20220208 Beantwoording A.W. Paarlberg-Nieuwe Rekenkamer
Tekst van het document
Technische vragen aan het presidium
Fractie
D66
Opsteller
A.W. Paarlberg
Commissie/raad
10 februari 2022
Onderwerp:
Nieuwe Rekenkamer
Geagendeerd
Ja
Agendapunt
Nr. 8
Datum vraag
6 februari 2022
Inleiding: De gemeenteraad wordt in de raadsvoorstel van 25 januari 2022 gevraagd onder andere in te stemmen met de verordening rekenkamer Purmerend 2022. Over de inhoud van de voorgestelde verordening heeft de fractie van D66 de volgende vragen:
Vragen: 1. In artikel 1, lid a en b, wordt de onverenigbaarheid van raadslid versus voorzitter of lid van de rekenkamer vastgelegd. In de geest van de aankomende Wet Versterking Decentrale Rekenkamers is deze onverenigbaarheid ook van toepassing op raadscommissieleden. Worden zij ook bedoeld waar nu ‘raadslid’ staat? Zo nee, waarom niet? Antwoord:
Zowel raadsleden als commissieleden mogen geen lid zijn van een rekenkamer. In artikel 81f van de Gemeentewet wordt beschreven welke functies onverenigbaar zijn met het lidmaatschap van een gemeentelijke rekenkamer. De verwachting is niet dat dit wetsartikel na de wetswijziging Wet Versterking Decentrale Rekenkamers zal gaan veranderen. Onder lid o staat in dit artikel de onverenigbaarheid benoemt met het lidmaatschap van een commissie van de gemeente. Ook raadscommissieleden mogen dus geen lid zijn van een rekenkamer: Artikel 81f Gemeentewet: Een lid van de rekenkamer is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; Voor een tijdig antwoord, vragen uiterlijk de donderdag in de week voorafgaand de betreffende vergadering sturen naar het e-mailadres van de griffie: griffie@purmerend.nl. Vragen over niet-geagendeerde onderwerpen worden binnen drie weken beantwoord.
f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; h. gedeputeerde van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; i. secretaris van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; j. griffier van de provincie waarin de gemeente waar hij lid van de rekenkamer is, is gelegen; k. lid van de raad; l. burgemeester van de betrokken gemeente; m. wethouder van de betrokken gemeente; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. lid van een commissie van de betrokken gemeente; p. ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde daaraan ondergeschikt; q. ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; r. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een lid van de rekenkamer tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht. 2.
In artikel 5.2 wordt de taak van de vicevoorzitter beschreven. De verordening beschrijft echter niet hoe of door wie de vicevoorzitter benoemd wordt. Kunt u toelichten hoe de benoeming van de vicevoorzitter op grond van deze verordening plaatsvindt? Antwoord:
In de afgelopen periode werd de vice-voorzitter benoemd door de leden van de rekenkamercommissie zelf. Tenzij de raad zou besluiten de verordening op dit punt te amenderen c.q. aan te vullen, wordt dit ook de nieuwe werkwijze voor de rekenkamer. 3. Hoe voorziet de verordening nu in de verantwoording die de Rekenkamer aflegt aan de raad, bijvoorbeeld over het aantal onderzoeken dat wordt uitgevoerd? Antwoord:
De rekenkamercommissie heeft hierover in de afgelopen jaren via het Jaarplan en Jaarverslag jaarlijks verantwoording over afgelegd. In de nieuwe verordening zijn de artikelen op dit punt ongewijzigd gebleven (artikel 11 lid 2). Die verantwoording gaat ook over het aantal uitgevoerde onderzoeken.