CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20220517-beantwoording-j.-albers-purmerendse-participatie-nota-van-uitgangspunten

Gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Purmerendse participatie (nota van uitgangspunten)1.015 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen d.d. 11-05-2022 van Gemeentebelangen Purmerend Opsteller: J. Albers Onderwerp: Purmerendse participatie (nota van uitgangspunten) Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 11 Inleiding: Naar aanleiding van de nota van uitgangspunten voor participatie heeft de fractie van Gemeentebelangen Purmerend enkele vragen aan het college van B&W. Vraag 1: "We betrekken Purmerenders die ondervertegenwoordigd zijn in participatietrajecten actief bij plannen en initiatieven". Welke Purmerenders zijn ondervertegenwoordigd in participatietrajecten en met welke middelen gaat het college deze ondervertegenwoordigde groepen proberen nu wél te bereiken? Antwoord 1: Purmerend probeert alle groepen te betrekken, maar alles is maatwerk. Zo vraagt het een andere aanpak voor bijvoorbeeld ouderen, die wellicht minder op het internet of op sociale media zitten . Maar ook kunt u denken aan mensen met een (lichamelijke) beperking. Via onze partners in de stad proberen wij deze mensen ook te bereiken. Een recent voorbeeld van hoe ondervertegenwoordigde groepen zijn betrokken bij gemeentelijke ontwikkelingen is de swipocratie voor de visie op de binnenstad. Op deze manier zijn jongeren benaderd en gevraagd mee te denken over de toekomst van de binnenstad. Jongeren zijn over het algemeen ondervertegenwoordigd in participatietrajecten.

Via dit soort middelen die goed aansluiten bij de behoeften van bepaalde groepen proberen we de deelname te verhogen.

Vraag 2: Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende participatieniveaus: samenwerken, adviseren, raadplegen en informeren. Kan het college voor ieder van deze niveaus een casus uit het verleden aanwijzen die bij het betreffende participatieniveau past? Antwoord 2: Samenwerken met inwoners doen we vooral op onderdelen van de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan de keuze voor beplanting of speeltoestellen of een bewonersinitiatief zoals het bankje in de Harkstraat waar we samen met bewoners de verkeersoverlast hebben aangepakt. Adviseren passen we bijvoorbeeld toe bij het vervangen van de riolering en de herinrichting van straten zoals in de Julianastraat. Bewoners kennen hun eigen wijk natuurlijk als geen ander. Binnen de kaders (van bijvoorbeeld tijd en budget) kunnen bewoners adviseren welke aanpassingen goed zouden werken of passen bij hun in de straat. Denk bijvoorbeeld aan de lantaarnpalen in historische stijl in de Julianastraat en de herinrichting van parkeerplekken bij het vervangen van de riolering. Het advies van bewoners wordt eerst getoetst door de intern deskundigen. Daarna leggen wij voor aan uw raad met het advies om de stem van de bewoners zwaar mee te laten wegen. Raadplegen passen we het meeste toe. Dan geven de bewoners, maar ook ondernemers en maatschappelijke partners input. Denk bijvoorbeeld aan de participatie voor de visie op de binnenstad.

Daar heeft de hele stad ideeën en suggesties kunnen aandragen voor een verbetering van het centrumgebied. Een ander voorbeeld is de realisatie van de tijdelijke woningen aan de Waterlandlaan 252 of het opstellen van bijvoorbeeld de nieuwe economische visie. De raad of het college (afhankelijk van het mandaat) maakt op basis van de opgehaalde input de uiteindelijke keuze. Informeren doen we bij onderwerpen waar geen keuzes in te maken zijn. Denk aan het onderhoud van wegen en bruggen of waarbij een bepaalde opdracht geldt van het Rijk of de wetgeving die uitgevoerd moet worden volgens bepaalde richtlijnen zoals de opvang van Oekraïense vluchtelingen.

Vraag 3: "We schatten in dat het verplicht stellen van verplichte participatie weinig meerwaarde zal hebben, omdat de Omgevingswet al voldoende rechtsmiddelen biedt om ervoor te zorgen dat initiatiefnemers participeren". Welke rechtsmiddelen zijn dit? Is het niet zo dat aanvragen van omgevingsvergunningen voor een BOPA alleen buiten behandeling gelaten mogen worden als de gemeenteraad participatie voor een bepaald initiatief verplicht heeft gesteld? Antwoord 3: Kortheidshalve verwijzen we u voor de rechtsmiddelen naar onderstaande afbeelding uit de presentatie over de participatieverplichting van 11 april jl. Dit is een schematische weergave van het ‘spiekbriefje participatie’ van de VNG. Als een initiatiefnemer onvoldoende (geen voldoende inzicht in de belangen van belanghebbenden) aan participatie heeft gedaan, dan heeft de gemeente drie mogelijkheden (weergegeven in de oranje bollen in bovenstaande figuur): 1. Het bevoegd gezag verzoekt de initiatiefnemer om belangen bij derden op te halen (en de initiatiefnemer haalt de belangen op) 2. Het bevoegd gezag zoekt zelf contact met derden om belangen op te halen. 3. Het bevoegd gezag start een zienswijzenprocedure en verlengt de beslistermijn met zes weken.

Het klopt dat aanvragen alleen buiten behandeling kunnen worden gelaten als er een participatieverplichting is ingesteld en de aanvraagvereiste participatie door een initiatiefnemer wordt ingevuld met een ‘nee’. Als deze situatie zich voordoet en er wel participatie nodig is gezien de aard van een initiatief, dan behouden we de bovenstaande wettelijke mogelijkheden om alsnog te sturen op participatie. Daarnaast is het doel van participatie om belangen inzichtelijk te maken en te kunnen gebruiken bij het opstellen van het besluit op de aanvraag. Dat is ook mogelijk met bovenstaande wettelijke mogelijkheden. In de praktijk is daarom de verwachting dat deze ‘extra’ grond om een aanvraag buiten behandeling te stellen weinig toevoegt. Vraag 4: "Als participatie onvoldoende inzicht geeft in de belangen terwijl dit wel nodig is voor het besluit, dan kan de gemeente verzoeken om alsnog aan participatie te doen". In welk stadium van de ontwikkeling wordt besloten of de participatie voldoende inzicht heeft geboden in de verschillende belangen? Antwoord 4: Formeel vindt deze beslissing plaats nadat er een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ontvangen. Dan pas wordt duidelijk of de initiatiefnemer de ‘aanvraagvereiste participatie’ heeft ingevuld met een ‘ja’ en bewijzen van participatie heeft bijgevoegd – of met een ‘nee’.

De resultaten van de participatie worden gebruikt bij het opstellen van het besluit – en als dit onvoldoende inzicht in de belangen van derden geeft terwijl dit wel nodig is, dan kan er in deze fase gebruik worden gemaakt van bovenstaande wettelijke mogelijkheden. In de praktijk worden initiatieven nog voor de aanvraag voor de omgevingsvergunning besproken

tijdens het vooroverleg. Tijdens het vooroverleg wordt ook participatie hier met de initiatiefnemer besproken: waar denkt de initiatiefnemer aan en wat zou geschikte participatie zijn voor deze ontwikkeling? We leggen daarmee voor participatie een nadruk op het faciliteren en stimuleren in het voortraject.

Vraag 5:

Antwoord 5:

Vraag 6:

Antwoord 6:

Vraag 7:

Antwoord 7:

Vraag 8:

Antwoord 8:

Vraag 9:

Antwoord 9:

Vraag 10:

Antwoord 10:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11502026/1