20220404 Beantwoording L.J.M. Schagen - Huisvestingsverordening Purmerend 2021 (overgangsrecht)
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 30-03-2022 van Stadspartij-Beemster Polder Partij Opsteller: L.J.M. Schagen Onderwerp: Huisvestingsverordening Purmerend 2021 (Overgangsrecht) Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: 8 Inleiding: In Beemster wordt veelvuldig ingewoond in grote woningen, boerderijen en (voormalige) agrarische opstallen. Hier is nooit enige registratie of plicht daartoe van toepassing geweest. Recent is het bestemmingsplan Buitengebied geactualiseerd en zijn daar in mogelijkheden opgenomen voor Ondergeschikt wonen (tot 2de graad). Ook dit laatste heeft geen verplichting in zich om dit te laten registeren of toestemming daarvoor te vragen, anders dan inschrijving op dit woonadres met instemming van de eigenaar.
Vraag 1: Hoe verhoudt deze aanpassing zich juridisch tot het Ondergeschikt wonen zoals in bestemmingsplan Buitengebied Beemster is opgenomen? Antwoord 1: Ondergeschikt wonen zoals bedoeld in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021' (verder: bestemmingsplan Buitengebied Beemster) betreft de situatie waarbij één huishouden van familie tot de tweede graad of van de bedrijfsopvolger inwoont in het hoofdgebouw, dan wel in een bestaand, al dan niet vrijstaand, bedrijfsgebouw of bijgebouw. Hierbij is geen sprake van omzetting dan wel woningvorming in de zin van de Huisvestingsverordening Purmerend 2021 (verder: huisvestingsverordening); voorheen niet en ook niet na inwerkingtreding van de Huisvestingverordening of het nu voorgestelde overgangsrecht. Bij ondergeschikt wonen wordt het hoofdgebouw niet verbouwd van één naar meer (zelfstandige) woonruimten; een woningvormingsvergunning is dus niet vereist. Voor het om- of verbouwen van agrarische opstallen, bijgebouwen of bedrijfsgebouwen, is evenmin een woningvormingsvergunning vereist omdat deze gebouwen geen woonruimten zijn in de zin van de Huisvestingsverordening. Er is in de situatie van ondergeschikt wonen in het hoofdgebouw ook geen sprake van omzetting van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimten (kamers) ten behoeve van verhuur; de eigenaar blijft daar immers ook wonen.
De zelfstandige woning blijft dus als zodanig intact. Een omzettingsvergunning is dus ook niet vereist. Vraag 2: Zijn eigenaar/bewoners die ondergeschikt wonen verplicht volgens deze huisvestingsverordening dit nu op basis van een vergunning te laten plaatsvinden? Antwoord 2: Nee; zie het antwoord op vraag 1; de Huisvestingsverordening is niet van toepassing op Ondergeschikt wonen in de zin van het bestemmingsplan Buitengebied Beemster. Op basis van het bestemmingsplan Buitengebied Beemster is echter wél een omgevingsvergunning voor Ondergeschikt wonen vereist. Vraag 3: Zijn deze vergunningen in geval van ondergeschikt wonen daarmee ook persoonsgebonden (niet overdraagbaar) en daarmee tijdelijk zolang dezelfde persoon gebruik maakt van wonen op dat
woonadres?
Antwoord 3: Zie het antwoord op vraag 1; de Huisvestingsverordening is niet van toepassing op Ondergeschikt wonen in de zin van het bestemmingsplan Buitengebied Beemster. Vraag 4: Er is bij ondergeschikt wonen geen sprake van een nieuw woonadres. Waartoe zou dan zo’n vergunning dienen als op basis van de aangepaste huisvestingsverordening sprake is van vergunning plichtig? Antwoord 4: Zie ook hiervoor het antwoord op vraag 1; de Huisvestingsverordening is niet van toepassing op Ondergeschikt wonen in de zin van het bestemmingsplan Buitengebied Beemster. Vraag 5: Kan het zijn dat door dit overgangsrecht en deze verordening de woonsituaties zoals boven beschreven die voorheen rechtmatig was, ongedaan wordt gemaakt?
Antwoord 5: Het voorgestelde overgangsrecht zorgt er juist voor dat eigenaren in de gelegenheid gesteld worden een situatie die door de nieuwe huisvestingsverordening onrechtmatig is geworden alsnog te legaliseren. Maar zoals is opgemerkt bij vraag 1 is de Huisvestingsverordening en dus ook het overgangsrecht niet van toepassing op Ondergeschikt wonen in de zin van het bestemmingsplan Buitengebied Beemster. Vraag 6: Is met het van toepassing zijn van de nieuwe huisvestingsverordening aangevuld nu met overgangsrecht sprake van harmonisatie tussen voormalige gemeente Purmerend en Beemster? Antwoord 6: De Huisvestingsverordeningen van de voormalige gemeente Beemster en de gemeente Purmerend zijn al vóór datum fusie geharmoniseerd (in oktober 2021) en de nieuwe gemeenteraad heeft op 3 januari jl. met een verzamelbesluit de Huisvestingsverordening 2021 van Beemster vervallen verklaard en de Huisvestingsverordening Purmerend 2021 voor het gehele grondgebied van de nieuwe gemeente Purmerend geldend verklaard. Vraag 7: Burgers nemen hoegenaamd geen kennis van dit besluit mede omdat dit nooit een onderwerp van belang is geweest. Zij zullen dan ook bij de huidige wijze van communiceren over dit onderwerp de fatale datum van 1 oktober 2022 laten passeren, waardoor zij in een volslagen andere juridische situatie terecht zijn gekomen zonder dit te kunnen beseffen.
Omdat dit onderwerp in Beemster ook na herhaalde verzoeken van een partij (wonen in bijgebouwen) om tot registratie over te gaan van alle woonsituaties (mede i.v.m. adequaat optreden bij brand) nooit tot beleid heeft geleid, zal er daartoe een hardheidsclausule ingebouwd moeten worden om te voorkomen dat de gemeente nalatig is geweest t.a.v. registratieplicht van mede bewoning? Antwoord 7: Zie ook hiervoor het antwoord op vraag 1. Er is bij Ondergeschikt wonen zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Beemster geen sprake van handelen in strijd met de Huisvestingverordening. Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: