CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

20210204; Beantwoording V.O. Hagen - Integraal Huisvestingsplan Onderwijs

Gemeenteraad 18 februari 2021, gemeente PurmerendBij agendapunt: Vaststellen Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen d.d. 01-02-2021 van VVD Opsteller: V.O. Hagen Onderwerp: Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Commissie/raad: Samenleving Geagendeerd: ja Agendapunt: 6 Inleiding: De VVD Purmerend hecht waarde aan goed onderwijs, waar kinderen hun talenten kunnen ontplooien. Maar we zijn wel geschrokken van de enorme kosten die hiermee gemoeid zijn. We hebben daarom de volgende vragen: Vraag 1: Onze bekendheid met de ‘Beemster Compagnie constructie’ is matig. We hebben wel eens begrepen dat investeringen in openbare voorzieningen, zoals scholen, ook binnen deze constructie vallen en dat de kosten voor basisscholen op basis van deze afspraak niet alleen door de gemeente, maar ook door de ontwikkelende partij worden betaald. Kunt u ons uitleggen hoe zit precies werkt? Antwoord 1: De Beemster Compagnie is een publiek-private samenwerking tussen de gemeente Beemster en BPD ontwikkeling. Bij de totstandkoming van deze samenwerking in 2011 is een samenwerkingsovereenkomst (SOK) opgesteld waar alle afspraken in opgenomen zijn van de lopende grondexploitaties (De Keyser in Middenbeemster en De Nieuwe Tuinderij in Zuidoostbeemster). Dit betreft onder andere afspraken over een bijdragen aan bovenwijkse voorzieningen. Aangezien er op dat moment geen sprake was een nieuwe of tweede school, zijn hier geen afspraken over gemaakt.

Vanuit De Beemster Compagnie zal er dan ook geen financiële bijdrage worden geleverd voor de school die in het IHP is opgenomen in De Keyser. Indien het besluit genomen is over het realiseren van deze (tweede) school in De Keyser, zal er uiteraard wel gesproken moeten worden over de inbreng van de gronden die nodig zijn en de daarmee gepaarde opbrengstenderving in de grondexploitatie. Vraag 2: In het IHP wordt gezegd dat het belangrijk is dat de Waterlandschool snel op een andere locatie gebouwd wordt, zodat het vrijgekomen gebouw gebruikt kan worden als wissellocatie. Dat betekent dat investeringen snel gedaan moeten worden, die mogelijk niet (direct) nodig zijn. Hoeveel goedkoper is het gebruik van dit gebouw als wissellocatie ten opzichte van andere opties, zoals bijvoorbeeld het uitstellen van investeringen en dus later slopen en nieuwbouw doen? We zien hiervan graag een cijfermatige financiële onderbouwing. Antwoord 2: Ten aanzien van de Waterlandschool en het belang van snelheid spelen verschillende zaken: er was reeds een plan met bijbehorend investeringsbudget van € 982 duizend euro om de Waterlandschool uit te breiden. Wanneer je niet kiest voor snelle nieuwbouw dan heeft de school die uitbreiding nodig en zouden we dus fors investeren in een schoolgebouw dat aan het eind van zijn levensduur zit.

Daarnaast is verdere groei op de huidige locatie eigenlijk niet wenselijk gezien de ligging ingeklemd tussen woningen. Deze zaken op zichzelf vormen de voornaamste argumenten om de Waterlandschool snel op een andere locatie te herbouwen. Het gebouw zou daarna als wissellocatie kunnen fungeren voor De Delta, het Trifolium en De Ranonkel. Alle drie deze scholen zijn niet acuut aan nieuwbouw toe, maar over vijf tot tien jaar. Als hiervoor tijdelijke huisvesting gehuurd zou moeten worden dan schatten we de kosten daarvan in totaal op ca. € 1 miljoen (verdeeld over 4 tot 5 jaar). Het is niet goed mogelijk om dat te vergelijken met het financiële voordeel van het uitstellen van investeringen, want uitstellen leidt er enkel toe dat de uitgaven (met bouwkostenstijging) later in tijd worden gedaan, terwijl het huren van tijdelijke huisvesting leidt tot extra uitgaven. Het leidt uiteraard wel tot lagere lasten in het meerjarenperspectief. De ingebruikname van de nieuwe gebouwen van De Delta, het Trifolium en De Delta staan nu gepland in 2026, 2027 en 2028 (allemaal dus vallend binnen de 5 tot 10 jaar periode). Het is denkbaar dat dat met één tot twee jaar uitgesteld wordt, dan zou nog altijd het gebouw van de Waterlandschool kunnen worden gebruikt. Maar dat leidt niet tot lagere uitgaven, alleen tot uitgestelde uitgaven en dus een later budgettair gevolg. Vraag 3:

Antwoord 3:

Vraag 4:

Antwoord 4:

Vraag 5:

Antwoord 5:

Vraag 6:

Antwoord 6:

Vraag 7:

Antwoord 7:

Vraag 8:

Antwoord 8:

Vraag 9:

Antwoord 9:

Vraag 10:

Antwoord 10:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9714632/1