CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20220406 Beantwoording P. Zwart - Vervolgvragen Toegankelijkheid binnenstad voor het AOV

Gecombineerde commissievergadering 14 april 2022, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bespreeknotitie GroenLinks Toegankelijkheid831 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen d.d. 30-03-2022 van GroenLinks Opsteller: P. Zwart Onderwerp: Vervolgvragen Toegankelijkheid binnenstad voor het aanvullend openbaar vervoer Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: ? Inleiding: Het college heeft onze technische vragen d.d. 2 maart 2022 uitvoerig beantwoord. Niettemin missen wij in de antwoorden de essentie waar het bij dit vraagstuk om gaat: wat ten grondslag heeft gelegen aan de afweging om – terwijl er tal van uitzonderingen bestaan – het aanvullend openbaar vervoer niet toe te laten tot de voetgangerszone in de binnenstad. Het bijgeleverde verkeersbesluit gaat over het afsluiten van de voetgangerszone voor fietsers, en heeft geen relatie tot het door ons geagendeerde onderwerp m.b.t. het aanvullend openbaar vervoer. Daarom de volgende vervolgvragen:

Vraag 1: Kunt u ons het oorspronkelijke verkeersbesluit verstrekken waarbij de voetgangerszone in de binnenstad is ingesteld, opdat wij uit de overwegingen bij dat besluit kunnen opmaken waarom de gemeenteraad “om moverende redenen”, zoals in het Memo toegankelijkheid van 19 januari 2022 is gesteld, destijds geen uitzondering heeft willen maken voor het aanvullend openbaar vervoer? Antwoord 1: In de bijlage is het verkeersbesluit uit juli 1978 opgenomen. het is echter niet aan de orde dat er voor het aanvullend openbaar vervoer (AOV) geen uitzonderingen worden gemaakt. Er kan, ook aan dienstverleners van het AOV, op grond van medische noodzaak ontheffing worden verleend.

Vraag 2: Het college is bevoegd ontheffingen te verlenen van het verbod de voetgangerszone in- en uit te rijden. Deze ontheffingen worden, zo blijkt uit de beantwoording van onze technische vragen, verleend o.a. om “medische noodzaak” en “ten behoeve van het ophalen en afzetten van een persoon die slecht ter been is en een reguliere voorstelling in het theater De Purmaryn wil bezoeken”. Waarom is de ontheffing beperkt tot bezoek aan een reguliere voorstelling? Wat betekent dit voor de toegankelijkheid tot bijzondere voorstellingen? Wat is de relatie met de in antwoord 2 op onze eerdere vragen, onder punt 11 genoemde ontheffingsmogelijkheid?

Antwoord 2: De ontheffing is niet beperkt tot alleen de reguliere voorstellingen; het betreft alle voorstellingen. In enkele ontheffingen staat deze term “reguliere voorstelling” wel opgenomen; bij eerstvolgende wijziging (ontheffingen worden voor jaar afgegeven) zal dit aangepast worden naar “voorstellingen.” In het antwoord op vraag 2 van uw eerder gestelde vragen waarin een opsomming wordt gegeven op

gronden waarvan ontheffingen worden verleend zijn de beschrijvingen bij i en j niets anders dan een verdere specificatie van de term Medische noodzaak bij d. De term Medische noodzaak wordt ruim toegepast en per ontheffing beoordeeld c.q. ingekaderd (maatwerk). De beschrijvingen bij i. en j. zijn voorbeelden van omschrijvingen die in een afgegeven ontheffing zijn opgenomen.

Vraag 3: In antwoord 3 wordt bevestigd dat een uitzondering wordt gemaakt voor kerkgangers (bezoek aan de diensten in de Nicolaaskerk op de Kaasmarkt). Deze bestemming komt echter niet voor in de lijst van uitzonderingen in antwoord 2 op onze eerdere vragen. Door wie, en op grond waarvan, is bepaald dat deze uitzondering bestaat, en hoe is dit formeel geregeld? Uit de beantwoording blijkt dat een ontheffing is vereist, maar is deze daadwerkelijk verleend, en aan wie?

Antwoord 3: De uitzondering is niet gemaakt voor specifiek kerkgangers. Wanneer mensen niet goed ter been zijn en ongeacht ze een bezoek aan de kerk willen brengen of een andere locatie in het betreffende gebied kan op grond van medische noodzaak een ontheffing worden verleend. Ten behoeve van huwelijken en uitvaarten (rouw en trouw) worden ontheffingen verleend voor bezoek aan de kerk. Voor beide situaties kan formeel een aanvraag worden ingediend voor ontheffing.

Vraag 4: Uit de beantwoording blijkt dat bij het verlenen van ontheffingen t.b.v. mensen met een beperking vooral de aandacht is uitgegaan naar mensen die slecht ter been zijn. Deze mensen vormen inderdaad een categorie gebruikers van het aanvullend openbaar vervoer, maar het aanvullend openbaar vervoer bedient een veel bredere groep gebruikers, zoals bijvoorbeeld mensen met een visuele handicap, die zich ook niet zelfstandig vanaf de rand van het voetgangersgebied naar hun bestemming binnen de voetgangerszone kunnen begeven. Daarom is het aanvullend openbaar vervoer opgezet als een van-deur-tot-deur vervoer. Ook personen met andersoortige beperkingen zijn aangewezen op van-deur-tot-deur vervoer, hetgeen in de binnenstad naar slechts een enkele bestemming mogelijk is. In hoeverre is het college door het in vraag 1 bedoelde verkeersbesluit gebonden aan de lijst door haar vastgestelde ontheffingsgronden, zoals die zijn genoemd in het antwoord 2 op onze eerdere vragen, of heeft het college op zich beleidsvrijheid om deze lijst aan te passen?

Antwoord 4: Alle beperkingen die de cliënten van het aanvullend openbaar vervoer hebben vallen onder de eerder onder d. opgenomen Medische noodzaak. Hiermee is dit niet beperkt tot mensen die slecht ter been zijn, maar ook andere categorieën zoals bv. visuele of geestelijke beperking en komen dan ook in aanmerking voor een ontheffing op grond van medische noodzaak.

Vraag 5:

Antwoord 5:

Vraag 6:

Antwoord 6:

Vraag 7:

Antwoord 7:

Vraag 8:

Antwoord 8:

Vraag 9:

Antwoord 9:

Vraag 10:

Antwoord 10:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11382565/1