20220209 Beantwoording N.C.M. de Lange - BP Oostdijk 20, Zuidoostbeemster
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 03-02-2022 van Stadspartij-Beemster Polder Partij Opsteller: N.C.M. de Lange Onderwerp: Agendapunt commissie Ruimte Bestemmingsplan Oostdijk 20 Zaak nummer 1561785 Commissie/raad: Ruimte Geagendeerd: ja Agendapunt: Denk 7 (staat niet in agenda) Inleiding: Bijlage 2a Art. 3.1.2 pag. 8 Besluit RO en "Ladder voor duurzame verstedelijking" waar wordt vermeld dat wordt voldaan aan genoemde ladder. Vraag 1: Is deze "ladder" niet uitsluitend van toepassing op stedelijk gebied waar het onderhavige zich bevind in het Buitengebied ?(Bestemmingsplan 2021) Antwoord 1: Nee, de Ladder Duurzame Verstedelijking is zeker ook van toepassing op het landelijke gebied. De bedoeling van de Ladder is kort gezegd juist dat het landelijke gebied vrij wordt gehouden van nieuwe stedelijke ontwikkelingen als die ook in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kunnen worden. De Ladder verplicht gemeenten om bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen eerst te kijken of er behoefte aan de ontwikkeling is en dan om te bezien of, als het buiten stedelijk gebied gepland is, er geen plaats voor de ontwikkeling binnen stedelijk gebied is. In dit geval hoeft er echter geen Laddertoets gedaan te worden. Er is immers pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij projecten vanaf twaalf woningen. Daar is hier geen sprake van.
Vraag 2: Bijlage 2b Boekje Oostdijk 20: Op de verbeelding/ foto impressie wordt het bijgebouw naast het hoofdgebouw geprojecteerd als optie 1 en een gebouw van gelijke orde als optie 2 achter het hoofdgebouw (niet op foto's). Optie 1 is voorgesteld als vergunningsvrij dus max nokhoogte 5 meter toegestaan. Welke optie maakt deel uit van het voorliggende plan? Antwoord 2: Vooralsnog wordt er geen bijgebouw gerealiseerd. Bij de aanvraag omgevingsvergunning is deze ook niet opgenomen. Ok op pagina 7 van de toelichting komt het bijgebouw niet meer voor op de tekening die hier is afgebeeld. In het bestemmingsplan wordt wel de mogelijkheid voor een bijgebouw gecreëerd, zoals dat overal in het buitengebied bij woningen mogelijk wordt gemaakt. Het boekje dat als bijlage 1 bij de toelichting is gevoegd, hoorde bij het principeverzoek dat initiatiefnemer voorafgaand aan het bestemmingsplantraject heeft ingediend. Hierin werd aangegeven hoe initiatiefnemer het plan voor zich zag, nog ongeacht of het planologisch mogelijk was. Toen was er nog wel sprake van twee opties voor een bijgebouw, maar in het formele traject is hiervan afgezien. Vraag 3: Hoe verhoud de gevraagde/ voorgestelde 60 M2 zich t.o.v. de toegestane max 48 M2 in het buitengebied bij een woonbestemming? Antwoord 3: In het principeverzoek was sprake van erfbebouwing van 60m2, terwijl de grens voor erfbebouwing
destijds inderdaad 48m2 was. In de huidige plannen zit geen erfbebouwing, terwijl het nu voorliggende bestemmingsplan die grens van 48m2 vasthoudt. Overigens heeft de gemeenteraad van Beemster bij de vaststelling van het nieuwe, algehele bestemmingsplan voor het buitengebied de maximummaat voor erfbebouwing opgerekt. Met een bebouwingsgebied van circa 2.400 m2 (zoals hier aan de orde) kan er op grond van het nieuwe bestemmingsplan buitengebied tot 150 m2 worden gebouwd. Mocht initiatiefnemer in de toekomst toch erfbebouwing willen plaatsen met een grotere maat dan 48 m2, dan kan daar eenvoudig van afgeweken worden, op grond van de gewijzigde maximumoppervlaktemaat van het nieuwe bestemmingsplan voor het buitengebied. Een mogelijkheid is ook, dat uw raad het maximum via een amendement ophoogt en daarmee gelijktrekt met het algemene bestemmingsplan buitengebied.
Vraag 4:
Antwoord 4:
Vraag 5:
Antwoord 5:
Vraag 6:
Antwoord 6:
Vraag 7:
Antwoord 7:
Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: