20230621-beantwoording-p.-a.-van-huizen-bestemmingsplan-wormerweg-27-westbeemster
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 12-06-2023 van GroenLinks Opsteller: P.A. van Huizen Onderwerp: Bestemmingsplan Wormerweg 27, Westbeemster Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: Raad Inleiding: Op 1 juni j.l. werd in de commissievergadering het raadsvoorstel “Bestemmingsplan Wormerweg 27, Westbeemster” behandeld. De fractie van GroenLinks heeft daarover de volgende aanvullende vragen:
Vraag 1: De uitbreiding op het erf wordt volgens het landschapsplan geflankeerd met begroeiing, om de nieuwe gebouwen enigszins aan het oog te onttrekken. Is dit gedurende het hele jaar afdoende, omdat bomen en struiken niet het hele jaar in blad staan? We denken dan aan de hoogte van de begroeiing en de dichtheid hiervan tijdens alle seizoenen.
Antwoord 1: Bij brief van 8 juni jl. heeft DLV Advies, dat namens initiatiefnemer handelt, aangegeven hoe zij invulling wil geven aan het landschapsinpassingsplan. Zij wil in overleg met de gemeente en de omgeving zoeken naar de meest passende bomen en beplanting en het uit te voeren onderhoud. Doel is het optimaliseren van het inrichtingsplan en hierover afspraken te maken met omwonenden. Vraag 2: Op de bijgeleverde kaarten en toelichting is niet helemaal duidelijk, tot hoe ver deze bomenrijen naar achteren doorlopen. Lopen zij door tot en met het einde van de geplande bebouwing (de silo’s) of houden zij al eerder op? En tot hoe ver lopen zij dan door?
Antwoord 2: Op de landschappelijke inpassingstekening is zichtbaar dat de bomen doorlopen tot het einde van de sleufsilo’s. Daarnaast komt aan de achterzijde een grondwal. Vraag 3: Waar worden de machines die in de loods moeten komen, nu gestald? Betekent dit, dat met de verhuizing van deze machines hun huidige stallingsplaats niet meer nodig is, en wordt die dan verkleind of afgebroken? Op die manier zou het totale
bouwvolume niet hoeven toe te nemen. Hetzelfde voor de silo’s en opslag ruwvoer.
Antwoord 3: Deze machines worden op verschillende plekken gestald of op een andere locatie waardoor deze telkens aan- en afgevoerd moeten worden, dan wel buiten op het erf of op de voergang van de stal. De wens om onderhavig bouwplan te realiseren, is erin gelegen dat het verplaatsen van machines van verschillende locaties niet praktisch is. Het betekent wel dat er minder afvoer en aanvoer zal plaatsvinden omdat ze meer in de opslag gebeuren en op het bedrijf blijven. Op de andere locaties zijn ook machineopslag en ruwvoeropslag nodig, daarom worden deze niet gesloopt.
Vraag 4: Als argument voor de nieuwe loods wordt gegeven, dat de machines en het ruwvoer, die nodig zijn voor het vee bij perceel Wormerweg 27, niet langer via de smalle polderwegen hoeven te worden aangevoerd. Maar is het mogelijk dat de landbouwmachines in de nieuwe loods ook gebruikt gaan worden voor percelen elders van dezelfde eigenaar, zodat er opnieuw verkeersbewegingen ontstaan, maar dan in omgekeerde richting? Wat is per saldo de afname of toename van het aantal verkeersbewegingen hierdoor?
Antwoord 4: Het is mogelijk dat in de toekomst verkeersbewegingen plaatsvinden van Wormerweg 27 naar een andere locatie. Hier is in de huidige situatie ook al sprake van. Maar er zullen wel degelijk minder verkeersbewegingen nodig zijn omdat met de uitbreiding ruwvoeropslag en stalling op locatie gerealiseerd kan worden. Een precies getal hoeveel verkeersbewegingen hier meer of minder door zullen ontstaan, is niet te geven. Vraag 5: Wat is de reden dat de kap van de nieuwe loods 4 meter hoog moet worden? Kan dit niet anders? Heeft dit te maken met de aanvoer van ruwvoer (bostel), en kan dit niet op een manier worden gelost dat de kap lager zal kunnen?
Antwoord 5: Dit is omdat de machines die in de loods moeten komen ook 4 m hoog zijn. Dit is een gebruikelijke hoogte voor een agrarisch bedrijfsgebouw. Lager kan de loods niet worden, ook vrachtwagens en aanvoer van stro en voer hebben een hoge ingang nodig.
Vraag 6: Er is sprake van een nog niet definitieve natuurvergunning, die mogelijk kan worden aangevochten. Hierover krijgen wij nog antwoord op vragen van GBP. In het geval van – vrijwillige of gedwongen – extensivering van het bedrijf, waarbij mogelijk de nieuw te bouwen loods en silo’s niet meer nodig zijn, worden deze dan afgebroken en wordt het gebied weer teruggegeven aan de open ruimte? Of kunnen hier dan andere bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend?
Antwoord 6: Er is wel sprake van een onherroepelijke natuurvergunning. Hiertegen is een intrekkingsverzoek ingediend door een externe partij. Zoals aangegeven in het antwoord op de schriftelijke raadsvraag van D66 zou ook een eventuele intrekking van de huidige natuurvergunning er niet toe leiden dat er geen behoefte is aan de gewenste opslagloods en sleufsilo’s. Vraag 7: Is in het participatietraject gebruik gemaakt van het “keukentafelgesprek” met inschakeling van de accountmanager Agrarische zaken?
Antwoord 7: In de aanloop naar dit bestemmingsplan heeft sinds 2018 uitvoerig vooroverleg plaatsgevonden. Op dat moment was nog geen sprake van een formeel keukentafeloverleg of accounthouder Agrarische Zaken. Desalniettemin kan gesproken worden van een vergelijkbaar vooroverleg zoals dat op dit moment plaatsvindt met het keukentafeloverleg voor bepaalde binnenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 – partiële herziening 2021 dat op 26 oktober 2021 is vastgesteld. Vraag 8: Geeft een Regel, dat de nieuw te bouwen loods niet als veestal gebruik mag worden extra zekerheid over het gebruik, of is in het bestemmingsplan op andere wijze uitgesloten dat de nu op te richten gebouwen gebruikt kunnen worden als stal? Antwoord 8: Het bestemmingsplan staat het gebruik van bebouwing op dit perceel voor een agrarisch bedrijf in principe toe. Het bepaalt niet specifiek welk gebouw als stal gebruikt moet worden en welk gebouw alleen als opslagloods. Dit is zo bij ieder agrarisch bedrijf in de Beemster, nergens is per afzonderlijk gebouw specifiek aangegeven wat de precieze functie moet zijn. Er is geen reden om voor dit bedrijf een uitzondering te maken. Er is ook geen aanleiding om aan te nemen dat initiatiefnemer van plan is om het gebouw op een andere manier te gaan gebruiken dan hij onderbouwd heeft aangegeven. Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: