CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20221020-beantwoording-m.-c.-a.-de-wit-hoogervorst-lokale-heffingen-2023

Commissie Algemeen 13 oktober 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Lokale heffingen 2023 gemeente Purmerend487 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen d.d. 13-10-2022 van VVD Opsteller: M.C.A. de Wit-Hoogervorst Onderwerp: Lokale heffingen 2023 Commissie/raad: Algemeen Geagendeerd: ja Agendapunt: 8 Inleiding: In de voormalige gemeente Beemster was (is) bij ruimtelijke initiatieven regelmatig een anterieure overeenkomst nodig die de raad bij het vaststellen van de verordening niet had voorzien, zoals bij de bouw van een stal of loods in het buitengebied. Een werkgroep van de raad heeft toen overleg gehad met ambtenaren hoe de soms erg hoge kosten hiervoor kunnen worden beperkt. De uitkomst was dat een wijziging in de leges hier een oplossing voor zou kunnen zijn en dat dit meegenomen zou worden bij de eerstvolgende wijziging.

Vraag 1: Is deze wijziging inderdaad meegenomen in de nieuwe legesverordening? Zo ja, op welke wijze is hier invulling aan gegeven ? Zo nee, waarom niet? Antwoord 1: Voor de goede orde wil ik u erop wijzen dat minister de Jonge onlangs heeft besloten om niet meer vast te houden aan de invoeringsdatum van de Omgevingswet per 1 januari 2023. Hij zal de eerste Kamer voorstellen dit te verschuiven naar 1 juli 2023. Dit betekent dat Titel 2 de nu voorliggende legestabel voor 2023, welke geënt is op de Omgevingswet, aangepast dient te worden. Een gewijzigde voorstel zal in december aan de raad ter vaststelling worden aangeboden. Daarbij zal rekening worden gehouden met de hier gestelde vragen. Desalniettemin worden de hier gestelde vragen voor de volledigheid beantwoord. Antwoord vraag 1 Ja, hierin is voorzien in artikel 2.6 b en 2.43 a. Daarbij zullen de kosten voor de ambtelijke inzet in beginsel niet meer via anterieure overeenkomsten (AO’s) worden verhaald, maar via de leges. Bij bepaalde initiatieven die aangemerkt worden als complex tot zeer complex en daardoor een aparte projectstructuur nodig hebben (projectleider) zullen de ambtelijke alsnog via een AO worden verhaald en niet via genoemde artikelen 2.6 b en 2.43.a.

Vraag 2: Valt na vaststelling van deze verordening bij de bouw van een stal of loods waarbij het bestaande bouwvlak wordt overschreden maar wel binnen de maximale 2 ha afwijkingsbevoegdheid blijft straks onder artikel 2.6.b van de tarieventabel? (een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij de kosten 3,10% over het deel van de bouwkosten bedraagt, naast eventuele overige kosten) Antwoord 2: Als de aanvraag aan de criteria van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid van het bestemmingsplan buitengebied voldoet (bestaande bouwvlak wordt overschreden en er wordt binnen 2 ha. gebleven) dan bedraagt het tarief 2,50% (ex art. 2.6.a). Wordt niet aan die criteria voldaan dan is sprake van een buitenplanse activiteit en bedraagt het tarief 3,10%, tenzij voor het project een projectleider wordt

ingezet in welk geval de kosten via een anterieure overeenkomst worden verhaald. Vraag 3:

Antwoord 3:

Vraag 4:

Antwoord 4:

Vraag 5:

Antwoord 5:

Vraag 6:

Antwoord 6:

Vraag 7:

Antwoord 7:

Vraag 8:

Antwoord 8:

Vraag 9:

Antwoord 9:

Vraag 10:

Antwoord 10:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11959502/2