CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20210616 Beantwoording T.C. Roeleveld - Uitbreiding gebied Baanstee-Noord waarvoor geen 'verklaring van geen bedenkingen'

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Uitbreiding gebied op Baanstee-Noord waarvoor bij bestemmingsplanafwijking geen 'verklaring van geen bedenkingen' hoeft te worden aangevraagd672 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen d.d. 09-06-2021 van VVD Opsteller: T.C. Roeleveld Onderwerp: Uitbreiding gebied op Baanstee-Noord waarvoor bij bestemmingsplanafwijking geen 'verklaring van geen bedenkingen' hoeft te worden aangevraagd Commissie/raad: Stedelijke Ontwikkeling en Beheer Geagendeerd: ja Agendapunt: 9 Inleiding: De Baanstee Noord komt steeds meer in trek als vestigingsplaats voor ondernemers. Hierbij kunnen de regels die opgesteld zijn door de gemeenteraad en college ontwikkelingen in de weg staan. Het college stelt voor de gemeenteraad niet meer te vragen om een verklaring van geen bedenkingen bij toekomstige ontwikkelingen op een deel van de Baanstee-Noord. De invoering van de omgevingswet is opnieuw uitgesteld tot 1 januari 2022. In de nieuwe omgevingswet wordt de verklaring van geen bedenkingen vervangen door een verzwaard adviesrecht van de gemeenteraad als ontwikkelingen niet binnen de kaders van het omgevingsplan/bestemmingsplan passen. De VVD is door meerdere ondernemers uit Purmerend en omstreken benaderd die dringend op zoek zijn naar bedrijfsverzamelgebouwen. Eind 2019 is door het college besloten geen bedrijfsverzamelgebouwen meer toe te staan op de Baanstee Noord en begin 2020 heeft Hessing aangegeven zich niet op de Baanstee Noord te willen vestigen.

Vraag 1: Kan het college specificeren welke "binnenplanse beoordelingsregels" (zoals in de omgevingswet gedefinieerd) een reden kunnen vormen om de gemeenteraad om een "verzwaard advies" te vragen bij ontwikkelingen die niet binnen het omgevingsplan/bestemmingsplan passen? Antwoord 1: Hier valt op dit moment geen duidelijk antwoord op te geven. De binnenplanse beoordelingsregels waar de Omgevingswet het over heeft, zijn regels in het omgevingsplan die criteria bevatten voor de toelaatbaarheid van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. Als de aanvraag voldoet aan die beoordelingsregels, wordt de vergunning verleend. Er is nu nog geen aanvang gemaakt met het daadwerkelijk schrijven van een omgevingsplan, dus die beoordelingsregels zijn nog niet bekend. Ook de gevallen waarin de gemeenteraad het adviesrecht krijgt zijn nog niet bekend, die worden in een werkgroep voorbereid. Tijdens de informatiebijeenkomst die op 3 juni voor uw raad is gehouden over dit ontwerp, heeft u kunnen vernemen dat er op 22 juni a.s. een werkbijeenkomst over specifiek dit onderwerp met uw raad wordt georganiseerd. Dit is een mogelijkheid om als raad hierover zelf ideeën te vormen of in te brengen. Overigens is de invoering van de Omgevingswet uitgesteld tot 1 juli 2022, niet 1 januari 2022, zoals in de Inleiding van deze vragen staat.

Vraag 2: Ziet het college aanleiding om de beperkingen ten aanzien van bedrijfsverzamelgebouwen te verruimen om innovatieve samenwerkingsverbanden ruimte te geven op de Baanstee Noord? Waarom wel/niet? Antwoord 2: Het college ziet vanuit ruimtelijk economisch oogpunt geen aanleiding om het in 2019 genomen besluit om geen nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen meer toe te staan in Baanstee Noord te herzien. Nadrukkelijk ( regionaal en lokaal) uitgangspunt voor Baanstee Noord is het bieden van ruimte aan bedrijven om daarmee nieuwe werkgelegenheid toe te voegen. Waar in Baanstee Noord nog slechts enkele grote kavels (groter dan 3 hectare) beschikbaar zijn waarop bedrijven in milieucategorie 3.1 tot 4.1 mogelijk zijn en de vraag naar deze kavels concreet is, geeft het college aan deze vestigingen, die bovendien ook substantieel nieuwe werkgelegenheid bieden, de voorkeur. Vraag 3: In 2019 heeft het college aangegeven: ,,Een uitzondering wil het college - onder voorwaarden - maken als enkele bedrijven technisch, functioneel en organisatorisch met elkaar samen willen werken onder één dak’’ Welke technische, functionele en organisatorische voorwaarden gebruikt het college bij de beoordeling van uitzonderingen voor uitsluiting van bedrijfsverzamelgebouwen? Antwoord 3:

Het college vraagt van de initiatiefnemers om aan te tonen dat de op te richten bebouwing in de praktijk niet als bedrijfsverzamelgebouw door individuele gebruikers wordt benut. Daartoe dienen de te vestigen partijen aan te tonen dat zij in hun bedrijfsvoering technisch ( gezamenlijk gebruik van installaties en machines), organisatorisch ( gezamenlijke personeelspool) en functioneel ( gezamenlijke transportmiddelen en gezamenlijke opdrachten/opdrachtgevers) samen werken. Deze afspraken dienen schriftelijk door die partijen vastgelegd te zijn. Vraag 4:

Antwoord 4:

Vraag 5:

Antwoord 5:

Vraag 6:

Antwoord 6:

Vraag 7:

Antwoord 7:

Vraag 8:

Antwoord 8:

Vraag 9:

Antwoord 9:

Vraag 10:

Antwoord 10:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10280079/2