Regiovisie Huiselijk Geweld Haaglanden - volledig opgemaakt NIEUW
Tekst van het document
Regiovisie aanpak huiselijk geweld Haaglanden 2026 en verder
Voorwoord Veel inwoners in de regio Haaglanden zijn thuis niet veilig. Huiselijk geweld is een onacceptabele schending van veiligheid en vertrouwen die levens verwoest. In Nederland loop je meer kans om slachtoffer te worden van huiselijk geweld dan van welke andere vorm van geweld ook. Huiselijk geweld is daarmee een van de grootste maatschappelijke vraagstukken van onze tijd en kent vele vormen zoals te lezen valt in deze regiovisie. Femicide, het doden van vrouwen omdat ze vrouw zijn, is de meest extreme uiting van huiselijk geweld. Elke keer dat dit gebeurt, is het een signaal dat we als samenleving veel meer moeten doen om vrouwen te beschermen. Want geen vrouw zou in angst mogen leven. In de regio Haaglanden nemen we gezamenlijk de verantwoordelijkheid om huiselijk geweld tegen te gaan. In oktober2024 hebben we daarom het Manifest Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden opgesteld. Daarin hebben we onder andere uitgesproken dat we ons als regio actief inzetten om femicide te voorkomen en huiselijk geweld in de kern aan te pakken. Deze regiovisie laat zien wat we de komende jaren inzetten. Met grote ambities, maar ook met de eerlijkheid dat onze middelen beperkt zijn. Daarom heeft het Bestuurlijk Overleg Zorg en Veiligheid drie prioriteiten benoemd: • Preventie en vroegsignalering - geweld zo vroeg mogelijk herkennen en voorkomen.
• Duurzaam herstel – met als doel de onveiligheid te stoppen in de gezinnen of huishoudens waar dit voorkomt. • Sterkere samenwerking – tussen zorg- en strafpartners en gemeenten. De komende jaren zetten we ons samen met alle betrokken partners in om huiselijk geweld en femicide te voorkomen, tijdig te signaleren en te stoppen. Het stoppen van geweld is geen keuze, het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Namens het Bestuurlijk Overleg Zorg en Veiligheid,
Voorzitters Bestuurlijk Overleg Zorg en Veiligheid Alexander Pechtold, burgemeester Delft Mariëlle Vavier, wethouder Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken, gemeente Den Haag
2
Inhoud Voorwoord 1. Inleiding
2 4
1.1. Definitie huiselijk geweld 1.2. Risicofactoren huiselijk geweld 1.3. Terugblik afgelopen jaren 1.4. Nieuwe visie
4 4 5 5
2. Wettelijke kaders en verantwoordelijkheden
7
2.1. Wettelijke kaders 2.2 Centrumgemeenten 2.3. Gemeenschappelijke regeling Veilig Thuis Haaglanden 2.4. Gemeentelijke regierol
7 8 8 8
3. Preventie en vroegsignalering
10
3.1 Prioriteiten preventie en vroegsignalering 3.2. Trainingen meldcode 3.3. Aandachtsfunctionarissen 3.4. Netwerk seksueel geweld
10 10 10 11
4. Duurzaam herstel
12
4.1. Intensief Casemanagement 4.2. Multidisciplinaire Aanpak (MDA++) 4.3. (Ex-)partnerstalking 4.4. Plegeraanpak
12 12 13 13
5. Samenwerking
15
5.1. Femicide 5.2. Manifest
15 15
5.3 Casusreviews 5.4. Routekaart naar Veiligheid 5.5. Proeftuin Haaglanden 5.6. Regionaal samenwerkingsverband Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden
16 16 16 17
6. Monitoring en evaluatie
19
6.1. Monitoring en evaluatie 6.2. Overlegstructuur 6.3. Financiën
19 19 20
Bijlage I. Cijfers en trends huiselijk geweld regio Haaglanden (CBS/Dashboard VT) Begrippen- en afkortingenlijst Literatuurlijst
22 30 35
3
1. Inleiding Veel volwassenen en kinderen zijn thuis niet veilig. Iemand loopt meer kans op huiselijk geweld dan op welke andere vorm van geweld ook. Qua omvang en impact is huiselijk geweld in Nederland een van de grootste maatschappelijke vraagstukken. De Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit 2024 laat zien dat 9 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder het afgelopen jaar slachtoffer was van één of meer vormen van huiselijk geweld (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2024). Dat komt neer op bijna 1,3 miljoen mensen. Deze cijfers komen overeen met die van 2020 en 2022. Voor het einde van 2025 komen in de regio Haaglanden nieuwe cijfers over huiselijk geweld uit van de Gezondheidsgids Haaglanden van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD). (Gezondheidsgids Haaglanden – Huiselijk Geweld – Den Haag, 2025). Deze cijfers laten een stijging zien van het aantal personen tussen de 18 en 64 jaar die hebben aangegeven, dat ze de afgelopen vijf jaar slachtoffer zijn geworden van huiselijk geweld. In 2020 bedroeg dit 3,3 procent; in 2024 was dit 4,3 procent. Zie bijlage 1 voor nadere cijfers.
1.1. Definitie huiselijk geweld Onder huiselijk geweld vallen alle verschijningsvormen van geweld binnen de huiselijk kring of het sociale netwerk, gepleegd door (ex-)partners of familieleden. Het kan gaan om fysiek, seksueel en/of psychisch geweld en/of verwaarlozing. Diverse vormen van geweld vallen onder de definitie huiselijk geweld, zoals kindermishandeling, intieme terreur en ouderenmishandeling. Het gaat om geweld in afhankelijkheidsrelaties. Dit betekent concreet dat het geweld gepleegd wordt door iemand uit de directe omgeving van het slachtoffer, waarbij het slachtoffer afhankelijk is van deze persoon. De aanpak van huiselijk geweld is systeemgericht. Binnen systeemgericht werken wordt het gedrag in een brede context geplaatst. Het is een manier van werken die wordt gebruikt om de complexe interacties tussen individuen, sociale systemen en de natuurlijke omgeving te begrijpen. Er is aandacht voor alle personen in het gezin of huishouden.
1.2. Risicofactoren huiselijk geweld Er zijn diverse oorzaken van huiselijk geweld en kindermishandeling te noemen. Movisie heeft een factsheet uitgebrachtmet daarin een groot aantal risicofactoren voor huiselijk geweld (Movisie, 2024). Belangrijke risicofactoren zijn: • Machtsverschil en afhankelijkheid. Hieronder wordt verstaan: relationele afhankelijkheid, economische afhankelijkheid, verblijfsstatus, zorgafhankelijkheid of een combinatie daarvan. • Genderongelijkheid. • Gebrek aan weerbaarheid en aan sociale vaardigheden. • Isolement. • Problematische echtscheiding. • Stress als gevolg van een veelvoud aan problemen in het gezin, zoals geldzorgen en schulden, problemen op het werk of juist problemen door gebrek aan werk of slechte huisvesting. • Drank- en drugsgebruik.
4
De risicofactoren zijn allemaal nauw verbonden met bestaanszekerheid. Dit betekent dat het huiselijk geweld vaak niet op zichzelf staat en het belangrijk is dat het integraal en systeemgericht wordt aangepakt. Binnen systeem gericht werken wordt het gedrag in een brede context geplaatst. Het is een manier van werken die wordt gebruikt om de complexe interacties tussen individuen, sociale systemen en de natuurlijke omgeving te begrijpen.
1.3. Terugblik afgelopen jaren De afgelopen jaren was het programma Geweld hoort Nergens Thuis leidend in de landelijke en regionale aanpak van huiselijk geweld. Dit programma is in 2022 opgegaan in het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2025). Voor de regio Haaglanden heeft dit geleid tot de regiovisie Aanpak huiselijk geweld Haaglanden 2019-2022 die verlengd is tot en met eind 2025. In bijlage 1 zijn cijfers opgenomen van de afgelopen jaren. Hieruit is af te leiden dat er sprake is van een daling van het aantal meldingen bij Veilig Thuis en een toename van het aantal gevraagde adviezen. De belangrijkste onderdelen uit de vorige regiovisie: • De basis op orde van Veilig Thuis Haaglanden. Veilig Thuis is op sterkte gebracht. De organisatie is stabiel en er is gericht aandacht om wachtlijsten weg te werken. • Inzet op preventie en vroegsignalering. Ontwikkeling en uitvoering van een samenhangend geheel aan trainingen, voorlichting, webinars en het kennisplatform vanuit de GGD Haaglanden (GIA-regio Haaglanden). • De ontwikkeling van de Routekaart naar Veiligheid (Routekaart naar Veiligheid - Jeugdhulp Haaglanden).
In deze regionale werkwijze zijn diverse methodieken geïntegreerd, zoals Signs of Safety (Signs Of Safety | Movisie, 2019), Beter Samenspel (Beter Samenspel, 2025) en Gefaseerd werken aan veiligheid (GHNT & Landelijk Netwerk Zorg Straf, 2021). Veel professionals zijn inmiddels getraind in deze werkwijze, zowel binnen de lokale teams als bij samenwerkingspartners. • Veel aandacht voor de implementatie van de meldcode (GGD Haaglanden, 2025). Doorlopend krijgen zogeheten aandachtsfunctionarissen hierin training en bijscholing. • Ontwikkeling van specifieke interventies en aanpakken, zoals Intensief Casemanagement (Jeugdhulp Haaglanden, 2025) en de Multidisciplinaire Aanpak voor huiselijk geweld en kindermishandeling (MDA++) (Movisie, 2021). • Versterking van de rol van lokale teams in de aanpak van onveiligheid. Hierbij is aandacht voor de samenwerking met Veilig Thuis (Veilig Thuis Haaglanden, 2025). • Ontwikkeling van de ketenmonitor door Veilig Thuis. Dit gaat om periodiek zicht houden op huisverboden (Ministerie van Algemene Zaken, 2025), meldingen en adviesaanvragen.
1.4. Nieuwe visie Deze nieuwe visie bouwt grotendeels voort op de vorige regiovisie. Er is sprake van borging en versterking van de uitvoering van de afgelopen jaren. Ook is focus aangebracht.
Visie: Maatschappelijke- en zorgorganisaties, politie, justitie en gemeenten in de regio Haaglanden werken samen om huiselijk geweld te voorkomen, vroegtijdig te herkennen en duurzaam te stoppen. De aanpak is mensgericht, met aandacht voor alle betrokkenen binnen een huishouden of gezin. Gewerkt wordt aan goede netwerksamenwerking en sterke lokale teams. Samen investeren de partijen in preventie, effectieve hulp, opvang en waar nodig langdurige begeleiding. 5
Het doel is om te zorgen dat slachtoffers zo snel mogelijk hulp krijgen in de regio Haaglanden en zich gehoord en gezien voelen. Allereerst ligt de focus op directe veiligheid. Daarna volgt de stap naar duurzaam herstel, door middel van het inzetten van hulp en interventies. Met deze regiovisie wordt beoogd om de volgende doelen te realiseren: • Afname van het aantal hermeldingen bij Veilig Thuis. Hiermee wordt de effectiviteit en snelheid van de ingang gezette hulpverlening aangetoond. • Toename van het aantal adviezen bij Veilig Thuis. Hiermee wordt aangetoond dat meer professionals de stappen in de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling volgen. • Afname van het aantal herhaalde huisverboden. Hiermee wordt de effectiviteit van de inzet van hulpverlening aangetoond, zoals de inzet van intensief casemanagement (ICM) en de aanpak MDA++. Om deze doelen te behalen, wordt in de regio de komende jaren ingezet op de volgende prioriteiten: • Voorkomen van huiselijk geweld door in te zetten op preventie en vroegsignalering. • Inzetten van interventies en aanpakken, zoals ICM en MDA++, gericht op duurzaam herstel. Hierbij is ook nadrukkelijkaandacht voor de pleger. Alleen op deze manier kan het geweld namelijk stoppen. • Samenwerking tussen de zorg- en strafpartners en gemeenten.
Alleen gezamenlijk kan worden ingezet op de aanpak van intieme terreur en het voorkomen van femicide (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2024). Daarnaast wordt in de proeftuin Haaglanden momenteel gewerkt aan het opstellen van een nieuwe werkwijze voor de aanpak van huiselijk geweld (Proeftuin Haaglanden: Verandering Systeem en Grondhouding Professionals - Jeugdhulp Haaglanden, 2024). Het volgende hoofdstuk beschrijft de wettelijke kaders en verantwoordelijkheden. De regionale prioriteiten worden beschreven in de hoofdstukken 3: Preventie en vroegsignalering, 4: Duurzaam herstel en 5: Samenwerking. Tot slot wordt ingegaan op de monitoring, evaluatie en financiën van deze regiovisie.
6
2. Wettelijke kaders en verantwoordelijkheden Op basis van onderstaande wettelijke kaders is de regio Haaglanden verplicht om bepaalde organisaties en/of inzet te financieren. Deze verantwoordelijkheid is neergelegd bij de centrumgemeenten. Zij ontvangen hiervoor een zogeheten Decentralisatie uitkering Vrouwenopvang (DUVO) (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2019). Het beschikbare budget voor de regio Haaglanden gaat grotendeels naar de wettelijk verplichte taken.
2.1. Wettelijke kaders Voor de aanpak van huiselijk geweld gelden meerdere wettelijke kaders. Sinds 2015 is de integrale aanpak van huiselijk geweld een verantwoordelijkheid vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) (Wetten.nl – Regeling – Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 – BWBR0035362, 2025). Deze wet omvat preventie, vroegsignalering, aanpak en nazorg. Samenwerking tussen uitvoeringspartners is hierbij een randvoorwaarde. De Wmo benadrukt daarnaast de opvang en hulp aan slachtoffers van huiselijk geweld en het organiseren van meldpunten, zoals Veilig Thuis. Sinds 2013 is de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht, die in 2019 is aangescherpt (Wetten.nl – Regeling – Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling – BWBR0033723, 2020). Deze wet verplicht organisaties die met kinderen en volwassenen werken een meldcode te hebben. Ook moeten organisaties hun medewerkers in staat stellen daarmee te werken. De meldcode is nadrukkelijkgeen meldplicht. Organisaties in de sectoren onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang, maatschappelijkeondersteuning, sport, jeugdhulp en justitie zijn wel verplicht om een meldcode te hebben. Het doel van de meldcode is professionals te ondersteunen om eerder en beter te handelen bij vermoedens van mishandeling, verwaarlozingof seksueel misbruik.
Sinds januari 2009 geldt de Wet tijdelijk huisverbod (Wetten.nl – Regeling – Wet tijdelijk huisverbod – BWBR0024649, 2020). Deze wet bepaalt dat bij oplegging van een huisverbod de pleger van huiselijk geweld in principe tien dagen zijn of haar woning niet mag betreden. Ook mag de pleger in die periode geen contact opnemen met de partner of de kinderen. De burgemeester kan een huisverbod opleggen als er huiselijk geweld is gepleegd of mogelijk gepleegd gaat worden. Ook bij een sterk vermoeden van kindermishandeling kan de burgemeester zo’n verbod opleggen. Het huisverbod is bedoeld als afkoelingsperiode. Tegelijkertijd komt dan de hulpverlening op gang; de persoon met het huisverbod en de gezinsleden of huisgenoten krijgen hulp. Daarnaast zijn gemeenten vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering en inzet van jeugdhulp (Wetten.nl – Regeling – Jeugdwet – BWBR0034925, 2025). Zo kunnen zij ingrijpen bij ontwikkelingsdreiging van jeugdigen en hulp op gang laten komen. De aanpak van seksueel geweld is niet in een wet opgenomen, maar alle gemeenten in Nederland hebben zich hieraan wel gecommitteerd. Voor de regio Haaglanden geldt dat op bovenregionaal niveau. Dat wil zeggen dat samen met Hollands-Midden een Centrum Seksueel Geweld (CSG) is ingericht.
7
2.2 Centrumgemeenten De centrumgemeenten Delft en Den Haag ontvangen vanuit het Rijk DUVO-middelen. Deze middelen worden op regionaal niveau en per subregio uitgegeven. In de regio Haaglanden zijn twee subregio’s. Dat zijn de Haagse regio: Zoetermeer, Leidschendam-Voorburg, Wassenaar, Rijswijk en Den Haag en de Delftse regio: Westland, PijnackerNootdorp, Midden-Delfland en Delft. Vanuit de DUVO-middelen worden regionale projecten uit de regiovisie bekostigd en de aanpak binnen de eigen (sub)regio bekostigd. Zo worden in de Delftse subregio de reguliere ambulantetrajecten de komende jaren vanuit de vrouwenopvang bekostigd. Verkend wordt hoe dit op termijn lokaal kan worden georganiseerd. Voor de Haagse regio geldt dat de komende jaren wordt toegewerkt naar een Oranje Huis-aanpak voor de vrouwenopvang samen met het Leger des Heils en KesslerPerspektief/Arosa (De Oranje Huis-aanpak, 2022). De (wettelijke) taken van de centrumgemeenten zijn: • Zorgdragen voor de continuïteit en kwaliteit van de (vrouwen)opvang en de toegang tot de (vrouwen)opvang. • Financiering van het Centrum Seksueel Geweld en organisatie van de samenwerking rond de aanpak van seksueel geweld. • Aanvullende financiering van Veilig Thuis Haaglanden, naast de gemeentelijke bijdrage. • Financiering van de Multidisciplinaire Aanpak (MDA++).
2.3. Gemeenschappelijke regeling Veilig Thuis Haaglanden Zoals hiervoor aangegeven zijn gemeenten verantwoordelijk voor de financiering van Veilig Thuis. In de regio Haaglanden krijgt dit vorm via de Gemeenschappelijke regeling GGD en Veilig Thuis Haaglanden. De wettelijke taken van Veilig Thuis zijn advies geven, meldingen aannemen en vermoedens van huiselijk geweld en kinder mishandeling onderzoeken. Ook tot de taken behoort het zo nodig overdragen van meldingen aan andere instanties, zoals de Raad voor de Kinderbescherming, de politie of de gemeentelijke lokale teams. Veilig Thuis is daarna verantwoordelijk voor monitoring van de veiligheid na overdracht. Verder coördineert Veilig Thuis in onze regio ook de inzet bij een tijdelijk huisverbod. De financiering van Veilig Thuis is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling GGD en Veilig Thuis Haaglanden. Alle deelnemende gemeenten betalen een bijdrage op basis van inwonertal en gebruik. De centrumgemeenten dragen een vaststaand bedrag extra bij aan Veilig Thuis.
2.4. Gemeentelijke regierol De gemeentelijke regierol is vastgelegd in de Wmo. Dat betekent dat iedere gemeente verantwoordelijk is voor de eigen aanpak van huiselijk geweld en de inrichting van de lokale teams. Deze teams werken samen met Veilig Thuis en verlenen regie en/of hulpverlening bij concrete casuïstiek. Het gaat hier om gezinnen met en huishoudens zonder kinderen, waarbij aandacht nodig is voor diverse risicofactoren en culturele achtergronden. De gemeenten dragen bovendien zelf verantwoordelijkheid voor de inrichting, regie en bekostiging van de eigen toegang. In 2024 stelde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een Richtinggevend Kader op voor de gemeentelijke toegangsfunctie (Richtinggevend kader voor toegang sociaal domein vastgesteld – VNG, 2024). Het kader beschrijft dertien kenmerken waaraan toegang, lokale teams en dienstverlening moeten voldoen. De kenmerken zijn verdeeld over drie categorieën: dichtbij, integraal en met mandaat. Daarmee zet het kader een basisniveau of maatstaf voor de gemeentelijke toegang, lokale teams en dienstverlening aan inwoners in kwetsbare en complexe situaties.
8
Om adequaat te kunnen handelen bij onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties en/of ontwikkelingsbedreiging van minderjarigen, ontwikkelde de VNG de leidraad Werken aan veiligheid. Deze leidraad geeft gemeenten handvatten voor de opdrachtverstrekking aan lokale teams. Ook beschrijft de leidraad de basisvereisten voor lokale teams vanuit veiligheidsoptiek. Binnenkort wordt bovendien het convenant Stevige Lokale Teams verwacht (convenant Stevige Lokale Teams, 2025). Dit is een afspraak vanuit de landelijke Hervormingsagenda Jeugd (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2023). De belangrijkste partijen die een rol spelen bij deze ontwikkelingen, mogen dan vastleggen wat ze van elkaar mogen verwachten.
9
3. Preventie en vroegsignalering Om (ernstig) huiselijk geweld te voorkomen, is het belangrijk dat de kennis over alle vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling groeit. Bij professionals én bij inwoners van de regio Haaglanden. Het is niet alleen belangrijk dat professionals en inwoners weten hoe ze moeten handelen, maar ook dat slachtoffers, plegers en omstanders de stap durven zetten naar hulp en ondersteuning. Juist ook als de zorgen nog niet heel groot zijn. De inzet op preventie vraagt om een lange adem om in de toekomst huiselijk geweld zoveel mogelijk te voorkomen en het taboe daarop te doorbreken.
3.1 Prioriteiten preventie en vroegsignalering Eén van de prioriteiten in deze visie is de aandacht voor preventie en vroegsignalering. Het gaat hierbij om: • Trainingen organiseren op het gebied van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. • Aandachtsfunctionarissen inzetten; • Netwerken in stand houden rondom seksueel geweld en aandachtsfunctionarissen. De afgelopen jaren is op het gebied van preventie vanuit de GGD Haaglanden veel ontwikkeld, gefaciliteerd en georganiseerd. De GGD zoekt hierbij aansluiting bij andere trajecten die regionaal en lokaal lopen, zoals Kansrijke Start en Gezonde School. De inhoudelijke scope was breed, zoals activiteiten gericht op preventie en vroeg signalering, gendergerelateerd geweld, ouderenmishandeling (lokale allianties in het bijzonder), schadelijke praktijken of seksueel geweld. De komende jaren wordt meer focus aangebracht in de activiteiten van de GGD. Dit betekent dat alleen ingezet wordt op activiteiten gericht op preventie en vroegsignalering, zoals trainingen voor aandachtsfunctionarissen. Met een regionaal aanbod van trainingen voor aandachtsfunctionarissen wordt schaalgrootte gecreëerd, waardoor het mogelijk is om trainingen aan te bieden aan professionals binnen de regio Haaglanden. De financieringsbasis voor dit aanbod is de bijdrage van 30 eurocent per inwoner. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd1.
Elke gemeente in de regio Haaglanden draagt hieraan bij.
3.2. Trainingen meldcode De Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling verplicht organisaties en zelfstandige beroepskrachten een meldcode vast te stellen en het gebruik daarvan te bevorderen. Door natuurlijk verloop onder medewerkers gaat kennis verloren over het signaleren en handelen volgens de meldcode. Het is echter van groot belang deze kennis op peil te houden, zowel binnen als buiten de eigen gemeentelijke organisatie. De gemeenten zorgen daarom zo nodig voor vaststelling, actualisatie en/of implementatie van de meldcode binnen de eigen organisatie. Ook besteden ze in (subsidie)afspraken met maatschappelijke partners aandacht aan deze wettelijke taak.
3.3. Aandachtsfunctionarissen De aandachtsfunctionarissen zijn een belangrijke spil in het werken met de meldcode. Deze personen hebben een uitgebreide training gevolgd en zijn het eerste aanspreekpunt voor overleg bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Zij kunnen deze vermoedens bespreken, samen met medewerkers signalen in kaart brengen en overleggen welke vervolgstappen nodig zijn. Ook zijn de aandachtsfunctionarissen belangrijk om het onderwerp continu bespreekbaar te maken binnen organisaties en alle kennis hierover te behouden. Een belangrijk fundament in een proactieve aanpak. 1 Het indexatiepercentage wordt jaarlijks gebaseerd op de nacalculatie en voorcalculatie. Hierbij wordt uitgegaan van de trend loon.
10
Het regionaal beleid faciliteert deze wettelijke taak van organisaties door voorlichting en training. De GGD Haaglanden verzorgt dit aanbod, waarbij aandacht is voor specifieke vormen van huiselijk geweld, zoals kinder mishandeling en intieme terreur. Het aanbod wordt versterkt door Veilig Thuis een aanvullende rol te geven, waarbij de advies- en meldtaak goed onder de aandacht kan worden gebracht. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de instandhouding van het netwerk van aandachtsfunctionarissen, zodat onderling ervaring en kennis kan worden gedeeld.
3.4. Netwerk seksueel geweld Sinds 2022 richt de Haaglandse aanpak van seksueel geweld zich op preventie en bestrijding van seksueel geweld door het creëren van een sluitend preventief aanbod. Dit gebeurt door in netwerkverband proactief in te zetten op het realiseren van laagdrempelige, doelgerichte en effectieve interventies op het gebied van zorg, ondersteuning en nazorg aan betrokkenen. Het doel is empowerment en nieuw seksueel geweld voorkomen en duurzaam stoppen. De komende jaren wordt ingezet op instandhouding van dit netwerk.
11
4. Duurzaam herstel Het doel bij duurzaam herstel is de onveiligheid te stoppen in de gezinnen of huishoudens waar dit voorkomt. Daarom wordt ingezet op verschillende interventies en aanpakken. Het gaat om Intensief Casemanagement (ICM), Multidisciplinaire aanpak (MDA++), (Ex-)partnerstalking en Plegeraanpak. Hiermee wordt gefocust op duurzaam herstel.
4.1. Intensief Casemanagement Een aantal jaar geleden is gestart met de pilot Intensief Casemanagement (ICM). ICM is een systemische aanpak, die hulpverlening en regievoering combineert. In de eerste weken ligt de nadruk op een bemoeizorgachtige benadering, gericht op contact leggen met alle leden van het huishouden/gezin en hun omgeving. Samen met betrokkenen wordt een verklarende analyse opgesteld van de onderliggende patronen en context. Na deze intensieve start blijft de ICM’er regisserend betrokken, met blijvend contact om de continuïteit en veiligheid te waarborgen. Deze pilot is gericht op gezinnen/huishoudens waarbij sprake is van ernstig herhaaldelijk huiselijk geweld. De aanpak is begin dit jaar geëvalueerd en de borging van de aanpak wordt momenteel ingezet. Tijdens de pilotperiode is de aanpak uitgevoerd door KesslerPerspektief/Arosa en het Veilig Verder Team van de gemeente Den Haag. Inmiddels is een start gemaakt met de structurele verankering van ICM binnen de lokale structuren. Vanaf 2026 ligt de nadruk op duurzame inbedding ervan in iedere gemeente. Hierbij is ruimte voor samenwerking met specialistische inzet van KesslerPerspektief/Arosa en/of Kwadraad. Op termijn is het nodig de aanpak binnen elke gemeente in de regio in te bedden. Elke gemeente kiest een aanspreekpunt dat past binnen de lokale structuur.
Hierbij kan gedacht worden aan de lokale teams, maar ook aan de lokale Zorg- en Veiligheidskamers die hierin een verbindende rol kunnen spelen. Doordat huishoudens tijdens het ICM-traject blijvend worden ondersteund, draagt de aanpak bij aan de duurzame verbetering van de veiligheid binnen het huishouden Tegelijkertijd wordt ingezet op de herkenbaarheid en eenduidigheid van de ICM-werkwijze, zodat regionale partners duidelijk weten wat zij kunnen verwachten. Om de kwaliteit en continuïteit te borgen, wordt ingezet op kennisdeling, kruisbestuiving tussen lokale teams en gezamenlijke deskundigheidsbevordering door trainingen aan te bieden. Daarnaast maken gemeenten samenwerkingsafspraken voor situaties waarin gezinnen over gemeentegrenzen verhuizen of die casuïstiek ketenbrede afstemming vereisen.
4.2. Multidisciplinaire Aanpak (MDA++) In de afgelopen jaren is met de netwerkpartners in het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden de aanpak MDA++ opgezet, belegd en verbeterd. De methodiek wordt ingezet (eventueel in combinatie met ICM) bij huishoudens met complexe, meervoudige problematiek. Er is dan sprake van eerdere meldingen van huiselijk geweld, een hoog ingeschat risico op escalatie of herhaling van geweld en/of vastgelopen reguliere hulpverlening. MDA++ richt zich op netwerksamenwerking, waarbij informatiedeling nodig is. Netwerkpartners kunnen casussen aanmelden bij Veilig Thuis, waarna Veilig Thuis in overleg met de netwerkpartners in het Zorg- en Veiligheidshuis kan besluiten om MDA++ in te zetten. De meeste casuïstiek komt momenteel uit de gemeente Den Haag. Tegelijkertijd is de laatste jaren ook een duidelijke toename zichtbaar van het aantal meldingen van de andere gemeenten in de regio en gemeente-overstijgende casuïstiek. De komende jaren wordt bekeken in hoeverre de inzet meer regiobreed kan
12
worden toegepast. Bovendien is een vorm van casusregie op lokaal niveau onmisbaar voor MDA++. In de praktijk blijkt deze samenwerking nog niet overal voldoende ingebed. Dat vraagt om verdere versterking en borging. Momenteel evalueren de netwerkpartners in Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden de aanpak MDA++ met als doel de aanpak verder te optimaliseren. Mede op basis daarvan wordt beoordeeld of MDA++ vanaf 2028 onderdeel kan zijn van de structurele financiering van het Zorg- en Veiligheidshuis door de gemeenten.
4.3. (Ex-)partnerstalking De afgelopen jaren is er meer maatschappelijke aandacht gekomen voor stalking door (ex-)partners. Stalking is het stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op de privacy van een ander. Bij (ex-)partnerstalking gaat het om gedragingen, zoals achtervolgen, dreigen, ongewenste telefoontjes plegen of op naam van iemand anders dingen bestellen. Stalking kan zowel fysiek als online plaatsvinden. Vrouwen zijn vaker slachtoffer dan mannen. Stalking door (ex-)partners gaat het vaakst gepaard met fysiek geweld (30%). In 2024 zijn de centrumgemeente Den Haag, Veilig Thuis Haaglanden en het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden gestart met de pilot (ex-)partnerstalking, gericht op het verbeteren van de bestaande aanpak. Het belangrijkste doel is de samenwerking tussen netwerkpartners te versterken en gezamenlijk overzicht en regie te realiseren. De reclasseringkan binnen de pilot een vrijwillig begeleidingstraject aanbieden aan plegers. Onderdeel van de aanpak kan ook zijn om AWARE en het slachtofferdevice in te zetten, indien de casus hiervoor geschikt is. De pilot is gericht op de hele regio Haaglanden. De Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS) bepaalt in belangrijke mate of het Zorg- en Veiligheidshuis een casus kan oppakken (Wetten.nl – Regeling – Wet gegevensverwerking door samenwerkings verbanden – BWBR0049962, 2025).
Vanaf 1 maart 2025 regelt deze wet de gegevensuitwisseling tussen samenwerkende partijen, in dit geval in het Zorg- en Veiligheidshuis. Door de intensievere aanpak van stalkings problematiek worden stalkingszaken eerder, vaker en langduriger besproken. De evaluatie van de pilot is op dit moment nog niet definitief beschikbaar. Deze wordt in november 2025 gedeeld. Op basis van de positieve resultaten en cijfers uit eerdere evaluaties wordt de aanpak in 2026 verlengd. Aandachtspunten zijn het verder onderzoeken waarom de instroom uit de regio laag blijft en het vergroten van de bekendheid van de aanpak in de regio. Tot slot is ook in deze aanpak een vorm van casusregie op lokaal niveau onmisbaar. Dit vraagt om een stevige verbinding met de lokale structuur, zoals de lokale teams, Zorg- en Veiligheidskamers of het Zorg- en Veiligheidshuis. Deze verbinding is echter nog niet overal voldoende lokaal verankerd. De komende tijd wordt hier meer op ingezet.
4.4. Plegeraanpak Bij systeemgericht werken is het belangrijk om niet alleen naar het slachtoffer te kijken, maar ook naar de pleger, het gezin en andere directbetrokkenen. Dit betekent dat de pleger als lid van een (gezin)systeem direct vanaf het begin aandacht krijgt in het veiligheidsplan. Ook de inzet van het strafrecht kan helpend zijn om het geweld te stoppen, bijvoorbeeld door bijzondere voorwaarden op te leggen. Vanuit zowel het vrijwillige als strafrechtelijke kader is het mogelijk om voor plegers hulpverlening vanuit de Waag in te zetten. Dit is een centrum voor forensische geestelijke gezondheidszorg, gespecialiseerd in de behandeling
13
van volwassenen met grensoverschrijdend of strafbaar gedrag. Hiertoe behoren ook plegers van huiselijk geweld. Een traject bij de Waag richt zich op korte termijn op vergroting van de veiligheid door signalen van oplopende spanning te herkennen en maatregelen te nemen om te kalmeren. Op de lange termijn ligt de focus op het doorbreken van onderliggende patronen die tot huiselijk geweld leiden, met als doel herhaling te voorkomen. Hulpverlening vanuit de Waag is beschikbaar en valt onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) (Wetten.nl – Regeling – Zorgverzekeringswet – BWBR0018450, 2025). Justitie vergoedt de kosten bij een opgelegde behandeling door de rechter of reclassering. Ook na oplegging van een huisverbod kan de Waag in beeld komen voor hulpverlening. Ook Fivoor biedt hulpverlening aan de pleger. Deze hulpverlening betreft eveneens forensische geestelijke gezondheidszorg, maar dan vanuit een breder kader gericht op diverse vormen van forensisch gedrag. Het type hulp is afhankelijk van de ernst van de problematiek. Sinds 2024 is in Den Haag de Carrouselgroep huiselijk geweld actief. Dit is een groepstraining voor mannen die hun gedrag willen veranderen en de impact van hun handelen willen leren begrijpen. Het betrekken van ervaringsdeskundigen binnen de Carrouselgroep blijkt een werkzame toegevoegde waarde. Deelname is vrijwillig.
De Carrouselgroep wordt de komende jaren uitgebreid, zodat er twee groepstrainingen in de regio kunnen worden gegeven.
14
5. Samenwerking De afgelopen jaren is intensief geïnvesteerd in versterking van de samenwerking tussen gemeenten en de zorgen strafpartners in de regio. Deze samenwerking wordt ook de komende jaren voortgezet, zodat nog meer kan worden ingezet op het voorkomen van femicide en het ontwikkelen van een gezamenlijke werkwijze in de proeftuin Haaglanden.
5.1. Femicide Femicide is een actueel thema op het snijvlak van zorg en veiligheid. Femicide is fataal (gendergerelateerd) geweld tegen vrouwen en wordt in Nederland hoofdzakelijk gepleegd door partners, ex-partners of familieleden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2024). Femicide valt binnen de context van gendergerelateerd geweld. In de meeste gevallen gaat hier intieme terreur aan vooraf. Intieme terreur is eenzijdig partnergeweld, dat zich kenmerkt door een patroon van controle en dwang. Geweld tegen vrouwen komt vaak voor en uit zich in fysiek, seksueel, emotioneel en/of economisch geweld. Intieme terreur is niet altijd duidelijk zichtbaar en herkenbaar. De afgelopen jaren is er op landelijk niveau toenemende aandacht voor femicide, ook in de media. Er ligt een wetsvoorstel om psychisch geweld zelfstandig strafbaar te stellen. Psychisch geweld, en met name dwingende controle en intieme terreur, behoren tot de rode vlaggen van femicide. Ook wordt ingezet op verbetering van de bewijsvoering voor psychisch geweld en op deskundigheidsbevordering bij de politie, zodat instanties signalen sneller en beter herkennen. Daarnaast sluit de regio Haaglanden aan bij de uitwerking van het landelijke plan Stop Femicide. Volgens Atria (2023) sterft er in Nederland elke acht dagen een vrouw door geweld.
Voor de regio Haaglanden zijn op dit moment geen cijfers beschikbaar over het aantal gevallen van femicide. De regio Haaglanden blijft de uitkomsten van de Femicide Monitor nauwlettend volgen. Daarnaast wordt samen met de netwerkpartners verkend of registratie van het aantal gevallen van femicide in Haaglanden toch mogelijk is. In de media overheerst het beeld van een jaloerse man, die de relatiebreuk niet kon verkroppen en in een wanhoopsdaad zijn ex-vriendin vermoordt. Vaak na een periode van stalking. Uit de eerste resultaten van de Femicide Monitor van de Universiteit Leiden blijkt echter dat statusverschil een belangrijkere rol speelt
5.2. Manifest Op 4 oktober 2024 is op regionaal niveau het Manifest Aanpak Huiselijk Geweld bekrachtigd door alle betrokken netwerkpartners van het Bestuurlijk Overleg Zorg en Veiligheid Haaglanden (Manifest Aanpak Huiselijk Geweld Haaglanden, 2024). Hierin is vastgelegd dat: 1. Eerder en beter wordt ingezet op het (h)erkennen en oppakken van signalen van huiselijk geweld. 2. Alle partijen duidelijke taal gebruiken over huiselijk geweld, (ex-)partnerdoding en femicide. 3. De lokale zorg voor nabestaanden van slachtoffers van femicide wordt verbeterd. 4. Het instrument reviews wordt ingezet om samen te leren van (bijna) fatale situaties van huiselijk geweld in de regio.
15
De komende jaren wordt uitvoering gegeven aan het manifest. Concreet betekent dit dat professionals van de lokale teams worden getraind om signalen en de zogenoemde rode vlaggen te herkennen. Op lokaal en regionaal niveau wordt bij intieme terreur gezocht naar een passende interventie, zoals een tijdelijk huisverbod voor de pleger of plaatsing van het slachtoffer in de vrouwenopvang. Daarnaast worden tijdens de publiekscampagne Orange the World regionale activiteiten georganiseerd door de GGD Haaglanden (Orange the World, 2025).
5.3 Casusreviews Vanaf 2026 wordt jaarlijks minimaal één casusreview uitgevoerd bij zeer ernstige incidenten van huiselijk geweld of femicide. Het doel van deze gezamenlijke reflectie is om te leren van deze situaties, de aanpak te versterken, de samenwerking te verbeteren en de kans te vergroten om in de toekomst ernstige incidenten te voorkomen. De organisatie en regie ligt bij het kennisknooppunt van Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden. Op deze manier wordt samengewerkt aan een lerend netwerk.
5.4. Routekaart naar Veiligheid De regio Haaglanden heeft besloten de Routekaart naar Veiligheid te omarmen voor de samenwerking in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (Routekaart naar Veiligheid wijst de weg bij aanpak huiselijk geweld – Jeugdhulp Haaglanden, 2024). De Routekaart combineert verschillende benaderingen, zoals Signs of Safety, Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid en de bouwstenen van Beter Samenspel. Ook de verbeterde meldcode en de beweging richting het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming zijn erin opgenomen. De Routekaart integreert deze werkwijzen. Hierdoor biedt het een uniforme, systematische aanpak en visie om te werken aan de veiligheid van mensen van 0 tot 100 jaar in de regio Haaglanden. Door de focus op netwerksamenwerking en het hele systeem rondom het kind of gezin centraal te stellen, ondersteunt de Routekaart professionals om samenhangend, afgestemd en met een gedeelde taal samen te werken. Het gebruik van dezelfde taal helpt professionals elkaar beter te begrijpen en versterkt de samenwerking tussen alle betrokkenen. Nog niet alle gemeenten en netwerkpartners werken volgens de uitgangspunten van de Routekaart. Bovendien wordt nog te weinig met een brede blik naar het gezin en netwerk eromheen gekeken. Andere uitdagingen zijn de wachtlijsten bij netwerkpartners en de personele krapte bij gemeenten en andere organisaties.
Het werken conform de uitgangspunten van de Routekaart wordt de komende jaren doorontwikkeld. Het doel: betere hulp voor iedereen die betrokken is bij onveilige thuissituaties en opvoedomstandigheden, een betere kwaliteitvan dienstverlening en een lerende keten die efficiënter en effectiever werkt. Een randvoorwaarde is dat alle betrokken partijen zich vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid verbinden aan een gezamenlijke leer- en verbetercultuur. Dit vraagt om verdere investering in inhoudelijke deskundigheid, een duidelijke rol- en verantwoordelijkheidsverdeling en een kritische blik op bestaande werkwijzen en protocollen. Zo kunnen oorzaken van knelpunten – zoals het onvoldoende systeemgericht werken, onduidelijkheid over regie of het te vroeg afsluiten van hulpverleningstrajecten – worden weggenomen.
5.5. Proeftuin Haaglanden De hulp en bescherming voor kinderen, gezinnen en huishoudens die te maken hebben met huiselijk geweld, moet eenvoudiger worden georganiseerd en beter aansluiten bij de behoeften van betrokkenen. In 2021 is hiervoor het landelijke programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming opgesteld. De basisprincipes zijn: gezins gericht (voor inwoners van alle leeftijden), rechtsbeschermend en transparant, eenvoudig en lerend. 16
Het programma beschrijft een fundamentele verandering: gezinnen krijgen één vast aanspreekpunt vanuit het lokale team. In sommige gevallen wordt het nieuw te ontwikkelen Regionaal Veiligheidsteam betrokken. Dit team ondersteunt het gezin samen met de professional van het lokale team. Hiervoor is nieuwe wetgeving nodig, maar ook binnen de huidige wettelijke kaders zijn al veel verbeteringen mogelijk. Deze zijn in lijn met de uitgangspunten van het programma. Deze verandering is de afgelopen jaren ingezet. In de lokale teams van gemeenten en in verschillende regionale proeftuinen in Nederland wordt geëxperimenteerd met het werken volgens de principes van het Toekomstscenario. Ook in de regio Haaglanden is medio 2023 een proeftuin gestart met de volgende deelnemers: • Lokale teams van de gemeenten Delft, Den Haag en Westland • Jeugdbescherming West, William Schrikker Stichting • Raad voor de Kinderbescherming • Veilig Thuis Haaglanden • KesslerPerspektief/Arosa (vrouwenopvang) • impegno (GGZ) Vanuit het vrijwillig kader wordt gewerkt aan een nieuwe werkwijze. Hierin staan vijf doelstellingen centraal: integraalwerken, verklarende analyse met partners, verkorten van de keten, passende zorg toepassen en professionalsin diens kracht zetten en voor hen het vak aantrekkelijk maken/houden. In 2025 is binnen de proeftuin de eerste versie van een nieuwe werkwijze opgeleverd.
Professionals vanuit verschillendeorganisaties komen samen tot één verklarende analyse over alle leefdomeinen heen. Gezinnen geven aan zich hierin te herkennen en voelen zich gehoord en gezien. De inzet van diverse expertises vanaf de start, inclusiefGGZ en bestaanszekerheid, vergroot bovendien de effectiviteit van de hulp. Zo helpt de proeftuin kinder beschermingsmaatregelen te voorkomen en blijft de regie over de ondersteuning bij het gezin zelf. De komende jaren wordt de werkwijze doorontwikkeld. Het doel is om meer gezinnen op deze manier te ondersteunen. Daarnaast wordt toegewerkt naar integratie van de werkwijze in de standaard aanpak van de betrokken organisaties. Het streven is de samenwerking gefaseerd uit te breiden naar andere regiogemeenten en partners in de regio Haaglanden. Belangrijke randvoorwaarden voor deze doorontwikkeling zijn de deskundigheidsbevordering van lokale teams op ICM en de Routekaart naar Veiligheid.
5.6. Regionaal samenwerkingsverband Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden De beoogde integrale aanpak van het Toekomstscenario richt zich vooral op de zorg en ondersteuning vanuit het sociaal domein. Voor de koppeling met veiligheid is verdere samenwerking nodig, zowel lokaal als regionaal. In de vorige regiovisie was het (regionale) Zorg- en Veiligheidshuis nog sterk in ontwikkeling. In de regiovisie lag toen de nadruk bij de aanpak van huiselijk geweld vooral op preventie en de ontwikkeling van specifieke zorg interventies. Inmiddels zijn het zorg- en veiligheidsdomein meer naar elkaar toegegroeid. Professionals uit de verschillende domeinen komen, onder regie van een procesregisseur, bijeen in het Zorg- en Veiligheidshuis voor de aanpak van de meest complexe domeinoverstijgende casuïstiek. Daarnaast fungeert het Zorg- en Veiligheidshuis ook als regionaal kennisknooppunt voor complexe zorg- en veiligheidsproblematiek. Het signaleert en adviseert over trends en ontwikkelingen en biedt netwerkregie op de samenwerking.
17
De komende tijd wordt ingezet op het creëren van meer duidelijkheid over de op- en afschaling van casuïstiek. Tussen gemeenten bestaan grote verschillen: veel hebben een lokale kamer, maar niet allemaal. Bovendien is de lokale kamer niet in elke gemeente betrokken bij casuïstiek rondom huiselijk geweld. De rol en intensiteit verschillen binnen de regio. Meer helderheid en nadere afspraken zijn daarom wenselijk. In het najaar van 2025 wordt geïnventariseerd bij gemeenten waar hun behoeften hierin precies liggen. Daarna gaat het netwerk hiermee gezamenlijk aan de slag. Daarnaast gaat het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden vanuit haar rol als kennisknooppunt meer inzetten op de bevordering van kennis over huiselijk geweld voor straf- en zorgpartners. Dit gebeurt in samenhang met andere ontwikkelingen. Zo is de afgelopen jaren een goed werkend kennisplatform ontwikkeld, in beheer van de GGD. Dit platform 1SociaalDomein heeft ook een netwerkfunctie voor professionals. Dit wordt breder ingezet voor deskundigheidsbevordering van lokale teams in de regio.
18
6. Monitoring en evaluatie Het is van belang om de voortgang van deze regionale aanpak huiselijk geweld te monitoren. De wijze van monitoringen evaluatie wordt hierna beschreven. Daarnaast zijn in dit hoofdstuk het financiële kader en de overlegstructuuropgenomen.
6.1. Monitoring en evaluatie Om meer grip op de omvang en aard van de problematiek in onze regio te krijgen, ontwikkelde Veilig Thuis de afgelopen jaren een ketenmonitor voor de samenwerking met gemeenten. De cijfers worden periodiek gedeeld met alle regiogemeenten. Ze vormen de basis voor de lokale dialoog met Veilig Thuis in het kader van de lokale samenwerkingsafspraken. Deze regiovisie visie vormt de opmaat naar een nieuw landelijk kader: het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Door de onzekerheden in het rijksbeleid is nog onduidelijk wanneer de nieuwe wetgeving ingaat en of, en wanneer, een nieuw regionaal uitvoeringsteam (RVT) wordt ingericht voor de aanpak van huiselijk geweld en jeugdbescherming. Om de effecten van deze regiovisie te monitoren wordt de komende periode ingezet op meer datagedreven werken. De volgende indicatoren worden gemonitord: • Het aantal meldingen en adviezen bij Veilig Thuis. • Aantal gevraagde adviezen en meldingen per beroepsgroep. • De aard van het geweld. • Het aantal hermeldingen bij Veilig Thuis. • Het aantal huisverboden en aantal herhaalde huisverboden in de regio. • De in- en uitstroom van casuïstiek in de MDA++ aanpak en de aanpak (ex-)partnerstalking bij het Zorg- en Veiligheidshuis. • Trainingen: aantal deelnemers of bezoekers, herkomst deelnemers (onderwijs, gemeente, etc.) en tevredenheid.
De voortgang van deze regiovisie wordt gemonitord. In 2028 wordt een eerste evaluatie uitgevoerd op proces, inhoud en financiën. De gemeenteraden ontvangen dan een voortgangsrapportage. Daarbij wordt de verbinding gelegd met de landelijke ontwikkelingen en regionale resultaten van de proeftuin Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Ook wordt gezocht naar samenhang met de nieuwe regiovisie Jeugdhulp Haaglanden die dan beschikbaar is.
6.2. Overlegstructuur De bestuurlijke overlegstructuur van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling is hybride door de samenloop met andere beleidsdomeinen en financieringsstromen. Er zijn drie bestuurlijke overleggen: Algemeen bestuur gemeenschappelijke regeling GGD en Veilig Thuis Dit gaat om sturing op de meer going concern-uitvoeringstaken rond de aanpak van huiselijk geweld, gemandateerdaan de gemeenschappelijke regelingen (GR) van Veilig Thuis. Het algemeen bestuur wordt gevormd door de wethouders Zorg van alle negen gemeenten in de regio Haaglanden. De frequentie van samenkomen is elke acht weken. De beleidsadviseurs huiselijk geweld doen de ambtelijke voorbereiding, gericht op de P&C-cyclus van Veilig Thuis, gekoppeld aan de GR-begroting. 19
Bestuurlijk overleg Zorg en Jeugd Minimaal eens per jaar komen de wethouders Zorg en Jeugd samen voor kennisuitwisseling en besluitvorming over de regionale aanpak huiselijk geweld, op het snijvlak van jeugdhulpbeleid en de lokale teams binnen de Hervormingsagenda Jeugd. De voorbereiding vindt plaats in het regionaal beleidsoverleg huiselijk geweld, het programmateam Jeugd Haaglanden en het kernteam huiselijk geweld en jeugd. Bestuurlijk overleg Zorg en Veiligheid Minimaal twee keer per jaar komen de wethouders Zorg en/of burgemeesters samen met vertegenwoordigers van de netwerkpartners die samenwerken in het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden. Dit gremium fungeert als stuurgroep van het Zorg- en Veiligheidshuis. Het gremium vormt daarnaast het brede bestuurlijke netwerk voor bespreking van actuele thema’s op het snijvlak van zorg en veiligheid in de regio, waaronder de voortgang van de regionale aanpak huiselijk geweld. Gezien de sterke verbinding tussen zorg en veiligheid in onderhavige regiovisie vormt besluitvorming vanuit dit gremium het uitgangspunt bij de vaststelling van de nieuwe financiële en beleidsmatige kaders. Ook hier vindt de ambtelijke voorbereiding plaats vanuit het regionaal beleidsoverleg huiselijk geweld, het programmateam jeugd en het kernteam huiselijk geweld en jeugd.
Daarbij wordt er nauw afgestemd met de ambtelijke werkgroep zorg en veiligheid en het stafteam van het Zorg- en Veiligheidshuis dat het secretarisschap van het bestuurlijk overleg Zorg en Veiligheid uitvoert.
6.3. Financiën De centrumgemeenten Delft en Den Haag ontvangen van het Rijk een decentralisatie uitkering voor de vrouwenopvang (DUVO) (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2019). Deze middelen zijn bedoeld voor de financiering van wettelijke en semi-wettelijke taken op het gebied van huiselijk en seksueel geweld in de regio Haaglanden. Vanaf 2026 stellen diverse regiogemeenten scherpere financiële kaders. Dit heeft geleid tot een regionaletaakstelling op de gemeenschappelijke regelingen, waaronder die van Veilig Thuis. Het resultaat is het volledig wegvallen van middelen voor deskundigheidsbevordering voor lokale teams die in de begroting van Veilig Thuis waren opgenomen. Het primaire uitvoeringsproces is weliswaar ontzien, maar er is geen ruimte meer in de Veilig Thuis-begroting voor extra taken, zoals wachtlijsten wegwerken of extra deskundigheidsbevordering. De activiteiten in de regiovisie worden de komende jaren op de volgende wijze gefinancierd: 1. De centrumgemeenten zetten de DUVO-middelen in voor onder andere het Centrum Seksueel Geweld en de vrouwenopvang. 2. Alle gemeenten dragen 30 eurocent per inwoner bij aan preventie en vroegsignalering. Deze bijdrage is de afgelopenjaren niet geïndexeerd, terwijl de kosten wel zijn toegenomen. In het verleden werd de indexatie gedekt door de gemeente Den Haag, maar dit is financieel niet meer haalbaar.
Vanaf 2026 wordt de bijdrage wél jaarlijks geïndexeerd. 3. De komende twee jaar is vanuit de DUVO-middelen 500.000 euro beschikbaar voor de regionale activiteiten gericht op samenwerking en duurzaam herstel, zoals trainingen in Intensief Casemanagement (ICM) en ondersteuning voor plegers. In 2028 wordt in de evaluatie van de regiovisie het beschikbare bedrag voor de jaren daarna bepaald. Uitgangspunt van de visie is zoveel mogelijk borging, versterking en uitbreiding op onderdelen. Gelet op de beschikbaremiddelen, moesten er keuzes worden gemaakt. Een consequentie is dat gemeenten eerder dan voorheen bepaalde trajecten lokaal moeten bekostigen als de regionale inzet niet volstaat. De mate waarin dit speelt,
20
verschilt per gemeente en hangt af van lokale prioriteiten. Denk concreet aan de inzet op specifieke doelgroepen, zoals ouderen en slachtoffers van eergerelateerd geweld.
21
Bijlage I. Cijfers en trends huiselijk geweld regio Haaglanden (CBS/Dashboard VT) Toelichting cijfers Hieronder zijn diverse tabellen met cijfers weergegeven. Uit de cijfers is de volgende trend te halen: • Aantal gevraagde adviezen bij Veilig Thuis is toegenomen. Er zijn 18,6% meer adviezen aangevraagd in 2024 dan in 2019. • Het aantal meldingen is afgenomen. Er zijn 16% minder meldingen ontvangen in 2024 dan in 2019. • De grootste groep adviesvragers zijn psychologen. Daarnaast vragen het onderwijs, de kinderopvang en het medisch domein steeds vaker advies bij Veilig Thuis. Bij meldingen is te zien dat justitie veruit de grootste melder is.
Aantal adviezen en meldingen Veilig Thuis Haaglanden Onderstaande tabel geeft een overzicht van kerngetallen over huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio Haaglanden in de afgelopen jaren. De cijfers tonen zowel de totale aantallen als de verdeling naar aard van het geweld (waarvan de twee grootste categorieën zijn uitgelicht). Ook is onderscheid gemaakt tussen beroeps matige meldingen en adviezen en niet-beroepsmatige meldingen en adviezen (bijvoorbeeld van familie, buren of omstanders). Deze gegevens schetsen een beeld van de omvang en trends, maar zijn niet één-op-één te vertalen naar de daadwerkelijke omvang van huiselijk geweld in de regio. Het betreft enkel de gevallen die bij Veilig Thuis bekend zijn. Stijgingen en dalingen zijn bovendien lastig eenduidig te verklaren en kunnen samenhangen met veranderingen in meldgedrag, registratie of werkwijze. Onderdeel
2019
2021
2024*
Adviezen totaal Aard van geweld 1. Kindermishandeling 2. (ex)partnergeweld
7.825
9.135
9.280
3.960 1.935
5.055 2.755
4.730 (51%) 2.545 (27%)
2.050 5.190
3.675 9.795
4.060 (44%) 5.220 (56%)
10.410
9.320
8.745
6.275 4.505
6.810 4.335
5.965 (68%) 4.210 (48%)
525 9.795
630 8.685
470 (5%) 8.270 (95%)
Soort adviesaanvragers 1. Niet beroepsmatig 2. Beroepsmatig Meldingen totaal Aard van geweld 1. Kindermishandeling 2. (ex)partnergeweld Soort melders 1. Niet beroepsmatig 2. Beroepsmatig Bron: CBS
22
Aantal adviezen uitgesplitst naar beroepsgroep In onderstaande staafdiagrammen zijn de beroepsgroepen uitgesplitst die meldingen en adviezen doen bij Veilig Thuis. Onderwerp: gestarte adviezen Regio’s Haaglanden
Kenmerken adviezen/meldingen Beroep: onderwijs: totaal Beroep: kinderopvang: totaal Beroep: medisch: totaal Beroep: psychologen e.a.: totaal Beroep: justitie: totaal
23
Aantal meldingen uitgesplitst naar beroepsgroep Onderwerp: ontvangen meldingen Regio’s Haaglanden (VT)
Kenmerken adviezen/meldingen Beroep: onderwijs: totaal Beroep: kinderopvang: totaal Beroep: medisch: totaal Beroep: psychologen e.a.: totaal Beroep: justitie: totaal
24
Landelijke cijfers uit Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024 In 2024 gaf 9 procent van de bevolking van 16 jaar of ouder (bijna 1,3 miljoen mensen) aan in de afgelopen 12 maanden slachtoffer te zijn geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld. De jaarprevalentie van huiselijk geweld in 2024 (9 procent) verschilt niet van die van 2020 en 2022 (toen ook 9 procent). Dit geldt ook voor de onderliggende vormen van huiselijk geweld: psychisch geweld in huiselijke kring (6 procent in alle drie de jaren), fysiek geweld in huiselijke kring (4 procent in alle drie de jaren), en stalking door een ex-partner (2 procent in alle drie de jaren).
3.1.2 Slachtoffers fysiek geweld in huiselijke kring in afgelopen 12 maanden naar kenmerken, 2024
Bron: CBS, WODC Bron: Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024 | CBS
25
Kerncijfers Veilig Thuis Onderwerp
2019
2020
2021
2022
2023
2024*
Haaglanden (VT)
Haaglanden (VT)
Haaglanden (VT)
Haaglanden (VT)
Haaglanden (VT)
Haaglanden (VT)
Activiteiten Veilig Thuis-organisaties Gestarte adviezen
aantal
7.825
9.080
9.135
9.150
9.310
9.280
Meldingen Ontvangen meldingen totaal Ontvangen anonieme medingen
aantal aantal
10.410 260
10.295 360
9.320 280
9.495 180
9.130 165
8.745 140
Casussen Actieve casussen Gestarte casussen Afgeronde casussen
aantal aantal aantal
9.265 8.135 7.045
9.490 7.305 7.025
9.025 6.570 6.585
9.255 6.815 6.970
9.005 6.735 7.500
7.955 6.470 6.580
Onderzoek Actieve diensten onderzoek Gestarte diensten onderzoek Afgeronde diensten onderzoek
aantal aantal aantal
735 735 550
1.120 955 960
1.070 915 905
990 835 830
955 800 705
975 745 740
Voorwaarden en vervolg Actieve diensten voorwaarden en vervolg Gestarte diensten voorwaarden en vervolg Afgeronde diensten voorwaarden en vervolg
aantal aantal aantal
875 875 715
1.125 1.010 1.005
745 640 650
560 470 490
340 275 290
235 195 185
Diensten
Bron: CBS
26
Aantal hermeldingen Veilig Thuis Onderwerp
2022
2023
2024*
Haaglanden (VT)
Haaglanden (VT)
Haaglanden (VT)
Ontvangen meldingen Ontvangen meldingen, totaal 1e melding, geen betrokkenen bekend VT
aantal aantal
9.495 3.035
9.130 2.750
8.745 2.380
Hermelding Totaal Meerdere betrokkenen al bekend bij VT Eén betrokkene al bekend bij VT
aantal aantal aantal
3.685 3.380 310
3.540 3.255 285
3.020 2.775 250
Vervolgmelding tijdens betrokkenheid VT Totaal Tijdens veiligheidsbeoordeling Na veiligheidsbeoordeling Tijdens monitoring door VT
aantal aantal aantal aantal
2.670 1.200 925 545
9.005 6.735 7.500
2.295 1.280 705 305
Melding niet ingedeeld
aantal
100
460
1.045
Ontvangen meldingen (relatief) Ontvangen meldingen, totaal 1e melding, geen betrokkenen bekend VT
% %
100,0 32,0
100,0 30,1
100,0 27,2
Hermelding Totaal Meerdere betrokkenen al bekend bij VT Eén betrokkene al bekend bij VT
% % %
38,8 35,6 3,2
38,8 35,7 3,1
34,5 31,7 2,9
Vervolgmelding tijdens betrokkenheid VT Totaal Tijdens veiligheidsbeoordeling Na veiligheidsbeoordeling Tijdens monitoring door VT
% % % %
28,1 12,6 9,7 5,8
26,0 13,1 8,9 4,0
26,2 14,6 8,1 3,5
Melding niet ingedeeld
%
1,1
5,0
11,9
Bron: CBS
27
Duur van geweld Gestarte adviezen per 100.00 inwoners naar aard van het geweld
Bron: CBS StatLine - Cijfers over aard van het geheel
Aard van geweld Gestarte adviezen per 100.00 inwoners naar aard van het geweld in detail
Bron: CBS StatLine - Cijfers over aard van het geheel
28
Ontvangen medlingen per 100.00 inwoners naar aard van het geweld
Bron: CBS StatLine - Cijfers over aard van het geheel
Ontvangen medlingen per 100.00 inwoners naar aard van het geweld in detail
Bron: CBS StatLine - Cijfers over aard van het geheel
29
Begrippen- en afkortingenlijst Aandachtsfunctionaris (AF) Dit is een deskundige binnen een organisatie die zorgt voor de implementatie en naleving van de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. De functie is in diverse sectoren verplicht, zoals in de kinderopvang, scholen en de zorg. De aandachtsfunctionaris adviseert de directie, traint collega’s en is het aanspreekpunt bij signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling, waarbij de focus ligt op veiligheid en herstel voor betrokkenen.
Ambulant traject Een ambulant traject bij huiselijk geweld is professionele begeleiding en ondersteuning aan slachtoffers van huiselijk geweld die niet in een opvanglocatie verblijven, maar wel de geweldsituatie willen doorbreken en zelfstandig een leven willen opbouwen. Ambulante begeleiding is zowel aan mannen als vrouwen, waarbij de hulp gericht is op vaardigheden aanleren, geweldsspiralen doorbreken en onafhankelijkheid in de eigen leefomgeving herwinnen.
AWARE AWARE is een alarmknop waarmee het slachtoffer van stalking direct verbonden is met de meldkamer van de politie. AWARE helpt slachtoffers van stalking hun sociale leven weer op te pakken en ondersteunt bij de dossieropbouw voor de strafrechtelijke vervolging van de stalker. AWARE is gekoppeld aan begeleiding door KesslerPerspektief/Arosa. Over de inzet van AWARE wordt gezamenlijk met partners in het Zorg- en Veiligheidshuis besloten.
Bemoeizorg Bemoeizorg is een outreachende interventie waarbij (ongevraagd) ondersteuning wordt geboden. Bij inwoners die zorg mijden, wordt geprobeerd hen te laten onderkennen dat zij hulp nodig hebben en hen te motiveren richting specialistische zorg.
Beter Samenspel Het programma Beter Samenspel bevordert de samenwerking tussen lokale teams en gecertificeerde instellingen.
Carrouselgroep De Carrouselgroep is een groepstraining voor mannen die betrokken zijn bij huiselijk geweld. Het kan gaan om geweld tegen partner of kinderen.
Casusregie Met casusregie wordt bedoeld: de organisatie en coördinatie van hulp en ondersteuning rondom een huishouden of persoon, gericht op samenhang, veiligheid en continuïteit in de aanpak. De invulling van casusregie kan verschillen per gemeente en is afhankelijk van de lokale context, beschikbare voorzieningen en samenwerkingsafspraken.
Casusreview Een casusreview is een beoordeling van een casus door verschillende netwerkpartners binnen het Zorg- en Veiligheidshuis.
30
Centrum Seksueel Geweld (CSG) Dit is een landelijk netwerk van centra dat professionele hulp biedt aan iedereen die een nare seksuele ervaring heeft gehad, of dat nu online of offline is. De centra bieden dag en nacht gratis en anonieme hulp, waaronder medische, forensische en psychische zorg. Dit gebeurt via een 24-uurs hulplijn en chat.
Convenant Stevige Lokale Teams Het convenant legt afspraken vast tussen landelijke partijen, gebaseerd op de dertien kenmerken uit het Richting gevend Kader.
Decentralisatie-uitkering vrouwenopvang (DUVO) Dit zijn financiële middelen afkomstig uit het gemeentefonds, die door het Rijk specifiek zijn bestemd voor de financiering van de vrouwenopvang en aanverwante diensten, zoals Veilig Thuis en de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het betreft een doeluitkering die gemeenten ontvangen om deze zorgtaken te kunnen uitvoeren.
Femicide Femicide is fataal (gendergerelateerd) geweld tegen vrouwen en wordt in Nederland hoofdzakelijk gepleegd door partners, ex-partners of familieleden. Femicide valt binnen de context van gendergerelateerd geweld.
Gefaseerd werken aan veiligheid Dit is een visie op de aanpak van onveiligheid, geschreven door Sander van Arum en Linda Vogtländer. In deze visie wordt samengewerkt tussen de verschillende organisaties en wordt zorg gefaseerd ingezet. Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg en vervolgens samenwerken aan herstel. De visie is landelijk omarmd door gemeenten, instellingen en nationale overheid. Het doel is het patroon van structurele onveiligheid in relaties te doorbreken en directe veiligheid, stabiele veiligheid en herstel voor alle betrokkenen te realiseren.