20230614-beantwoording-p.-zwart-bestemmingsplan-tarwestraat
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 07-06-2023 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Bestemmingsplan Tarwestraat Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 6 Inleiding: Op 15 juni 2023 wordt het bestemmingsplan Tarwestraat besproken in de commissie Ruimte. Ter voorbereiding heeft de fractie van GroenLinks de volgende technische vragen: Vraag 1: Doelgroep en woningaantal. a. Bij de eerdere besluitvorming over de locatie Tarwestraat is dit gebied bestemd voor woningen voor senioren, in de sociale huursector. In de Nota van Beantwoording van de zienswijzen is sprake van het “labelen” van de woningen voor 55-plussers (blz. 14, ad b.; blz. 33, ad a.). Wáár in dit bestemmingsplan, of waar elders, is dit bindend vastgelegd? b. Over de sociale huursector is een bepaling te vinden in de Regels (artikel 5.3.). Hierin staat dat elke sociale huurwoning ten minste 25 jaar als sociale huurwoning moet worden gebruikt. Wáár in dit bestemmingsplan, of waar elders, is bindend vastgelegd dat de 21 woningen in dit bestemmingsplan als sociale huurwoning worden aangemerkt? c. In het bestemmingsplan wordt vrijwel overal, een enkele uitzondering daargelaten, gesproken over MAXIMAAL 21 woningen. Dit, terwijl er eerder sprake was van 26 woningen.
Is het denkbaar, en onder welke omstandigheden, dat er minder dan 21 woningen worden gerealiseerd, en is er ook een minimum aantal woningen, om te rechtvaardigen dat de bestemming “groen” wordt omgezet in de bestemming “wonen”? Antwoord 1: a. Conform vaste rechtspraak mag in het bestemmingsplan niet worden vastgelegd dat de woningen alleen door 55-plussers mogen worden gebruikt, omdat het onderscheid naar leeftijd niet ruimtelijk relevant is. Het labelen aan 55-plussers wordt geborgd via prestatieafspraken met de woningcorporatie. b. In artikel 5.2 onder g staat dat de woningen worden gerealiseerd als sociale
huurwoningen conform het thans geldende beleid van de 'Doelgroepenverordening gemeente Purmerend 2020'. Daarnaast wordt het ook geborgd via prestatieafspraken met de woningcorporatie. c. Het is niet waarschijnlijk dat Intermaris minder dan 21 woningen gaat realiseren, gelet op de financiële uitvoerbaarheid van het project. Vraag 2: Privacy/inkijk/schaduw. a. Gesteld wordt, dat de toekomstige bewoners slechts vanuit de verkeersruimte zicht hebben op de bestaande tuinen en woningen aan de Tarwestraat (Toelichting, blz. 7 en blz. 33). De galerij van het nieuwe bouwblok wordt aan de noordzijde gesitueerd. Logischerwijze is er dan vanaf de galerij zicht op de bestaande tuinen en woningen aan de Tarwestaat, vanaf een hogere positie. Hoe rijmt zich dit met de stelling dat dit zicht slechts vanaf de verkeersruimte mogelijk is? Welke rol speelt de genoemde pergola (Toelichting, blz. 34) hierin? b. Uit de schaduwstudie blijkt, dat in de winter en het voorjaar (twee van de vier seizoenen) enig schaduweffect op de bestaande woningen Tarwestraat 3 t/m 41 te verwachten is (Toelichting, blz. 34).
“De te verwachten schaduwimpact op het gebruik van de buitenruimte wordt als beperkt gezien.” Als er al sprake is van “ENIG” schaduweffect op de woningen, moet dan de conclusie niet zijn dat de achterliggende buitenruimte (tuinen e.d.) op dat tijdstip GEHEEL in de schaduw ligt? DOOR WIE wordt de schaduwimpact als beperkt gezien? Zijn dat de bewoners? Antwoord 2: a. De galerij is als verkeersruimte aangemerkt. Via de galerij worden de woningen ontsloten. De meeste bewoners zullen de verkeersruimte alleen gebruiken om van en naar hun woning te lopen en niet om er langdurig te verblijven. Zoals verwoord en verbeeld in de Nota van beantwoording zienswijzen (pagina 7) blijft de bestaande groenzone met boomvormers en heesters zoveel mogelijk behouden en wordt die aangevuld met nieuwe beplanting. De bedoeling is dat beplanting met een hoogte van ongeveer 12 meter een visuele scheiding vormt tussen de bestaande en nieuwe woningen. De galerijzijde van de nieuwbouw wordt voorzien van een pergola die een enigszins groen aanzien van het volume vanaf het parkeerterrein en de noordelijke woningrij mogelijk maakt. b. In de bezonningsstudie - toegevoegd als bijlage bij de toelichting op het bestemmingsplan - is uiteengezet op basis van welke informatie ambtelijk de conclusie is getrokken dat de aantasting van bezonning op de bestaande woningen
door de nieuwbouw minimaal is: • Het gebouw komt op een zo groot mogelijke afstand van de bestaande bebouwing te liggen. De schaduw treft in het voor- en in het najaar vooral in de avonduren de bestaande woningen langs de Tarwestraat. • De woningen aan het oostelijke uiteinde van het rijtje langs de Tarwestraat worden in de achtertuin en laat in de avond aan de achtergevel getroffen. Deze situatie doet zich vooral voor in het voor- en najaar. In de winter valt de schaduw geruime tijd in de achtertuinen van de woningen aan de Tarwestraat. In deze jaargetijden is het gebruik van de buitenruimte minder intensief dan in de zomermaanden. • De betreffende woningen beschikken over ruime achtertuinen van meer dan 10 meter diepte. Ook in de bestaande situatie is sprake van schaduwval veroorzaakt door opgaand groen aan de achterzijde van de tuinen en door bijgebouwen op de achterzijde van de tuinen.
Vraag 3: Verbinding groene ruimten. Tussen het water en het nieuwe bouwblok komt een openbaar pad, dat het Park de Uitvlugt verbindt met de groene ruimten langs de Dijkgraafsingel (Toelichting, blz. 7). Op de kaart op deze bladzijde loopt het voetpad echter slechts tot aan de noordwestelijke gevel van het nieuwe bouwblok. Op welke wijze is er dan sprake van een verbindend pad met de groene ruimten langs de Dijkgraafsingel? Antwoord 3: De recreatieve groene ruimte langs de Dijkgraafsingel sluit direct aan op het onderhavige plangebied aan de westzijde. De positie van het half verharde pad door het groen en de aansluiting wordt nog uitgewerkt. Vraag 4: Wateroverlast. Omwonenden stellen thans wateroverlast te ondervinden; het voorlopige gemeentelijk antwoord is dat de bouw op grond van het bestemmingsplan GEEN EXTRA wateroverlast zal opleveren. Biedt de bouw niet een kans om ook de BESTAANDE wateroverlast aan te pakken, door het volgen van de suggestie om het terrein met minimaal 30 cm af te graven en het daarmee op gelijke hoogte te brengen met de woningen? (Nota van Beantwoording van de zienswijzen, blz. 18). Antwoord 4: De suggestie om het terrein met minimaal 30 centimeter af te graven is in conflict met afspraken met de omwonenden over het behoud van bomen. Het afgraven zou betekenen dat de bomen gekapt moeten worden.
Daarnaast lost dit de door omwonenden gemelde overlast niet op. Naar aanleiding van de overlastmelding zijn
ambtenaren met een overlastmelder in gesprek gegaan om de oorzaak van de overlast te bespreken. Uit dit gesprek bleek dat de wateroverlast slechts ontstaat wanneer het wateropvangputje door bladeren verstopt raakt en dat het verwijderen van de bladeren het probleem verhelpt. Vraag 5: Parkeerplaatsen. a. Voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen zijn de aantallen en percentages uit de Nota parkeernormen (2016) gebruikt (Toelichting, blz. 51). Dit lijken algemeen gebruikte gegevens te zijn. Op welke manier is er rekening mee gehouden, dat het hier gaat om een bouwproject voor senioren, voor wie mogelijk andere kengetallen gelden voor het autobezit en voor het aanwezigheidspercentage? b. De (vijf) aan de westzijde van het nieuwe bouwblok voorziene parkeerplaatsen worden met grastegels aangelegd (Toelichting, blz. 7; zie ook kaart blz. 33). Waarom geldt dit ook niet voor de andere 29 parkeerplaatsen, en is het mogelijk om dit alsnog te doen en in het plan op te nemen? Dit zou ook minder afbreuk doen aan het waterbergend vermogen van het plangebied. Antwoord 5: a. Voor dit project zijn de parkeernormen uit de door uw raad vastgestelde Nota Parkeernormen toegepast. In deze nota wordt onderscheid gemaakt naar situering (rest bebouwde kom) en woningcategorie (wonen 65-120 m2 gestapeld) en wordt rekening gehouden met dubbelgebruik.
Voor de categorie 55+ worden geen andere parkeernormen genoemd. b. In overleg met het waterschap worden aan de westzijde van het plangebied waterdoorlatende parkeerplaatsen (grasverharding) gerealiseerd. Bij normale regenval kan het regenwater in de bodem infiltreren via deze waterdoorlatende parkeerplaatsen. Bij extreme regelval bieden deze waterdoorlatende parkeerplaatsen echter onvoldoende perspectief. Dat heeft te maken met de Purmerendse bodemgrond die moeilijk water doorlaat. Om in te spelen op klimaatverandering wordt daarom onder de andere 29 parkeerplaatsen ongeveer 97 kubieke meter (97.000 liter) waterberging gerealiseerd. Met deze waterberging wordt regenwater vertraagd afgevoerd, waardoor het watersysteem wordt ontzien. Tegelijk kan het regenwater in de berging ook langzaam de bodem intrekken, waardoor effecten van droogte beperkt worden. Met deze 97 kubieke meter waterberging met vertraagde afvoer voldoet de ontwikkeling aan de wateroverlastrichtlijnen uit het Basisveiligheidsniveau. Daarnaast is de ontwikkelaar voornemens om een vegetatiedak op het appartementencomplex aan te leggen. Vegetatiedaken zijn waterbergend en voeren water vertraagd af.
Vraag 6: Bomen. a. “De gemeente kiest bijvoorbeeld voor meer bomen (…)” (Toelichting, blz. 22). Indien goed geteld, staan er op de kaart op blz. 7 in totaal 12 te kappen bomen, en slechts 9 nieuwe bomen. Daarnaast wordt voorzien in enkele nieuwe bomen buiten het plangebied. Is het mogelijk om het aantal te kappen bomen te verminderen en/of het aantal nieuwe bomen BINNEN het plangebied uit te breiden tot tenminste het aantal te kappen bomen? b. Drie van de vier te kappen bomen in het noordwestelijk deel van het plangebied komen voor op de vigerende Bomenkaart Beemster en Purmerend (2022) (zie Toelichting, kaart op blz. 25). Deze bomen kwamen echter niet voor op de oude Bomenlijst Purmerend (kaart op blz. 24). In de Toelichting wordt vermeld: “Deze bomen werden tijdens de planontwikkeling beschouwd als vergunningsvrij, omdat ze niet voorkwamen op de Bomenlijst Purmerend.” Het bestemmingsplan wordt echter vastgesteld in juni 2023, op het moment dat de Bomenkaart Beemster en Purmerend al een jaar van kracht is. Wat betekent deze passage in het bestemmingsplan voor het tijdstip van in werking treden van de bescherming op grond van de Bomenkaart Beemster en Purmerend, in het algemeen, en in het bijzonder in dit geval? Antwoord 6: a.Het aantal te kappen bomen is bepaald op basis van de gewenste positie van het gebouw en de conditie en het toekomstperspectief van de huidige bomen.
Het aantal nieuwe bomen en heesters wordt nog nader uitgewerkt. Daarbij wordt niet alleen naar kwantiteit gekeken, maar vooral naar een kwaliteitsverbetering van de beplanting. Daarmee komt het accent te liggen op de inrichting van een gezonde boven- en ondergrondse groeiplaats en het daarvoor geschikte aantal bomen en heesters. b. De Bomenkaart Beemster en Purmerend is op 2 augustus 2022, de dag na publicatie, definitief geworden. Vanaf die datum geldt dat bomen die niet op de bomenkaart staan, zonder vergunning gekapt kunnen worden en dat bomen die wel op de bomenkaart staan alleen met vergunning en onder (compensatie)voorwaarden gekapt kunnen worden. Vraag 7: Trafohuisje. Kennelijk was er aanvankelijk behoefte aan een (nieuw?) trafohuisje. Op verzoek van omwonenden is dit niet meer opgenomen in het bestemmingsplan. Is bekend waar, buiten het plangebied, dit trafohuisje nu geplaatst zal worden, of is het trafohuisje niet langer nodig?
Antwoord 7: Het nieuwe trafohuisje wordt net buiten het plangebied gesitueerd, ten zuidwesten van de calamiteitenroute. Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: