Reactie Stichting Verbergh SCC oordeelsvormende vergadering 17-06-2021
Tekst van het document
Beste raadsleden, Tijdens de oordeelsvormende raadsvergadering van 17 juni aanstaande komt het plan rond een nieuw sociaal cultureel centrum aan de orde. Graag deel ik met u mijn gedachten hierover als belanghebbende, betrokkene en ervaringsdeskundige. Er is sprake van een plan om een sociaal cultureel centrum te gaan realiseren in Pijnacker. Fantastisch, want dat is de hoogste tijd. Als oud-lid van ‘t Speeltoneel, voormalig medewerker van De Verbeelding, eerste voorzitter van het cultuurplatform en liefhebber van kunst in het algemeen ben ik al decennia betrokken bij het cultureel leven in Pijnacker. En net zo lang een vurig pleitbezorger van meer ruimte voor de kunsten. Want zolang ik me kan herinneren groeit de gemeente qua inwonertal en is er dus een groeiende behoefte van inwoners om iets met kunst te doen. Maar tegelijkertijd is de ruimte voor al die (potentiële) dansers, toneelspelers, muzikanten, zangers, beeldende kunstenaars om te kunnen oefenen, repeteren en om al dat werk te kunnen laten zien steeds beroerder geworden. Het aantal mogelijke repetitieruimtes - denk vooral even aan de sociaal-culturele centra die destijds door de gemeente werden beheerd - bleef in het beste geval gelijk of liep terug. De kunstsector heeft in de afgelopen decennia bij herhaling aandacht gevraagd voor dat probleem.
Er was extra ruimte nodig, voor repetities, voor exposities, voor voorstellingen, voor opslag van de materialen. En dat gaat over heel wat vierkante meters en betrokkenen. Een aantal jaar geleden sprak de belangengroep werkgroep theater in Pijnacker-Nootdorp toen al namens een stuk of 35 organisaties en particulieren die zo’n kleine 3000 leden/leerlingen en individuele kunstenaars vertegenwoordigden. Nu is de gemeente nog een stuk groter en zoeken veel (nieuwe) inwoners naar een fantastische vrijetijdsbesteding en vinden - naast sport weinig cultuur. Want de kunstsector in Pijnacker-Nootdorp is voor een heel groot deel onzichtbaar, moeizaam opererend in ruimtes die niet primair zijn bedoeld voor kunst zoals scholen, kerken, schuren bij kassen, enzovoort. Daardoor zijn er organisaties zelfs verdwenen. Denk aan Vocaal Ensemble, dansschool Turning Point, kunstencentrum De Damastbloem, muziekschool Wergelmir. Als je niet wordt gezien, tel je ook minder mee. En als je niet beschikt over een goed uitgeruste ruimte kun je ook lastig groeien. Kwantitatief en kwalitatief niet. Het blijft modderen tussen de schuifdeuren, achter de schermen. Ja, je kunt repeteren voor een dansvoorstelling in een bibliotheek, maar die kasten staan in de weg en alles steeds ombouwen en terugzetten kost veel te veel tijd en geld.
Voor degenen die nu denken dat ik zeur: stel je voor dat je tegen DSVP zegt dat ze voortaan mogen trainen op het weiland van boer Kneuterleut, maar dan niet tussen 10.00-16.00 uur omdat dan de koeien in de wei staan. En, oh ja, de doelen moeten de spelers elke keer mee naar huis nemen, want er is geen plaats in de stal. Ik verwacht protest van die club. En dat is dan misschien het enige verwijt wat je de kunstsector kunt aanrekenen. Dat we niet veel vaker van de daken hebben geschreeuwd en hebben geëist om serieus genomen te worden. Want Kunst is een serieus, wezenlijk onderdeel van het leven en zo ontzettend belangrijk voor onder andere de ontwikkeling van jongeren en het welbevinden van een samenleving. Dus geen gerommel meer achter de schermen; voor het voetlicht moet het! En de aandacht krijgen die het verdient. Overigens: Ik kan me maar 1 protestoptocht in de gemeente herinneren en die was - dacht ik - in 2010, naar aanleiding van een raadsbesluit om
10% te korten op de kunstsubsidies. En die protestmars was heel groot, toonde duidelijk aan dat Kunst wel degelijk leeft in Pijnacker-Nootdorp! Maar concrete steun van bijvoorbeeld de gemeente bleef uit en daar zijn veel partijen moedeloos van geworden en klimmen niet meer zoveel in de pen. Als u zich afvraagt waarom er misschien weinig geluid komt uit deze hoek: dat heeft dan te maken met opgeven vanwege jarenlange teleurstellingen en het gevoel niet gehoord te worden! Nu is er dus een idee om een nieuw sociaal cultureel centrum te bouwen. Fijn, maar ik heb al begrepen dat er diverse bedenkingen zijn en krijg het gevoel dat we hier vooral heel dankbaar voor moeten zijn, terwijl het verdorie een schande is dat een gemeente van de grootte van Pijnacker-Nootdorp zo extreem achterloopt en tekort schiet. Mijn stellige overtuiging: met een (1) gebouw ben je er niet. Waarom niet? Het idee om meerdere organisaties onder te brengen in een sociaal cultureel centrum is al een aantal keren geopperd, onderzocht en in gang gezet. Feitelijke constatering is dat het meestal niet doorgaat (veroorzaakt door bijvoorbeeld financiële crisis, verandering van college, aanpassing aan bouwopdracht, enz.). Het is risicovol om alles te zetten op uitsluitend nieuwbouw. En als het wel doorgaat, lost dat nooit alle (ruimte)problemen op.
Want je kunt nooit alle (culturele) partijen die behoefte hebben aan ruimte in een (1) complex onderbrengen. Let wel: dit is niet alleen mijn overtuiging. Tijdens een eerder onderzoek naar een Multifunctionele Accommodatie (een plan van de gemeente dat in 2008 of daaromtrent gerealiseerd zou worden, maar uiteindelijk niet is doorgegaan) was de conclusie van de mogelijke belanghebbenden dat alles onder een dak onderbrengen zou leiden tot een megalomaan complex dat bovendien geen eenduidige, heldere uitstraling zou hebben. Natuurlijk zag men ook toen en zie ik ook nu de meerwaarde voor samenwerking en samenhang, maar een koor heeft simpelweg een andere ruimte nodig dan Jongerenwerk. Daarom pleit ik voortdurend om vooral toch ook te kijken naar huisvesting voor kunstbeoefenaars (want daar richt ik mij primair op) die je op korte termijn kunt realiseren. Daar zitten meerdere voordelen aan: 1. de tarieven voor de huurders kunnen dan lager blijven dan voor een nieuw pand; 2. met een beetje goede wil kun je dit nog in 2021 realiseren en niet pas over een aantal jaren; 3. het haalt ook druk weg op het nieuw te bouwen complex. Op dat pleidooi heb ik feitelijk nooit een doorwrocht antwoord gekregen. De reacties zijn vaak in de trant van “maar dat wordt toch gesloopt”, of “het is niet comfortabel”.
Onlangs begreep ik dat de gemeente onderzoek heeft gedaan naar het eventueel gebruikmaken van leegstaande gebouwen. Maar waar je om je oren wordt geslagen met enquêtes; hier heb ik geen rapport van gezien. Maar hoe dan ook: die gebouwen stonden/staan wel vaak nog jarenlang leeg. Voorbeelden daarvan (nu even uitsluitend Pijnacker en gebouwen die eigendom waren van de gemeente): - het voormalig SCC Pinkeltje in Pijnacker-Noord - nadat de gebruikers er uit waren gezet heeft het nog vier of vijf jaar leeg gestaan; - de voormalige kleuterschool aan het Koningshof; - de oude panden van de Johannes- en de Mariaschool; - het jeugdhonk bij sporthal het Baken.
Daarnaast zijn er natuurlijk nog heel veel leegstaande gebouwen die geen eigendom van de gemeente waren of zijn, maar waarmee wellicht wel afspraken te maken zouden zijn geweest. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met het Rabo-pand? In december 2020 heb ik een voorstel gepresenteerd aan de burgemeester. Dat voorstel: maak (ook!) gebruik van de op termijn leegstaande lokalen van De Tweemaster en de Casaschool in het scholencomplex in Koningshof. Mij werd toen verzocht daarmee niet openbaar te gaan om het traject van het nieuw te bouwen sociaal cultureel centrum niet te frustreren. 'De raad doet al zo lastig over dat ene complex.' Ik kreeg de indruk dat we vooral niet moesten gaan overvragen, maar ik ben me meer en meer gaan realiseren dat er geen enkele reden te bedenken is dat je decennialange ruimteproblematiek van de kunstsector op kunt lossen met een (1) gebouw, zeker als daar ook nog allerlei andere functies in moeten worden geherbergd. Het is niet het een of het ander, maar beide. Daarom zeg ik, vrij naar het motto van Holland Casino: spreid je kansen en geef kunst en cultuur meer ruimte. Net als tijdens de bijeenkomst van 23 maart bied ik ook nu graag aan om nader toelichting te geven als dat gewenst is.
NB: er ligt al een heel plan voor het uitbaten van een gebouw voor Kunstbeoefenaars klaar en dat geeft inzicht van wat er grofweg nodig is: • 25 of meer lokalen van 10x10 meter voor repetities, exposities, workshops, cursussen, zo leeg mogelijk en hoog plafond met daglicht en verduisterbaar • 2 of 3 grotere repetitieruimtes met balletvloer, spiegelwand, barres • centrale ruimte voor presentaties, (kleine) voorstellingen voor ongeveer 150 man publiek, hoog plafond, verduisterbaar, grid • diverse opslagruimtes voor decors en rekwisieten, kostuums, grime, instrumenten, bladmuziek, AV-materiaal (licht, geluid), goed afsluitbaar en minstens 900 m3 in totaal • opslagruimtes voor uitbaten gebouw zelf: schoonmaak, barbenodigdheden • kantoor voor administratie/beheerder • ruimte voor werkplaats (naaiatelier, decorbouw, enz.), ong. 250 m2 • ontvangstruimte (foyer), bar, garderobe • toiletruimtes – voldoende voor rond 300 man totaal Met vriendelijke groet, Walter Vermeer 0611562566 vermeer.walter@gmail.com