20220915-beantwoording-p.-zwart-doelstelling-minimaal-30-procent-sociale-woningbouw
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 08-09-2022 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Doelstelling minimaal 30% sociale woningbouw Commissie/raad: Raad Geagendeerd: ja Agendapunt: Raad Inleiding: Het college heeft het Addendum Structuurvisie Purmerend 2005-2020 gepresenteerd. In paragraaf 3.2 worden de gebiedsoverstijgende investeringen in de sociale woningbouw behandeld. Ter uitvoering van het Sociaal Woonakkoord Purmerend 2030 wordt op gronden die eigendom zijn van de gemeente méér dan de minimale 30% van de woningen in de sociale sector gerealiseerd. Dit betreft 300 woningen op nu bekende locaties. Daarnaast wordt in een reeks andere gemeentelijke locaties gewerkt aan plannen om meer dan 30% sociale huurwoningen te realiseren. Particuliere grondexploitanten voor wie het niet mogelijk is op hun gronden tenminste 30% sociale woningbouw te realiseren, kunnen – onder omstandigheden – een geldelijke storting doen in de Voorziening Kostenverhaal Sociale Woningbouw.
Vraag 1: Hoeveel procent sociale woningbouw boven het minimum van 30% leveren de nu bekende gemeentelijke locaties op (de locaties met de in totaal 300 woningen waarover wordt gesproken)? Antwoord 1: Op de genoemde gemeentelijke locaties in het Addendum van de Structuurvisie is of wordt in de komende jaren 88% sociale woningbouw gerealiseerd. Dit is 58% boven het minimale percentage van 30%. Vraag 2: Staat het streven om op gemeentelijke locaties méér dan de minimale 30% sociale huurwoningen te bouwen los van het niet of minder bouwen van deze soort woningen op locaties in bezit van particuliere grondexploitanten? Met andere woorden: Wordt op de gemeentelijke locaties méér dan 30% sociale huurwoningen gerealiseerd, ook als alle bouwplannen van de particuliere grondexploitanten het vereiste minimum van 30% sociale woningbouw bevatten? Of zijn de sociale huurwoningen die boven het minimum van 30% op gemeentelijke grondposities worden gerealiseerd, dezelfde woningen die door particuliere grondexploitanten niet hoeven te worden gerealiseerd, in ruil voor een storting in de Voorziening Kostenverhaal Sociale Woningbouw?
Antwoord 2: De woningbouwprogrammering op gemeentelijke locaties staat los van de woningbouwprogrammering van particuliere grondexploitanten. Ongeacht het grondeigendom geldt dat het streven is om minimaal 30% sociale woningbouw te realiseren. Vraag 3: Bevat het in het Addendum beschreven beleid het streven om in totaal substantieel boven het minimum
van 30% sociale huurwoningen uit te komen, of is het voldoende als het vereiste minimum percentage van 30% tevens het maximum blijkt te zijn? Antwoord 3: Het Addendum spreekt zich niet uit over wat het wenselijke percentage sociale huurwoningen is, dat gebouwd moet worden. Het Addendum vormt alleen de basis om van particuliere grondexploitanten die onvoldoende sociale huurwoningen realiseren, een bijdrage te mogen vragen die de gemeente inzet om op haar locaties meer sociale huurwoningen te realiseren. Dat de gemeente op haar locaties meer sociale huurwoningen realiseert dan 30%, creëert de juridische basis om deze bijdrage te vragen. Voor een nadere toelichting op de gemeentelijke spelregels behorende bij de woningbouwprogrammering, verwijs ik u naar de door u in 2019 vastgestelde Nota Kaders en Instrumenten. Hierin is onder andere opgenomen dat het de gemeentelijke ambitie is om minimaal 30% sociale huurwoningen te realiseren.
Vraag 4:
Antwoord 4:
Vraag 5:
Antwoord 5:
Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: