20220405 Beantwoording A.W. Paarlberg - Bestemmingsplan Vredenburghweg Zuidoostbeemster
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 03-04-2022 van D66 Opsteller: A.W. Paarlberg Onderwerp: Bestemmingsplan Vredenburghweg Zuidoostbeemster Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 5 Inleiding: De gemeenteraad wordt gevraagd in te stemmen met het raadsvoorstel 'Bestemmingsplan Vredenburghweg'. Daarin wordt het mogelijk gemaakt om een drietal recreatiewoningen en een bedrijfsc.q. beheerderswoning te realiseren op het perceel aan de Vredenburghweg achter het Noorderpad 6 in Zuidoostbeemster. De fractie van D66 heeft hierover de volgende vragen: Vraag 1: Dit plan ligt in het Beemster Buitengebied. Elke bestemmingsplanwijziging in dit gebied moet worden getoetst aan de Beemster kernkwaliteiten. Heeft u de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit om advies gevraagd over dit plan? Zo ja, wat was de uitkomst hiervan? Zo nee, waarom niet? Antwoord 1: De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit geeft bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen advies wanneer een aanvraag omgevingsvergunning is ingediend. Thans ligt een bestemmingsplan voor en is er in dit geval (nog) geen sprake van een dergelijke aanvraag. Derhalve is de commissie niet gevraagd. Vraag 2: In het Managementplan 2022-2027 voor dit Werelderfgoed is te lezen dat de kernkwaliteiten (en daarmee de Werelderfgoedstatus) onder druk staan vanwege de blijvende vraag naar nieuwe woningen.
Wat is de gebruikelijke procedure voor het college om op objectieve wijze te toetsen of het voorliggende plan (en elk ander ontwikkelplan in het Buitengebied) voldoet aan de eis dat de Beemster kernkwaliteiten versterkt moeten worden of minimaal behouden blijven? Is deze procedure ook in dit geval gevolgd? Zo nee, waarom niet? Antwoord 2: Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan de instrumenten ‘Structuurvisie Beemstermaat’ en de ‘Beemster Omgevingsnota’, beiden 10 juli 2012 vastgesteld. Daarin zijn de kernkwaliteiten van de droogmakerij De Beemster beschreven die behouden en/of versterkt moeten worden. Een nieuwe plan in het landelijk gebied wordt tevens getoetst aan het provinciaal beleid. Voor onderhavige ontwikkeling is deze procedure gevolgd. Vraag 3: Dit plan ligt in het deelgebied 'Nekkerzoom' van het buitengebied. Voor dit gebied zou, omdat dit een bijzonder deel is van het buitengebied, een 'Masterplan Nekkerzoom' ontwikkeld worden (Structuurvisie 2012). Bestaat dit Masterplan ondertussen? Zo nee, waarom nog niet en wanneer kunnen we dit verwachten? Zo ja, hoe verhoudt voorliggend plan zich hiertoe?
Antwoord 3: Het klopt dat in de ‘Structuurvisie Beemstermaat’ staat vermeld dat voor dit gebied ten behoeve van een saneringsoperatie van glasopstanden wordt ingezet op de ontwikkeling van een zgn. masterplan.
Echter sinds 2012 is een concretisering van een dergelijke saneringsoperatie niet van de grond gekomen waardoor dit plan (nog) niet is ontwikkeld. Vraag 4: Een van de indieners van een zienswijze betoogt dat het lint langs het Noorderpad loopt en dat alleen daar – zo mogelijk – bebouwing is toegestaan. Indien de bebouwing wordt gericht op de Vredenburghweg, zou niet meer worden voldaan aan de regels van Des Beemsters. In hoeverre klopt deze stellingname?
Antwoord 4: Op het perceel is reeds een bouwvolume aanwezig. Deze wordt gesloopt voordat tot realisatie van deze ontwikkeling wordt overgegaan. Per saldo wordt niet meer bebouwing toegestaan, maar juist verminderd. De karakteristiek van het perceel in relatie met het Noorderpad als oorspronkelijk woonlint wordt onderschreven. Tevens wordt onderkend dat de strook langs de Vredenburghweg een recreatief volkstuinkarakter kent met bijpassende bebouwing. Bij het ontwerp van het perceel is rekening gehouden met deze karakteristiek, alsook de Beemstererfprincipes, waarbij wordt uitgegaan van verschillende zones, openheid en doorzichten. Door deze aanpak vormt deze ontwikkeling een meer logische overgang tussen de Vredenburghweg en het Noorderpad en wordt de omgevingskwaliteit verbeterd.
Vraag 5: Het plan biedt een vorm van verblijfsrecreatie die nog niet bestaat in de Beemster. Hoe verhoudt dit recreatiepark zich tot de ambitie en visie van de gemeente om de Beemster te ontwikkelen voor toerisme? Wil het college vergelijkbare ontwikkelplannen verder faciliteren?
Antwoord 5: Het perceel heeft reeds de bestemming ‘Recreatie’ waarin kleinschalige vormen van dag- en verblijfsrecreatie is toegestaan. Dit plan -in de vorm van kleinschalige verblijfsrecreatie past- zoals in de ‘Structuurvisie Beemstermaat’ staat beschreven, in door het gemeentebestuur gedragen visie om in te zetten op de doorontwikkeling van de toeristisch-recreatieve potentie van het werelderfgoed de droogmakerij De Beemster. Daarmee is het plan passend in het beleid om recreatie en toerisme binnen de Beemster te versterken. Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: