20230601-beantwoording-m.-c.-a.-de-wit-hoogervorst-bestemmingsplan-wormerweg-27-Westbeemster
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 30-05-2023 van VVD Opsteller: M.C.A. de Wit-Hoogervorst Onderwerp: Bestemmingsplan Wormerweg 27 Westbeemster Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 7 Inleiding: In het voorstel staat dat bouwen buiten het bouwvlak tot 2 ha alleen mogelijk is als het bedrijf moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of -gezondheid. In het bestemmingsplan buitengebied staat echter onder 3.3.b.2: "er moet sprake zijn van een grondgebonden agrarisch bedrijf óf van een nietgrondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of -gezondheid". Vraag 1: Dit bedrijf doet aan weidegang en is of lijkt grondgebonden te zijn. Waarom is dit bedrijf, gezien de uitspraak in het raadsvoorstel, volgens het college een intensief veehouderijbedrijf? Antwoord 1: In het raadsvoorstel staat dat het huidige bestemmingsplan een mogelijkheid biedt voor het bouwen buiten het bouwvlak tot 2 hectare. Deze mogelijkheid betreft een binnenplanse afwijking, dus een afwijking die door het bestemmingsplan zelf gegeven wordt. Om van deze mogelijkheid gebruik te kunnen maken geldt het criterium dat het bedrijf moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of -gezondheid.
Daar is hier geen sprake van, daarom kan van deze mogelijkheid geen gebruik worden gemaakt. Daarom is gekozen voor een buitenplanse procedure, te weten het wijzigen van het bestemmingsplan. Overigens staat het woord ‘intensief’ in het bestemmingsplan tussen haakjes, dus als van de binnenplanse mogelijkheid wel gebruik gemaakt had kunnen worden (dus in het geval het zou gaan om een uitbreiding in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of -gezondheid) zou het niet om een intensieve veehouderij hoeven te gaan. Het kan bij intensieve én bij niet-intensieve veehouderijen toegepast worden. Maar zoals gezegd, artikel 3.3, sub onder 2 is hier niet van toepassing, aangezien niet voldaan wordt aan de criteria hiervoor.
Vraag 2:
Antwoord 2:
Vraag 3:
Antwoord 3:
Vraag 4:
Antwoord 4:
Vraag 5:
Antwoord 5:
Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: