Vragen TROTS Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2025
Tekst van het document
Opsomming van alle vragen van Trots m.b.t. 5e. Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2025 1. Klopt het dat de afgelopen planperiode weinig is geïnspecteerd en gekeurd? 2. Waarom werd/wordt bij ons al niet volgens de nieuwe norm NEN-EN 13508-2 gewerkt? 3. Is bekend op welke plekken langer water op de straat blijft staan bij hevige regenbuien en wat wordt daaraan gedaan? 4. Waarom zijn de functionele eisen 5. De klant is tevreden en 6. De financiën zijn op orde niet opgenomen en gehandeld in Tabel 2-3 Samenvatting …? 5. Wat wordt bedoeld met … verzilverde meekoppelkansen...? 6. Waarom worden er in dit vGRP geen keuzes in gebruik van mogelijke materialen en werkwijzen gemaakt? 7. Wordt het zogenaamde Waterloket op de gemeentelijke website nog verbeterd en uitgebreid, want er is momenteel daar weinig te vinden over de onderwerpen afvalwater, hemelwater en grondwater? 8. Is het klimaatbestendig handelen al verankerd in het gemeentelijk beleid, waar dat al in 2020 had moeten gebeuren? 9. Waar is de aanvullende overstort op het oppervlaktewater in het bestaande gemengde riolerings-stelsel voorzien? 10. Waarom is tot heden nog niet voldaan aan de wettelijke eisen om de beheergegevens op tijd op orde te brengen en te houden? 11.
Wat betekent het voor de kostendekkingsberekening dat de BTW compensabel is? Kan dit teruggevraagd worden of wordt dit bij de gemeente niet in rekening gebracht? Waarom gaat dat pas in 2023 in?
12. Hoe is te verklaren, dat bij de investeringen voor het vervangen van de bestaande vrij verval riolering voor de lange termijn, van 2022 naar 2023 een forse (willekeurige?) stijging van € 500.000 wordt opgevoerd? (€ 97.256 → € 597.256) 13. Hoe is te verklaren dat, ondanks het om functionele reden naar voren halen van de rioolvervangingen in Klapwijk en de bijbehorende forse investeringen, de Voorziening voorlopig nog gewoon door stijgt? 14. Zijn er voor de kostendekkingsberekening van de rioolheffing ook andere scenario's bekeken en doorgerekend; bijvoorbeeld een grotere verlaging van de heffing in 2023 en een langzamere, geleidelijke stijging daarna? 15. Hoe komt het dat er in het oudere deel van Delfgauw (nog 3), in Nootdorp (nog 1) en in Pjnacker-Noord (nog 2) overstorten voorkomen, hoewel daar volgens bijlage 2a gescheiden stelsels (zouden) liggen?