de brief van SVP d.d. 31-8-2023 heeft SVP alle kasstromen geprognosticeerd voor de komende 3 jaar. Dit omvat meer dan enkel investeringen.
Daaruit blijkt dat er per saldo een financieringsbehoefte is € 65 miljoen.