Vragen t.b.v. raadsessie fractie PvdD omgevingsvisie
Tekst van het document
Beeldvormende vragen fractie PvdD Documenten Omgevingsvisie
PlanMER 1) Is het juist dat de bufferzone Delfgauw tussen Emerald en de A13 m.u.v. het terrein van Ranzijn groen blijft? (zie pag 47 participatieverslag, waar de bufferzone Delfgauw staat vermeld als woninglocatie)? 2) En ligt de bufferzone binnen of buiten BSD gebied? 3) Waarom wordt de gehele buffer Delfgauw bij Emerald aangewezen als onderzoekslocatie op pag. 9 als transformatiegebied; op pag 23 aangegeven als transformatiegebied, op pag 30 als uitbreiding van de woningvoorraad in een passend woonmilieu op locaties binnen de kernen en onderzoekslocaties functieverandering; op pag 35 (kleinschalig gemengde werklocaties), en pag 44? (parkachtige werklocaties en transformatiegebieden en wordt het niet behouden niet als groen en recreatiegebied, zoals in de vele zienswijzen uitdrukkelijk als wens is aangegeven? 4) Gaan de weidevogelkerngebieden en de lokale natuurnetwerken worden vastgelegd in het Omgevingsplan en worden natuurmaatregelen, gericht op behoud en uitbreiding, vastgelegd in het Omgevingsprogramma? 5) Wordt de openheid van het Oude Leedegebied vastgelegd in het Omgevingsplan? 6) Wat is nu ook alweer het aantal m2 groen per inwoner en kan onderzocht worden of dat kan worden uitgebreid naar 48m2, zoals ook de Verenigde Naties bepleit? En worden er nadere eisen gesteld aan de kwaliteit van het groen? 7) Worden er eisen gesteld aan de hoeveelheid groen in
nieuwbouwgebieden en zo ja hoe wordt dit nader uitgewerkt en wanneer? 8) Wordt beweegvriendelijkheid meegenomen in het Omgevingsplan? 9) Er is nog geen gemeentelijk lichtbeleid ontwikkeld in het belang van het welzijn en gezondheid van mens en dier. Gaat dit er komen? Zo ja, wanneer en hoe wordt dit vastgelegd? En zo nee, waarom niet? 10) Het PlanMER adviseert om ‘functionele biodiversiteit’ in glastuinbouwgebieden toe te passen. Gaat het college dit advies overnemen? 11) Klimaatbestendigheid is afhankelijk van inwoners en bedrijven, zo staat beschreven en in de PlanMer. Hoe gaat het college dit verder uitwerken? 12) Gaat het college onderzoek doen naar de afdwingbaarheid van natuurinclusief en circulair bouwen, zoals wordt geadviseerd in de PlanMER? 13) Het is van belang dat het natuurnetwerk tussen de buitengebieden en gemeentelijke kernen robuuster worden, zo staat er in de PlanMER. Wordt dit nader uitgewerkt en opgenomen in het Omgevingsprogramma? Participatieverslag 14) Pag 10 In de beantwoording staat dat de aanduiding onderzoekslocatie overigens niet betekent dat het hele gebied wordt volgebouwd met woningen en/of bedrijfsgebouwen. ‘Het betekent dat we binnen de kaders van de ontwikkelingslijnen willen onderzoeken wat we kunnen doen om in de behoefte van nieuwe woningen te voorzien’.
Wat wordt precies bedoeld met ‘binnen de kaders van de ontwikkelingslijnen? 15) Pag 12 Er staat: ‘Voor Emerald geeft de Omgevingsvisie alleen aan dat we willen onderzoeken of er mogelijkheden zijn om deze strook (deels) te gebruiken voor woningen. Waarom staat deels tussen haakjes?
16) Pag 14: Uit de onderste alinea zou opgemaakt kunnen worden dat buiten het terrein van Ranzijn nog meer mogelijkheden worden onderzocht voor andere bestemmingen dan natuur en recreatie en dat in een uit te voeren onderzoek alleen de gebruikswaarden als randvoorwaarden worden meegenomen. Is deze constatering juist? Zo nee, hoe zit het dan? 17) Pag 33 Er staat in de conclusie dat er een goede zonering van recreatie bijdraagt aan de omgang met de recreatiedruk op de groene gebieden. Maar in de PlanMER wordt geadviseerd gedeelten van deze gebieden bijvoorbeeld in de broedperiode te sluiten om de toenemende druk op de aanwezige natuur en biodiversiteit en de nadelen daarvoor tegen te gaan. Gaat het college dit ook doen? 18) Pag 34 Is het gebied waar een projectontwikkelaar in het Ruyvengebied een natuurbegraafplaats wil realiseren wel bestemd als agrarisch veenweidelandschap en niet als recreatiegebied? Wij dachten dat dit gebied onder het recreatiegebied Ruyven valt.
19) Pag 54: Er wordt gesproken over vertical farming; tot welke hoogten wordt gedacht en aan welke producten? Kan dit wat meer worden toegelicht? Worden er nadere eisen hiervoor gesteld in het Omgevingsprogramma? 20) Pag 56: Wat wordt precies bedoeld met ‘de glastuinbouw is een goede buur van de natuur’ en hoe verhoudt zich dit tot de nadelige invloeden van assimilatieverlichting voor de natuur? 21) Pag 57: Hoe wil de gemeente waardering voor de overlast van glastuinbouw, zoals slechte waterkwaliteit, overlast gevende assimilatieverlichting, vrkeersoverlast, e.d. omzetten in waardering? 22) Pag 58 De inwoners van Delfgauw ondervinden veel overlast van de assimilatieverlichting, verkeer e.d. van de glastuinbouw. Kan de bewering dat glastuinbouw veel recreanten aantrekt en daarmee van enorme maatschappelijke waarde is voor de inwoners van Delfgauw nader worden onderbouwd? Wij begrijpen dit niet. 23) Pag 85 Bij punt 30: Wat wordt bedoeld met dat de bufferzone Delfgauw ‘wordt geoptimaliseerd en beter kan worden aangesloten op de omgeving’? Graag een nadere toelichting. Wat is er nu niet optimaal en aangesloten in dat gebied? 24) Pag 95 Kunnen we de handreiking Commisie MER ontvangen met tips over het uitbreiden van het aantal indicatoren sociale effecten van beleid?
Carla van Viegen