CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

1580927-raadsvoorstel-en-ondertekend-besluit-financiele-verordening-2023-incl-artikelen

Gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Aanpassingen in financiële verordening13.457 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

PUR

MER END

Raadsvoorstel en ontwerpbesluit

Registratienummer raad 1580927

Datum: 7 maart 2023

Portefeuillehouder: H.M.M. Rotgans

Domein / Team: OBED /FINB

Onderwerp: Financiêle verordening 2023

Samenvatting: In deze verordening worden de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vastgelegd. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening is verplicht volgens artikel 212 gemeentewet. In 2022 is de verordening integraal vernieuwd (besluit 1560520) en is onder voorbehoud aangegeven dat de verordening nog zou worden aangepast op de veranderde rol van de accountant in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording. Deze nieuwe situatie is van toepassing voor het dienstjaar 2023. Tegelijkertijd is er door de VNG vanwege inwerkingtreding van de Wet versterking decentrale rekenkamers een nieuwe modelverordening 212 samengesteld en is de notitie grondbeleid vanuit de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) aangepast, die tot een aantal nieuwe financiële regels leiden in de financiële verordening 2023 van de gemeente Purmerend.

Purmerend, 7 maart 2023 Aan de gemeenteraad van Purmerend,

Inleiding en probleemstelling: De gemeenteraad legt met de financiële verordening de kaders vast voor de financiële aangelegenheden binnen de gemeente Purmerend, voor zover daar beleidsvrijheid voor geldt binnen de wet- en regelgeving. De financiële verordening is een zogenoemde kapstokverordening waarbij de gemeenteraad nadere invulling kan geven aan haar kaderstellende rol voor de financiële functie van de gemeente. De gemeenteraad bewaakt met de financiële verordening de kwaliteit van de financiële functie en stelt de kaders voor de verantwoording van het college aan de raad vast. Zo heeft de gemeenteraad invloed op de planning- en control cyclus. De uitvoering van het in de verordening geformuleerde beleid is aan het college. De financiële verordening wordt ook wel de 'Verordening artikel 212' genoemd en is wettelijk verplicht. Het is een verwijzing naar het artikel in de Gemeentewet dat deze verordening verplicht stelt. Een nieuw vastgestelde financiële verordening of een wijziging ervan moet het college binnen twee weken na vaststelling door de raad aan de gedeputeerde staten zenden. De gemeente moet beschikken over een actueel kader voor het beheer van de gemeentelijke financiën. De huidige verordening is in 2022 vastgesteld en moet worden aangepast naar aanleiding van nieuwe wet- en regelgeving.

Oplossingsrichtingen: De rechtmatigheidsverantwoording is vanaf het dienstjaar 2023 onderdeel van de jaarrekening. Het college verantwoordt zich aan de raad in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstemming zijn met door de gemeenteraad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. De rechtmatigheid omvat een correcte toepassing van het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zoals verankerd in de wet- en regelgeving. De accountant toetst of de jaarrekening en daarmee de rechtmatigheidsverantwoording getrouw is. Met andere woorden, is de uitspraak van het college adequaat onderbouwd of komt de accountant tot andere inzichten. De accountant geeft vanaf het dienstjaar 2023 geen controleverklaring meer af over rechtmatigheid, wel over de getrouwheid van de jaarrekening. Daarnaast is n.a.v. de Wet versterking decentrale rekenkamers de modelverordening van de VNG (2022) en de notitie grondbeleid vanuit de commissie BBV geactualiseerd. Hierop is de financiële

verordening 2022 op een aantal onderdelen aangepast en toegespitst op de situatie in Purmerend. Door deze nieuwe ontwikkelingen wijzigt de vastgestelde financiële verordening 2022 (besluit 1560520). Hieronder worden deze wijzigingen toegelicht. Voorgestelde wijziging invoering rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het dienstjaar 2023 moet de gemeente een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Deze verantwoording is een standaardmodel dat bij wet is vastgelegd en het geeft inzicht 1.

2

in hoeverre de gemeente rechtmatig heeft gehandeld. Rechtmatig handelen houdt voor de gemeente in het voldoen aan wet- en regelgeving. Bij rechtmatigheid in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording bestaat er een duidelijke relatie met het financiële beheer. Er moet verantwoord worden dat baten, lasten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Vanaf het dienstjaar 2023 is het college zelf verantwoordelijk voor het afgeven van een rechtmatigheidsverantwoording, welke in de jaarstukken wordt opgenomen. Het doel van de verandering is versterking van de rol van het college in de verantwoording over de (financiële) rechtmatigheid door het gesprek hierover primair tussen raad en college te laten plaatsvinden, in plaats van dat de raad hierover met de accountant in gesprek gaat. Hierover bent u reeds eerder geinformeerd in 2020 (besluit 1532569), waarbij de inwerkingtreding van deze wet naar verwachting zou gaan gelden voor het dienstjaar 2021. Dit wetsvoorstel is uiteindelijk met twee jaar uitgesteld. Figuur: schematische weergave van de veranderingen bij de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording.

Nu

Straks

- Normenkader wordt vastgesteld - Accountant toetst aan normenkader

-- - -- ------ Accountant rapporteert over getrouwe beeld en rechtmatigheid - Rechtmatigheidsfouten en onzekerheden zijn medebepalend voor de strekking van de controleverklaring

- Normenkader wordt vastgesteld - College toetst aan normenkader

î I

- College rapporteert over rechtmatigheidsfouten en eventuele onduidelijkheden - Accountant betrekt de rechtmatigheidsverantwoording bij het oordeel over getrouwheid

- Raad spreekt met college over

- Raad spreekt met accountant ove r bevindingen rechtmatigheid

bevindingen rechtmatigheid en betrekt daarbij het oordeel van de accountant

De jaarrekening 2023 (verantwoording in voorjaar 202) is het eerste jaar voor Purmerend om invulling te geven aan de rechtmatigheidsverantwoording. De verwachting is dat het eerste jaar van de rechtmatigheidsverantwoording een jaar zal zijn waarin een ieder zal moeten wennen en ervaren hoe het afgeven van en het verantwoording afleggen over de rechtmatigheid plaats zal vinden. Op een aantal plaatsen dient als gevolg van de introductie van de rechtmatigheidsverantwoording de huidige financiële verordening 2022 te worden aangepast. Hierbij is er voor gekozen om deze artikelen inzake rechtmatigheid zoveel mogelijk te herschikken in een nieuw hoofdstuk. Dit nieuwe hoofdstuk betreft hoofdstuk 6 "rechtmatigheidsverantwoording" waar artikel 2o is toegevoegd. Dit bevordert de leesbaarheid. In bijlage II artikelsgewijze toelichting vindt u een nadere toelichting op de uitgangspunten en de definities van de rechtmatigheidsverantwoording. De introductie van de rechtmatigheidsverantwoording heeft effect op de volgende artikelen:

3

1.

Dejaarlijkse verantwoording (artikel 6, lid s) uit hoofdstuk 2 begroting en verantwoording

In de huidige financiële verordening 2022 is opgenomen dat het college de raad informeert in het kader van de begrotingsoverschrijdingen voor investeringskredieten en de exploitatielasten op de programma- en beleidsvelden. Dit gebeurt respectievelijk op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag en de geautoriseerde begroting door de raad. Dit artikel komt in hoofdstuk 2 te vervallen en is overgeheveld naar hoofdstuk 6 (artikel 2o, lid 6 a tem c en lid 7).

Paragrafen (artikel 15) uit hoofdstuk 4 financieel beleid De huidige paragraaf bedrijfsvoering (artikel 15) geeft een visie op de ontwikkeling en kwaliteit rond de gemeentelijke bedrijfsvoering. Naast de verplichte onderdelen in deze paragraaf moeten, als gevolg van de rechtmatigheidsverantwoording, ook de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) op de rechtmatigheid nader worden toegelicht. 2.

Dit zijn dan de kaders die zijn gesteld inzake de rapportage van bevindingen, oorzaak van de bevindingen, maatregelen ter voorkoming van deze bevindingen in de toekomst, de uitkomst van de verbijzonderde interne controlewerkzaamheden en de relatie bevindingen van de gemeente en de accountant. In hoofdstuk 6 (artikel 2o, lid 5) is dit nader uitgewerkt

3.

s

De interne controle (artikel 19) uit hoofdstuk financiële organisatie enfinancieel beheer In het huidige artikel 19 uit de financiële verordening 2022 is de interne controle beschreven. Aanvullend is nu opgenomen dat het stelsel van interne controle een adequate onderbouwing van de rechtmatigheidsverantwoording waarborgt. Dit artikel komt te vervallen in hoofdstuk 5 en is overgeheveld naar hoofdstuk 6 (artikel 20, lid 1).

4. Rechtmatigheidsverantwoording (nieuw artikel 2o, lid 2, 3 en 4) Onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording is de verantwoordingsgrens van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. De verantwoordingsgrens vormt de grens voor de geconstateerde afwijkingen: alle geconstateerde afwijkingen boven de verantwoordings-grens zullen door het college moeten worden gemeld in de rechtmatigheidsverantwoording. In hoofdstuk 6 is nu opgenomen dat het college de rechtmatigheidsverantwoording toevoegt bij de jaarrekening (artikel 20, lid 4). De verantwoordingsgrens behoeft niet in de financiële verordening te worden opgenomen. De raad moet de verantwoordingsgrens jaarlijks vaststellen en kan daarmee op veranderende omstandigheden in spelen. Het volstaat om een kaderstellend artikel hiervoor op te nemen (artikel 20, lid 2 en 3). Dit artikel omvat een rechtmatigheidskader dat door de raad jaarlijks dient te worden vastgesteld. Over dit rechtmatigheidskader met betrekking tot de verantwoordingsgrens, de rapportagegrens en de in- en externe wet- en regelgeving (normenkader) voor 2023 wordt u in separate raadsvoorstellen geïnformeerd. Het eerste separate raadsvoorstel betreft het voorstel inzake de verantwoordings en rapportagegrens (raadsvoorstel 1581245).

Het raadsvoorstel inzake de in- en externe wet- en regelgeving (normenkader) volgt later in 2023 gezien gedurende het jaar regelgeving nog kan wijzigen als gevolg van raads- en collegevergaderingen en door veranderende externe wet- en regelgeving.

5.

Verantwoording specifieke uitkeringen (SPUK)

De SPUK maakt geen deel uit van de rechtmatigheidsverantwoording van het college. Het college verantwoordt immers niet aan de raad maar aan het Rijk, dat de uitkering onder voorwaarden heeft gesteld. De verantwoording van de SPUK's blijft onderdeel van de SISA-bijlage (Single Information Single Audit). De controle en oordeelsvorming door de accountant blijft daarom ongewijzigd toezien 4

op de getrouw- en rechtmatigheid van de SISA-regelingen. Indien uit de controle van de accountant blijkt dat er onrechtmatig is gehandeld en de voorwaarden niet in acht zijn genomen, kan dit de oordeelsvorming door de accountant raken en leiden tot rapportering in het accountantsverslag. Dat kan ook leiden tot terugvordering van de SPUK door het Rijk. Als er sprake is een van een onrechtmatigheid die niet alleen in strijd is met de subsidievoorwaarden van de SPUK, maar ook in strijd is met het gemeentelijk normenkader, dan zal deze onrechtmatigheid ook door het college worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. 2.

Voorgestelde wijzigingen n.a.v. de modelverordening VNG en notitie grondbeleid commissie BBV

a. Wijziging in cyclus van planning en control Met de planning en control cyclus wordt door het college inzichtelijk gemaakt in hoeverre inspanningen en resultaten gerealiseerd worden (voortgang en prognose) en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn (begroting en wijzigingen van begroting). Afgelopen jaar is gebleken dat de producten uit de planning en control cyclus niet logisch van opzet zijn en de naamgeving niet altijd juist op elkaar aansluit. Om de leesbaarheid te bevorderen is er voor gekozen om de producten Kadernota en Najaarsrapportage in de planning en control cyclus aan te passen naar respectievelijk Voorjaarsnota en Najaarsnota. De volgende artikelen worden hierop aangepast: • Bestuurlijke planning en control cyclus (artikel 2, lid 1); • Kadernota (artikel 3, lid 1 en 2); • Najaarsrapportage (artikel , lid 1 tem 4 en lid 7). Figuur: De voorgestelde planning en control cyclus van de Gemeente Purmerend (T=lopendjaar)

rm}> up»> VOORJAARSNOTA (jaar: T en T+1)

PROGRAMMABEGROTING (jaar: T+1)

JAARSTUKKEN (jaar: T-1)

NAJAARSNOTA

(jaar: T)

Eén P&C-cyclus behandelt één kalenderjaar, maar het bestuurlijke proces duurt twee jaar. De cyclus begint bij de Voorjaarsnota en eindigt bij de Jaarstukken. b. Overige wijzigingen Begripsbepaling (hoofdstuk 1): artikel 1, lid q (nieuw), toegevoegd het begrip rechtmatigheidsverantwoording. Voorjaars- en najaarsnota (hoofdstuk 2): artikelen 3 (lid 2a) en 5 (lid 2), in de toelichting op de afwijkingen van de baten en lasten per programma- en beleidsveld blijkt vaak dat afwijkingen kleiner dan € 100.000 - zowel incidenteel als structureel- ook worden toegelicht. Hierdoor zijn de toelichtingen

5

in de planning en control producten niet overzichtelijk en goed leesbaar. Door deze artikelen aan te scherpen is het duidelijk dat afwijkingen (zowel incidenteel als structureel) op de raming van individuele baten en/of lasten per programma- en beleidsveld moeten worden toegelicht. Bij politiek gevoelige dossiers kan van deze tolerantiegrens worden afgeweken. Programmabegroting (hoofdstuk 2): artikel 4, lid 7 (nieuw), in de verordening is een grensbedrag opgenomen voor incidentele baten en lasten, waarboven de bedragen afzonderlijk moeten worden gespecificeerd. Om het werkbaar te houden is er voor gekozen om de omvang gelijk te houden met de rapportagegrens op de afwijkingen van de individuele baten en of lasten per programma- en beleidsveld van € 100.000. Afschrijvingsbeleid (bijlage l): artikel 9, lid 2, in de tabel immateriële vaste activa is opgenomen dat de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief in principe in 5 jaar worden afgeschreven. Conform artikel 34b en 6o van het BBV is dit juist. Met de groei van de stad komt het regelmatig voor dat er (voorbereidings-)kosten worden gemaakt in de periode voordat een grondexploitatie door de raad wordt vastgesteld.

Dit betekent dat deze kosten bij een grondexploitatie die nog niet operationeel is geactiveerd kunnen worden als kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief en conform deze verordening binnen 5 jaar moet worden afgeschreven. In de notitie grondbeleid van het BBV is hierop een voorbehoud gemaakt door de volgende stellige uitspraak: Het activeren van voorbereidingskosten voor grondexploitaties als kosten van onderzoek en ontwikkeling onder de immateriële vaste activa is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a) de kosten voldoen aan de kostensoortenlijst van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), b) de kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven staan onder de immateriële vaste activa als dit heeft geleid tot een actieve grondexploitatie (na bestuurlijke instemming via een raadsbesluit). Als aan deze voorwaarden wordt voldaan mogen deze kosten worden overgeboekt naar de desbetreffende grondexploitatie, zo niet dan worden de kosten afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Deze bijlage is nu aangepast om te voorkomen dat bij het activeren van voorbereidingskosten voor grondexploitaties direct moet worden afgeschreven. Meetbare doelstellingen: Vaststelling van kaders voor het financiële beleid en de inrichting en uitvoering van de financiële functie. Financiële consequenties: De wijziging van de financiële verordening leidt niet tot financiële consequenties.

Communicatie: De financiële verordening 2023 wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Daarnaast zal de verordening worden gepubliceerd via www.overheid.nl (bekendmaking en stuk is er na te lezen). De verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2023. De financiële verordening staat altijd op het financieel portaal van de gemeente (https://financien.purmerend.nl[). 6

Duurzaamheid: Niet van toepassing. Monitoring/evaluatie: Niet van toepassing. Voorstel: Overeenkomstig bijgaand ontwerpbesluit over te gaan tot vaststelling van de Financiële verordening 2023 gemeente Purmerend. Burgemeester en wethouders van Purmerend, de secretaris de burgemeester,

7

De raad van de gemeente Purmerend, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1580984 7 maart 2023, gelet op artikel 212 eerste lid van de Gemeentewet,

BESLUIT: Verordening met de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. (Financiële verordening gemeente Purmerend 2023)

Algemene bepalingen ARTIKEL 1. BEGRIPSBEPALING

In deze verordening wordt verstaan onder: a. Raad: de gemeenteraad van Purmerend. b. College: het college van Burgemeester en Wethouders van Purmerend. c. Taakveld: eenheden waarin de baten en lasten van de programma's/beleidsvelden zijn onderverdeeld naar activiteiten/taken conform indeling CBS. d. Beleidsveld: onderdeel van een programma bestaande uit een samenstel van een aantal samenhangende producten. e. Administratieve organisatie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de bestuurlijke en ambtelijke organisatie van de gemeente Purmerend ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. f. Financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Purmerend omvat, teneinde te komen tot een doelmatig inzicht in: 1.

de financieel-economische positie;

2.

de uitvoering van de Begroting;

3.

het afwikkelen van vorderingen en schulden;

4.

alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover.

g.

Programma: een samenhangend geheel van activiteiten om de beoogde maatschappelijke doelen te bereiken én waarin doelstellingen en middelen worden gekoppeld. Programma's worden

h.

vastgesteld door de raad. Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met de financiële beheersmaatregelen opgenomen in geldende wet- en regelgeving.

i.

Doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen.

j.

Doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.

8

k.

Vervangingsinvestering: een investering om een gebruiksmiddel te vervangen zonder dat het gebruik leidt tot veranderingen. Mocht de investering leiden tot veranderingen in het gebruik dan wordt het beschouwd als een nieuwe investering.

I.

Jaarstukken: de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening en jaarverslag.

m. Begroting: Begroting of Programmabegroting zoals bedoeld in artikel 189 van de gemeentewet; n.

Verplichting: door opdrachtverstrekking, schriftelijk of mondeling, ontstaat voor de gemeente de plicht tot betaling aan een derde.

o.

MPG: Meerjarenprogramma grondexploitaties. Voortgangsrapportage, naar de stand van 1 januari, waarin het college de lopende grondexploitaties actualiseert en ten minste inzicht verschaft over de stand van zaken van de lopende grondexploitaties, de kansen en risico's in deze grondexploitaties en de meerjarige gevolgen voor de algemene reserve en reserve gronden.

p.

Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV): voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten van de gemeente.

q.

Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

Begroting en verantwoording ARTIKEL 2. BESTUURLIJKE PLANNING- EN CONTROLCYCLUS

1. Voorafgaand aan het boekjaar stelt het college de planning vast voor de bestuurlijke sturingen verantwoordingsmomenten van het nieuwe boekjaar. De bestuurlijke planning- en controlcylus bevat: de Voorjaarsnota- Programmabegroting - Najaarsnota - Jaarstukken. De bestuurlijke planning en controlcyclus wordt opgesteld in overleg met de Griffie en de auditcommissie. In het eerste kwartaal wordt door het college de planning ter kennisname aan de raad aangeboden. 2.

ARTIKEL 3. VOORJAARSNOTA

1. De raad stelt jaarlijks, na aanbieding van het college, vóór het zomerreces de Voorjaarsnota vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar en de drie jaren daarna, waarin kaderstellende keuzes worden voorgelegd en de toedeling van de financiële middelen voor zowel exploitatie als ontwikkelingen op investeringen worden benoemd. In de Voorjaarsnota wordt ook voor het lopende begrotingsjaar over de eerste vier maanden het financieel perspectief geactualiseerd en meerjarig vertaald en is daarmee ook de eerste

2.

tussenrapportage. In de Voorjaarsnota wordt ook toegelicht en betrokken: a. afwijkingen -zowel incidenteel als structureel- groter dan € 100.000 op de raming van individuele baten en/of lasten per programma- en beleidsveld. b.

de resultaten uit het afgelopen begrotingsjaar (de voorlopige resultaten uit de jaarrekening en

de Najaarsnota). c.

afwijkingen voor het lopende begrotingsjaar op programma/beleidsveldniveau vanaf 5%, met

een minimum van € 1o.o0o, op investeringskredieten tot € 2 miljoen. Bij overschrijdingen op investeringskredieten vanaf € 2 miljoen geldt dat bij afwijkingen groter dan € 100.000. 3. In de jaarlijkse Begroting vindt de uitwerking en actualisering van de meerjarige kaders plaats.

9

ARTIKEL 4. PROGRAMMABEGROTING 1. De raad stelt de indeling van de programma's vast, met daaronder de beleidsveldindeling. De

Begroting bevat: a. een overzicht van baten en lasten per programma en beleidsveld, de algemene dekkingsmiddelen, overhead, de vennootschapsbelasting, de post onvoorzien en de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves en het resultaat. b. een overzicht van baten en lasten per taakveld. c. een overzicht van de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV. 2. In november voorafgaand aan het begrotingsjaar stelt de gemeenteraad de Programmabegroting vast voor het komende jaar. Hierin stelt de raad de beleidsmatige en financiële kaders vast, waarbinnen het college het beleid dient uit te voeren. 3. De raad autoriseert met het vaststellen van de Begroting de totale lasten en de totale baten per programma- en beleidsveld, de overzichten van algemene dekkingsmiddelen, de overhead, vennootschapsbelasting, de post onvoorzien en de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves en het resultaat. 4. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de Begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de Begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie(s). 5. Voor investeringskredieten gelden de volgende regels. a. Bij de Begroting wordt jaarlijks een lijst met investeringen overlegd.

De jaarlijkse lasten die voortvloeien uit deze investeringen zijn verwerkt in de Programmabegroting. Voor de lijst met vervangingsinvesteringen geldt dat de raad wordt gevraagd deze expliciet bij de vaststelling van de Begroting goed te keuren. Voor de lijst met voorgenomen investeringen die in de Begroting zijn opgenomen wordt een afzonderlijke kredietaanvraag aan de raad aangeboden. Pas nadat de raad een investeringskrediet heeft geautoriseerd kunnen verplichtingen worden aangegaan. b. Voor nieuwe investeringen die niet in de Begroting zijn opgenomen, legt het college een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor alvorens verplichtingen worden aangegaan. c. Indien de uitvoering van een investeringskrediet zich over meerdere jaren uitstrekt, dan wordt het geautoriseerde investeringsbedrag op basis van de planning van het project over de uitvoeringsjaren verdeeld en per uitvoeringsjaar vrijgegeven. Verschuivingen tussen de jaarbedragen als gevolg van wijzigingen in de planning zijn toegestaan, mits de investering conform de door de raad vastgestelde doelen en voorwaarden wordt gerealiseerd en het totaal beschikbaar gestelde krediet niet wordt overschreden. 6. In de Begroting is een post onvoorzien opgenomen.

De post 'onvoorzien' mag alleen worden aangesproken voor incidentele uitgaven die onvoorzienbaar, onontkoombaar en onvermijdelijk zijn. 7. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma/beleidsveldniveau worden posten vanaf € 100.000 afzonderlijk gespecificeerd. ARTIKEL 5. NAJAARSNOTA 1. De Najaarsnota betreft een negenmaands rapportage en wordt in november aangeboden aan de raad.

10

2.

In de Najaarsnota worden alleen afwijkingen -zowel incidenteel als structureel- groter dan €

100.000 op de raming van individuele baten en/of lasten per programma- en beleidsveld

toegelicht. 3. In de Najaarsnota worden afwijkingen vanaf 5%, met een minimum van € 10.000, op investeringskredieten tot € 2 miljoen toegelicht. Bij overschrijdingen op investeringskredieten vanaf € 2 miljoen geldt dat afwijkingen groter dan € 100.000 worden toegelicht. 4.

De inrichting van de Najaarsnota sluit aan bij de programma- en beleidsveldindeling van de

Begroting. 5. De Najaarsnota bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een totaaloverzicht met de bijstellingen van de Begroting sinds de primitieve Begroting. De overzichten hebben de volgende indeling: a. de baten en lasten per programma- en beleidsveld; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen, overhead, de vennootschapsbelasting, en de post onvoorzien; c. het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a en b; d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; e. het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c end; f. de (geprognotiseerde) stand van de algemene reserve. 6. Naast de aspecten die directe financiële bijstelling vragen gaat de rapportage in op: a. de eventuele bijstelling van de planning van aan de raad aan te bieden bestuurlijke producten. b. een nadere toelichting op de stand van zaken met betrekking tot de risico's en onzekerheden zoals aangegeven in de Begroting. 7. De meerjarenbegroting wordt geactualiseerd in geval van structurele financiêle afwijkingen. 8. In de Najaarsnota ligt de nadruk op financiën met als doel een goede eindejaarsverwachting van het resultaat te geven. ARTIKEL 6. JAARSTUKKEN 1. In de maand juni na afloop van het begrotingsjaar worden de jaarstukken vastgesteld door de raad.

Het college legt in het jaarverslag en de jaarrekening verantwoording af aan de raad over de uitvoering van de programma's. De Jaarstukken bevatten: a. een overzicht van baten en lasten per programma en beleidsveld, de algemene dekkingsmiddelen, overhead, de vennootschapsbelasting, de post onvoorzien en de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves en het resultaat. b. een overzicht van baten en lasten per taakveld. c. een overzicht van de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV. 2. Niet uit de balans blijkende verplichtingen worden in de Jaarstukken opgenomen indien de financiële meerjarige consequentie uitkomt boven het drempelbedrag van € 400.000. 3. Het college van B&W kan de raad voorstellen om budgetten van de programma's/beleidsvelden en reserves, die in een jaar nog niet volledig gebruikt zijn, over te hevelen naar het volgende jaar, indien voldaan wordt aan de criteria zoals opgenomen in bijlage II. De budgetoverhevelingen worden in principe in de slotwijziging door de raad geaccordeerd. 4. In de jaarrekening wordt de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Tevens wordt aangegeven welke investeringen afgesloten kunnen worden. Kredieten voor hard- en software ICT en beheersplannen (uitvoeringsprogramma's

11

wegen/asfalt, kunstwerken, straatmeubilair en riolering) die niet zijn benut en onverdeeld zijn gebleven worden in principe jaarlijks afgesloten om de afschrijving te kunnen starten. Het is mogelijk hiervan af te wijken door dit expliciet aan de raad ter goedkeuring voor te leggen. 5. In de Jaarstukken wordt ook toegelicht en betrokken: a.

afwijkingen -zowel incidenteel als structureel- groter dan € 100.000 op de raming van

individuele baten en/of lasten per programma- en beleidsveld. b. afwijkingen voor het lopende begrotingsjaar op programma/beleidsveldniveau vanaf 5%, met een minimum van € 10.000, op investeringskredieten tot € 2 miljoen. Bij overschrijdingen op investeringskredieten vanaf € 2 miljoen geldt dat bij afwijkingen groter dan € 100.000. ARTIKEL 7. INFORMATIEPLICHT

1. Het college besluit niet over het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties en het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Politiek relevante financiële afwijkingen meldt het college altijd, ongeacht de grootte van de

2.

afwijking.

Doelmatig- en doeltreffendheid ARTIKEL 8. ONDERZOEKEN (artikel 213A Gemeentewet)

1. Het college onderzoekt in afdoende mate de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. 2. Als het college het effect wil meten van een besluit dan geeft het dat in het besluit aan.

Financieel beleid ARTIKEL 9. WAARDERING EN AFSCHRIJVING VASTE ACTIVA

1. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 2. De afschrijving van de (im-)materiële vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa worden de afschrijvingstermijnen gehanteerd zoals vermeld in de bijlage I 'afschrijvingstermijnen' die onderdeel uitmaakt van deze verordening. De afschrijvingen vangen aan op 1 januari van hetjaarvolgend op het jaar van verwerving, oplevering of ingebruikname. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. 3. De raad kan afwijken van de afschrijvingstermijnen en besluiten tot een andere levensduur. 4. Activering zal plaatsvinden volgens de componentenmethode. Hierbij vindt de afschrijving plaats in relatie tot de vermoedelijke levensduur (uitsplitsing naar onderdelen: inventaris, installaties, bouw e.d.). • Materiële vaste activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5o.0oo worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. 6. Aankoop en vervaardiging van activa met zowel een meerjarig economisch als maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd en afgeschreven zoals bij lid 4 is aangegeven. 7. Aan de in het loop van een jaar gedane investeringen wordt geen rente toegerekend.

Voor investeringen die aan het begin van het volgende jaar nog niet zijn voltooid wordt de rente over de boekwaarde wel toegerekend en ten laste gebracht van de exploitatie.

12

ARTIKEL 10. RESERVES EN VOORZIENINGEN

Met het vaststellen van de beleidsnota reserves en voorzieningen stelt de raad de kaders vast voor de vorming van reserves en voorzieningen. ARTIKEL 11. KOSTPRIJSBEREKENING 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in

rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de gemiddelde rente van de inzet van vreemd en eigen vermogen voor de financiering van de in gebruik zijn activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken:

- de dotaties en onttrekkingen aan voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa; - de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa; - voor riool heffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid. 3. Voor de inzet van materiéle vaste activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen. Het rentepercentage voor deze vergoeding wordt bij de behandeling van de Begroting vastgesteld (de zogenaamde omslagrente). 4. Voor de berekening van de tarieven van de rechten en heffingen wordt de overhead als vast percentage extracomptabel toegerekend aan de betreffende programma's- en beleidsvelden. Het te hanteren overhead percentage voor het desbetreffende begrotingsjaar wordt vermeld en toegelicht in het overzicht overhead van de Begroting. 5.

De overheadkosten die betrekking hebben op bouwgrondexploitaties, particuliere initiatieven

(faciliterend grondbeleid), investeringen en doelsubsidies worden comptabel aan de betreffende programma's- en beleidsvelden toegerekend middels een vast opslagpercentage voor eigen personeel en inhuur externe expertise (waarbij 5o% van dit percentage wordt gehanteerd). Binnen het overzicht overhead wordt de toegerekende overhead apart geadministreerd. Het te hanteren overhead percentage voor het desbetreffende begrotingsjaar wordt vermeld en toegelicht in het overzicht overhead van de Begroting. ARTIKEL 12. PRIJZEN ECONOMISCHE ACTIVITEITEN 1.

Voor de levering van goederen, diensten of werken en bij het verstrekken van leningen,

garanties en kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. 2. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel door middel van een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen,

diensten of werken en lening of garantie wordt gemotiveerd.

13

ARTIKEL 13. VASTSTELLING HOOGTE LOKALE HEFFINGEN, TARIEVEN EN GRONDPRIJZEN 1. De raad stelt jaarlijks de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de

heffingen

en overige leges vast. De heffingen zijn maximaal kostendekkend. 2. Het college stelt jaarlijks de hoogte van de privaatrechtelijke tarieven vast.

3. Het college stelt jaarlijks de grondprijzenbrief vast en stuurt deze ter kennisname aan de raad. 4. Indexatie van de erfpacht canons vindt plaats conform CBS indices. 5. Bij verhuur van vastgoed worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. marktconforme huurprijs op basis van taxatie of kostendekkende huur. b. de huurprijzen jaarlijks indexeren met het inflatiecijfer (CPI index) zoals berekend door het CBS conform de bepaling in het huurcontract. ARTIKEL 14. FINANCIERINGSFUNCTIE (Treasury) 1. Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie voor:

a. het aantrekken van voldoende financiële middelen om de programma's binnen de door de raad vastgestelde kaders van de Begroting uit te voeren. b. het beheersen van de risico's verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico's, koersrisico's en kredietrisico's. c. het beperken van de kosten van leningen. d. het beperken van de interne- en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 2. Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de volgende regels in acht:

a.

b.

het beschikbaar hebben van overtollige geldmiddelen wordt zoveel als mogelijk voorkomen door in enig jaar optimaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet en minder dan begroot langlopende geldleningen aan te trekken. indien er overtollige geldmiddelen zijn vindt schatkistbankieren plaats conform de rekeningcourantovereenkomst met de Staat der Nederlanden.

c. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan 1 jaar worden tenminste 2 d. e.

prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties zijn in euro's.

f. voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke waarden. g.

de totale maximale omvang per jaar van aan te trekken langlopende leningen c.q. af te sluiten langlopende uitzettingen wordt door de raad jaarlijks voorafgaand aan het betreffende jaar in de Programmabegroting vastgesteld.

3. Bij de uit te voeren treasury activiteiten is functiescheiding doorgevoerd als leidend principe op het gebied van administratieve organisatie en interne controle. 4. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestiging van iedere opdracht te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties. 5. Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.

14

6. Na ontvangst van de overeenkomst tot geldlening wordt de overeenkomst direct gecontroleerd met de geregistreerde transactie. ARTIKEL 15. PARAGRAFEN

Bij de Programmabegroting en de Jaarstukken neemt het college conform het BBV minimaal de verplichte onderdelen van de paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid op. ARTIKEL 16. LENINGEN, GARANTIES EN DEELNEMING IN KAPITAAL 1. Bij het verstrekken van leningen, garanties of deelnemingen in kapitaal uit hoofde van de

publieke taak bedingt het college zoveel mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang. 2. Door de gemeente worden drie soorten garanties en borgstellingen onderkend:

a. achtervang in de vorm van renteloze leningen door gemeenten ten behoeve van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. b. garantstelling ten behoeve van deelnemingen HuisVuilCentrale Alkmaar (HVC) en de Stadsverwarming Purmerend (SVP). c. borgstelling van sportverenigingen met 50% borgstelling door Stichting Waarborgfonds Sport. g. Er wordt geen voorziening gevormd ter grootte van het risico dat de gemeente met de garantie danwel borgstelling loopt. Wel worden de financiële risico's meegewogen in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. ARTIKEL 17. TUSSENTIJDSE WINSTNEMING GRONDEXPLOITATIES

Grondexploitaties worden elk kalenderjaar herzien en aan de raad voorgelegd. De omvang en de fasering van het totaal benodigde krediet wordt hierbij aangepast aan de herziene grondexploitatie (MPG). Ook de eventuele last vennootschapsbelasting wordt dan geraamd. Actualisaties van de grondexploitatie met planinhoudelijke wijzigingen, dan wel autonome wijzigingen met materiële financiële gevolgen, moeten opnieuw door de raad worden vastgesteld. Voor verliesgevende grondexploitaties moet direct een verliesvoorziening worden getroffen. De verliesvoorziening wordt gewaardeerd tegen de netto contante waarde en gevormd vanuit de bestemmingsreserve gronden. 1.

2. Voor het bepalen van de tussentijdse winst wordt de Percentage of Completion (POC)methodiek gehanteerd, zijnde het percentage tussentijdse winstneming.

3. De tussentijdse winstneming wordt genomen naar rato van de voortgang van het project. Maatgevend is de realisatie tot en met het lopende jaar ten opzichte van het totaal van de kosten en opbrengsten van de grondexploitatie. Hierbij wordt rekening gehouden met specifieke projectrisico's. De voorgeschreven POC-rekenregel luidt: percentage gerealiseerde kosten * percentage gerealiseerde opbrengsten percentage winstneming. 4. De tussentijdse winsten komen ten gunste van de bestemmingsreserve gronden en de algemene reserve, waarbij een 5o/5o verdeling als uitgangspunt geldt. Op basis van de analyse van het MPG en de jaarrekening kan een andere keuze worden gemaakt.

15

Financiële organisatie en beheer ARTIKEL 18. ADMINISTRATIE

De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar is voor: a. het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel. b. het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van o.a. activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden, contracten. c. het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties. d.

het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke

productie van goederen en diensten. e. het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, Begroting en relevante wet- en regelgeving. f. de controle van de registratie van gegevens als zodanig en de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, Programmabegroting en relevante wet- en regelgeving. ARTIKEL 19. FINANCIÉLE ORGANISATIE

Opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan draagt het college zorg voor en legt (in een besluit) vast: a. een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de gemeentesecretaris, directeuren en het management van de organisatie. b. een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; c. de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de geautoriseerde exploitatiebudgetten en investeringskredieten. d. de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie. e. de te maken afspraken over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen.

f. de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de programma's en beleidsvelden. g. het beleid en de interne regels voor: 1. de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten. 2. de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen.3. het

voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

16

Rechtmatigheidsverantwoording ARTIKEL 20. RECHTMATIGHEID

Het college zorgt voor een zodanig opzet en werking van een intern beheersingsstelsel dat de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het door haar gevoerde bestuur en

1.

administratie, alsmede de getrouwheid van informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen van de daarbij tot stand gekomen (verantwoordings-)informatie, gewaarborgd is. Hiervoor wordt jaarlijks een intern controleplan vastgesteld. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording en neemt het college maatregelen tot herstel. 2. Het college biedt jaarlijks de raad een rechtmatigheidskader aan ter vaststelling. Het rechtmatigheidskader bevat:

a. een overzicht van de interne en externe wet- en regelgeving (normenkader). b. de bijbehorende verantwoordingsgrens en een onderbouwing daarvan. c. de rapportagegrens ten behoeve van de afwijkingen in de paragraaf Bedrijfsvoering.3. Te verwachten overschrijdingen van de verantwoordingsgrens en de getroffen beheersmaatregelen zijn gemeld in rapportages. Ook als er geen overschrijdingen van de verantwoordingsgrens wordt verwacht is dit in de rapportage vermeld. 4. Het college voegt bij de jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording toe, waarin overschrijdingen van de verantwoordingsgrens uit het normenkader zijn toegelicht en van inhoudelijke motivatie is voorzien. 5. Het college neemt in de paragraaf Bedrijfsvoering van de Jaarstukken een toelichting op over de geconstateerde afwijkingen (conform het jaarlijkse rechtmatigheidskader) en de getroffen beheersingsmaatregelen ten aanzien van: a. het begrotingscriterium. b. het voorwaardencriterium. c. misbruik en oneigenlijk gebruik. d. informatie beveiliging en privacy. 6. Een (kosten)overschrijding op een programma/beleidsveld is onrechtmatig tenzij a. de omvang van de overschrijding kleiner is dan € 100.000. b. de overschrijding geheel of grotendeels wordt gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten en of een onttrekking uit een reserve. c. sprake is van een overschrijding bij een open einde (subsidie)regeling. d.

de overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van de Voorjaars - en Najaarsnota. e. die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn gesignaleerd. f. dit activiteiten zijn welke achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt, geconstateerd na verantwoordingsjaar. 7. Een overschrijding op een investeringskrediet is onrechtmatig bij afwijkingen voor het lopende begrotingsjaar op programma/beleidsveldniveau vanaf %, met een minimum van € 10.000, op

17

investeringskredieten tot € 2 miljoen. Bij overschrijdingen op investeringskredieten vanaf €2 miljoen geldt dat bij afwijkingen groter dan € 100.000.

Slotbepalingen ARTIKEL 21. INWERKINGTREDING

Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop deze is bekendgemaakt en werkt terug tot en met 1 januari 2023. 2. De Financiêle verordening gemeente Purmerend 2022 wordt ingetrokken per 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt. 1.

ARTIKEL 22. CITEERTITEL

Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de naam Financiële verordening gemeente Purmerend 2023.

18

Bijlagen Bijlage I Afschrijvingstermijnen Hieronder vindt u de tabel met afschrijvingstermijnen zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 van de Financiële Verordening, uitgesplitst naar (im-)materiële vaste activa met economisch en maatschappelijk nut. Activa die niet zijn genoemd in de afschrijvingstabel of niet geschaard kunnen worden onder één van de genoemde activasoorten worden afgeschreven op basis van de verwachte levensduur. Bij het bepalen van de verwachte levensduur kan gekeken worden naar de technische of economische levensduur, afhankelijk van welke korter is. Afschrijvings termijn

Immateriële vaste activa •

Kosten van onderzoek en ontwikkeling (voorbereidingskosten) voor een bepaald actief (BBV 34b en art.6o)

5 jaar art.

* Bij het activeren van immateriële activa is het toegestaan om de voorbereidingskosten voor grondexploitaties als kosten van onderzoek en ontwikkeling op te nemen. Hiervoor gelden conform de stellige uitspraak zoals opgenomen in paragraaf 5.3.2 van de "notitie Grondbeleid in begroting en Jaarstukken (2019)" uitgegeven door de commissie BBV de volgende voorwaarden: a) de kosten voldoen aan de kostensoorten lijst van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), b) de kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven staan onder de immateriële vaste activa als dit heeft geleid tot een actieve grondexploitatie (na bestuurlijke instemming via een raadsbesluit). Als aan deze voorwaarden wordt voldaan worden deze kosten overgeboekt naar de desbetreffende grondexploitatie, zo niet dan worden de kosten afgeboekt ten laste van het jaarresultaat.

19

►

Afschrijvings termijn

Materiële vaste activa met economisch nut A. Gronden en terreinen:

•

Geen

Gronden en terreinen

B. Gebouwen en inrichting:

$

• Verharding/terreininrichting • Gebouwen Schoolgebouwen Inrichting/renovatie sport-, spel en schoolterrein • Noodgebouwen Gebouw gebonden technische installaties Functieverbeterende verbouwingen • Inrichting schoolgebouwen • Inrichting gymnastiekgebouwen/sporthallen Kunststof sportveld onderlaag. Kunststof sportveld gemengde activering • Kunststof sportveld boven laag

40 jaar 50 jaar 40 jaar 20 jaar 20 jaar 20 jaar 20 jaar 20 jaar 20 jaar 20 jaar 15 jaar 10 jaar

C. Rioleringswerken en waterinvesteringen:

Riolering

45 jaar

D. Inventaris, meubilair en installaties:

20 jaar

• Containers anders dan glas-, papier- en rolcontainers Gebouw inrichting (w.o. stoffering/ meubilair) • installaties/ machines en overige materiële vaste activa • Glas-, papier- en rolcontainers • Speeltoestellen Soft- en hardware ICT

10 jaar 10 jaar

15 jaar 15 jaar 5 jaar

E. Transportmiddelen • • • •

Bijzondere voertuigen Zware voertuigen (tractors, veegauto's, vrachtwagens) Lichte voertuigen en bijbehorende apparaten Maaimachines

15 jaar 10 jaar

8 jaar 6jaar Afschrijvings termijn

Materiële vaste activa met maatschappelijk nut «

•

±,

s

,

F. Wegen en straten:

• Asfalt (wegen) • Elementen (wegen) • Rotondes

25 jaar 30 jaar 25 jaar

G. Bruggen en overige grote kunstwerken:

50 jaar

• Stalen/beweegbare-/stenen bruggen/kunstwerken • Houten bruggen • Composiet bruggen Betonnen bruggen/ tunnels/ viaducten

25 jaar 75 jaar 75 jaar

(a)

Registratienummer: 1580927 Onderwerp: Financiêle verordening 2023 H. Waterbeheer:

• • • • •

Dij ken en kades Stedelijk waterplan Oeverbeschoeiing Composiet beschoeiing Kademuren/ metselwerk/ beton/ stalen- en kunststof damwanden

40 jaar

45 jaar 20 jaar 30 jaar 50 jaar

I. Openbare verlichting en verkeersinstallaties:

•

Verkeerslichten en lantaarnpalen

25 jaar

J. Openbare ruimte:

•

Herinrichting openbare ruimte

40 jaar

Software Software kan ook in gebruik worden genomen in de vorm van een 1SaaS oplossing. In dat geval is er geen sprake van het verkrijgen van een actief ( een investering met economisch nut) omdat het bij Saas gaat om dienstverlening in de vorm van een abonnement waarmee wordt ingelogd bij de dienstverlener. Deze dienstverlener heeft de activa zowel juridisch als economisch in bezit. Dit betekent dat ook de implementatiekosten van een Saas oplossing niet geactiveerd mogen worden. Licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht vallen onder de materiële vaste activa. Bijdragen aan activa in eigendom van derden Als aan alle voorwaarden van artikel 61 van het BBV wordt voldaan, dan activeren wij bijdragen aan activa in eigendom van derden.

·Software as a Service (SaaS) is een op de cloud gebaseerd softwareleveringsmodel waarin de cloudprovider cloudapplicatiesoftware ontwikkelt en onderhoudt, automatische software-updates levert en software via het internet ter beschikking stelt aan zijn klanten op een pay-as-you-go basis.

Registratienummer: 1580927 Onderwerp: Financiêle verordening 2023

Bijlage II Artikelsgewijze toelichting Algemeen Hieronder staat een korte toelichting op de artikelen. Getracht is, waar mogelijk, de artikelen die reeds zijn vastgelegd in andere regelgeving niet nogmaals in de verordening op te nemen. 1. Algemene bepalingen

ARTIKEL 1. BEGRIPSBEPALING Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de Gemeentewet, de Wet financiering decentrale overheden (Fido), het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en het Besluit accountantscontrole Provincies en Gemeenten (BAPG). Overige begrippen uit de verordening worden in artikel 1 van de verordening gedefinieerd. 2. Begroting en verantwoording

ARTIKEL 2. BESTUURLIJKE PLANNING- EN CONTROLCYCLUS De bestuurlijke planning vindt plaats op hoofdlijnen en bevat de data voor het aanbieden door het college van de Voorjaarsnota, de Programmabegroting, de Najaarsnota en de Jaarstukken en de data van de behandeling en het vaststellen door de raad van de Voorjaarsnota, de Programmabegroting, de Najaarsnota en de Jaarstukken. De ambtelijke (detail-)planning die hieruit voortvloeit, wordt voorafgaand aan de start van een P&C-product ter kennisname aan het college, directie en ambtelijke organisatie aangeboden. ARTIKEL 3. VOORJAARSNOTA Dit artikel biedt kaders voor het opstellen van de Begroting en de meerjarenraming. Het college biedt, als aftrap van de nieuwe planning- en controlcyclus aan de raad een Voorjaarsnota aan waarin de beleidsmatige uitgangspunten alsmede de vertaling daarvan naar budgettaire kaders voor het lopende begrotingsjaar en de meerjarenraming op hoofdlijnen duidelijk worden. Dit in aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193 van de Gemeentewet. Het college biedt de Voorjaarsnota voor het zomerreces aan de raad aan. Naast een integraal financieel meerjarig inzicht krijgt de raad informatie over de voortgang van het huidige begrotingsjaar, het afgelopen begrotingsjaar, het meerjarenperspectief, de investeringsvoorstellen en biedt het inzicht in de risico's en onzekerheden. ARTIKEL 4 EN 6.

PROGRAMMABEGROTING EN JAARSTUKKEN Algemeen In dit artikel zijn, in aanvulling op het BBV, bepalingen opgenomen over de inrichting van de Programmabegroting en de Jaarstukken. De raad stelt conform artikel 191 Gemeentewet de Begroting vast. In artikel 189 van de Gemeentewet is bepaald dat de raad voor alle taken en activiteiten middelen opneemt in de Begroting. Hiermee heeft de raad het zogenoemde budgetrecht. Op grond van artikel 192 eerste lid van de Gemeentewet kan de raad besluiten nemen tot wijziging van de Begroting. Met het BBV is bepaald dat de Programmabegroting (en daarmee de Jaarstukken) van gemeenten wordt ingedeeld naar programma's. Indeling en inrichting Een programma is volgens BBV een samenhangend geheel van activiteiten. Per programma dient expliciet te worden ingegaan op de maatschappelijke effecten en de wijze waarop er naar gestreefd zal worden die effecten te verwezenlijken. Dit dient te worden gedaan aan de hand van de volgende drie vragen (drie w-vragen): Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat gaat dat kosten? De gedachte hierachter is dat de gemeenteraad door het beantwoorden van deze vragen zijn kaderstellende rol goed kan invullen. De beoogde maatschappelijke effecten, worden tenminste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren. Een programma kan bestaan uit een aantal beleidsvelden.

De raad stuurt op het niveau van de programma's en beleidsvelden.

Registratienummer: 1580927 Onderwerp: Financiële verordening 2023 Overigens is het doel van dit artikel niet om elke nieuwe raadsperiode de gehele Begroting en Jaarstukken te herindelen. Als de indeling en gebruikte indicatoren de vorige raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw wordt vastgesteld. In andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meeste! voldoende. Programmabegroting De Begroting is het integrale kader waarin alle te verwachten lasten en baten voor een bepaald kalenderjaar zijn gekoppeld aan te realiseren doelen en daarvoor uit te voeren activiteiten. De Begroting vormt tevens de basis voor de verantwoording. Programmabegroting en Jaarstukken moeten daarom identiek zijn van indeling. Autorisatie De Begroting is het centrale instrument voor het realiseren van het budgetrecht van de raad. Dat recht houdt in dat de raad de eigenaar is van de middelen en vanuit die positie het college machtigt om over budgetten te beschikken. De wet bepaalt dat het college ten laste van de gemeente slechts uitgaven kan doen tot de bedragen die hiervoor op de Begroting zijn gebracht (artikel 189 Gemeentewet). Dit voorschrift vormt de kern van het budgetrecht van de raad.

Dat recht houdt in dat de raad de eigenaar is van de middelen en vanuit die positie het college machtigt (autoriseert) om over budgetten te beschikken en tot het doen van uitgaven. De gemeenteraad van Purmerend autoriseert op programma- en beleidsveldniveau. Uitvoering begroting (begrotingswijzigingen) Een begrotingswijziging is een aanpassing van de Begroting tijdens het begrotingsjaar. Net zoals alleen de raad de Begroting kan vaststellen kan ook de raad alleen de Begroting wijzigen. Voor wijzigingen van het doel van een programma- en beleidsveld of voor extra uitgaven voor de uitvoering van het programma- en beleidsveld is altijd vooraf een door de raad vastgestelde begrotingswijziging nodig. Hiervoor doet het college gedurende hetjaarvoorstellen aan de raad. Het college informeert de raad twee maal per jaar over de realisatie van de Begroting van de gemeente van het lopende jaar: in het voorjaar bij de Voorjaarsnota en in het najaar bij de Najaarsnota. Het valt binnen de beschikkingsbevoegdheid van het college om overschotten en tekorten op beleidsvelden binnen één programma met elkaar te compenseren en daarover uitleg te geven bij de jaarrekening. Investeringen Naast de lopende (exploitatie-)uitgaven doet de gemeente ook investeringen. Ook deze uitgaven moeten geautoriseerd worden.

Voor nieuwe investeringen die zich gedurende het lopende begrotingsjaar voordoen en niet in de primitieve Begroting waren opgenomen, legt het college een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor alvorens verplichtingen aan te gaan. De raad beslist bij de jaarrekening of de looptijd van investeringen die ouder zijn dan 2 jaar en waar nog geen uitgaven op staan, open blijven staan in het volgende dienstjaar. Indien het college voorziet dat een het investeringskrediet (dreigt te) worden overschreden meldt het college dit in de eerstvolgende Voorjaarsnota of Najaarsnota aan de raad. Incidentele baten en lasten De incidentele baten en lasten worden als aparte bijlage in één overzicht opgenomen en toegelicht op grond van artikel 19, lid c en 23, lid b van het BBV. Hierin is opgenomen dat de belangrijkste incidentele baten en lasten afzonderlijk per programma/beleidsveldniveau in het overzicht van incidentele baten en lasten worden opgenomen en dat minder belangrijke posten per programma/

Registratienummer: 1580927 Onderwerp: Financiële verordening 2023 beleidsveldniveau als totaalbedrag opgenomen worden. De incidentele baten/lasten moeten van materiële omvang zijn. Door het opnemen van een grensbedrag van € 100.000 is duidelijk afgebakend vanaf welk bedrag incidentele baten en lasten afzonderlijk gespecificeerd worden in het overzicht van incidentele baten en lasten. Purmerend voert structurele taken uit, waardoor structurele baten en lasten de regel zijn. Incidentele baten en lasten zijn de uitzondering. Baten en lasten komen in aanmerking om als incidenteel aangemerkt te worden als deze voor bepaalde tijd geraamd worden, er is een onvoorwaardelijke einddatum bekend. In principe zijn alle stortingen in en onttrekkingen aan reserves incidenteel van aard. Jaarstukken Met de Jaarstukken legt het college integraal verantwoording af aan de gemeenteraad over de uitvoering van de Begroting. Volgens het BBV bestaan de Jaarstukken uit de jaarrekening en het jaarverslag. In BBV zijn de (minimale) eisen geformuleerd waaraan de Jaarstukken moeten voldoen. De accountant controleert jaarlijks of het onderdeel 'jaarrekening' van de Jaarstukken getrouw is. Die controle heeft als primair doel het afgeven van een verklaring. De accountant richt zich bij zijn controle uitsluiten op de getrouwheid, maar toetst daarbij ook of de rechtmatigheidsverantwoording dat is.

De afwijkingen op de rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties, zoals die tot uitdrukking komen in de jaarrekening (voorzover deze niet tevens van invloed zijn op het getrouwe beeld), hebben geen invloed op de strekking van de controleverklaring. Budgetoverheveling Voorstellen voor budgetoverheveling zijn getoetst aan de volgende criteria: • beleidsinhoudelijke noodzaak. • inbedding in de werkplanning/jaarplan van het nieuwe ja(a)ren. • effect op de voortgang/uitvoering van de reguliere werkzaamheden/activiteiten. • de overheveling heeft betrekking op incidentele budgetten. • incidentele exploitatiebudgetten mogen voor één jaar worden overgeheveld naar het nieuwe boekjaar. • Het minimumbedrag voor de overheveling van de exploitatiebudget bedraagt € 50.00o per post. Dit geldt niet voor de incidentele budgetten die gedekt worden uit reserves. Hiermee wordt duidelijkheid gegeven wanneer budgetten die niet besteed zijn in enig jaar, in aanmerking komen voor overheveling naar een volgend jaar. Hiervoor wordt in het raadsbesluit bij de jaarrekening expliciet instemming gevraagd om deze budgetten over te hevelen naar volgende begrotingsja(a)ren. Uitgangspunt is bij de Najaarsnota een zo goed mogelijk actueel begrotingskader te hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12580117/1