Zienswijze Hart van Nootdorp geanonimiseerd (1282817)
Tekst van het document
De heer D. T. du Parand Prins Bernhardstraat 30 2631 EC Nootdorp 06-57614274 Perceel nummer: 1943 Nootdorp, woensdag 22 september 2021
Gemeente Pijnacker T.a.v. de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp Postbus 1 2640 AA PIJNACKER
Betreft: zienswijze tegen ontwerpbestemmingsplan ‘Hart van Nootdorp’
Geachte dames en heren,
Hierbij dien ik mijn zienswijze in op het voorgenomen besluit van 18 augustus 2021 (ter inzage gelegd op 19 augustus 2021).
1. Participatie omgeving/bewoners 1a. Om maar met de deur in huis te vallen. Schokkend om te lezen dat op pagina 75 staat dat de omwonenden zijn betrokken in het totstand komen van het plan. Hier slaat de gemeente en het projectteam totaal de plank mis. De participatie heeft zich beperkt tot ‘informeren van bewoners en een enkele enquête over beelden’. Informeren is heel wat anders dan inoudelijk betrekken. Voor dit bestemmingsplan heeft de gemeente gekozen voor de meest minimale vorm van participatie volgens de participatiewet. Hoewel deze insteek voor dit plan democratisch ‘bepaald’ schijnt te zijn heeft de gemeente zich denk ik niet gerealiseerd dit voor bijzonder veel onrust en frustratie geleid heeft in de omgeving. Hierdoor is het wantrouwen in de politiek wederom gegroeid en staan de hakken in het zand bij mij en andere bewoners en is het onbegrip groot. Hoewel transparantie getracht wordt te bereiken door middel van een website (www.hartvannootdorp.nl), is mijn beeld en dat van andere bewoners dat plannen al ver van te voren vastgesteld zijn door de gemeente en het project maar dat er nog formele procedures doorlopen moeten worden.
Wat is de mening van de verantwoordelijk wethouder hierin? Mogelijk zijn alle wettelijke stapjes doorlopen zodat bij een mogelijke procedure de gemeente in het gelijk gesteld wordt, maar is dat de weg waarop de gemeente wil samenwerken met haar burgers? V: Hoe ziet de wethouder dit? 1b. Het vertrouwen dat mijn en andere zienswijzen dan ook leiden tot wijzigingen in het bestemmingsplan is dan ook laag, maar desondanks laat ik me graag verrassen. Ik wil dit punt eindigen met het aangeven van mijn teleurstelling dat de gemeente geen opvolging gegeven heeft aan adviezen en oproepen door bewoners zelf om toch serieus de omgeving te betrekken bij de plannen, ook niet na brieven en na inspraak bij de gemeenteraad, in plaats van alleen informeren en aanhoren. Er had namelijk een meer gedragen plan gelegen met een grote kans op minder zienswijzen. Bovendien hadden eerdere ervaringen van andere projecten meegenomen kunnen Pagina 1 van 7
worden. V: Wat vindt de wethouder hier van? 1c. In de afgelopen twee jaar is er een aantal keer contact gezocht met het projectteam om serieuze alternatieven aan te dragen. Hiervoor hebben omwonenden een onderbouwd en uitgewerkt plan ingediend; ‘plan van stedenbouwkundige Martin Borst’ met heel veel ruimte voor nadere invulling. In het plan zaten veel onderdelen als veiligheid, groen, voldoende woningen, etc. Omwonenden hebben dus echt serieus meegedacht en mee willen werken. Echter van dit plan of onderdelen daarvan is niets terug te vinden in het plan van de gemeente. De gemeente heeft ook nagelaten om over het ingediende plan een onderbouwde terugkoppeling te geven. De vraag is waarom de gemeente in het gehele proces de omwonenden bewust buiten spel gezet heeft en geen input meegenomen heeft. De gemeente is een volksvertegenwoordiging, maar op deze wijze voel ik me niet vertegenwoordigd. V: Graag ontvang ik een toelichting van de wethouder waarom er niet ingegaan is op de actieve houding van bewoners, waarom er niets gedaan is met het ingediende plan en waarom er naderhand niet netjes gereageerd is dat er niets van het plan is meegenomen.
2. Gedeelte perceel krijg bestemming groen 2a. Mijn perceel, nummer 1943, heeft gedeeltelijk bestemming ‘Wonen – 1’ en gedeeltelijk bestemming ‘Tuin’. In het ontwerpbestemmingsplan ‘Hart van Nootdorp’ krijgt de laatste meter achtertuin en de sloot een andere bestemming, tenminste, uit de stukken/plaatjes komt dit zo naar voren. Door aan dit gedeelte van mijn perceel de bestemming ‘Groen’ toe te kennen, word ik ernstig beperkt in de gebruiksmogelijkheden van mijn perceel. V: Ik verzoek daarom dringend bij het vaststellen van het bestemmingsplan de bestemming in stand te laten zoals die is in het vigerende bestemmingsplan ‘Centrum Nootdorp’, te weten gedeeltelijk ‘Wonen – 1’ en gedeeltelijk ‘Tuin’. 2b. Daar komt bij dat de huidige perceelgrens in het midden van de sloot ligt zoals ook te zien in bijgevoegde kaart (hieronder) waarop de huidige perceelgrenzen te zien zijn. Ook de sloot lijkt de bestemming ‘Groen’ te krijgen. V: Ik verzoek daarom dringend bij het vaststellen van het bestemmingsplan de bestemming in stand te laten zoals die is in het vigerende bestemmingsplan ‘Centrum Nootdorp’, te weten ‘Water’ en tevens de perceelgrenzen ongewijzigd te laten.
Pagina 2 van 7
3. Bouwhoogtes te hoog/afwijkend en bouwvlak te dicht op bestaande bouw 3a. Het ontwerpplan voorziet in de bouw van twee appartementencomplexen achter mijn perceel. De bouwvlakken liggen zeer dicht op mijn huidige perceelgrens (indicatie is 10-18 meter). De bouwhoogte lijkt 12 respectievelijk 15 meter aan de kant van mijn perceel te worden. Met name het complex wat dicht op mijn perceel komt zal door de hoogte en nabijheid zorgen voor een aantasting van mijn (onze) privacy en het vrije uitzicht en daarmee van mijn woongenot. Dit zal direct een forse waardedaling van mijn woning tot gevolg hebben (huidige uitzicht is groen, toekomstige uitzicht is 3 bouwlagen, als het goed is (?), van steen en glas). De bewoners van het complex kunnen immers vanuit hun appartement direct in mijn tuin en woning kijken, zelfs direct in alle slaapkamers aan de achterzijde van mijn woning. De zorgen rondom privacy, compleet ander uitzicht en waardedaling zijn enorm groot, dit leeft zelfs al bij de kinderen. V1: het dringende verzoek aan de gemeenteraad is de afstand van de perceelgrens tot aan de gevel van de nieuwbouw minimaal 24 meter te laten worden en tussen de huidige weg en de nieuwe gevel een groenstrook met bomen in stand te houden of te plaatsen. V2: daarbij op de groenstrook direct naast de sloot enkele bomen te plaatsen zodat het uitzicht groen blijft. 3b.
Bovendien past hoogbouw niet bij de omgeving, hoewel dit wel het uitgangspunt is in H3.5.2. De nabije woonwijken, waaronder de Oranjewijk waar mijn woning staat, bestaat voornamelijk uit laagbouw (woningen). Alleen ter hoogte van de Koningin Julianastraat is sprake van hoogbouw aan één zijde van maximaal vijf bouwlagen welke passend is bij de hoogbouw daarachter (naast de Jan Janssenhal) en De Parade, maar zeker niet bij de Oranjewijk. V: Ik verzoek u dringend het plan in zoverre aan te passen dat de appartementencomplexen verder van mijn perceel worden neergezet (zie ook 3a.) en met een bouwhoogte van maximaal 3 bouwlagen zoals tot enkele maanden geleden altijd is aangegeven. Dit houdt in dat 3 bouwlagen betekent: ingang parkeergelegenheid en 2 woonlagen. Dus NIET ingang parkeergarage (1 laag) en daar bovenop 3 woonlagen. 3c. H1 pagina 12: ‘Hoogte vier bouwlagen met een accent naar vijf bouwlagen, afbouwend naar drie lagen richting de Prins Bernhardstraat’ Naast punt 3b wordt er aangegeven dat er ‘getrapt’ naar 4 lagen gegaan wordt. Uit het plan wordt niet duidelijk op hoeveel meter afstand dat zal gebeuren vanaf de nieuwbouwgevel aan de Hagelaan. Oftewel, begint laag 4 op 1 meter vanaf de gevel, of 6 tot 10 meter. Naast bovenstaande genoemde afstand vanaf mijn erfgrens (de afstand die te kort is), is de afstand vanaf mijn erfgrens tot woonlaag 4 net zo relevant.
U kunt zich voorstellen dat deze informatie noodzakelijk is om hierop te kunnen reageren. Omdat deze informatie ontbreekt is een zienswijze hierop niet mogelijk. Het plan schiet hierin te kort. V: het verzoek is om deze informatie wel beschikbaar te stellen en indien niet aanwezig de afstand van de vierde bouwlaag minimaal 10 meter vanaf de nieuwbouwgevel aan de Hagelaan te laten beginnen. 3d. Tenslotte, de feitelijke afstand van mijn erfgrens tot aan de gevel van de eerste bouwlagen (en de hoogte daarvan) is niet in detail in verbeelding gebracht en tevens wijzigt deze in de stukken die beschikbaar gesteld zijn in de afgelopen periode. Het lijkt er op dat deze elke keer meer opschuift richting mijn erfgrens (nu is de indruk 10-18 meter). Wat ook elke keer anders is: wel/geen groenstrook tussen de weg en de bouwlagen, wel/geen bomen (want de kwaliteit schijnt niet goed genoeg te zijn om deze te handhaven), etc.. Doordat informatie ontbreekt en in plattegronden steeds wijzigt lijkt er (bewust) een rookgordijn opgetrokken te worden om maar zo dicht mogelijk op de bestaande erfgrens te mogen bouwen. Door het ontbreken van heldere informatie in verbeeldingen en feitelijke afstanden tot erfgrenzen per woning is een goede zienswijze ook op dit punt niet mogelijk.
Pagina 3 van 7
V: aan de wethouder wordt gevraagd de informatie specifieker te laten maken zodat omwonenden kunnen reageren op details in plaats van plaatjes en algemene informatie. 4. Vigerende bestemmingsplannen Uit het plan: “Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkelingen binnen het plangebied niet mogelijk is op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.” Het is niet duidelijk in dit plan wat de gevolgen van deze tekst zijn. V: Wordt hier via de achterdeur iets aangepast wat eigenlijk via een andere procedure had moeten lopen? Welk doel heeft deze tekst?
5. Parkeerdruk Het huidige aantal parkeerplaatsen is 23 exclusief de plaatsen voor de ingang van Veenhage. Er komen 22 plaatsen terug maar het parkeerdrukonderzoek geeft niet aan wat de verschillende invloeden zijn en wat nou de netto verschillen zijn. Invloeden als Corona, bezoekers Veenhage, bewoners nieuwe appartementen, schoolbezoek, medewerkers school en bezoekers van De Parade (deze laatste groep is helemaal niet meegenomen maar wel degelijk parkeren die hier). Ook de parkeerplaatsen aan de achterzijde van de Prins Bernhardstraat in de Hagelaan zijn er nu nog wel, straks niet meer, zijn niet meegeteld. Over het algemeen kan ook geconcludeerd worden dat de cijfers waarmee gerekend wordt (aantal auto’s per huishouden) in Nederland structureel te laag is. Hoewel dit bekend is worden de cijfers toch gebruikt omdat dit goed uitkomt voor de ontwikkelingen van plannen. Het parkeerdrukonderzoek is kortzichtig en het advies is onjuist onderbouwd. V: Het verzoek aan de gemeenteraad is om het parkeerdrukonderzoek te herzien en met alle invloeden rekening te houden en de resultaten te verwerken in het plan teneinde de parkeerdruk op normaal niveau te laten zijn de komende 20 jaar.
6. Verkeersdrukte Koningin Julianastraat Zoals bekend is er een behoorlijke verkeersdrukte in de Koningin Julianastraat. Deze drukte wordt veroorzaakt door meerdere factoren: ontsluiting omliggende woonwijken, doorgaand verkeer (om de Parade heen) van en naar Ypenburg en bezoek basisschool en bezoek en werkverkeer Veenhage (inclusief alle vrachtwagens). De doorstroming in de Koning Julianastraat wordt met enige regelmaat verhinderd door burgers die parkeren en weer keren (veelal zeer gevaarlijke situaties t.h.v. De Parade), en het (tijdelijk) parkeren ivm afval naast de ingang van de basisschool. Daarnaast wordt er bijzonder vaak te hard gereden in deze straat ondanks de (te lage) drempel en de vele fietsers. V: het verzoek is een veiligere indeling van de weg in het plan op te nemen en een betere ontsluiting van verkeer.
7. H2.2: Ruimtelijk kader groen 7a. In het gebied zijn een aantal beeldbepalende groenstructuren aanwezig gelegen rondom de sportvelden en de zone rondom de Koningin Julianastraat. Voor de identiteit en sfeer van het gebied is dit groen van belang. Uit een eerdere enquête kwam naar voren dat de bomen aan de Hagelaan als zeer waardevol werden gevonden. Hier is niets mee gedaan. In de verbeelding is hier geen ruimte voor. Aangegeven wordt in het plan dat de kwaliteit veelal beperkt is. Hoewel onduidelijk is wat hiermee bedoeld wordt lijkt het een vrijbrief om straks veel groen te kappen en er steen voor terug te brengen (zie ook punt 3d). Wat zijn de feitelijke plannen met betrekking tot groen? Het is niet duidelijk of de groenstrook met bomen blijft of dat er een (flinke) groene strook terug komt of dat ik tegen een stenen/glas gevel aan zit te kijken. Los van het feit dat steen en glas de stad/het dorp extra Pagina 4 van 7
opwarmt, is de sfeer ook compleet anders. Het deel van de Hagelaan tussen de 2 ingangen van Veenhage is verschrikkelijk. Alleen steen, beton en glas. Impressies zijn geen feitelijk afspraken. V: Ik verzoek de gemeenteraad duidelijkheid te verschaffen over de groenstrook en dat deze blijft of vervangen wordt met iets nieuws wat binnen 3 jaar volgroeid is (hiervoor zijn richtlijnen overigens). 7b.Het gehele groenplan is onduidelijk en informatie uit enquêtes en onderzoeken wordt niet tot onvoldoende meegenomen. V: Verzoek is het onderdeel groen een prominentere plaats te geven in het gehele plan. Note: mbt de herplaatsingsplicht: kappen en nieuwe bomen ergens anders plaatsen binnen de gemeentegrens is niet acceptabel.
8. Waterhuishouding 8a. In H4.3 staat: “De bestaande bodem van het projectgebied Hart van Nootdorp bestaat vooral uit zand met kleilagen. Voor de voorgenomen ontwikkelingen zijn geen voorbelastingen nodig. Er zijn geen problemen met het grondwater binnen het plangebied bekend. Deze hoeven ook anderszins niet te worden verondersteld. Het bestemmingsplan maakt ook geen diepgaande constructies mogelijk die de doorstroming van het grondwater belemmeren”. Deze conclusie is onjuist, omdat: - De bouw van het ‘Marcato’ gebouw heeft wel degelijk invloed gehad op grondwater en zandlagen. Dit is ook te verwachten bij de nieuwe gebouwen (met parkeergarage) aan de Hagelaan en andere gebouwen, dit is blijkbaar niet onderzocht. Bovendien staan de woningen aan de Prins Bernhardstraat op een zandlaag en zijn niet onderheid (bouw rond 1955). Er zal dus wel degelijk invloed zijn van de gebouwen aan de achterzijde aan de Hagelaan. Hier is geen onderzoek naar gedaan. De woningen aan de Prins Bernhardstraat hebben wel last van een fluctuerende grondwaterstand (te merken aan de soms natte kelders bijvoorbeeld), dit is niet meegenomen in het plan. Nader onderzoek is daarom zeer aanbevolen. - Tevens wordt aanbevolen de bouwtechnieken af te stemmen op de zandlagen om te voorkomen dat de bestaande woningen verzakken en scheuren vertonen.
Dit risico is zeker aanwezig (leert de ervaring van de bouw van ‘Mercato’). V: het verzoek is de onderdelen van de waterhuishouding opnieuw onder de loep te nemen en alle ervaringen en informatie die er is te verwerken in het plan. 8b. De bestaande watergangen en oevers blijven onveranderd wordt aangegeven. Nieuw te graven water is minimaal 3.50 meter breed en goed toegankelijk voor onderhoudswerken.” Hetgeen aangegeven is bij punt 2 lijkt niet in overeenstemming met de sloot aan de achterzijde van de Prins Bernharstraat en de huidige kadaster/perceelgrens. V: Verzocht wordt dit punt te verhelderen. 8c. In het hoofdstuk van waterhuishouding staat ook: “Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect water de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat en dat in het bestemmingsplan de waterhuishoudkundige belangen voldoende gewaarborgd worden. Aandachtspunt is de aanvullende en vereiste realisatie van nodige waterberging, welke nu nog niet voldoende in het plan is gewaarborgd, maar waarvoor wel mogelijkheden worden gezien”. De onderzoeksresultaten zijn niet bijgevoegd teneinde de conclusie te kunnen staven. V: kunnen de onderzoeksresultaten gedeeld worden met onderbouwde conclusie.
Pagina 5 van 7
9. Flora en Fauna Voor dit onderdeel, H4.6.2, kan geen zienswijze ingediend worden omdat aangegeven is dat aanvullend onderzoek (PM) noodzakelijk is. En de conclusie ontbreekt (PM). V: Verzoek is deze informatie aan te leveren met onderbouwde conclusie.
10. Netbeheerders (H4.11) Een tijdig inventariserend gesprek met netbeheerders (leert de ervaring) geeft meer en andere inzichten (w.o. veiligheidsrisico’s zoals zetting van de grond, ook al lijkt in eerste instantie de afstand geen probleem) dan op basis van een Klic melding en beredenering vanachter een bureau. Zijn de netbeheerders benaderd en hebben die input gegeven op de voorgenomen wijzigingen (incl verleggingskosten, doorlooptijden (veelal meer dan een jaar en bij hogedruk gas 2-3 jaar)? “De conclusie: Er zijn geen belemmeringen met betrekking tot de aanwezigheid van kabels en leidingen” is daarmee onjuist. Zeker als het gaat om de herinrichting van de Koningin Julianastraat: er zijn wel degelijk belemmeringen: de verlegging zelf (doorlooptijd) en het financiële aspect (verleggingskosten). Bovendien wordt niet weergegeven wat er met het station gebeurt aan de Koningin Julianastraat (staat links van de ingang van de basisschool). Daarnaast verdient het dus sterke aanbeveling om vooroverleg met de netbeheerders te voeren gelet op de impact en doorlooptijd van de uitvoering door die netbeheerders en de details voldoende in zicht te hebben.
Tenslotte is het van groot belang om ruim van te voren het overleg te voeren om na te gaan of er wel voldoende uitbreiding mogelijk is op het electriciteitsnetwerk, dit verschilt per locatie (zie recente berichten hierover van Stedin, Liander en Netbeheer Nederland). V: Verzoek is de netbeheerders veel eerder in het proces te betrekken en afspraken te maken.
11. Besluit Ruimtelijke Ordening H7.2 Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om een voorontwerp van het bestemmingsplan ter inzage te leggen voor een inspraakperiode van zes weken. Dit inspraakmoment maakt geen onderdeel uit van de ‘formele’ procedure uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De resultaten van het vooroverleg zullen te zijner tijd worden verwerkt in onderhavige toelichting. V: Wat is hiervan de planning en hoe komen de resultaten beschikbaar, openbaar?
12. Leefmilieu 12a. “Conclusie Het akoestisch leefmilieu vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.” Waarom wordt er met gemiddelden gewerkt? De overschrijdingen zijn er wel degelijk met zwaar verkeer/vrachtwagens, scooters en auto’s. Als er toch een herinrichting plaatsvindt neem dit dan mee. Maar alleen maar uitgaan van gemiddelden geeft een onjuist beeld en een resultaat wat (mogelijk onbedoeld) niet aansluit bij de leefomgeving. V: Verzoek is niet alleen te werken met gemiddelden maar juist de overschrijdingen aan te pakken met een passend plan.
Pagina 6 van 7
12b. Waarom is er in het akoestisch onderzoek gerekend met een veel kleinere bouwmassa en andere afstand tot mijn perceel dan weergegeven in de verbeelding. V: verzoek is het akoestisch onderzoek opnieuw uit te voeren met de juiste bouwmasse, afstanden, etc.
13. Structuurvisie Het voorliggende bestemmingsplan is niet in lijn met de structuurvisie (ruimte maken…. Ruimte laten). Zoals op pagina 35 van de toelichting te lezen is. V: verzoek is het voorliggende bestemmingplan in lijn te brengen met de structuurvisie.
14. Klimaatadaptatie en energietransitie In het gehele plan is geen (duidelijk) plan of beeld opgenomen op welke punten aansluiting gevonden wordt ten aanzien van klimaatadaptatie en de energietransitie. Regenwateropvang, zonnepanelen, warmtepompen, energiebesparende maatregelen, hittestress, energieopslag, bevordering energiezuinig wonen en leven, duurzame materialen, etc. etc. V: Verzoek is aan de wethouders om in dit plan een stap vooruit te zetten. Behalve aan te geven dat deze dossiers belangrijk zijn ook daadwerkelijk hier werk van te maken.
15. Vervorming? De algemene indruk van het plan is dat alle onderdelen passend moesten zijn om het plan te kunnen realiseren, hierdoor zijn uitgangspunten en kaders vervormd zodat uitkomsten onder normen blijven. V: Hoe zit de wethouder dit? 16. Tenslotte Hopelijk kan de gemeenteraad zich voorstellen dat opnemen van de bovenstaande wijzigingsverzoeken in het definitieve plan sterke aanbeveling verdient omdat daarmee vastgesteld wordt wat de uitgangspunten zijn. Dit is dan ook duidelijk voor alle betrokkenen (bewoners, gemeente, etc.), anders heeft een zienswijze procedure weinig zin, toch? Het rücksichtsloos doorschuiven van alle of de meeste punten naar het proces van de omgevingsvergunning doet afbreuk aan de ingediende zienswijzen en versterkt het gevoel van ‘rookgordijn’ en ‘vervorming’. Ook hier blijven wij hoop houden op een eerlijke en nette behandeling van de zienswijze.
Om bovenstaande redenen verzoek ik de gemeenteraad dringend om het voorgelegde besluit, althans niet ongewijzigd, vast te stellen. Daarbij kan inhoudelijk op deze zienswijze puntsgewijs gereageerd worden. Ter verduidelijking zijn alle onderdelen genummerd en specifieke vragen voorzien van een ‘V’.
Met vriendelijke groet,
De heer D. T. du Parand
Pagina 7 van 7