CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

voorontwerp bestemmingsplan Verzamelplan PijNo 23-24 - toelichting

Raad Besluitvorming 29 juni 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Voorontwerpbestemmingsplan Verzamelplan Pijnacker- Nootdorp 2023-202411.628 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

datum referentie

5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0

P 28/62

Overgauwseweg 50 De AERIUS-berekening is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Overgauwseweg 75 De AERIUS-berekening is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Klapwijkseweg 41 De AERIUS-berekening is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Katwijkerlaan 37 De AERIUS-berekening is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Conclusie Volgt nog. 5.6.2

Flora en fauna

Toetsingskader Het beschermingsregime betreffende soorten (flora en fauna) is opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wnb. De verbodsbepalingen zijn hierbij afhankelijk gesteld van de soort (en daarmee de opname van die soort op de diverse lijsten) en de voorgenomen handelingen. Bovendien is een algemeen geldende zorgplicht opgenomen om handelingen achterwege te laten of maatregelen te treffen, om te voorkomen dat nadelige gevolgen ontstaan voor in het wild levende dieren en planten. Conform de Wet natuurbescherming is de initiatiefnemer bij ruimtelijke ingrepen verplicht op de hoogte te zijn van mogelijke voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied. Vanuit die kennis dienen plannen en projecten getoetst te worden aan eventuele strijdigheid met de verbodsbepalingen uit de Wnb. Conform vaste jurisprudentie kan een plan worden vastgesteld indien aannemelijk wordt gemaakt dat het aspect flora en fauna niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Beoordeling Kortelandsedreef nabij 9 De Quickscan Wet natuurbescherming is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Overgauwseweg 50 De Quickscan Wet natuurbescherming is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Overgauwseweg 75 De Quickscan Wet natuurbescherming is momenteel in uitvoering.

De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden.

datum referentie

5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0

P 29/62

Klapwijkseweg 41 De Quickscan Wet natuurbescherming is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Katwijkerlaan 37 De Quickscan Wet natuurbescherming is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Conclusie Volgt nog. 5.7

Akoestiek

Toetsingskader Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in art. 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: • de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); • de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; • functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van: Stedelijk

Buitenstedelijk

Aantal rijstroken

Aantal meter aan weerszijden van de weg

5 of meer

350 m

600 m

3 of 4

350 m

400 m

1 of 2

200 m

250 m

Tabel 4: onderzoekszone wegen artikel 74 lid 1 Wet geluidhinder.

Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als 'woonerf' aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals deze voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk; Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.

datum referentie

5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0

P 30/62

Voor gebieden binnen of in de nabijheid van natuurgebieden gelden aanvullende regels. In het geval van onderhavige ontwikkeling geldt dat de zorgvoorziening niet vergunnings- of meldingplichtig is volgens wet- en regelgeving omtrent geluid. Wel is het plan pal naast het Natuurnetwerk Brabant gelegen. In de regel dient het Natuurnet-werk Brabant gecompenseerd te worden bij een geluidsbelasting hoger dan 45 dB(A).

Beoordeling Niet alle ontwikkelingen hebben betrekking op het mogelijk maken van nieuwe geluidgevoelige functies. Hieronder wordt enkel nader ingegaan op ontwikkelingen die wel nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk maken. Kortelandsedreef nabij 9 Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Overgauwseweg 50 Voor de locatie Overgauwseweg 50 te Pijnacker geldt dat er geen sprake is van het toevoegen van een nieuwe geluidgevoelige functie. Met onderhavig verzamelplan wordt aantal te bebouwen vierkante meter en de bouwhoogte aangepast ten behoeve van het realiseren van een nieuwe loods. In het kader van de Wgh is derhalve geen onderzoek noodzakelijk. Overgauwseweg 75 Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Klapwijkseweg 41 Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is momenteel in uitvoering. De resultaten van het onderzoek zullen in deze toelichting verwerkt worden. Conclusie Volgt nog. 5.8

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals zorgvoorzieningen) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-brochure) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). Beoordeling Kortelandsedreef nabij 9 Onderhavig planvoornemen maakt de bouw van een nieuwe seniorenwoning mogelijk. Ter plaatse van de locatie waar de nieuwe woning gebouwd wordt, zal een bouwvlak worden opgenomen waardoor de bouw van de woning

datum referentie

5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0

P 31/62

mogelijk wordt. De bestaande woonbestemming blijft behouden. Verder zijn er in de omgeving enkel woonbestemmingen en speelt milieuzonering derhalve geen rol Overgauwseweg 50 Binnen het plangebied bevindt zich een agrarisch loonbedrijf. Een agrarisch loonbedrijf, met een bedrijfsoppervlakte groter dan 500 m2 , behoort bij milieucategorie 3.1 en heeft een richtafstand van 50 meter. De nieuwe loods wordt gebouwd binnen de huidige bestemming en binnen het bestaande bouwvlak. Overgauwseweg 75 Onderhavig planvoornemen maakt de bouw van nieuwe woningen mogelijk door het aanpassen van het bouwvlak. Ter plaatse van de locaties waar de nieuwe woningen gebouwd zouden moeten worden, worden bouwvlakken opgenomen waardoor de bouw van de woningen mogelijk wordt. De bestaande woonbestemming blijft behouden. Zowel ten noorden als ten westen van het plangebied komen veel glastuinbouwbedrijven voor. Tuinbouw met kassen valt onder de milieucategorie 2 en heeft een richtafstand van 30 meter. Deze liggen echter op voldoende afstand van het plangebied. Ter plaatse van de Overgauwseweg 48/50 bevindt zich een agrarisch loonbedrijf. Een agrarisch loonbedrijf, met een bedrijfsoppervlakte groter dan 500 m2 , behoort bij milieucategorie 3.1 en heeft een richtafstand van 50 meter.

De afstand tussen de nieuwe woningen en het loonbedrijf bedraagt minstens 60 meter door de Overgauwseweg, de sloot, de bestaande woningen en een groen/natuurstrook. Geconcludeerd kan worden dat het agrarisch loonbedrijf geen belemmering vormt voor de woningbouwontwikkeling en dat andersom het loonbedrijf ook niet wordt belemmerd in haart bedrijfsactiviteiten door de ontwikkeling. Klapwijkseweg 41 Onderhavig planvoornemen maakt de bouw van een nieuwe seniorenwoningen mogelijk. Ter plaatse van de locatie waar de nieuwe woning gebouwd wordt, zal een bouwvlak worden opgenomen waardoor de bouw van de woning mogelijk wordt. De bestaande woonbestemming blijft behouden. Verder zijn er in de omgeving enkel woonbestemmingen en speelt milieuzonering derhalve geen rol. Katwijkerlaan 37 Onderhavig planvoornemen voorziet in een nieuw bouwvlak en verhoging van de goot- en nokhoogte ten behoeve van een nieuwe caravanstalling. Hiermee geldt dat er geen sprake is van het toevoegen van een nieuwe milieuhindergevoelige functie. Rondom het plangebied liggen enkele woonbestemmingen. De oppervlakte in gebruik voor de caravanstalling veranderd niet. Wel zorgen de plannen ervoor dat de stallingsruimte verder van de woningen af komt te staan waardoor de overlast naar verwachting zal verminderen. Conclusie Het aspect ‘bedrijf en milieuzonering’ vormt geen belemmering voor beoogde ontwikkelingen.

5.9

Externe veiligheid

Toetsingskader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische

datum referentie

5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0

P 32/62

bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd. Het plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied ,gelijktijdig, overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

De orientatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Het groepsrisico is niet ruimtelijk weer te geven met contouren, maar wordt uitgedrukt in een grafiek waarin de groepsgrootte van aantallen slachtoffers wordt uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval: de Fn-curve. Beoordeling De beoordeling van de externe veiligheid is momenteel in voorbereiding en zal op een later stadium aan de toelichting toegevoegd worden. Conclusie Volgt te zijner tijd.

5.10 Luchtkwaliteit Toetsingskader Op basis van hoofdstuk 5, titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer dient onderzoek naar luchtkwaliteit te worden uitgevoerd. De titel 5.2 ‘Luchtkwaliteitseisen’ is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit (Wlk). De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Op grond van de Wet mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de normen (grenswaarden) die aan een aantal verontreinigende stoffen zijn gesteld. Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid:

datum referentie

5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0

P 33/62

• • •

•

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een plan leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een plan draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging (meer dan 3%) ten opzichte van de grenswaarde (een grenswaarde van 3% staat gelijk aan de bouw van circa 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorruimte met één ontsluitingsweg); een plan past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Naast de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit, moet worden bezien of er voor de te realiseren woningen voldaan kan worden aan een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Om te bepalen of de plaatselijke luchtkwaliteit voldoet aan de normen voor een goed woon- en leefklimaat is gebruik gemaakt van de RIVM kaarten welke weergeven staan op www.atlasleefomgeving.nl. Indien uit de monitoring blijkt dat de doelstellingen van het NSL niet worden gehaald, kunnen extra maatregelen worden getroffen. Beoordeling De ontwikkelingen zijn dusdanig beperkt van omvang dat er ruimschoots onder de aantallen gebleven wordt zoals genoemd in de 'Regeling niet in betekende mate bijdragen' (NIBM). Via het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit zijn de concentraties ter plaatse van de ontwikkelingen het plangebied voor de jaren 2020 en 2030 afgelezen. In de verkeersmodellen die gebruikt worden bij de CIMLmonitoringstool is de verkeersgeneratie in de omgeving reeds opgenomen in het model voor de jaren 2020 en 2030. Er zijn derhalve geen aanpassingen doorgevoerd aan de data afkomstig uit de CIML-rekentool. NO2 Uit de resultaten blijkt dat de concentraties voor NO2 in alle gevallen ver onder de grenswaarden zitten voor 2020 en 2030. In geen van de gevallen wordt de jaargemiddelde grenswaarde overschreden.

De waarde is het hoogste ter plaatse van locaties aan de Overgauwseweg en de locatie aan de Klapwijkseweg in Pijnacker en bedraagt in 17,2 µg/m3. Hiermee wordt de grenswaarde van 40 µg/m3 niet overschreden. PM10 Uit de resultaten blijkt dat de concentraties voor PM10 in 2020 en 2030 ver onder de grenswaarden blijven. De hoogste waarde in 2030 is ter plaatse van de Kortelandsedreef nabij 9 (Nootdorp) en bedraagt 17,2 µg/m3. Er wordt voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 (40 µg/m3). De wereldgezondsheidsorganisatie (WHO) beoogt een advieswaarde van een jaargemiddelde waarde van 20 µg/m 3. PM2,5 Uit de resultaten blijkt dat dat de concentraties PM2,5 licht afnemen. De hoogste waarde is ter plaatse van de Stationsstraat in Pijnacker en bedraagt 9,8 µg/m3. De jaargemiddelde grenswaarde (25 µg/m3) wordt in geen geval overschreden. Ook de jaargemiddelde richtwaarde voor 2020 (20 µg/m3) wordt in geen geval overschreden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de onderhavige ontwikkeling. Binnen het besluitgebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat. 5.11 Verkeer en parkeren De voorgenomen ontwikkelingen betreffen kleinschalige ontwikkelingen, die in een enkel geval betrekking hebben op de realisatie van een beperkt aantal woningen.

Deze ontwikkelingen brengen geen noemenswaardige toename van het aantal verkeersbewegingen met zich mee. Parkeren wordt in beginsel overal op eigen terrein opgevangen. Met betrekking tot de aspecten verkeer en parkeren zijn geen problemen te verwachten.

datum referentie

5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0

P 34/62

6

Uitvoerbaarheid

6.1

Algemeen

De gemeente Pijnacker-Nootdorp wil middels haar beleid ruimte bieden en uitnodigen om te ondernemen en de woonomgeving te verbeteren, om zodoende samen invulling te geven aan de ruimte binnen de gemeente. Door ruimte te bieden voor de ontwikkelingen die dit verzamelplan mogelijk maakt, wordt hieraan concreet invulling gegeven. 6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De aanvraag om een omgevingsvergunning ziet op het opheffen van het strijdig planologisch gebruik. Op de onderhavige aanvraag is ex artikel 3.10 lid 1, onder a Wabo de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit houdt in dat de omgevingsvergunning overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4) gedurende zes weken ter inzage zal liggen en worden toegestuurd aan overleginstanties. Tijdens deze periode wordt de mogelijkheid geboden voor het indienen van zienswijzen. 6.3

Economische uitvoerbaarheid

Er wordt een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers gesloten waarin afspraken worden gemaakt over de voorgenomen ontwikkeling, alsmede alle financiële kaders waaronder mogelijke planschade, de exploitatiebijdrage en de daadwerkelijke investeringskosten van de beoogde ontwikkelingen. Op basis van deze overeenkomst wordt het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar geacht. Het kostenverhaal zal geen belemmering vormen voor uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan.

datum referentie

5 mei 2023 230083_AdB_RAP_0001_v2.0

P 35/62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12756509/1