CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Startnotitie Asielopvang

Raad Besluitvorming 29 juni 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Startnotitie asielopvang7.222 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Opvang asielzoekers

1

1

Inhoud 1.

Inleiding en samenvatting...................................................................................................... 1

2.

Aanleiding, doel en kaders van de asielopvang ........................................................................ 2 2.1.

De opgave voor asielzoekers komt bovenop andere woningopgaven ................................ 2

2.2.

Duurzame opvang voor minimaal 5 en in principe maximaal 10 jaar ................................. 2

2.3.

Aantal plekken voor asielopvang: tussen de 150-300 ....................................................... 3

2.4.

Zoveel mogelijk integratie en participatie en veiligheid .................................................... 4

2.5.

Zoveel mogelijk eigen regie. ........................................................................................... 5

2.6.

We melden ons niet aan voor de vrijwillige procedure. .................................................... 6

3.

Het vervolgproces ................................................................................................................. 7

4.

Communicatie- en participatieplan......................................................................................... 8 4.1.

5.

Participatie bij het uitvoeringsplan.................................................................................. 9

Financiële kaders................................................................................................................. 10

Bijlage: achtergrondinformatie .................................................................................................... 11 1.

Wat is asielopvang........................................................................................................... 11

2.

Hoeveel en wat voor asielzoekers ..................................................................................... 12

3.

Verklaringen voor de asielcrisis......................................................................................... 13

4.

Beleidsontwikkelingen ..................................................................................................... 13

1. Inleiding en samenvatting Nederland heeft te maken met een groot tekort aan opvangplekken voor asielzoekers. De gemeente wil haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en heeft een eerste verkenning gedaan naar de bijdrage die de gemeente wil leveren, met als resultaat deze startnotitie. Het kabinet werkt ondertussen aan een wettelijke taak voor gemeenten. Hiertoe is de we t ‘gemeentelijke taken mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’, beter bekend als de Spreidingswet, in voorbereiding. Daarin is opgenomen dat gemeenten een wettelijke medeverantwoordelijkheid krijgen voor de opvang van asielzoekers. De gemeente anticipeert met deze startnotitie ook op de Spreidingswet. De gemeente wil asielopvang realiseren, maar wel binnen kaders: 1. De opgave voor asielzoekers komt bovenop andere woningopgaven: • De asielopvang komt niet op locaties waar, voor de duur van de asie lopvang, woningbouw is gepland; • Parallel aan de asielopvang realiseren we flexwoningen voor bijzondere doelgroepen en starters. 2. We realiseren duurzame opvang, voor de duur van minimaal 5 jaar en in principe maximaal 10 jaar. 3. We realiseren minimaal 150 en maximaal 300 plekken op één locatie. Bij voorkeur maken we een combinatie met flexwonen op één locatie, zodat we binnen de bandbreedte makkelijker kunnen op- en afschalen al naar gelang de behoefte. 4.

We zetten in op een zo’n goed mogelijke integratie en participatie van asielzoekers en op veiligheid in en om de locatie. 5. We houden in de samenwerking met het COA zoveel mogelijk regie op de organisatie van de asielopvang. 6. We kiezen niet voor vrijwillige aanmelding bij het rijk. De volgende stap is dat het college een uitvoeringsplan maakt binnen de gestelde kaders, inclusief het vinden van een geschikte en beschikbare locatie. Het is nog niet zeker dat de asielopvang er echt zal komen. Het vinden van een locatie voor duurzame opvang zal niet makkelijk zijn. Als die gevonden wordt, verwachten we dat asielopvang in onze gemeente op zijn vroegst de eerste helft van 2025 kan openen gezien de te doorlopen processen en procedures. Onderdeel van het uitvoeringsplan is ook hoeveel de gemeente aan kan als het gaat om integratie en participatie van asielzoekers, zeker ook gezien de andere opgaven voor statushouders en Oekraïners en de arbeidsmarktproblemen in bijvoorbeeld het onderwijs. Voor het maken van het uitvoeringsplan is een participatieplan gemaakt. We vragen de SWOP, de bibliotheek, de Raden van Kerken, het onderwijs en de politie om mee te denken met het uitvoeringsplan om tot een goede invulling te komen. Indien en zodra een of meerdere locaties haalbaar lijken te zijn, informeren we de raad en omwonenden.

Na besluitvorming over het uitvoeringsplan zullen we zowel omwonenden, maatschappelijke organisaties en politie betrekken om tot een zo’n goed mogelijk inrichtingsplan en breed draagvlak te komen. Gedurende het gehele traject wordt nauw samengewerkt met het COA. De kosten voor de voorbereidingsfase worden geraamd op € 100.000 euro en gedekt uit de bestemmingsreserve statushouders. In de bijlage is achtergrondinformatie opgenomen over asielopvang: wat is het, hoeveel asielzoekers zijn er, waarom is er een asielcrisis en wat zijn actuele beleidsontwikkelingen.

1

2. Aanleiding, doel en kaders van de asielopvang De gemeente wil een bijdrage leveren aan het oplossen van de urgente problemen rondom asielopvang en haar maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Door te anticiperen op de Spreidingswet wil de gemeente ook zoveel mogelijk regie houden op het proces. We willen niet wachten tot het rijk ons verplicht en een concrete aanwijzing voor een x aantal opvangplekken geeft. Voor de asielopvang hebben we een vijftal kaders geformuleerd: de opgave ten opzichte van andere woningopgaven, de duur, het aantal plekken de invulling en de regie. Hieronder komen ze een voor een aan bod.

2.1.

De opgave voor asielzoekers komt bovenop andere woningopgaven

De spanning op de woningmarkt is de afgelopen jaren flink toegenomen, ook in Pijnacker-Nootdorp. Het aantal mensen dat op zoek is naar een (betaalbare) woning is groot. Naast reguliere woningbouw, waar de grootste behoefte is aan woningen voor starters en senioren, gaat het om huisvesting voor bijzondere doelgroepen: vergunninghouders, woonwagenbewoners, spoedzoekers, arbeidsmigranten en uitstroom uit de zorg. Omdat de woningnood op alle fronten hoog is, komt de asielopvang boven op andere woningopgaven. Dit leidt naar verwachting ook tot meer draagvlak voor asielopvang. Concreet betekent dit: • De asielopvang komt niet op locaties waar, voor de duur van de asielopvang, woningbouw is gepland; • Parallel aan de asielopvang realiseren we flexwoningen voor bijzondere doelgroepen en starters. Hierbij hebben we oog voor vervanging van het Hofland, waar nu 64 eenheden zijn voor statushouders, starters en spoedzoekers. Daarnaast houden we de komende jaren rekening met steeds nieuwe opgaven voor statushouders, omdat veel asielzoekers die nu in Nederland verblijven kansrijk zijn en een verblijfsstatus zullen krijgen. Voor het tweede half jaar van 2023 is de opgave inmiddels al verhoogd.

2.2.

Duurzame opvang voor minimaal 5 en in principe maximaal 10 jaar

Omdat er in heel Nederland niet genoeg plek in azc’s is, worden asielzoekers opgevangen in noodopvang en crisisnoodopvang. Dit zijn tijdelijke locaties met vaak minder voorzieningen dan de standaard opvanglocaties van het COA. Door de korte duur en/of onduidelijkheid over de duur, moeten asielzoekers, volwassenen én kinderen, vaak verhuizen en kan onderwijs en/of de benodigde zorg niet altijd geregeld worden. Zeker in de crisisnoodopvang. Het gerechtshof in Den Haag heeft in december 2022 bepaald dat de kwaliteit van de asielopvang onder de aanvaardbare norm is gezakt, zeker voor kinderen en hoogzwangere vrouwen 1. De Inspecties Justitie en Veiligheid en Gezondheidszorg en Jeugd hebben herhaaldelijk hun zorg geuit over de kwaliteit van de opvang en de gevolgen van de soms vele verhuizingen van asielzoekers, zeker waar het kinderen betreft. Ook is het niet doelmatig om keer op keer asielopvang te realiseren en af te breken of te verplaatsen. In Haaglanden is er, sinds de sluiting van het tijdelijke azc in Rijswijk, alleen noodopvang (in Delft, Den Haag, Zoetermeer en Wassenaar). De Spreidingswet beoogt om duurzaam voldoende opvangplekken te realiseren. Hoewel het wetsontwerp niet voorschrijft dat asielopvang voor minstens vijf jaar dient te worden gerealiseerd, gaat de systematiek hier wel van uit.

De provinciale opgave wordt bepaald op basis van het 1 Het hof heeft ook geoordeeld dat het Rijk en het COA er alles aan doen om de problemen op te lossen en dat

het Rijk er mede debet aan is geweest door in 2016 opvangcapaciteit af te bouwen.

2

benodigd aantal plekken minus de ’vaste voorraad’: opvanglocaties met meer dan 100 plekken voor meer dan vijf jaar. Gezien het tekort aan duurzame opvangplekken (in Haaglanden) en de toekomstige wettelijke taak om meer duurzame plekken te realiseren, gaan we ons in Pijnacker-Nootdorp voorbereiden op duurzame opvang van minstens vijf jaar en in principe maximaal 10 jaar. Redenen hiervoor zijn: • verwacht wordt dat de komende jaren de behoefte aan asielopvang structureel blijft toenemen (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2023); • we kunnen flexibel op- en afschalen. Mocht er (tijdelijk) minder behoefte komen aan asielopvang, dan kan de capaciteit worden gebruikt voor flexwonen. Bijvoorbeeld voor spoedzoekers, st arters, vergunninghouders en/of arbeidsmigranten. Dit voorkomt ook maatschappelijke onrust als een locatie gesloten wordt en later toch weer plekken nodig blijken te zijn; • de kwaliteit van woningen die het COA levert is hoger naarmate de duur langer is. Een hogere kwaliteit geeft ook een betere uitstraling; • bij een periode langer dan 10 jaar zal het niet mogelijk zijn een locatie te vinden. Het staat haaks op het kader dat we geen asielopvang bouwen op locaties waar woningen zijn gepland en/of een tijdelijke vergunning is niet mogelijk.

Als het gaat om een locatie die nu niet de bestemming wonen heeft, zal een procedure moeten worden doorlopen en zal de grondeigenaar moeten instemmen. Bij een periode van minder dan 10 jaar (na vergunningverlening) kan gebruik worden gemaakt van de zogenaamde kruimelregeling of een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan.

2.3.

Aantal plekken voor asielopvang: tussen de 150-300

Landelijk is in november 2022 een opgave per provincie en een indicatieve opgave per gemeente bepaald door de Landelijke Regietafel (LRT). De provincie ZH heeft een tegenaanbod gedaan. De opgave van november 2023 is op basis van inwoneraantal verdeeld over de provincies. Voor ZuidHolland is dit 18.593, voor de regio Haaglanden 5.611 en de indicatieve opgave voor PijnackerNootdorp kwam uit op 281. Inmiddels is in april 2023 de opgave verhoogd en naar boven bijgesteld tot 19.097, waarmee ook onze indicatieve opgave iets hoger zal uitvallen. Aan de Provinciale Regietafel (PRT) Zuid-Holland is de afspraak gemaakt om in eerste instantie een aanbod te doen van 10.000 duurzame asielplekken. De opgave vanuit de LRT wordt als onacceptabel gezien, gezien het aantal opvangplekken dat er nu is (veel minder) en de krapte op de woningmarkt. De opgave voor Pijnacker-Nootdorp zou dan uitkomen op ongeveer 150. Het COA, die verantwoordelijk is voor de bouw en het beheer, heeft een sterke voorkeur voor opvanglocaties van minimaal 300 plekken. Vanaf deze omvang kunnen zij een sluitende businesscase maken. Ook voorzien zij gebrek aan personeel om (veel) kleine locaties te bemensen. 2 We gaan uit van een bandbreedte van minimaal 150 en maximaal 300 opvangplekken. Om doelmatigheidsredenen gaan we in principe voor één locatie.

In onze gemeente zijn geen panden of bouwrijpe grond beschikbaar waar we, binnen de kaders die zijn geformuleerd bij 2.1., op korte termijn 150-300 opvangplekken kunnen realiseren. Dit betekent dat er enige tijd overheen gaat voordat asielopvang zal zijn gerealiseerd. Rekening houdend met te doorlopen procedures en praktische voorbereiding is dit naar verwachting op zijn vroegst de eerste helft van 2025. Het is lastig in te schatten wat de behoefte tegen die tijd is. De komst van asielzoekers heeft de afgelopen 10 jaar sterk gefluctueerd. Daarom is het landelijk beleid gericht op 2 Door de hoge nood hanteren zij momenteel echter geen ondergren s meer

3

duurzame, flexibele asielplekken waarbij op- en afgeschaald kan worden. Landelijk is de prognose dat de opgave tot en met 2025 structureel hoog zal blijven. Mocht dat toch niet het geval zijn, dan kan een deel van de plekken vervangen worden door bijvoorbeeld flexwonen, zoals ook bij paragraaf 2.2. is beschreven. Hieronder staan de voordelen van de minimum- en maximumvariant. De voordelen weerspiegelen ook de nadelen van de varianten. Voordelen

150 plekken Maatschappelijk draagvlak waarschijnlijk groter. Integratie en participatiemogelijkheden waarschijnlijk groter.3 Kans op overlast kleiner. Makkelijker een locatie te vinden.

300 plekken In één keer voldoen aan de meest waarschijnlijke opgave voor Pijnacker-Nootdorp, veel minder kans op een nieuwe aanwijzing na invoering van wettelijke verplichting. Sluitende businesscase mogelijk. Als er minder nodig is, te gebruiken voor tijdelijk flexwonen.

Bij voorkeur combineren we asielopvang met flexwonen. Hierdoor kunnen we in één keer een grote opgave realiseren en kunnen we nog flexibeler op- en afschalen. Dit wordt ook door het rijk gestimuleerd. In april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aangekondigd gemeenten (via het COA) flexwoningen aan te bieden voor vergunninghouders en andere doelgroepen als een gemeente asielopvang realiseert. 4

2.4.

Zoveel mogelijk integratie en participatie en veiligheid

In de opvang kunnen statushouders, asielzoekers die nog in procedure zitten en afgewezen asielzoekers (voor maximaal 28 dagen) komen te wonen. De groep asielzoekers die in procedure zit is het grootst. We richten ons op zo’n goed mogelijke integratie en participatie bij de groep vergunninghouders en asielzoekers. Bij statushouders houdt het COA zoveel mogelijk rekening met de gemeente waar zij aan toegewezen worden. Zij hebben in ieder geval dezelfde rechten als vergunningshouders die al in een reguliere woning wonen en wij zullen hen ook zo behandelen. Het merendeel van de asielzoekers is kansrijk. Ook voor deze groep zetten we daarom in op integratie en participatie. Hiermee vergroten we niet alleen de kans voor een goede start na het verkrijgen van een verblijfsvergunning. Doordat volwassenen dagbesteding hebben, vrijwilligerswerk doen of betaald werk hebben verwachten we dat mensen zich beter voelen en de leefbaarheid en de veiligheid worden vergroot. Mensen zullen zich minder vervelen en kunnen zich nuttig maken. Met werkgevers willen we de mogelijkheden verkennen voor betaald werk, zeker daar waar schaarste is aan arbeidskrachten 5. Voor kinderen en jongeren streven we er naar dat zij onderwijs kunnen volgen op een basisschool in de buurt van de opvanglocatie met NT2-onderwijs of onze middelbare school met een Internationale Schakelklas

3 Dit is voor zover bekend nog nooit onderzocht. 4 Indien dit mogelijk is moeten we wel afstemmen met de woningcorporaties. In de prestatieafspraken is

overeengekomen dat de corporaties flexwoningen gaan realiseren. 5 Asielzoekers die langer dan een half jaar in procedure zijn komen in aanmerking voor een tewerkstellingsvergunning. Tot voor kort mochten zij maar 24 weken per jaar werken. De rechtbank heeft in april jongstleden bepaald dat dit in strijd is met Europese regelgeving. Een asielzoeker k an ook in de asielopvang werken. Zij/hij krijgt hiervoor een kleine vergoeding en hiervoor is geen tewerkstellingvergunning nodig.

4

(ISK). Verder willen we dat de bewoners van de opvang zoveel mogelijk kunnen deelnemen aan reguliere sport en andere vrijetijdsbestedingen. Dit alles maakt het ook makkelijker de taal te leren en een sociaal netwerk op te bouwen. Verder willen we opvang bij voorkeur in de buurt van voorzieningen realiseren. We hebben ook oog voor veiligheid. Om opvanglocaties veilig en leefbaar te houden, heeft het COA huisregels die asielzoekers in alle azc’s moeten naleven. Laten zij hun medebewoners of COAmedewerkers niet in hun waarde of overtreden ze op een andere manier de huisregels? Dan treft het COA maatregelen. Veruit de meeste asielzoekers gedragen zich prima. Een kleine minderheid veroorzaakt overlast. In 2021 was circa 6% van de asielzoekers betrokken bij een klein tot groot incident en werd 3% verdacht van een misdrijf. Deels gaat het om dezelfde personen. Van alle verdachten in Nederland was in 2020 1% een COA-bewoner. Binnen de groep overlastgevers zijn alleenstaande jonge mannen en asielzoekers uit veilige landen oververtegenwoordigd en zij komen relatief vaak uit Marokko, Algerije en Tunesië. 6. De kleine groep asielzoekers uit veilige landen is relatief vaker betrokken bij een incident, namelijk bij een ongeveer een kwart van de incidenten 7. Maar niet alle veiligelanders geven overlast en niet alle overlastgevers zijn veiligelanders.

Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid op het terrein en de gemeente en de politie zijn dat buiten het terrein. We maken afspraken met het COA en de politie om tot een gezamenlijke aanpak van overlast te komen en korte lijnen te organiseren. De maatregelen kunnen variëren van een corrigerend gesprek tot plaatsing in de speciale handhaving- en toezichtslocatie. De politie zal altijd worden ingeschakeld bij strafbare feiten.

2.5.

In de samenwerking met het COA zoveel mogelijk eigen regie.

Op dit moment is het Rijk verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. Het COA voert dit uit. Het COA heeft de taak om onderdak te bieden aan asielzoekers, hen te begeleiden naar een toekomst in Nederland of daarbuiten, opvanglocaties voor asielzoekers te verwerven en te beheren, de veiligheid en leefbaarheid in de opvanglocaties te handhaven en om asielzoekers te voorzien van noodzakelijke middelen. Ook is het COA verantwoordelijk voor de medische zorg. Net als iedereen kunnen asielzoekers naar de huisarts, een verloskundige of het ziekenhuis. COA-medewerkers informeren asielzoekers over de Nederlandse gezondheidszorg en begeleiden minder zelfredzame bewoners bij hun gang naar de zorg. Op elk azc houdt een huisarts spreekuur. Voor de publieke zorg heeft het COA een contract afgesloten met de GGD. Het COA verwerft, verbouwt en beheert bestaande panden en bouwt nieuwe opvang. Ze heeft hiervoor contracten met grote ontwikkelaars en een eigen vastgoedafdeling. Het COA is ook verantwoordelijk voor het aanvragen van benodigde vergunningen. De gemeente heeft tot taak om de asielopvang mogelijk te maken, zoals het beschikbaar stellen van een locatie en het verlenen van de benodigde vergunning(en). Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor het regelen van onderwijs en jeugdhulp. De uitvoering van beide taken wordt vergoed.

Verder is ze verantwoordelijk voor de veiligheid buiten de opvanglocatie, het onderwijs en de jeugdhulp. COA en gemeenten werken samen bij de realisatie van asielopvang, waarbij ook stevig wordt onderhandeld. De afspraken worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst.

6 Dit is vergelijkbaar met de hele Nederlandse samenleving, waar ook jonge mannen, zeker als de economische

omstandigheden minder zijn, de meeste overlast en misdaden veroorzaken. 7 Van de in totaal 7.020 incidenten in 2021, zijn er circa 1.870 gepleegd door een bewoner uit een veilig land.

5

In het proces met het COA willen we zoveel mogelijk eigen regie hebben. Met het nemen van het initiatief om asielopvang te realiseren hebben we hiervoor de basis gelegd. We w achten niet op een aanwijzing vanuit de Spreidingswet of een concreet verzoek van het COA om (nood)opvang te realiseren. Onze regie bestaat verder uit: • het bepalen van het aantal plekken voor de asielopvang. Het COA stuurt nadrukkelijk op (minimaal) 300 plekken. Wij maken op basis van verschillende afwegingen een keuze binnen de bandbreedte van 150 tot 300; • De locatie. De gemeente doet een voorstel. Het COA checkt of het voldoet aan hun eisen . Ook de Spreidingswet gaat hier van uit; • De communicatie en participatie. Tot aan ingebruikname van de locatie doet de gemeente de communicatie en organiseert zij de participatie (zie ook hoofdstuk 3). Ze stemt daarbij af met het COA en kan afspraken maken over ondersteuning door het COA. Het COA is vooral betrokken vanaf het moment dat de definitieve locatie bekend is. • Integratie en participatie. Het COA heeft een beperkt opvang- en begeleidingsprogramma, zeker bij kleinere locaties. Hier willen we meer regie opnemen en afspraken maken met het COA wie wat doet; • De veiligheid (zie paragraaf 2.4). Met de Spreidingswet komt de mogelijkheid dat gemeenten zelf de asielopvang gaan beheren, inclusief de veiligheid en de huisartsenzorg.

Vooralsnog zien we geen reden hiervoor te opteren.

2.6.

We melden ons niet aan voor de vrijwillige procedure.

Naast de procedure voor provinciale/regionale planvorming is in het wetsontwerp van de Spreidingswet opgenomen dat gemeenten zich ook vrijwillig kunnen melden voor asielopvang. Gemeenten krijgen een bonus per plek. Formeel is nog niet bekend hoeveel, maar genoemd wordt een bedrag van 2.500 euro per plek. Deze plekken worden afgetrokken van de landelijke opgave. Voorwaarden zijn dat de opvang binnen 6 maanden na de aanmelding is gerealiseerd en minstens voor 5 jaar is. Met deze route wil de wetgever gemeente verleiden om snel asielplekken te realiseren. Om drie redenen doen we hier niet aan mee: • de asielplekken die via deze procedure worden gerealiseerd gaan af van de landelijke opgave. Dat betekent dat ze maar beperkt afgaan van de regionale opgave en maar zee r beperkt van de lokale opgave; • de systematiek ondergraaft de solidariteitsgedachte van de spreiding van asielopvang; • wij kunnen niet op korte termijn asielopvang realiseren (zie ook paragraaf 2.2).

6

3. Het vervolgproces Met het vaststellen van deze startnotitie is het besluit genomen asielopvang te willen gaan realiseren en zijn de kaders bepaald. De kaders rondom aantallen en duur hebben een ruime bandbreedte. Ook is het nog niet zeker of we ook daadwerkelijk in staat zijn een locatie te vinden en hoeveel asielopvang we maatschappelijk aankunnen, gezien de andere opgaven die we hebben voor statushouders en Oekraïners. De eerstvolgende stap is daarom het maken van een uitvoeringsplan waarin nader is uitgewerkt welke locatie(s) mogelijk zijn en hoeveel asielopvang we kunnen organiseren. We doen hiervoor het volgende: • Haalbaarheidsonderzoek locatie(s). Het zal niet makkelijk zijn een geschikte en beschikbare locatie te vinden binnen de gestelde kaders. Op korte termijn is het niet mogelijk: of er wordt al gebouwd, en/of woningbouw is gepland, en/of de grond is niet in eigendom van de gemeente, en/of de grond heeft een andere bestemming, en/of de locatie is niet groot genoeg. Bij het haalbaarheidsonderzoek wordt nader bekeken welke locaties geschikt en haalbaar zijn. Het gaat vooral om het eigendom en de opstelling van een mogelijke grondeigenaar, te doorlopen procedures, de eventuele medewerking van de provincie, wat er nodig is om de locatie bouwrijp te maken (inclusief nutsvoorzieningen), de mogelijkheden voor ontsluiting, milieueisen en de inpassing in de omgeving.

Ook betrekken we hierbij de mogelijkheden voor de combinatie met flexwonen. Met het COA is nauw overleg over de mogelijke locatie(s); • Een maatschappelijke verkenning. We vinden het wenselijk nader te verkennen hoe en hoeveel asielzoekers we op een goede manier kunnen opvangen. De verkenning richt zich vooral op de vraag bij welke aantallen er voldoende mogelijkheden en voorwaarden aanwezig zijn voor integratie, participatie en veiligheid. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van onderwijs, de inzet van vrijwilligers en de beschikbaarheid van vrijwilligerswerk. Uiteindelijk kan het als het om aantallen gaat overigens nog steeds om een bandbreedte gaan om flexibel op- en af te kunnen schalen. • De mogelijkheden voor afspraken met buurgemeenten. Naast de asielopvang hebben gemeenten ook een opgave voor statushouders en Oekraïners. Informeel is bestuurlijk afgesproken dat iedere gemeente zijn eigen opgave op elk vlak gaat organiseren8. Het is echter wel mogelijk om tussen gemeenten onderling tot andere afspraken te komen. Afhankelijk van de resultaten van het locatieonderzoek gaan we in gesprek met buurgemeenten over een eventuele herverdeling van de opgave. • Het nader in kaart brengen van de financiële aspecten. Zowel het COA als de gemeente betalen voor asielopvang. De gemeente ontvangt vergoedingen voor haar deel.

Het COA maakt in deze fase een voorbeeldberekening waarin staat welke vergoedingen de gemeente ongeveer kan verwachten. De planning is om het vierde kwartaal van 2023 de besluitvorming over het uitvoeringsplan te hebben afgerond.

8 En er op regionaal niveau geen georganiseerde afspraak komt over de verdeling van de opgave van asiel,

statushouders en Oekraniërs komt. Of dat een of meerdere gemeenten meer asielplekken gaan realiseren dan de lokale indicatieve opgave.

7

4. Communicatie- en participatieplan In Pijnacker-Nootdorp wonen ongeveer 58.000 mensen. In omvang is de asielopvang klein. Bij 300 plaatsen gaat het om ongeveer 0,5% van de totale bevolking. Wel is de impact groot. Asielopvang is van groot maatschappelijk belang, de meningen over asielopvang zijn verdeeld en een deel van de mensen maakt zich zorgen over overlast en veiligheid. Daarom besteden we veel aandacht aan het communicatie- en participatietraject en hebben we ook hiervoor kaders bepaald. Daarbij hanteren we de uitgangspunten van ons participatiebeleid.9 De keuze om asielopvang te willen gaan organiseren is een politieke bestuurlijke afweging. Er is een groot tekort aan (duurzame) asielopvang en we vinden dat we als gemeente onze verantwoordelijkheid moeten nemen. Uit onderzoek blijkt dat 60% van de Nederlandse bevolking fatsoenlijke asielopvang als morele verplichting ziet en 20% niet. Het draagvlak is sinds 2015 licht gedaald. Toen lag het nog op 65%. Er is geen reden om aan te nemen dat dit in onze gemeente heel anders ligt. Inwoners willen vooral weten waar de asielopvang komt en hoeveel plekken er komen. Dat moet nog worden bepaald. Gedurende het hele traject zullen we monitoren hoe het onderwerp leeft bij onze inwoners en hoe de berichtgeving van de gemeente landt, onder andere via sociale media.

In het vervolgproces verschilt de participatie per fase: zowel het doel van de participatie, wie betrokken worden en het participatieniveau. In algemene zin onderscheiden we verschillende groepen belanghebbenden: • inwoners en in het bijzonder direct omwonenden; • de gemeenteraad in zijn volksvertegenwoordigende- en kaderstellende rol; • maatschappelijke organisaties en vooral degenen die een rol krijgen bij de asielopvang. Bij de maatschappelijke verkenning gaat het vooral om de SWOP, , het onderwijs en de politie; • grondeigenaren. De gemeente is maar heel beperkt eigenaar van gronden waar op gebouwd kan worden. Grondeigenaren die eigenaar zijn van een locatie die (potentieel) geschikt is voor asielopvang zijn daarom belangrijke stakeholders; • de provincie op het gebied van de ruimtelijke ordening; • woningcorporaties. In de prestatieafspraken met de woningcorporaties is afgesproken dat zij flexwoningen zullen gaan realiseren. Het combineren van asielopvang met flexwonen is een mogelijkheid. Afstemming met de woningcorporaties is daarom van belang; • het COA. Het COA is samenwerkingspartner in de realisatie van de asielopvang.

Het COA heeft in principe ook een rol bij informatie- en participatiebijeenkomsten met bewoners; • bedrijven, met name die een rol kunnen spelen als werkgever voor statushouders en kansrijke asielzoekers die in de asielopvang in Pijnacker-Nootdorp terecht komen; • de interne organisatie. Asielopvang vraagt ook het nodige van de interne organisatie van de gemeente op diverse onderdelen. Hier gaan we in deze notitie niet verder op in. Gedurende het hele traject zullen we via sociale media volgen hoe het onderwerp leeft bij onze inwoners en hoe de berichtgeving van de gemeente landt. Hieronder is de communicatie- en participatie bij het maken van het uitvoeringsplan uitgewerkt.

9 De uitgangspunten zijn: we zijn transparant en open, we beginnen op tijd zodat we mensen niet overvallen,

we kiezen een passende aanpak, we informeren elkaar over wat er leeft en speelt, we respecteren elkaars belangen, we zijn duidelijk naar elkaar en we maken partic ipatie de moeite waard: het leidt tot een beter plan en/of meer draagvlak.

8

4.1.

Participatie bij het uitvoeringsplan

Bij het maken van het uitvoeringsplan betrekken we in eerste instantie vooral: • de Gemeenteraad: aanwezig zijn bij bewonersbijeenkomsten (meeweten), instemmen met het uitvoeringsplan (meebeslissen); • Grondeigenaren: met als doel draagvlak te organiseren voor het gebruik van hun grond voor asielopvang (meebeslissen); • COA: beoordeelt of de locatie voldoet aan hun criteria (meebeslissen); • de Provincie (mogelijk meebeslissen over de locatie); • Politie, maatschappelijke organisaties (in deze fase vooral de SWOP, de bibliotheek, de Raden van Kerken) en het onderwijs: belangenafweging, hoeveel asielzoekers kunnen we aan in het kader van integratie, participatie en veiligheid en welke locatie is dan het meest geschikt (meedenken) ; • Woningcorporaties: afstemming over flexwonen (meedenken); • Bedrijfsleven: benaderen voor de mogelijkheid voor werk (meedenken) Ook zullen we het bedrijfsleven benaderen voor de mogelijkheden voor betaald werk; • Omwonenden (mogelijke) locatie(s), eventuele bewonersvereniging: informeren, proces schetsen, luisteren naar vragen en zorgen (meeweten). Het traject richting omwonenden hangt af van hoeveel mogelijke locaties er zijn. Het kan zijn dat er meerdere locaties in aanmerking komen. Maar het is ook heel goed mogelijk dat er maar één locatie uitkomt. Grond is immers een schaars goed in onze gemeente.

In beide gevallen informeren we tegelijk omwonenden, eventuele bewonersverenigingen en de raad. We benadrukken dat de locatie nog niet definitief is (de raad beslist) en geven aan of er nog andere locaties op het oog zijn. Ook doen we een persbericht uit. We organiseren een bewonersbijeenkomst per mogelijke locatie in de eigen buurt, waarvoor ook raadsleden worden uitgenodigd. Dit is behalve informatief ook bedoeld om te luisteren naar wat het doet met omwonenden en waar zij mee zitten. Ook maken we duidelijk hoe het proces tot besluitvorming er uit ziet en hoe omwonenden betrokken worden mocht de asielopvang in hun buurt komen. Het kiezen van een locatie ligt vaak moeilijk10 en de keuze is beperkt. Daarom kiezen we voor het participatieniveau mee-weten. Mocht het zover komen dat de asielopvang in de buurt komt, dan zullen omwonenden betrokken worden bij het inrichtingsplan (meedenken) en zijn er vanzelfsprekend inspraakmogelijkheden. We maken een verslag van het overleg met organisaties over de maatschappelijke verkenning en de bewonersbijeenkomst(en).

10

Uit onderzoek dat de mening over asielopvang in de eigen buurt verandert nadat deze er eenmaal is. Een

meerderheid van de bevolking, 55%, die geen asielopvang in de buurt heeft vindt het acceptabel als er een komt. Maar een grote minderheid, 41%, vindt het onacceptabel. De mening vooraf is dus erg verdeeld. Nadat er asielopvang is, is eenvijfde (22%) uitgesproken voorstander van het azc. Zij betitelen het als leuk of interessant. Veruit de grootste groep (46%) vindt het niet leuk maar snapt wel dat het nodig is. 14% procent ‘heeft het liever niet’, terwijl een grote minderheid van 11% het absoluut niet wil. In vergelijking met 2015 geven meer mensen aan te snappen dat het nodig is. inmiddels vindt 68 procent het leuk/interessant of nodig, in 2015 was dit 61 procent.

9

5. Financiële kaders Gemeenten ontvangen een vergoeding voor asielopvang, maar pas vanaf het moment dat de asielopvang open is. De vergoeding van voorbereidingskosten beperkt nu zich tot eenmalige bijdrage in de communicatie ad € 11.345,-. Deze kosten worden pas vergoed na het afsluiten van de bestuursovereenkomst met het COA. In het kader van de voorbereiding van de Spreidingswet loopt er onderzoek naar de kosten die gemeenten maken, ook in de voorbereiding op de asielopvang. Bijvoorbeeld de kosten voor procedures, zoals wijziging van bestemmingsplannen en vergunningen, de daadwerkelijke kosten voor oplevering en ingebruikname en deelname aan de PRT. Een en ander betekent dat de kosten van een uitvoeringsplan vooral voor rekening van de gemeente komen of voorgeschoten moeten worden. De voorbereidingskosten begroten we op € 100.000 euro voor: • een projectleider. Voor het maken van een uitvoeringsplan is geen capaciteit voorzien en beschikbaar in de organisatie; • eventuele ondersteuning bij het verrichten van haalbaarheidsonderzoek naar locaties. Het is lastig deze kosten precies te ramen, omdat dit afhankelijk is van hoeveel en welke locaties die in aanmerking komen; • organisatiekosten voor communicatie en participatie. Dit bedrag is beperkt en verwachten we te kunnen dekken uit de eenmalige bijdrage voor communicatie vanuit het COA. We moeten deze kosten wel voorschieten.

De kosten worden gedekt vanuit de bestemmingsreserve Huisvesting statushouders en de financiële gevolgen worden verwerkt in de Najaarsnota 2023.

10

Bijlage: achtergrondinformatie In deze bijlage staat informatie over wat asielopvang is, hoeveel en wat voor asielzoekers in Nederland verblijven, waardoor de huidige ‘asielcrisis’ veroorzaakt wordt en landelijke beleidsontwikkelingen.

1. Wat is asielopvang Een asielzoeker is iemand die asiel heeft aangevraagd om beschermd te worden als vluchteling en zich blijvend wil vestigen. Nederland is op basis van internationale en Europeesrechtelijke verplichtingen verplicht om asielzoekers op te vangen. Zolang de asielprocedure loopt, hebben asielzoekers het recht om in het land te blijven. 11 In Nederland zijn er nu verschillende soorten asielopvang: •

-

• •

•

asielzoekerscentra (azc). In principe gaan de meeste volwassen asielzoekers en gezinnen na de aanmeldingsprocedure door naar een asielzoekerscentrum (azc). De opvang in ee n azc is vrij sober, zeker vergeleken met een Nederlandse woning. Er zijn meestal wooneenheden voor 5 tot 8 asielzoekers met een gedeelde woonkamer/keuken, gedeelde sanitaire voorzieningen en een paar slaapkamers. Bij een unit voor 8 personen gaat het om ongeveer 80m2. De kamers zijn voorzien van een noodzakelijke inrichting, zoals bedden, tafels en stoelen. Daarnaast is er een gezamenlijke wasserette en een activiteitenruimte. In een azc wonen en leven asielzoekers zelfstandig en doen ze in principe zelf hun eigen huishouding. Kinderen gaan naar school. De meeste asielzoekers hebben geen eigen middelen. Zij krijgen daarom eet- en leefgeld. Asielzoekers die inkomsten of eigen vermogen hebben, moeten een eigen bijdrage in de opvangkosten betalen. Op een azc kunnen drie groepen mensen wonen: asielzoekers met een verblijfsvergunning (statushouders). Zij wonen op een azc totdat ze woonruimte krijgen in de gemeente waar ze aan zijn toegewezen; asielzoekers die nog in een asielprocedure zitten; afgewezen asielzoekers. Zij hebben recht op maximaal 28 dagen opvang in een azc om hun vertrek voor te bereiden.

Als ze niet zelfstandig binnen die termijn vertrekken, kunnen ze verhuizen naar een (vrijheidsbeperkende) locatie voor terugkeer. Maar alleen als er zicht is op vertrek. Gezinnen met minderjarige kinderen verhuizen indien nodig naar een gezinslocatie. opvang voor alleenstaande minderjarigen (amv). Hiervoor worden gastgezinnen gezocht en zijn er aparte kleinschalige opvangvoorzieningen; opvanglocaties voor asielzoekers die extra begeleiding en toezicht nodig hebben. Er is intensief begeleide opvang in Schalkhaar en Balkbrug voor asielzoekers die onvoldoende in staat zijn zelfstandig te functioneren door bijvoorbeeld psychische problemen. Daarnaast is er in Hoogeveen een handhaving en toezichtlocatie voor asielzoekers die voor veel overlast zorgen en daarom tijdelijk niet in een azc mogen wonen. noodopvang en crisisnoodopvang. Omdat er in de azc’s op dit moment onvoldoende plek is, is er ook noodopvang en crisisnoodopvang. Dit varieert van tijdelijke locaties, flexwoningen bij azc’s, vakantiewoningen, opvang in sporthallen, hotels, de inzet van atypische

11 Vluchtingen uit Oekraïne mogen zich hier vrij vestigen en zijn daarom geen asielzoekers.

11

opvanglocaties als cruiseschepen en kleinschalige opvangvoorzieningen door bijvoorbeeld kerken. De crisisnoodopvang wordt geregeld door de veiligheidsregio’s en de noodopvang door het COA. In Nootdorp is sinds een half jaar crisisnoodopvang van 58 plekken (status juni 2023) in hotel Van der Valk. Asielzoekers uit een veilig land van herkomst 12 en asielzoekers die al internationale bescherming genieten in een ander Europees land maken weinig kans op een verblijfsvergunning 13. Deze groep volgt een aparte route: de IND behandelt de asielaanvragen in een versnelde procedure en het COA vangt deze mensen separaat op in Ter Apel en Budel. Als ze in beroep gaan tegen het besluit, dan verhuizen ze naar een regulier azc.

2. Hoeveel en wat voor asielzoekers In 2022 vroegen ruim 37.000 mensen asiel aan in Nederland, waarvan het overgrote deel voor de eerste keer.14 Daarnaast waren er bijna 11.000 verzoeken van nareizigers 15 . Het aantal mensen dat asiel aanvraagt is ruim 45% hoger dan in 2021 en het hoogste aantal sinds 2015 (IND, januari 2022 en januari 2023). In totaal kreeg in 2022 85% van de asielzoekers een vergunning (Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2023). Dit percentage is toegenomen, vooral door een toename van asielzoekers uit Syrië, Turkije, Jemen, Afghanistan en alleenreizende minderjarigen. Zij hebben een grote kans op asiel (IND, 2022; Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2023). Begin 2023 verbleven er rond de 52.500 mensen in de asielopvang in Nederland. Gemiddeld werd in 2022 ongeveer 3% van de plekken in azc’s bezet door asielzoekers uit veilige landen die in afwachting zijn van hun proces. In aantal gaat het om ongeveer 2.670 van de bijna 83.000 asielzoekers die in 2022 enige tijd in de asielopvang zaten. Hiervan zijn er ruim 2.000, bijna driekwart, weer vertrokken. Het grootste deel kwam uit Marokko, Tunesië en Georgie (COA, 2023). In de asielopvang is circa 70% van de asielzoekers man en ruim een derde tussen de 18 en 29 jaar.

In april 2023 woonden er ruim 9.000 kinderen/minderjarigen met familie in opvang van het COA en 3.040 alleenstaande minderjarigen in aparte opvanglocaties (COA, 2023). Het aantal asielzoekers fluctueert. In 2015 was er een piek in het aantal asielzoekers dat naar Nederland kwam. De oorlog in Syrië zorgde in dat jaar voor een grote vluchtelingenstroom. Hierna daalde dit weer. In 2020 was het aantal asielzoekers fors lager als gevolg van Corona. Sinds 2021 stijgt het aantal mensen dat asiel aanvraagt weer sterk. Dit leidde er toe dat bestaande opvangcentra overvol raakten, er in de zomer van 2022 1000 mensen buiten moesten slapen bij Ter Apel. De situatie werd zo onhoudbaar, dat op 17 juni 2022 de asielopvang tot nationale crisis werd uitgeroepen. Veiligheidsregio’s kregen de opdracht in korte tijd crisisnoodopvang te realiseren 16 . Ook kwam er extra noodopvang of bleef noodopvang langer open dan gepland. Het aantal opvangplekken nam in 2022 zo toe van 36.000 naar 52.000, waarvan veel tijdelijk is (COA, 2023). In het eerste kwartaal van 2023 moesten er wederom 2.000 extra opvangplekken worden gevonden.

12 Veilige landen zijn relatief stabiele landen waar volgens de Rijksoverheid geen sprake is van vervolging

vanwege bijvoorbeeld ras, geloof, foltering of onmenselijke behandeling. Voorjaar 2023 komen de meeste ‘veiligelanders’ uit Marokko, Tunesië, Georgië, Armenië en Ghana. 13 Er is een kleine groep die wel bescherming nodig heeft en een verblijfsvergunning krijgt, ongeveer 2%. 14 Ruim 1500 keer ging het om een herhaalde aanvraag voor asiel. 15 Nareizigers zijn familieleden van asielzoekers met een verblijfsvergunning. 16 Het is de bedoeling dat deze structuur wordt opgehe ven, maar nog niet zeker is of en wanneer dit haalbaar is. Bron: Transitieplan CNO.

12

Ook in het tweede kwartaal van 2023 wordt naarstig gezocht naar nog meer opvangplekken. Op 28 april 2023 maakte de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bekend dat er in 2023 in totaal ruim 70.000 asielzoekers worden verwacht (inclusief nareizigers) en er op 1 januari 2024 ruim 77.000 opvangplekken nodig zullen zijn, waarvan 9.600 voor alleenstaande minderjarige asielzoekers.

3. Verklaringen voor de asielcrisis Verklaringen voor de huidige ‘asielcrisis’ zijn: • • • •

de toename van het aantal asielzoekers; meer vergunninghouders in combinatie met woningnood. In april 2023 waren 16.142 van de in totaal 52.810 plekken in asielzoekerscentra bezet door vergunninghouders, ruim 30% ; de IND kan de asielstroom niet aan en de asielprocedure kan lang duren. Ook hierdoor blijven mensen langer in de opvang. locaties zijn afgebouwd toen de asielstroom af nam. De opvangcapaciteit is tot nu toe op- en afgeschaald al naar gelang de instroom. Bij een grote instroom moeten er in korte tijd noodopvanglocaties worden gebouwd. In totaal waren er in april 2023 81 reguliere locaties, die voldoen aan de kwaliteits- en voorzieningenstandaarden van het COA en 108 noodopvanglocaties die hier niet aan voldoen. Bijna 31.000 asielzoekers verblijven op een reguliere locatie, ruim 15.000 op noodopvang en bijna 7.000 elders, waaronder in crisisnoodopvang.

4. Beleidsontwikkelingen De verhoogde instroom van asielzoekers in 2015 was aanleiding om de Landelijke Regietafel Verhoogde Asielinstroom op te richten. In 2017 kreeg de tafel een bredere scope en veranderde de naam in Landelijke Regietafel Migratie & Integratie (LRT). In de LRT zijn het rijk, de provincie, de gemeenten en het COA vertegenwoordigd. Het LRT heeft in mei 2020 de Uitvoeringsagenda Asielketen vastgesteld, waarin ideeën en afspraken zijn vastgelegd voor een duurzamer asielsysteem en snellere doorstroom van vergunninghouders. Onderdeel is ook de oprichting van Provinciale Regietafels (PRT’s). 17 Sindsdien is de problematiek vergroot en heeft het ministerie met regelmatig maatregelen aangekondigd, zowel voor de kortere als de langere termijn. Doel is om de migratie naar Nederland zo gestructureerd mogelijk te laten verlopen, ongewenst migratiestromen zoveel mogelijk te beperken en het draagvlak voor migratie in onze samenleving te behouden. De maatregelen zijn gericht op: • • •

betere regulatie van de instroom in Europees verband; het vergroten van de doorstroom door aanpassingen in de asielprocedure; het organiseren van voldoende opvangcapaciteit. Van crisisnoodopvang tot duurzame, flexibele capaciteit evenwichtig verspreid over het land om mee te kunnen bewegen met schommelingen in instroom en bezetting. Bijvoorbeeld door het multifunctioneel inzetten van locaties, waar naast asielzoekers en statushouders ook andere spoed woningzoekenden - gelijktijdig of na elkaar – worden ondergebracht. In tijden van hoge instroom kunnen hier meer asielzoekers worden geplaatst en bij tijden van lage instroom meer andere doelgroepen. Betere samenwerking tussen rijk, COA en gemeenten door versterking van PRT’s of het opstarten daar waar ze nog niet van de grond waren gekomen moet de

17 Bijvoorbeeld de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen van mei 2020.

13

•

duurzame opvang in goede banen leiden. De bedoeling is dat dit wordt ondersteund door een wettelijke verplichting voor gemeenten: de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, beter bekend als de Spreidingswet. Ook is de bedoeling dat het makkelijker wordt om kleinschalige opvang te organiseren. 18 het bevorderen van de uitstroom. Vooral het realiseren van meer flexwoningen voor statushouders en bevorderen van terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers, in het bijzonder overlastgevers.

Aanleiding voor de Spreidingswet was dat het beroep doen op vrijwillige medewerking van gemeenten en de Uitvoeringsagenda (inclusief de PRT’s) nog te weinig hebben opgeleverd. Ook is de extra gerealiseerde opvang vaak van korte duur en biedt het slechts tijdelijke verlichting. 19 Daarom is er voor gekozen om gemeenten een wettelijke taak te gaan geven en formeel medeverantwoordelijk te maken. Doel is om duurzaam voldoende opvangplekken te realiseren. Belangrijke uitgangspu nten zijn een eerlijke en evenwichtige spreiding van opvang over het land en het voorkomen van crisisnoodopvang. Kern is een verdeelsystematiek die uitgaat van een tweejarige cyclus en is gebaseerd op de afspraken in de Uitvoeringsagenda: •

vóór 1 februari: bekendmaking verwachtte behoefte asielopvang voor de komende twee jaar door minister; • vóór 1 mei: bekendmaking minister van het bindende aantal opvangplaatsen per provincie (provinciale opgave) en indicatieve verdeling per gemeente; • tussen 1 mei en 1 juli: opstellen provinciale plannen onder leiding van de Commissaris van de Koning: waar en hoeveel; • vóór 1 september: verdeelbesluit per provincie door minister; • vóór 1 februari twee jaar later: opgave is gerealiseerd. De opgave per provincie wordt wettelijk verplicht, de opgave per gemeente is indicatief. Het is mogelijk dat gemeenten onderling tot andere afspraken komen. Ze kunnen bijvoorbeeld gemeenten de opgaven voor statushouders, Oekraïense vluchtelingen en asielopvang onderling anders verdelen. Of afspreken dat gemeente a de asielopvang doet en gemeente b het onderwijs regelt. De beschikbaarheid van asielopvang kan in tijd en plaats wijzigen. Uiteindelijk beslist de minister elke twee jaar over de verdeling, op basis van het plan dat op provinciaal niveau (per regio) is opgesteld of wanneer op provinciaal niveau niet tot overeenstemming wordt gekomen. Ondanks forse kritiek van de Raad van State, COA en VNG, heeft de minister besloten het wetsvoorstel ongewijzigd door te zetten. Wanneer de wet behandeld wordt en of hij aangenomen wordt is nog niet bekend.

Gezien de huidige asielcrisis, de afspraken die met het rijk zijn gemaakt en anticiperend op de Spreidingswet zijn provincies bezig plannen te maken. In grotere provincies, waaronder Zuid -Holland op het niveau van de veiligheidsregio’s (Haaglanden). De voortgang verschilt sterk. Een aantal provincies of regio’s hebben al (concept) plannen gereed, waaronder Holland Midden. In Haaglanden is het nog niet zover. De VNG maakt zich grote zorgen over de impact van de oplopende aantallen asielzoekers, statushouders en Oekraïners op onder andere wonen, zorg, onderwijs, integratie en leefbaarheid. Zeker gezien de krappe woning- en arbeidsmarkt. Ze roept het rijk op de

18 Waarbij kleinschalig niet is gedefinieerd. Voor het COA is dit 150 opvangplekken. Maar in b eleidsbrieven

wordt ook wel het voorbeeld van opvang door kerken genoemd, die bv uit 20 plekken kunnen bestaan. 19 Er zijn verschillende oproepen gedaan van het Rijk aan gemeenten om meer opvangcapaciteit te realiseren. Het is gelukt om in de periode van zomer 2021 tot mei 2022 meer dan 17.000 opvangplaatsen te realiseren, naast de opvang voor ontheemden uit Oekranië. Dit was echter niet genoeg (Memorie van Toelichting Spreidingswet).

14

juiste ondersteuning te bieden en meer werk te maken van een structurele aanpak om problemen het hoofd te bieden (VNG, 4 mei 2023).

Meer informatie over asielopvang en cijfers is onder andere te vinden op/via: CBS. https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-asiel-migratie-en-integratie COA. https://www.coa.nl/nl/cijfers-en-rapportages Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), website. www.ind.nl IND. Hoofdrapport over december 2022 en december 2021. I&O Research. Draagvlak opvang asielzoekers. September 2022. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bijgestelde capaciteitsbehoefte asielopvang. November 2022. Ministerie van Justitie&Veiligheid: Actuele situatie asielketen, april 2023. Ministerie van Justitie&Veiligheid: Capaciteitsbehoefte asielopvang en taakstelling huisvesting 2023II. Ministerie van Justitie&Veiligheid: Inwillingspercentage asiel 2022. Datanalyse . Maart 2023. Ministerie van Justitie&Veiligheid: Meerjaren productie prognoses (MPI), januari 2023. Rijksoverheid. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielbeleid/vraag-en-antwoord/asiel--enmigratiecijfers SER, website. https://www.ser.nl/nl/thema/werkwijzer-vluchtelingen/feiten-en-cijfers/aantallenherkomst. Uitspraken rechtbank. https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:GHDHA:2022:2429

15

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12756409/2