CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20221222-bentwoording-m-c-a-de-wit-hoogervorst-bestemmingsplan-vredenburghweg-deel 2

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Vredenburghweg1.233 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen d.d. 15-12-2022 van VVD Opsteller: M.C.A. de Wit-Hoogervorst Onderwerp: Bestemmingsplan Vredenburghweg, deel 2 Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: ? Inleiding: De VVD constateert dat dit initiatief op veel punten afwijkt van de geldende regelgeving en zijn zoekende naar de grens tussen maatwerk en willekeur. Toetsing voor dit initiatief heeft op het gebied van gemeentelijk beleid plaatsgevonden ten aanzien van drie documenten: het bestemmingsplan buitengebied Beemster, de Structuurvisie Beemstermaat en de Beemster Omgevingsnota (= Nota Omgevingskwaliteit Purmerend) De VVD heeft hierover enkele vragen, voor het overzicht in twee delen. Vraag 1: Volgens het bestemmingsplan buitengebied Beemster is op deze locatie geen recreatiewoning toegestaan omdat de functieaanduiding 'recreatiewoning' ontbreekt. Op deze locatie is specifiek de functieaanduiding 'volkstuin' aangegeven. Heeft een initiatiefnemer zonder meer recht op wisseling van specifieke functieaanduidingen binnen eenzelfde algemene enkelbestemming? Antwoord 1: Er bestaat geen recht op een wisseling. Vraag 2: In het voorstel wordt uitgegaan van drie recreatiewoningen. In het bestemmingsplan buitengebied staat bij bestemming recreatie in paragraaf 16.2.2.c. : " uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' mag per bouwvlak één recreatiewoning worden gebouwd".

Op basis waarvan wordt hierop afgeweken om, afgezien van het ontbreken van de functieaanduiding, drie recreatiewoningen toe te staan in plaats van één zoals is toegestaan? Antwoord 2: Volgens de structuurvisie Beemstermaat is één van de ambities het toegankelijk en beleefbaar maken van De Beemster als werelderfgoed. Onder andere krijgt daarbij kleinschalige ontwikkeling van verblijfsrecreatie een positief onthaal. Vervolgens is met maatwerk onderzocht wat ter plaatse kan en heeft onderhavig project uiteindelijk zijn vorm gekregen. Vraag 3: In het voorstel staat dat een bedrijfswoning op deze locatie wel is toegestaan. Volgens het bestemmingsplan buitengebied Beemster paragraaf 16.1.h. is bij bestemming recreatie toegestaan: "wonen ten behoeve van het bedrijf". Op dit moment is op deze locatie geen bedrijf, volgens paragraaf 16.1.h. én 1.17 is een bedrijfswoning op deze locatie daardoor nu niet toegestaan. Welk bedrijf is toegestaan op functieaanduiding 'volkstuin'? Kunt u aangeven waarom in het voorstel staat dat een bedrijfswoning wel is toegestaan? Antwoord 3: Bedoeld wordt dat in beginsel een bedrijfswoning is toegestaan.

Vraag 4: In het voorstel staat dat dit plan past binnen de basisactiviteiten bij bestemming Recreatie. Dit zou dan moeten vallen onder 16.1.a.: "kleinschalige vormen van dag- en verblijfsrecreatie". In Bijlage 1 van het bestemmingsplan buitengebied staat op pag. 62 artikel 17 Recreatie: "dit artikel maakt recreatieve voorzieningen mogelijk van zowel kleinschalige vormen van dag- en verblijfsrecreatie als recreatiewoningen". Dit geeft aan dat recreatiewoningen niet vallen onder dag- en verblijfsrecreatie. Op welke wijze wordt in het voorstel bedoeld dat dit wel op deze locatie is toegestaan?

Antwoord 4: Verblijf in een recreatiewoning is verblijfsrecreatie. Vraag 5: In Bijlage 1 van het bestemmingsplan buitengebied Beemster staat op pag. 26, paragraaf 4.2, 'recreatie en toerisme': "In de Nota toeristische verblijfsrecreatie Land van Leeghwater staat het beleid verwoord hoe de gemeente om wil gaan met het stimuleren en versterken van de verblijfsrecreatie binnen de gemeente/regio. Dit beleid is verder uitgewerkt voor een groot aantal vormen van verblijfsrecreatie." In deze Nota staat op pag. 55: "Op bouwvlakken bestemd voor woondoeleinden, dan wel agrarische bedrijven, mag maximaal 1 recreatiewoning worden gebouwd". Is dit meegenomen in de overweging of op de huidige locatie recreatiewoningen zijn toegestaan? En op basis waarvan is hiervan afgeweken met betrekking tot het verschil in de bestemming waarbij dit is toegestaan én in het aantal recreatiewoningen?

Antwoord 5: Maximaal 1 recreatiewoning per bouwvlak is een doorvertaling uit de nota verblijfsrecreatie. Zie verder antwoord op vraag 2. Vraag 6: In het voorliggende bestemmingsplan wordt gesproken over een " kleinschalig recreatieparkje met drie recreatiewoningen, twee boomgaarden en een beheerderswoning" Omdat in de Nota verblijfsrecreatie maximaal één recreatiewoning is toegestaan, wordt dit een bungalowpark genoemd: pag. 54: "Indien in overwegende mate recreatiewoningen bij elkaar zijn gelegen is er sprake van een bungalowpark". In de paragraaf over bungalowparken staat de definitie: "Een bungalowpark is een complex bestaande uit recreatiewoningen en/of -eenheden, die geheel of gedeeltelijk voor tijdelijke verhuur door exploitant of beheerder van het complex beschikbaar zijn, Kenmerkend voor een bungalowpark is, dat de recreatiewoningen en/of -eenheden een gezamenlijke in- en uitrit op de openbare weg hebben." en ook: "Het blijkt dat er vanuit de markt behoefte is aan verblijf op een bungalowpark. Een bungalowpark biedt de gewenste luxe waar steeds meer om wordt gevraagd. Echter gezien de toenemende druk op het landelijke gebied is het niet wenselijk om meer dan één bungalowpark toe te staan in de gemeenten.

Voorstel Naast 't Rietbos [nu Europarcs] geen nieuwe bungalowparken toestaan." Op basis waarvan wordt hier op afgeweken? Antwoord 6: Los van de mogelijke kwalificatie als bungalowpark, onderhavig project is qua schaal en omvang niet te vergelijken met Europarcs. Zie verder antwoord op vraag 2. Vraag 7: In het voorstel staat "Kleinschalige verblijfsrecreatie krijgt volgens de structuurvisie een positief onthaal". In de structuurvisie staat deze zin op pag. 17 "in het kader van de multifunctionele landbouw". Dit initiatief is geen onderdeel van multifunctionele landbouw. Op basis waarvan staat deze zin toch bij dit initiatief genoemd?

Antwoord 7: Dat de ontwikkeling van kleinschalige verblijfsrecreatie een positief onthaal krijgt, kan ook op zichzelf worden gelezen. Onderhavig project faciliteert de ontwikkeling van toeristisch-recreatieve mogelijkheden van het buitengebied, een beleidsuitgangspunt van de Structuurvisie Beemstermaat. Vraag 8: In de Omgevingsnota staat op pag. 112: "In afwachting van nadere besluitvorming is het gebied Nekkerzoom niet als afzonderlijk gebied in de Omgevingsnota opgenomen, en gelden de criteria voor het buitengebied. Als besluitvorming over de visie Nekkerzoom plaatsvindt, kunnen zo nodig specifieke criteria aan de Omgevingsnota worden toegevoegd". Het buitengebied valt in de Omgevingsnota onder regieniveau 'bijzonder' en als in hoge mate bepalend voor het Werelderfgoed (p.112). Daarom zou dit initiatief moeten voldoen aan de principes van het Beemster erf. In het voorstel staat dat de bebouwing aan het Noorderpad is aan te merken als de bebouwing op de kop van de agrarische kavel. "En daar houdt het dan ook meteen mee op." De indeling is verder, vanuit de kop van de kavel gezien niet haaks op de weg, de voorgevel van de 'bijgebouwen' (recreatiewoningen) beginnen niet achter de achtergevel van het hoofdgebouw en de recreatiewoningen staan verspringend op de kavel.

Eén van de argumenten in het voorstel voor afwijking van de regels voor het Beemster erf is dat andere kavels aan de Vredenburghweg ook niet aan deze principes voldoen. Deze overige bebouwing was echter, zoals ook in het voorstel wordt aangegeven, vergund vóór het ontstaan van de huidige structuurvisie en omgevingsnota. Op dit moment zijn de huidige structuurvisie en omgevingsnota wél geldig en leidend. Op basis waarvan wordt bij dit initiatief tóch afgeweken van de structuurvisie en de omgevingsnota?

Antwoord 8: Onder verwijzing naar de stedenbouwkundige afweging van het onderhavige project, er wordt niet afgeweken van het gemeentelijk beleid. Vraag 9: In het voorstel wordt ook verwezen naar de visie Nekkerzoom en dat daarin de Vredenburghweg wordt aangeduid als werklint, als onderbouwing voor afwijking van de Beemsterprincipes bij de erfindeling. In deze visie staat echter ook dat voor de Vredenburghweg een zonering is aangegeven voor de functie werken (p. 44). Hoe valt dit initiatief binnen de functie 'werken'? Antwoord 9: Het huidige beeld van de Vredenburghweg wordt door de aanwezige bedrijfsbebouwing bepaalt. Hierbij wordt gedoeld op de bedrijfsbebouwing van en bij Hollenberg Sloopwerken en Kraakman Zuidoostbeemster. Onderhavig initiatief zal dat beeld niet veranderen. Vraag 10:

Antwoord 10:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12235329/1