Zienswijze 5de wijziging GR ODH (ondertekend)
Tekst van het document
adres post telefoon
Omgevingsdienst Haaglanden t.a.v. het bestuur Postbus 14060 2501 GB Den Haag
onderwerp nadere informatie verzenddatum zaaknummer briefnummer uw brief van
e-mail internet
Oranjeplein 1, 2641 EZ Pijnacker Postbus 1, 2640 AA Pijnacker 14 015 info@pijnacker-nootdorp.nl www.pijnacker-nootdorp.nl
Zienswijze op 5e wijziging GR ODH M.C. Maijenburg 28 juni 2024 1515559 1369850 28 mei 2024
uw kenmerk
Geacht bestuur, Wij hebben uw verzoek om een zienswijze te geven op de vijfde ontwerpwijziging van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden in onze vergadercyclus van juni besproken. Graag maken wij van de gelegenheid gebruik om onze zienswijze op het ontwerp aan u kenbaar te maken. Termijnen in artikel 24 In de ontwerpregeling wordt in artikel 24 ingegaan op de wijze van het opstellen van de beleidsmatige en financiële kaders en de begroting. U stelt in het eerste lid voor om de kaders vóór 30 april met de raden te delen. In het tweede lid stelt u voor om de ontwerpbegroting ten minste twaalf weken vóór 1 september met de raden te delen. Uw ontwerpbegroting ontvangen we met deze termijnen pas eind mei/begin juni. Mocht u zich aan deze termijnen houden, dan zouden wij uw kaders ontvangen op het moment de gemeentelijke Kadernota grotendeels is opgesteld. We kunnen uw kaders dan niet meer wegen tegen onze eigen kaders. Het laat ontvangen van uw ontwerpbegroting betekent dat het bespreken en vaststellen van een zienswijze op de ontwerpbegroting door ons als raad midden in de zomervakantie valt en daarmee feitelijk onmogelijk is. Gelet hierop verzoeken wij u om in het eerste lid van artikel 24 een uiterste datum op te nemen van 28 februari en in het tweede lid van artikel 24 de uiterste datum van 30 april.
Bij het hanteren van deze termijnen stelt u ons en andere gemeenteraden in staat om voor het zomerreces zienswijzen op de ontwerpbegroting aan u kenbaar te maken. Unanimiteit in artikel 30 Zoals wij het eerste lid van artikel 30 interpreteren is het verzoek om uittreding uit de gemeenschappelijke regeling uitsluitend mogelijk indien het algemeen bestuur een unaniem voorstel daartoe doet. Onzes inziens is het aan de deelnemer van een gemeenschappelijke regeling voorbehouden om zelfstandig een verzoek tot uittreding uit een GR te kunnen doen. In het volgende lid van artikel 30 is voldoende gewaarborgd dat alle achterblijvende leden in de GR in kunnen stemmen met de gevolgen van de uittreding. Daarom verzoeken wij u het eerste lid te wijzigen naar “Een deelnemer doet een verzoek tot uittreding.”.
pagina
1/2
Evaluatie De gemeenschappelijke regeling wordt geëvalueerd indien het algemeen bestuur daartoe het verzoek doet, waarna het dagelijks bestuur een onderzoeksvoorstel voorlegt. Bij de eerstvolgende evaluatie vragen wij aandacht voor zowel de formele verdeling van bevoegdheden tussen het algemeen en dagelijks bestuur als voor de uitvoering daarvan in de praktijk. Door de huidige verdeling in de paragrafen 1 en 2 lijkt daarin een onbalans te zijn, waarbij het dagelijks bestuur (te) zelfstandig ten opzichte van het algemeen bestuur kan opereren. Ten aanzien van de overige door u voorgestelde wijzigingen in ontwerpregeling zijn wij akkoord. We zien uit naar uw reactie op onze zienswijze. Hoogachtend, de raad van Pijnacker-Nootdorp,
Jorden van der Haas griffier (plv.)
pagina
2/2
Björn Lugthart voorzitter