20230623-m-c-a-de-wit-hoogervorst-wormerweg-27-en-reparatie-bestemmingsplan-buitengebied-beemster
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 22-06-2023 van VVD Opsteller: M.C.A. de Wit-Hoogervorst Onderwerp: Wormerweg 27 en reparatie bestemmingsplan buitengebied Beemster Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: ? Datum van de vergadering: 29-06-2023 Inleiding: In de commissie van 1 juni jl. heeft de VVD bij het agendapunt Wormerweg 27 een vraag gesteld over de interpretatie van artikel 3.3 b van het bestemmingsplan buitengebied Beemster. Op 21 juni heeft de portefeuillehouder hier via een memo (reg.1586258) op geantwoord. De VVD heeft hierover enkele verduidelijkende en aanvullende vragen. 1. In de memo staat dat de interpretatie van de VVD en de gemeente van artikel 3.3.b dezelfde is. De scheiding van de voorwaarden van dit artikel is in de memo duidelijk weergegeven met de cijfers 1 en 2. Dit is echter in de regels van het bestemmingsplan niet het geval. Daar staan deze twee voorwaarden in één zin, zonder extra interpunctie. Is hierdoor de oorspronkelijke intentie van de raad van Beemster van twee gescheiden voorwaarden bij dit artikel en de (identieke, juiste) interpretatie van de gemeente hiervan ook juridisch houdbaar? Is het zinvol om deze scheiding bij de reparatie van het bestemmingsplan buitengebied te verduidelijken, bijvoorbeeld door het gebruik van nummers of interpunctie? 2. In de memo geeft u aan dat het bedrijf aan de Wormerweg 27 niet grondgebonden is.
De definitie van een grondgebonden agrarisch bedrijf in het bestemmingsplan buitengebied Beemster is: "een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond" (art.1.42) In de Provinciale Omgevingsverordening NH2020 staat hiervan geen definitie, wel in de Provinciale Ruimtelijke Verordening juni 2019: "een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf" (art. 2.r van de begripsbepalingen, bijlage 1) Op welke basis voldoet dit bedrijf niet aan deze definitie(s) waardoor een binnenplanse afwijking niet mogelijk was?
3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.