20220901-beantwoording-p.-a.-van-huizen-bestemmingsplan-hobrederweg-19-middenbeemster
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 30-08-2022 van GroenLinks Opsteller: P.A. van Huizen Onderwerp: Bestemmingsplan Hobrederweg 19 Middenbeemster Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 6 Inleiding: In het raadsvoorstel Bestemmingsplan Hobrederweg 19 wordt vermeld dat het beleid is, dat bij een bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen de bestaande bedrijfsbebouwing (schuren) gesloopt moet worden. In dit geval mogen de schuren behouden blijven, omdat ze gebruikt gaan worden voor een vorm van werken, te weten als stallings- en opslagruimte voor een vanuit de woning gedreven kraanverhuurbedrijf. Daarnaast krijgt één van de bijgebouwen, die nu tijdelijk als woonruimte van de eigenaar dient, de aanduiding ‘recreatiewoning’.
Vraag 1: Als de aanvrager van onderhavig bestemmingsplan de woning verkoopt en de nieuwe koper geen eigen bedrijfsbestemming heeft voor de schuren, gaat het mogen behouden van de schuren dan als vanzelf over naar de volgende koper? Antwoord 1: De vraag of bijbehorende bebouwing behouden mag worden, vloeit voort uit de provinciale Omgevingsverordening NH2020 en doet zich nu voor omdat de bestemming gewijzigd wordt van Agrarisch naar Wonen. Nadat de bestemming is gewijzigd naar Wonen komt die vraag niet meer aan de orde en is het inderdaad zo dat het mogen behouden van de schuren overgaat naar de volgende koper. Vraag 2: Is er wat dit betreft onderscheid tussen het als ‘recreatiewoning’ aangeduide gebouw en de overige bijgebouwen? Antwoord 2: Alleen het voor recreatiewoning aangeduide mag worden gebruikt voor recreatief verblijf. De overige bijgebouwen mogen daarvoor niet worden gebruikt. Vraag 3: Indien in bovengenoemd geval de schuren mogen blijven staan, welke activiteiten zijn daarin dan toegestaan? Antwoord 3: Zolang de activiteiten geen afbreuk doen aan de ruimtelijke uitstraling van een woonperceel en behoren tot een beperkte milieucategorie, is veel toegestaan. Ter indicatie zijn in het plan voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis zijn in artikellid 6.4.2 criteria en is een niet als volledig bedoelde opsomming van functies opgenomen.
Vraag 4: In Hoofdstuk 5 van de Toelichting wordt vermeld dat het bestemmingsplan een bestemmingswijziging mogelijk maakt voor het realiseren van drie woningen.
Eén daarvan zal de stolp zijn, die overigens al gerealiseerd is en zal worden gerenoveerd. De tweede woning is mogelijk het bijgebouw dat de aanduiding ‘recreatiewoning’ zal krijgen. Waarom is er sprake van het mogen realiseren van drie woningen, terwijl het in eerste instantie slechts leek te gaan om het geven van een niet-agrarische woonbestemming aan de stolp?
Antwoord 4: Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Op basis hiervan kan juridisch niet meer dan één burgerwoning met daarbij behorende bijgebouwen, waaronder één recreatiewoning, mogelijk worden gemaakt. Dat in hoofdstuk 5 van de toelichting staat dat het bestemmingsplan ‘de realisatie van drie woningen’ mogelijk maakt, is dan ook niet juist en betreft een verschrijving. De tekst zal worden aangepast. Vraag 5:
Antwoord 5:
Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: