20220201 Beantwoording C. Brocken - Vervolgvragen herijking Werkom
Tekst van het document
Technische vragen d.d. 25-01-2022 van GroenLinks Opsteller: C. Brocken-Swart Onderwerp: Vervolgvragen herijking Werkom. Commissie/raad: Maatschappelijk Geagendeerd: 10 februari 2022 Agendapunt: 7 Inleiding: GroenLinks heeft kennis genomen van de beantwoording van onze technische vragen van 14 december 2021, waarvoor nogmaals dank. De fractie van GroenLinks heeft na de informatie verkregen bij de bijeenkomst “Participatiebeleid” d.d. 12 januari en n.a.v. de gezamenlijke raadsledenbijeenkomst van woensdag 19 januari jl. nog de volgende aanvullende vragen: Vraag 1: We stellen het op prijs meer inzicht te hebben over de samenstelling van de doelgroep “klassieke bijstandsgerechtigden”. a. Kunt u aangeven hoe de verdeling is van de groep klassieke bijstandsgerechtigden over de verschillende leeftijdsgroepen? b. Hoe is de verdeling qua opleidingsniveau? c. En voor welk deel van deze groep speelt cultuurkloof en taalachterstand een rol? Antwoord 1: 1a Werkom werkt voor gemeente Zaanstad en Purmerend. In de trajecten van Werkom is de volgende samenstelling te zien t.a.v. de leeftijden: • Onder 27: 9% Let op, dit cijfer kan een vertekend beeld geven; Werkom begeleidt namelijk wél de jongeren van gemeente Purmerend, maar niet de jongeren van Zaanstad. Dit % gaat dus alléén over de jongeren vanuit Purmerend die bij Werkom begeleid worden.
• 27-40: 39% • 41-55: 35% • 55-67: 17% 1b Dit wordt alléén geregistreerd wanneer dit voor het traject noodzakelijk is. Onderstaande cijfers zijn daarom niet compleet, maar worden vanwege de transparantie toch verschaft: • 63% Is onbekend in registratie • 8% Basisschool of Praktijkonderwijs • 9% Voortgezet onderwijs: VMBO/HAVO/ VWO • 14% MBO • 5% HBO • 1% Universitair Het opleidingsniveau speelt een rol, maar veelal is dit niet de reden waarom het tot op heden niet gelukt is. Dit zijn toch meer het nog niet op “niveau van de arbeidsmarkt hebben” van competenties als flexibiliteit, motivatie of vaardigheden zoals taal en vakvaardigheden. Daarnaast zijn de persoonlijke omstandigheden van cruciaal belang, denk hierbij aan sociale omgeving op orde, kinderopvang, schuldenproblematiek etc.
1c Tussen de 40 en 50% heeft een anderstalige achtergrond, waarbij dit meespeelt. Dat wil niet zeggen dat ze allemaal taalproblemen hebben. Vraag 2: We hebben een paar vervolgvragen over de leerwerktrajecten/werkervaringsplaatsen: a. Geldt voor de gehele doelgroep uit de leerwerk- trajecten, dat ze niet jobready zijn en hoe wordt dat bepaald? b. Is het met het huidige overschot aan vacatures wel nodig dat werkgevers hiervan gebruik kunnen maken? Zou het niet terecht zijn als ze een baan met een proeftijd aanbieden tegen het minimumloon? c. Wat valt er te melden over de duur van het leer- werktraject in relatie tot de garantie van succes in het vinden van een plek op de reguliere arbeidsmarkt, oftewel het omzetten naar een vaste baan? Antwoord 2: 2a In feite geldt voor de mensen uit de Participatiewet die bij Werkom aangemeld zijn, dat zij nog iets nodig hebben om aan het werk te komen en dus nog niet geheel “jobready” zijn. De één meer dan de ander. Om erachter te komen wat iemand kan, kunnen verschillende instrumenten worden gebruikt. Dit kan binnen Werkom via “Werkinzicht”, trainingen, opleidingen, individuele begeleiding of bijvoorbeeld een werkleertraject. Daarnaast brengt Werkom het perspectief van de kandidaat in beeld met behulp van de Dariuz-methode. Ook belangrijk is dat een kandidaat een bepaalde periode gevolgd kan worden op de werkvloer.
2b Een werkleertraject kan binnen Werkom worden ingezet. Dit gebeurt als iemand nog niet jobready is. Het gaat dan vaak om het vergroten van competenties zoals motivatie, leervermogen, zelfstandigheid etc. Een werkleertraject kan ook extern worden ingezet bij een werkgever. Bij de werkgever draait het dan meestal om het aanleren van praktische vaardigheden. Werkom is terughoudend met het bieden van werkervaringsplaatsen bij werkgevers met behoud van uitkering. Werkom zet deze alleen in als dit noodzakelijk is vanuit de leerdoelen die iemand heeft en er een baangarantie aan vast zit. Het streven is dat mensen zo snel mogelijk loon ontvangen. 2c Een werkleertraject voor kandidaten die inhoudelijk net dat extra stapje nodig hebben, draagt bij aan het verhogen van de kansen op de arbeidsmarkt. Het gaat juist hierbij om een kwetsbare doelgroep die langer nodig heeft om competenties en vaardigheden te ontwikkelen. Het is echter zo dat er veel meer factoren meespelen in de kans op succes en het vinden van een vaste baan. Vraag 3: Met betrekking tot de financiële onderbouwing: Op welke manier leveren leerwerktrajecten en werkervaringsplaatsen een positieve financiële bijdrage voor Werkom? Antwoord 3:
Deze leveren geen positieve financiële bijdrage op voor Werkom.
Vraag 4: Antwoord 4:
Technische vragen 14 december 2021 en beantwoording: zie volgende bladzijde.
Technische vragen d.d. 14-12-2021 van GroenLinks Opsteller: C. Brocken-Swart Onderwerp: Herijking van Werkom. Commissie/raad: Geagendeerd: nee Agendapunt: Inleiding: GroenLinks heeft kennis genomen van de raadsinformatiebrief over de herijking van Werkom d.d. 23 november 2021 (1559346). Wij hebben ook de reacties gezien in het Noord-Hollands Dagblad regio Waterland van 2 december 2021: “Werkom krijgt meer ruimte, maar ook wat beperkingen” en van 4 december 2021: “FNV vraagt foute speelruimte voor Werkom te blokkeren”. GroenLinks is voorstander om dit onderwerp opiniërend te bespreken, maar heeft alvast de volgende vragen: Vraag 1: In de inleidende brief van het college staat: “Werkgevers stellen andere eisen aan vaardigheden van kandidaten”. Welke andere eisen, graag een toelichting? Antwoord 1: Werkgevers waren voor de corona recessie een beweging aan het maken om de eisen te versoepelen doordat er krapte was op de arbeidsmarkt. Tijdens corona is er ruimte op de arbeidsmarkt ontstaan waardoor de beweging helaas weer terug bij de basis was. Hierdoor is het moeilijker voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt om aan te passen aan de eisen van de werkgevers. Denk daarbij aan hele dagen werken, contracten van 40 uur, taal op niveau. Dit zien we vooral in de bouw, zorg en techniek.
Vraag 2: Wij maken op uit de raadsbrief dat de samenwerking met werkgevers voor een inclusieve arbeidsmarkt niet erg vlot lijkt te verlopen. Wat is de inzet van Werkom om die samenwerking te verbeteren?
Antwoord 2: Deze samenwerking kost tijd, maar we zien steeds meer voorbeelden waar het goed gaat. Zo heeft Werkom het afgelopen jaar werkleertrajecten opgezet met diverse werkgevers, bijvoorbeeld in de techniek, ICT en post. Dit betreft een samenwerkingsverband tussen Werkom en de ondernemer waarbij een kandidaat ervaring kan opdoen, nieuwe vaardigheden kan leren en zodoende de stap naar werk kan verkleinen. Eén van de trajecten betreft een samenwerking met Post NL waarbij kandidaten een tijdelijke ontwikkelbaan hebben bij Post NL en daar salaris voor ontvangen. Vraag 3: Een van de doelgroepen zijn statushouders. Er staat: “Statushouders komen moeizaam aan het werk vanwege de cultuurkloof en taalachterstand” a. In hoeverre wordt bij de statushouders rekening gehouden met opleiding en ervaring opgedaan in het land van herkomst? b. Welke kansen ziet u voor Werkom om met name hoogopgeleide statushouders in een versneld traject naar een passende baan te begeleiden? Dat zou vooral gelden voor sectoren met veel vacatures, zoals gezondheidszorg en techniek.
Antwoord 3: a. Er wordt altijd gekeken naar wat iemand met zijn/haar diploma en ervaring kan in Nederland. Maar bijna altijd is bijscholing nodig. b. Mensen die bij Werkom moeilijk aan een baan komen zijn meestal niet hoog opgeleid. Mensen die moeizaam verder komen hebben moeite met de taal en het gebrek aan werknemersvaardigheden. Voor mensen die dat kunnen zijn trajecten mogelijk richting zorg en techniek. Met name techniek spreekt veel statushouders aan. Werkom heeft daarvoor ook trajecten. Binnen Werkom is een taaldocent werkzaam die wordt ingezet om de taal te verbeteren. We zien echter dat ook voor techniek en zorg de taal in praktijk toch een belemmering vormt. Vraag 4: Mensen die in aanmerking voor een ontwikkelbaan ontvangen ten minste het minimumloon. Voor uitkeringsgerechtigden, die naar een reguliere baan worden begeleid, geldt dat niet. Ze werken 6 maanden en volgens de plannen in de toekomst zelfs 12 maanden met behoud van uitkering. Hoe valt dat onderscheid te verklaren, vanwaar
het verschil in betaling? Antwoord 4: Een verlenging van een werkleertraject wordt alleen gedaan in specifieke gevallen. Namelijk wanneer iemand nog onvoldoende vaardigheden of scholing heeft voor een betaalde baan. In dat geval is deze persoon nog niet “jobready” en wordt er heel gericht begeleiding ingezet om te ontwikkelen. Zij kunnen nog niet het wettelijk minimumloon verdienen. De begeleiding zit op ontwikkeldoelen. Een ontwikkelbaan daarentegen is voor mensen die in principe “jobready” zijn, maar er nog geen match is met de arbeidsmarkt. Het bieden van een ontwikkelbaan biedt voor dan maatschappelijke meerwaarde. Het escalatierisico als mensen weer op de bank gaan zitten is groter. De aandacht gaat uit naar het opleveren van productie. De ontwikkeling schuit meer naar de achtergrond.
Vraag 5: Scenario 3 heeft begeleidingsruimte voor 1300 tot 1600 kandidaten, bij scenario 4 kunnen 2000 kandidaten worden begeleid. Betekent dat, dat een deel van de doelgroep bij scenario 3 buiten de boot valt? En zo ja, wie zijn dit? Antwoord 5: Op dit moment begeleidt Werkom ca. 1800 kandidaten. Maar in een normale situatie -gebaseerd op het verleden- gaan we uit van 1500. Wij verwachten daarom niet dat mensen buiten de boot zullen vallen. Mocht het zo zijn dat het aantal mensen met begeleidingsbehoefte hoger is dan 1600 dan kan de gemeente altijd in gesprek gaan met Werkom voor eventueel aanvullende maatregelen. Vraag 6: “Vanuit de participatiewet en de Wet Sociale Werkvoorziening hebben de gemeenten de wettelijke taak om passend werk te organiseren voor mensen met een indicatie en mensen te begeleiden naar werk (naar vermogen).” Alles lijkt er op gericht (regulier) werk te vinden. In hoeverre zijn hier kansen voor Werkom om maatwerk bieden, zoals ruimte geven voor een combinatie van werk met mantelzorg- en vrijwilligerstaken? Antwoord 6: Regulier werk is het hoogst haalbare maar niet voor iedereen mogelijk. Er zijn veel combinaties mogelijk in de praktijk. Werkom maakt gebruik van deze ruimte door maatwerk te bieden.
Vraag 7: “Het is cruciaal -in het belang van inwoners, werkgevers en Werkom- dat beide gemeenteraden straks een eenduidig besluit nemen” staat in de raadsbrief. Wat zijn consequenties als dat niet lukt?
Antwoord 7: De gevolgen zijn afhankelijk van de besluiten, dus niet direct te voorzien. Wel is het zo dat het tekort op de begroting altijd weer bij de gemeente terecht komt. Daarnaast verwachten we dat we terug moeten naar de tekentafel, want niet alleen vertraging oplevert maar ook onrust. Vraag 8:
Antwoord 8:
Vraag 9:
Antwoord 9:
Vraag 10:
Antwoord 10: