CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen fracties ter voorbereiding op beeldvormende vergadering versie 2

Raad Beeldvorming 4 maart 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Technische vragen fracties4.131 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen ter voorbereiding op de beeldvormende vergadering.

4b Ontwerpbestemmingsplan Kerkweg/Korteweg PvdD 1. Zijn minder bouwlagen mogelijk? Is het mogelijk om aan te sluiten bij de hoogte van de bestaande bouw en een max hoogte van 7 meter te realiseren? 2. Heeft het college een beeld wat wordt bedoeld met de volgende inspraakreactie: ‘Zo geven insprekers te kennen dat er zeer waarschijnlijk in toekomst meer ontwikkelingen te verwachten zijn op de omliggende percelen met de bestemming ‘Bedrijf’. In het licht van deze te verwachten ontwikkelingen vragen insprekers de plannen te herzien en rekening te houden met verdere woningbouw op de omliggende percelen.’ ? 3. Insprekers geven aan dat er een plan voorligt dat zonder buurtparticipatie tot stand is gekomen en waar de buurt zich niet in kan vinden. Is dit juist? Zo nee, op welke wijze is inhoud gegeven aan (buurt)participatie? En zo ja, op welke wijze heeft dit plaatsgevonden? 4. Waaruit bestond het participatietraject dat de projectontwikkelaar met omwonenden heeft gevoerd? 5. Wat zijn de mogelijkheden om de inkijk in bestaande woningen vanuit de nieuwe appartementen te verminderen? 6. Hoe groot is de verwachte planschade? 7. Hoe heeft het participatietraject van de projectontwikkelaar met de omwonenden precies plaatsgevonden? Er staat in de stukken dat er alleen telefoongesprekken hebben plaats gevonden.

Maar met welke omwonenden en wat is er gedaan met de participatie door de projectontwikkelaar?

4c Ontwerp nota parkeernormen 2021 Eerlijk Alternatief 1. Bij nieuwbouw kan men nu al rekening houden voor parkeren op eigen terrein of in een onderof bovengrondse parkeergarage bij hoogbouw. Ik het mogelijk om daar rekening mee te houden of wordt dat onbetaalbaar. Wat zijn ongeveer de meerkosten? 2. Bij een goed OV/fietspaden zullen jongeren niet snel een auto kopen (2 van mijn 3 kinderen huren vaak een auto). Zou je een parkeerplaats kunnen "reserveren" voor gehuurde of deelauto's (om het huren of delen van auto's aantrekkelijk te maken?). 3. Bij de discussie laadpalen hebben wij al aangegeven dat deze vaak leeg staan. Is het mogelijk om één van de twee parkeerplekken open te laten voor een niet elektrische auto? Ten aanzien van het gebruik van de parkeernormering zijn de volgende kaders aangegeven: Parkeernormen worden in nieuwe situaties toegepast, evenals bij verbouw en functiewijzigingen. 4. Wat betekent dit precies, wat wordt verstaan onder verbouw, hoe groot, of klein?? 5. Concreter, betekent dit dat als ik een aanbouw neem, verbouwing? De parkeernormen worden aangepast in de wijk? Om vooraf problemen te voorkomen dient te worden gesteld dat bewoners van een koop- of huurwoningen verplicht een parkeerplaats in het complex zelf huren of kopen, zodat extra parkeerdruk in de omgeving wordt voorkomen.

6. Hoe kijkt het college hier tegen aan? 7. Moet ik een parkeerplaats huren als ik een huis huur en een auto heb? En als ik later een auto aanschaf? 8. Hoe ziet u in relatie tot huurwoning de extra kosten? 9. Vind het college het redelijk het kader uit te voeren wat bederft kopwoning en verplichte koopparkeerkplaats. Ziet u hier geen extra drempel voor starters? D66 1. In bijlage 1a, op pagina 11 is de laatste regel van Tabel 3 weggevallen, waar beschreven wordt hoe moet worden omgegaan met haal/breng verkeer rondom scholen. PvdD 1. Op p.7 staat “De parkeerbehoefte van de oude functie is niet altijd bekend, omdat deze lang geleden met oude (meestal lagere) normen is vastgesteld. De oude parkeerbehoefte wordt dan in overleg door de gemeente bepaald.” Wat is daarbij gangbaar: Geheel uitgaan van de actuele situatie of krijgt men een soort ‘korting’ op het aantal te realiseren plaatsen? 2. p. 10, tabel 3. Wat is een ‘parkeerplaats voor overheaddeur’? 3. p. 10, tabel 3. Zijn er criteria (afmetingen) voor ‘wijkcentrum klein, gemiddeld en groot’? 4. p. 11, tabel 3. Het * bij ‘hotel1,2,3’ staat niet uitgelegd en de uitleg bij ** is nu een halve zin. Wat zijn beide volledige toelichtingszinnen en kunnen ze worden toegevoegd? 5. p. 12, tabel 4. ‘1)’ ontbreekt in de tabel. Hoort die ergens bovenin de tabel?

4d Metropolitane fietsroutes Den Haag-Pijnacker en Delft Oude Leede-Rotterdam Eerlijk Alternatief 1. Regelmatig groeien boomwortels door het fietsasfalt en men egaliseert jaarlijks de weg. Omdat er steeds meer elektrische fietsen zijn die zo'n 20 - 25 km per uur rijden gaat dit niet altijd goed. Meestal loopt het met een sisser af en die valpartijen worden niet gemeld. Kunnen er waarschuwingsbordjes komen als het op die bekende fietsroute gevaarlijk "hobbelig" wordt? PPN 1. De financiële dekking is mij niet duidelijk - Welk deel van het budget kan gedekt worden uit bestaande budgetten en welk deel is “nieuw” geld - Zijn er ook subsidiebronnen voor het ecoduct ? Wat is dan nog de bijdrage van de gemeente? - Wat gebeurt met dit plan en met de fietsbrug A13 in het bijzonder, als 1 van de gemeenten zijn deel niet kan betalen? Als de kosten na het maken van het DO hoger zijn geworden. Wie betaalt dan welk deel van de rekening? 2. Fietsbrug A13 - Wordt het hellingspercentage in het voorkeursalternatief? Is die helling steiler dan de helling in de fietstunnel komkommerweg (n470) ? - Zijn de tunnelvarianten ook onderzocht? Zo nee waarom niet, zo ja waarom is die niet gekozen? D66 1. In het raadsvoorstel: waar corresponderen de €6.800.000 voor het fietsviaduct over de A13 mee? We kunnen deze in de bijlages niet terugvinden.

PvdD 1. Gaat de aanleg van deze fietsroutes ten koste van natuur? Zo ja, hoeveel vierkante meter en wat zijn de gevolgen ervan voor de natuur? 2. Bij ‘gebied 5: Nootdorp: Polderweg’ en ‘gebied 6: Nootdorp: Hazepad’ lijkt het er, op basis van de tekeningen, op dat de aanleg en verbreding van fietspaden ten koste gaat van groen. Is er al een inschatting gemaakt van de lokale effecten hiervan op planten en dieren? 3. Op een deel van de beoogde routes door onze gemeente zijn auto’s ook toegestaan. Geldt dit alleen voor plekken waar dit nu ook al zo is, of is er sprake van een netto toename van plekken waar auto’s op de beoogde fietsroute mogen rijden? 4. Van welke variant fietsburg over de A13 (basis, medium of plus) is in de aanbiedingsnota uitgegaan voor de kostenraming? 5. Waarom vindt de financiële besluitvorming niet ook gelijk plaats in dit voorstel, maar pas bij de kadernota? En in hoeverre kunnen bedragen daar nog afwijken van de bedragen genoemd in deze aanbiedingsnota? 6. Kunnen de andere gemeentes hun deel wel betalen in deze tijden van krappe begrotingen? Hoe groot is het risico dat we hierdoor straks met een half af project zitten en de subsidie moeten terugbetalen?

4e Reconstructie Hazepad VVD 1. Kunt u chronologisch aangeven wanneer welke feiten over de technische toestand van het Hazepad bekend werden en wanneer de conclusie is getrokken dat er sprake is van een onveilige situatie? Wanneer werd bekend dat het fietspad gereconstrueerd dient te worden en is de conclusie getrokken dat de kosten voor herstel van het fietspad door de gemeente en niet door het hoogheemraadschap gedragen moeten worden? Welke afwegingen zijn daarbij gemaakt om op welk moment budget en onderhoud in te gaan plannen? 2. Een ontheffingsonderzoek beschermde diersoorten kent i.g.v. vleermuizen een doorlooptijd van mogelijk een jaar. Kunt u aangeven waarom niet eerder gestart is met dit onderzoek? PPN 1. Begin 2020 is er geconstateerd dat er een gevaarlijke situatie is en dat de dijk waarnaast het fietspad ligt versterkt moet worden. 2. vraag 1. Waarom is er sinds die constatering nauwelijks iets gebeurd, behalve dan het afsluiten van het fietspad? 3. vraag 2. Er wordt gesproken over verkeersdruk van de fietsers. Is die werkelijk zo zwaar dat het fietspad moest worden afgesloten? 4. vraag 3. In het slechtste geval wordt er begonnen met de aanleg van het fietspad in het derde kwartaal van 2022. 5. Wanneer is het volgens de planning dan helemaal klaar? 6. vraag 4. Voor fietsers is de omleiding door het haagse wijkje naast de kade erg onhandig.

Daarom werd er vaak gebruik gemaakt van het parallelle wandelpad door het bos. Waarom is dit verboden? 7. vraag 4. Zijn er andere scenario's overwogen om het fietsersleed wat te verzachten? PvdD 1. Kan nader worden toegelicht wat het verschil is tussen het recreatieve verkeer en woonwerkverkeer op de fiets en waarom is dit onderscheid gemaakt?

2. Wordt nader onderzocht of bomen gespaard of verplaatst kunnen worden? Zo nee, waarom niet? 3. Kunnen de bijlages 1, 2 en 3 nader worden uitgelegd? Dat begrijpen we niet goed. 4. Kan nader worden toegelicht waar de € 775.000,-- precies voor nodig is? Is dat bijvoorbeeld alleen om de dijk veilig te maken en een nieuw fietspad aan te leggen? Of gaat er meer gebeuren? 4f Interventieplan kostenbeheersing sociaal domein CDA 1. Onder voorstel 1d staat de geraamde besparing door de inzet praktijkondersteuners van € 694.000 terug te brengen naar een realistischer bedrag van € 375.000 per jaar en aan te merken als deel van de taakstellende bezuiniging van 1.25 miljoen Euro die voor 2022 en 2023 in de budgetten sociaal domein zijn verwerkt” Onze vraag hierbij: waar komt de missende € 319.000 dan terug/waar haalt u die vandaan? En zijn er meer bedragen die - als we ze “realistischer” maken - lager uitvallen, waardoor er (mogelijk) meer bezuinigingen nodig zijn dan eerder verondersteld werd? Zo ja, heeft u al terreinen binnen/buiten sociaal domein op het oog hoe die te in te vullen? 2. Er wordt geconcludeerd dat veel jongens tussen 4 en 12 jaar worden aangemeld met hulpvragen van psychosociale aard zoals emotionele en gedragsproblemen (blz. 3, P5). Dit vinden wij een opvallend gegeven.

Is dit iets dat t gedrag van jongens betreft of is t gedrag dat bij de leeftijd hoort en waar omgeving minder goed mee kan omgaan en het als een probleem wordt ervaren? 3. In hoeveel van de 146 aanmeldingen (blz. 3, P5) is er geconcludeerd dat hulp/doorverwijzing überhaupt niet nodig is geweest? Of worden die in de 146 niet meegeteld? 4. Kunt u een verklaring geven voor waarom januari als een atypische maand (blz. 5, P5) te boek staat? 5. In het raadsvoorstel (blz. 6) wordt gesproken over het aantrekken van een opgave manager. Hij/zij gaat vooraf randvoorwaarden zo goed mogelijk uitwerken en borgen. Toch is het voor het CDA nog niet helemaal duidelijk wat zo iemand precies doet? En het CDA vraagt zich daarbij af: hebben we deze persoon al in huis of bent u voornemens die in te huren? 6. Er wordt ook geschreven over een coach/begeleider. Daarvoor wordt beschreven dat diegene “actief gaat sturen op de parameters voor de intensiteit van ondersteuningstrajecten”. Voor het CDA is het onnavolgbaar wat deze persoon precies gaat doen: kunt u dat uitleggen? 7. U schets dat door ‘het zelf doen’ bespaard zal worden op functies als facturatie en contractmanagement. Houdt u dan ook rekening met de toename van de eigen administratie en registratie die voorheen door de externe partijen werden gedaan? VVD 1. Maatregel P5: a.

In Bijlage 1 over maatregel P5 wordt in de berekening van het besparingspotentieel uitgegaan dat een GGZ-traject € 3.880,- kost. Is dit het bedrag dat een gemiddeld traject kost? Is bekend (bv uit de evaluatie) welke verwijzing een jeugdige gehad zou hebben zonder inzet van een POJ en wat deze inzet dan gekost zou hebben? b. Kunt u aangeven hoe op p8 de salariskosten voor 1,4 fte zijn meegenomen in de besparingsberekening? c. De kosten van een POJ kunnen deels vergoed worden door de verzekeringsmaatschappijen. Is dat in Pijnacker-Nootdorp op dit moment ook het geval? Zo ja, welk deel wordt door verzekeraars betaald en zo nee, waarom niet? Is voorzien dat dit vanaf 2021 wel gaat gebeuren en is hiermee rekening gehouden in de berekening van het besparingspotentieel? Zo ja, om welke bedragen gaat dit? Zo nee, waarom is gedeeltelijke bekostiging vanuit de zorgverzekeraar niet mogelijk?

2. Maatregel P6/8 Berenschot notitie a. Kunt u aangeven hoe de aannames op p4 en p7 (25% besparingsopgave programmakosten) en 15% aanzuigende werking zijn onderbouwd? Is bekend of deze aanzuigende werking ook voor de middellange termijn zorgvraag verhogend werkt? b. Op p10 wordt aangegeven dat het niet mogelijk is om alle gewenste financiële gegevens aan te leveren (bv gemiddelde looptijd wmo-voorzieningen, voorzieningen in bijlage 1 jeugdzorg). Kunt u aangeven waarom deze gegevens niet geleverd konden worden? c. In de uitwerking van de verschillende scenario’s op p6 is voor maatwerk uitgegaan kosten per cliënt van € 6.106,80. Indien er minder maatwerk geleverd hoeft te worden, is dan de verminderde inzet voor het indicatieproces meegenomen? En ligt dit bij wmo op p8? PPN Over de praktijkondersteuners: 1. Zouden we ook een overzicht kunnen krijgen van het aantal verwijzingen naar de GGZ in de jaren voor en nadat de pilot gestart is? 2. Is de berekening van de besparing niet iets te optimistisch, omdat sommige kinderen/jongeren na begeleiding door een POJ-er alsnog verwezen worden naar de GGZ? D66 Vragen bij de notitie voorstel uitbreiding praktijkondersteuners jeugd. 1. In hoeverre kan de daling zoals weergegeven in de staafdiagrammen aan de inzet van POJ worden toegeschreven gelet op de constatering op pagina 3 van de notitie.

Daarbij lijkt het er op dat de daling bij huisartsen met POJ ten opzichten van huisartsen zonder POJ in percentage uitgedrukt ongeveer gelijk is. Het aantal aanmeldingen met POJ in 2020 is ongeveer 56% van het aantal in 2019. Het aantal aanmeldingen van huisartsen zonder POJ is in 2019 ongeveer 54% van het aantal aanmeldingen in 2020. Dit betekent dat de daling in percentage uitgedrukt ongeveer gelijk is, en dat, voor zover je al kunt spreken van een grotere daling, de daling in percentage uitgedrukt juist bij de huisartsen zonder POJ iets groter is dan met POJ. Of interpreteren wij de staafdiagrammen verkeerd? Gaarne uw uitleg. 2. In hoeverre kunnen POJ’s ook worden ingezet, of worden zij al ingezet om preventief te werken aan het voorkomen van jeugdzorg via scholen kinderopvang, sportverenigingen e.d. Vragen bij Notitie Berenschot Pagina 5 1. Op pagina 5 staan de parameters waarop het rapport is gebaseerd. Hierbij is de opmerking gemaakt dat wijziging van de parameters invloed heeft op de business case. In hoeverre zijn de parameters aannames en in hoeverre zijn zij beïnvloedbaar (b.v. aanzuigende werking). Pagina 7/8 1. Op pagina 7/8 staat dat de cijfers van de gemeente niet op alle onderdelen betrouwbaar bleken. Kan hierop een toelichting worden gegeven. Pagina 9 1. Caseload van 20 is gebaseerd op het resultaat van een berekening.

In hoeverre is deze berekening gebaseerd op aannames en in hoeverre op de praktijk? In de tekst is aangegeven dat hoewel de caseload redelijk lijkt wordt geadviseerd deze in de praktijk te toetsen. Op welke manier wordt dit in de praktijk getoetst? 2. De doorlooptijd maakt onderdeel uit van de berekening. Er is echter geen zicht gekregen op de doorlooptijden in de huidige situatie. Hoe komt het dat wij daar geen zicht op hebben?

3. We hebben toch al een systeem om klanttevredenheid te toetsen? Moet dit op een andere wijze vorm gegeven worden? Pagina 10 1. Gemeente kon veel gegevens niet aanleveren (is hiermee op hetzelfde gedoeld als pagina 7/8? Als voorbeeld wordt genoemd de gemiddelde looptijd van de voorzieningen met een specificatie van kosten per jaar. Voor jeugdzorg bleek het ook niet mogelijk om de informatie te verstrekken ten aanzien van de in bijlage 1 vermelde onderdelen. In hoeverre is het dan mogelijk een realistische inschatting van de besparingsmogelijkheden te maken en waaraan ligt het dat onze gemeente deze informatie niet kon aanleveren (nu is het rapport hierdoor voor een deel op aannames gebaseerd)? 2. In de besparingscijfers is nog niet alle informatie verwerkt. Zo is geen rekening gehouden met implementatiekosten en overheadkosten (b.v. ICT). Geadviseerd wordt om deze kosten te beperken in de pilotfase. Is dit realistisch of is het anders mogelijk om de besparingscijfers met deze kosten te corrigeren? 3. Berenschot adviseert om succesfactoren te bepalen. Op welke wijze wil het college de succesfactoren bepalen? Wordt de raad hierbij betrokken? Voor de beantwoording alvast hartelijk dank. Tevens hebben wij bijgevoegd een artikel van Binnenlands Bestuur met de uitkomst van het onderzoek uitgevoerd door het Centraal Planbureau dat kanttekeningen plaatst bij de inzet van POJ.

Schetst de achtergrond van onze vragen. https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/nieuws/praktijkondersteuners-jeugd-leverengeen.15382266.lynkx PvdD 1. Kan een beeld worden geschetst wat de gevolgen tot nu toe zijn van de bezuinigingen die zijn doorgevoerd in het sociaal domein? 2. Er staat: ‘Maatregel P7, zelf inkopen van Jeugdhulp gaan we niet in uitvoering nemen. Onderzoek naar het lokaal inkopen van ambulante jeugdhulp levert geen aanknopingspunten op dat andere vormen van inkopen doorslaggevende resultaten opleveren (zie bijlage 3). In plaats hiervan maken we optimaal gebruik van de sturingsmogelijkheden binnen de regionale inkoopmethodiek jeugdhulp die in 2020 in werking is getreden.’ Bijlage 3 geeft ons een onvoldoende helder beeld. Kan nader worden toegelicht waarom er geen aanknopingspunten zijn gevonden, terwijl dat klaarblijkelijk eerder wel het geval was? Geeft regionale inkoop bijvoorbeeld niet veel meer bureaucratie dan dat de gemeente het zelf doet? 3. Van meerdere jongeren, die een beroep doen op de jeugdzorg, krijgen we door dat de wachttijd lang is en dat ze niet gelijk geholpen worden. Kan hiervan een nader beeld geschetst worden? 4. Welke inbreng hebben jeugdige zelf bij hun hulpverleningsvraag? Welke stem geeft de doorslag welke hulp wordt verleend? Is er altijd consensus over de te verlenen hulp? 5. Er wordt veel gesproken over kostenbeheersing.

Maar waaruit blijkt de focus op een goede toegankelijkheid zonder bureaucratische regels (Veel ouders/kinderen hebben moeite met het invullen van de formulieren), geen wachttijden en vroegsignalering via school? Dat is ons nog niet duidelijk. 6. In het voorstel wordt slechts kort gesproken over de verbinding met scholen in de vorm van samenwerking met schoolmaatschappelijk werk. Worden ook leerkrachten hierbij betrokken en niet enkel het schoolmaatschappelijk werk, omdat zij, soms nog eerder dan de huisarts, een rol kunnen spelen in de vroegsignalering van problemen bij kinderen? En worden deze contacten ook geïntensiveerd? Zo nee, waarom niet?

7. Door de coronacrisis zal de druk op de WMO en de jeugdzorg gaan toenemen. Er valt te verwachten dat door de huidige situatie met de harde lockdown en het sluiten van de scholen de vraag naar jeugdhulp en andere vragen omtrent geestelijke gezondheidszorg toe zullen nemen. In hoeverre zijn de gevolgen van de coronacrisis verwerkt in deze bezuinigingen? 8. De door de gemeente aangeleverde informatie door Berenschot wordt als ‘onbetrouwbaar’ aangemerkt (blz.7). Kan worden toegelicht waarom dit als zodanig beoordeeld is en de aannames, die door de gemeente zijn aangeleverd niet voldoende betrouwbaar zijn? Welke risico’s zijn hiermee gemoeid? 9. De business case is gebaseerd op de beschikbare gegevens binnen de gemeente PijnackerNootdorp. Hoewel deze een beeld geeft van het besparingspotentieel, is deze op onderdelen wat ‘hoog over’. In de business case is geen rekening gehouden met implementatiekosten. Is het juist dat hiervoor 150.000 euro geraamd is, inclusief nadere uitwerking van de nieuwe werkprocessen en navenante kosten? 10. Het interventieplan betreft ook een financiële uitwerking van deze maatregelen. Hoewel de gedachte achter de maatregelen hetzelfde is, is de business case op een andere manier opgebouwd. Hierdoor verschillen de financiële resultaten uit deze memo met die uit het interventieplan. Kan worden aangegeven wat de verschillen zijn? 11.

De nieuwe werkwijze werkt alleen als de medewerkers echt ander gedrag laten zien. Wanneer ze dezelfde zorg gaan leveren als uw zorgaanbieders, levert dit geen effect op. Hoe wordt het gewenste gedrag bereikt? 12. Een aantal gemeenten vinden zelf hulp inkopen succesvol, maar wel is minder maatwerk mogelijk zo maken wij uit de stukken op. 13. Getracht is duidelijk te maken wat de voor- en nadelen zijn van zelf hulp inkopen en een ruim aantal gemeenten is hierover geconsulteerd. Is het mogelijk om de voor- en nadelen helder op een rij te zetten. Het is voor ons nog een wirwar aan gegevens, waar we nog niet echt een goed beeld van hebben. 4h Investerings- en financieringsplan 2020-2025 CDA 1. De langlopende leningen worden afgelost voor 61 mln. Gezien de lage rentestand is het effect beperkt, wat is het effect op dit financieringsplan als de aflossingen niet of na 2023 plaatsvinden? 2. De vrijgespeeld 1,6 mln. wordt voor 1,2 mln. inzet voor twee stelposten en 0,4 mln. voor extra uitgaven. Inclusief de stelpost algemene uitkering is 1,8 mln. beschikbaar voor tegenvallers. Daarenboven zijn er grote overschotten op de begroting de komende jaren en structureel 0,5 mln. Is dat geen reden voor een geringere inzet dan de maximale inzet (1,6 mln.) van het vrijgespeelde bedrag, bijvoorbeeld tot de twee stelposten? 3.

Zoals in de vorige vraag aangegeven, zijn er in dit voorstel grote overschotten op de begroting de komende jaren en structureel 0,5 mln.. Die worden toegevoegd aan de algemene reserve. Is die dan niet veel hoger dan de genoemde 17,15 mln.? En zo ja, hoe groot is die dan in 2025? 4. Voor de omvang van de algemene reserve is geen norm beschikbaar. Kan een overzicht van de ontwikkeling van de algemene reserve worden gegeven over de afgelopen 15 jaar? En valt daar een gewenst minimum uit af te leiden? En zo ja hoe verhoudt die zich tot de voorgenomen vermindering tot 17 mln.? 5. In paragraaf 2.5 van de nota staat tabel 12 met investeringen waarover de raad nog geen besluit heeft genomen. Wat betekent dit voor het besluit? Wordt met het vaststellen van het investerings- en financieringsplan 2020-2025 ook besloten tot deze investeringen? Zijn die al verwerkt in de 62 mln. bij beslispunt 1b? Of is vaststelling van het investerings- en financieringsplan 2020 -2025 weergegeven in het overzicht van tabel 11?

6. In het totaaloverzicht zijn keuzes mogelijk. Betekent dit dat naast het schrappen van onderdelen ook een fasering mogelijk is, zoals bijvoorbeeld het spreiden van de inzet van 1,6 mln. over de komende 2 of 3 jaar? PPN 1. Pagina 8 “Staat van activa” Kan het college nog een keer toelichten waarom er toch voor wordt gekozen om investeringen in asfalt mee te nemen D66 1. Op blz 6 wordt uitgegaan van een weerstandsvermogen van 2,0. Op grond waarvan is dit en wat zijn de afwegingen hierbij? 2. Op blz 8 staat dat er vanuit de provincie een bedrag van 1,4 miljoen komt voor het wandelbos, wat wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Hoe is dit bedrag verwerkt in tabel 14 van bladzijde 15? 3. In tabel 14 staat een onttrekking voor metropolitane fietspaden van 3,6 mln. In de tekst van daarvoor kunnen wij daar 1 miljoen van terugvinden; de overige 2,6 mln is voor de fietsroute DHPijnacker. De vraag is: klopt dat en kunt u dat in deze nota ook verwerken. GB 1. Wat gebeurt er met het begrotingssaldo met de huidige kennis na 2025 Dus als u de grafiek wilt doortrekken tot tenminste 2030, op het effect van de begroting zonder de eventuele mutatie van de najaarnota evt 2. U schrijft dat het volgende college de vrijheid heeft om de plannen te veranderen.

Hoe ziet u dat voor zich? Kan deze besluitvorming teruggedraaid worden per 2022 en zo ja wat is dan het gevolg Voor de huidige stand van het begrotingssaldo? Gaat dat dan direct onder nul 3. Welke stelpost van 600000 wordt hier bedoeld, deze is nog niet ingevoerd en waar komt dit vandaan? 4. Klopt het beeld van onze fractie dat we op dit moment structureel meer geld uitgeven dan dat er binnenkort? PvdD 1. Klopt dit: In het risicobeleid blijft een ratio weerstandsvermogen van 1-1,4 staan, maar in dit plan is 2,0 gekozen om een buffer in te bouwen voor tegenvallers? Of wordt hier een beleidswijziging voorgesteld om ook qua risicobeleid een ratio weerstandsvermogen van 2,0 aan te houden? 2. p.8 “Uit bovenstaand liquiditeitsoverzicht [tabel 6] blijkt dat de in de Programmabegroting 2021 opgenomen aflossingen van € 45 miljoen in ieder geval kunnen worden voldaan en dat daarna nog € 40 miljoen aan liquiditeit overblijft.” in tabel 6 staat een aflossingsbedrag van € 62 miljoen opgenomen. Welk getal is juist? 3. p.9 “Aan de hand van ervaringen in het verleden is een stelpost voor risico’s en autonome ontwikkelingen reëel.” Graag een toelichting hierop. Welke ervaringen zijn dit en is dit niet al voldoende afgedekt door een ratio weerstandsvermogen van 2,0? 4. p. 15, tabel 14.

Begrijpen we goed dat het benutten van de volle € 17,15 miljoen voor nieuwe investeringen uit de algemene middelen, die nog ‘resteert’ na aftrek van reeds gedane en al besloten investeringen van ca. € 45 miljoen, automatisch zal leiden tot een begrotingstekort vanaf 2024? Zo ja, bij welk maximaal investeringsbedrag ontstaat geen tekort in latere jaren?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9836057/1