Raadsvoorstel Nota sturing fysieke leefomgeving- september 2022
Tekst van het document
Aanbiedingsnota raad
beeldvorming op
1 december 2022
oordeelvorming op
15 december 2022
besluitvorming op
22 december 2022
invullen organisatie zaaknummer
1368574
berichtnummer
1152537
voorstel over
Nota sturing fysieke leefomgeving
portefeuillehouder
Frank van Kuppeveld
behandeld in college
19 september 2022
afdeling
Ruimte, Belastingen en Gegevensbeheer
besluit
Ja (5x)
bijlagen
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
pagina
1/9
Nota sturing fysieke leefomgeving; Raadsbesluit (vaststellen Nota sturing fysieke leefomgeving); Raadsbesluit Lijst adviesplichtige ontwikkelingen; Kaart behorend bij besluit Lijst adviesplichtige ontwikkelingen; Raadsbesluit delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Pijnacker-Nootdorp; Bijlage bruidsschat bij delegatiebesluit Raadsbesluit mandaat kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan gemeente Pijnacker-Nootdorp; Raadsbesluit verplichte participatie buitenplanse omgevingsplannen.
Aanbiedingsnota raad
Gevraagde beslissing Wij stellen u voor: 1. vast te stellen de Nota Sturing fysieke leefomgeving en te bepalen dat deze vigeert vanaf de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet; 2. de Nota ruimtelijk Ordeningsbeleid 2012, vastgesteld d.d. 27 september 2012, in te trekken op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet; 3. de Lijst adviesplichtige ontwikkelingen vast te stellen als categorieën van activiteiten waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van het adviesrecht, zoals genoemd in artikel 16.15a, lid b, sub 1 en 2, van de Omgevingswet; 4. vast te stellen het Mandaatbesluit kennisgeving voornemen vaststellen omgevingsplan gemeente Pijnacker-Nootdorp; 5. vast te stellen het Delegatiebesluit omgevingsplan gemeente Pijnacker-Nootdorp. 6. op grond van artikel 16.55 lid 7 Omgevingswet alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen als onderwerpen waarbij de initiatiefnemer een participatieplicht heeft. Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 verandert er veel in de wet- en regelgeving over de fysieke leefomgeving. Instrumenten die nu zo gewoon zijn, zoals het bestemmingsplan, komen te vervallen en nieuwe instrumenten worden geïntroduceerd. Deze nieuwe instrumenten brengen nieuwe procedures en processen met zich mee en er ontstaan nieuwe bevoegdheden voor zowel gemeenteraad als college.
Het is gewenst ruim voor inwerkingtreding van de Omgevingswet afspraken te maken over de rolverdeling tussen gemeenteraad en college. In de bijgevoegde Nota sturing fysieke leefomgeving (hierna: de Nota) wordt voor elk van de gemeentelijke instrumenten uit de Omgevingswet de rolverdeling tussen uw raad en ons college beschreven. Wij stellen u voor deze Nota vast te stellen. Om de beschreven rolverdeling in praktijk te kunnen brengen zijn aanvullend nog enkele besluiten van uw raad noodzakelijk. Dit betreft het vaststellen van een lijst adviesplichtige ontwikkelingen, de mandatering en delegatie van enkele specifieke bevoegdheden rondom het omgevingsplan, en het aanwijzen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij een participatieplicht geldt. Ook is het gewenst de vigerende Nota Ruimtelijke Ordeningsbeleid 2012, met werkafspraken op basis van de huidige wetgeving, in te trekken. Wat willen wij bereiken? Goede en werkbare afspraken over de rolverdeling tussen raad en college bij elk van de instrumenten uit de Omgevingswet. Argumenten 1.1 Nieuwe wet, nieuwe instrumenten Met de Omgevingswet kent de gemeente straks een viertal instrumenten om te kunnen sturen in het fysieke domein. Dit zijn de omgevingsvisie, het omgevingsprogramma, het omgevingsplan, en de omgevingsvergunning.
In de Nota geven we voor elk van deze kerninstrumenten een beschrijving wat het betreffende instrument omvat, welke procedures er mee samenhangen, en hoe we in PijnackerNootdorp de rolverdeling tussen uw raad en ons college willen vormgeven. 1.2 Lokaal maatwerk mogelijk en gewenst De Omgevingswet geeft, in combinatie met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het omgevingsbesluit, voor elk van de instrumenten een rolverdeling tussen gemeenteraad en college. Deze wettelijke rolverdeling wordt beschreven in de Nota. Om aan te sluiten bij de lokale situatie, de wijze waarop gemeenteraad en college in Pijnacker-Nootdorp samenwerken, is het gewenst op onderdelen te komen tot nadere afspraken en ook een beperkte
pagina
2/9
Aanbiedingsnota raad
aanpassing van de rolverdeling. In de Nota wordt daarom naast de wettelijke rolverdeling ook beschreven hoe we in Pijnacker-Nootdorp willen samenwerken. Waar dit aan de orde is, wordt beschreven welke aanpassing in de formele bevoegdheidsverdeling gewenst is. 1.3 Uitgangspunt in rolverdeling raad-college blijft onveranderd In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college na inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad bepaalt op hoofdlijnen de doelstellingen van het beleid, monitort deze en stuurt waar nodig bij. De rol van het college is straks, net als nu, sterk gericht op de uitvoering van het beleid. Daarnaast heeft het college een belangrijke rol als voorbereider van de besluitvorming door de gemeenteraad. 1.4 Nota geeft invulling voor het adviesrecht gemeenteraad De verantwoordelijkheid voor de afhandeling van aanvragen omgevingsvergunning ligt, ook straks, bij het college. Uw raad kan zichzelf met een raadsbesluit aanwijzen als adviseur voor omgevingsvergunningen voor bepaalde gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Een dergelijk advies is bindend voor ons college bij een beslissing op de aanvraag omgevingsvergunning. De voorliggende Nota geeft een lijst met daarin de categorieën van gevallen waarin uw raad advies wordt gevraagd door het college.
Om deze lijst rechtskracht te geven wordt hierover separaat besluitvorming gevraagd (zie beslispunt 3). 1.5 Nota vormt basis voor mandaat en delegatie van enkele bevoegdheden rondom het omgevingsplan De Nota beschrijft de gewenste werkwijze en rolverdeling rondom elk van de gemeentelijke instrumenten uit de Omgevingswet. Om de beschreven rolverdeling bij het omgevingsplan in de praktijk toe te kunnen passen dienen enkele bevoegdheden van de gemeenteraad te worden gemandateerd en gedelegeerd aan het college. De gewenste besluitvorming hierover is opgenomen bij beslispunt 4 en 5 van het voorliggende voorstel. 1.6 Evaluatie wordt voorzien De Nota beschrijft de werkwijze waarvan wij verwachten dat deze na invoering van de Omgevingswet voor Pijnacker-Nootdorp het meest passend is. De veranderingen die met de invoering van de Omgevingswet samenhangen worden echter door niemand volledig overzien. Daarom stellen wij in de Nota een tussentijdse evaluatie van de werkwijze en rolverdeling voor. Deze vindt twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet plaats. Een evaluatie maakt het voor uw raad en ons college mogelijk om te reflecteren op de gemaakte afspraken en deze, waar nodig en gewenst, bij te stellen. 1.7 Werkafspraken gelden vanaf invoering Omgevingswet De Nota geeft invulling aan de rolverdeling zoals deze gewenst is rondom elk van de instrumenten van de Omgevingswet.
De inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt voorzien op 1 januari 2023. Zolang de Omgevingswet niet van kracht is blijven we werken onder de oude wet- en regelgeving en de afspraken die hiervoor zijn vastgelegd in de Nota Ruimtelijk Ordeningsbeleid 2012. 1.8 Besluitvorming gewenst Het is gewenst voor inwerkingtreding van de Omgevingswet afspraken te maken over de rolverdeling uw raad en ons college. Dat maakt het voor de gemeentelijke organisatie mogelijk om de werkprocessen af te stemmen op deze afspraken. Ook voor de communicatie naar onze inwoners en bedrijven is het gewenst om tijdig, ruim voor inwerkingtreding Omgevingswet, te weten welke rolverdeling en procedures er gelden. 2.1 Functie van oude Nota vervalt Op 27 september 2012 heeft uw raad de Nota Ruimtelijk Ordeningsbeleid 2012 vastgesteld. Hierin is beschreven hoe de processen rondom verschillende ruimtelijke producten (waaronder bestemmingsplannen) zijn georganiseerd en de bevoegdheden zijn ingevuld. Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet verliest deze nota haar functie. Daarom kan deze nota worden ingetrokken.
pagina
3/9
Aanbiedingsnota raad
3.1 Besluit gewenst over adviesrecht Uw raad kan zichzelf met een besluit als adviseur aanwijzen voor omgevingsvergunningen voor bepaalde gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Ons college moet een dergelijk advies van de gemeenteraad in acht nemen bij zijn beslissing. Wanneer uw raad géén besluit neemt mag u over geen enkele ontwikkeling adviseren. Gelet hierop verdient het aanbeveling dat u een besluit neemt of u een dergelijk adviesrecht wenst, en zo ja, over welke ontwikkelingen. 3.2 Lijst adviesplichtige ontwikkelingen vormt lokaal maatwerk Mede op basis van de ervaringen uit de afgelopen jaren is een lijst opgesteld van ontwikkelingen waarbij we voorstellen het adviesrecht van toepassing te verklaren. Hierbij hebben de volgende overwegingen een rol gespeeld: - Onderscheid tussen stedelijk gebied, landelijk gebied en glastuinbouwgebied Ontwikkelingen in het landelijk gebied achten wij eerder adviesplichtig dan ontwikkelingen in het stedelijk gebied. Daarbij is het, gelet op de aard en omvang van de ontwikkelingen, gewenst een onderscheid te maken in de glastuinbouwgebieden en het overige landelijk gebied. - Focus op plannen met impact Door de lijst te focussen op plannen welke aanzienlijke gevolgen hebben of kunnen hebben op de fysieke leefomgeving zal het adviesrecht voornamelijk van toepassing zijn op plannen met een uitgebreide procedure.
Deze keuze helpt termijnoverschrijdingen te voorkomen. - Heldere criteria De lijst benoemt expliciet in welke gevallen de raad adviesrecht heeft. Er wordt geen gebruik gemaakt van subjectieve termen. Dit geeft duidelijkheid voor raad, college en inwoners. - ”Hardheidsclausule” Het is mogelijk dat er een ontwikkeling aan de orde komt welke niet op de lijst staat vermeld, maar wel politiek of maatschappelijk gevoelig ligt. Ons college hanteert het uitgangspunt dat wanneer wij van mening zijn dat een dergelijke ontwikkeling aan de orde is wij de gemeenteraad betrekken bij de besluitvorming en daartoe om advies zullen vragen. Met de voorgestelde lijst verwachten we uw raad een passend voorstel te doen voor de invulling van het adviesrecht in onze lokale situatie. 3.3. Lijst geeft geen inhoudelijk oordeel De criteria die in de lijst zijn opgenomen vormen geen inhoudelijk toetsingskader voor de beoordeling van een verzoek. De criteria geven enkel de scheidslijn tussen wanneer er wel en wanneer er geen adviesrecht van de gemeenteraad aan de orde is. 4.1 Mandatering kennisgeven voornemen vaststellen omgevingsplan gewenst Op basis van de Omgevingswet is het een bevoegdheid van de gemeenteraad om te beslissen tot vaststelling van een omgevingsplan. Van het voornemen om een omgevingsplan vast te gaan stellen dient een kennisgeving te worden gepubliceerd.
Deze kennisgeving dient te worden geplaatst voordat de procedure van het omgevingsplan wordt gestart. Het college verricht de voorbereidende werkzaamheden om te komen tot een ontwerp-omgevingsplan en vervolgens ook tot vaststelling van een omgevingsplan. Dit is vergelijkbaar met de huidige procedure van een bestemmingsplan. In lijn hiermee is het gewenst de bevoegdheid tot het kennisgeven van het voornemen een omgevingsplan vast te gaan stellen te mandateren aan het college. 4.2 Mandatering kent een voorwaarde In het bijgevoegd mandateringsbesluit is als voorwaarde opgenomen dat uw raad door ons wordt geïnformeerd wanneer er een voornemen is om een omgevingsplan op te gaan stellen. Zodoende weet uw raad vroegtijdig voor welke locatie een omgevingsplan wordt voorbereid. 4.3 Mandaat past bij rolverdeling in het proces
pagina
4/9
Aanbiedingsnota raad
Wanneer het voornemen bestaat een omgevingsplan te gaan vaststellen, plaatsen wij een zogenoemde kennisgeving van dit voornemen. De volgende stap in het proces betreft de participatie rondom het omgevingsplan. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij ons college. Zoals genoemd informeren wij uw raad over elk voornemen om een omgevingsplan vast te gaan stellen. Hierbij informeren we u tevens over de wijze waarop de participatie voor dit omgevingsplan wordt georganiseerd. Wanneer er sprake is van inloopavonden of andersoortige bijeenkomsten biedt het participatietraject aan individuele raadsleden de mogelijkheid om actief informatie op te halen vanuit de samenleving om zo goed mogelijk invulling te kunnen geven aan hun rol. 5.1 Voorstel voor delegatie van enkele bevoegdheden In de Nota worden enkele specifieke situaties beschreven waarbij het wenselijk is de bevoegdheid tot het vaststellen van een omgevingsplan te delegeren. Dit veelal in combinatie met delegatie van de bevoegdheid om te beslissen over het ontwerp van een omgevingsplan. Door de bevoegdheden in deze specifieke situaties te delegeren ontstaat een raamwerk waarbinnen de gemeente met korte procedures kan inspelen op de ontwikkelingen in de samenleving, en waarbij uw raad niet onnodig wordt belast met voorstellen over omgevingsplannen.
Ook wordt de rolverdeling tussen raad en college rondom het omgevingsplan hiermee afgestemd op de rolverdeling bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Een en ander wordt in de Nota nader toegelicht. Delegatie van de bevoegdheid om te beslissen tot de vaststelling van een omgevingsplan is gewenst indien er een ontwerp van een omgevingsplan ter inzage heeft gelegen en er: a. geen zienswijzen op het ontwerpbesluit zijn ingediend, alsmede; b. geen inhoudelijke ambtshalve wijzigingen in het plan zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerp. Delegatie van de bevoegdheid om te beslissen over het vaststellen van een omgevingsplan, alsmede te kunnen beslissen over het ontwerp van een omgevingsplan, is gewenst in de volgende specifieke situaties: a. een omgevingsplan dat alleen voorziet in de integratie van onherroepelijke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten; b. een omgevingsplan dat alleen voorziet in activiteiten welke niet staan vermeld op de Lijst adviesplichtige ontwikkelingen; c. een omgevingsplan dat alleen voorziet in een ontwikkeling welke past binnen een wijzigingsbevoegdheid die onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. d. een omgevingsplan dat alleen voorziet in voorbeschermingsregels; e.
een omgevingsplan dat alleen voorziet in enkele specifieke aanpassing en/ of het schrappen van artikelen uit de bruidsschat (conform een lijst behorend bij de voorliggende Nota); f. een omgevingsplan dat alleen voorziet in het corrigeren van kennelijke omissies, verschrijvingen, verwijzingen en inventarisatiefouten in het omgevingsplan. In de Nota wordt de wenselijkheid van deze delegatie nader onderbouwd. 5.2 Voorwaarde verbonden aan delegatie Mochten wij straks gebruik maken van één van de bovenstaande gedelegeerde bevoegdheden om te besluiten over een (ontwerp)omgevingsplan dan wordt uw gemeenteraad hierover geïnformeerd. Deze informatievoorziening richting uw raad is als voorwaarde opgenomen in het bijgevoegd delegatiebesluit. Door deze werkwijze blijft uw raad goed geïnformeerd over het gebruik van de gedelegeerde bevoegdheden en ook over de stand van zaken van lopende omgevingsplanprocedures. 6.1 Participatie draagt bij aan een goede belangenafweging De gemeente Pijnacker-Nootdorp vindt participatie belangrijk. Raad, college en ook de ambtelijke organisatie willen in verbinding zijn met de samenleving, en daartoe de belangen van inwoners, organisaties en ondernemers betrekken bij te maken afwegingen. Dit betreft bij een specifieke
pagina
5/9
Aanbiedingsnota raad
ontwikkeling niet alleen de belangen van de aanvrager, maar ook van andere partijen in de samenleving. Door deze belangen vroegtijdig in beeld te brengen kan er een integrale afweging plaatsvinden. De Omgevingswet geeft ook een groter verantwoordelijkheid aan initiatiefnemers om tijdig in gesprek te gaan met de betrokkenen over een ontwikkeling in de leefomgeving. De verantwoordelijkheid is niet dwingend geformuleerd. Om die reden geeft de wet ruimte aan gemeenteraden om bepaalde ontwikkelingen aan te wijzen als participatie plichtig. De opbrengsten van een participatieproces worden gewogen bij besluitvorming. 6.2 Participatie kan kwaliteit verhogend werken Door de belangen van anderen te betrekken bij de uitwerking van een initiatief kan er meerwaarde ontstaan die eerst wellicht niet (goed) gezien werd. Hiermee kan de kwaliteit van een initiatief worden verbeterd. Door participatie verplicht te stellen bij elke buitenplanse omgevingsplanactiviteit stimuleren we derhalve ook de kwaliteit van deze ontwikkelingen. 6.3 Participatie helpt bij verkrijgen draagvlak Door als initiatiefnemer vooraf het gesprek aan te gaan met de omgeving kan draagvlak worden verkregen voor een beoogde ontwikkeling.
Participatie, en in bijzonder de wijze waarop men omgaat met de inbreng van derden in dit participatietraject, kan de besluitvorming versnellen en langlopende gerechtelijke procedures voorkomen. 6.4 Participatie gewenst bij elke nieuwe ontwikkeling Wanneer een ontwikkeling niet past in het vigerende omgevingsplan kan hieraan alsnog medewerking worden verleend door ofwel een herziening van het omgevingsplan, ofwel de vergunning van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Op basis van de Omgevingswet geldt voor een Omgevingsplan dat participatie verplicht is. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is participatie in beginsel niet verplicht. Met het voorgestelde besluit wordt bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht. Hiermee wordt afgedwongen dat niet alleen bij herziening van het omgevingsplan, maar ook bij afwijking van een omgevingsplan een participatietraject wordt gevoerd. 6.5 Opbrengst participatie helpt bij bepalen van te doorlopen procedure In de Omgevingswet vormt de reguliere voorbereidingsprocedure het uitgangspunt bij de afhandeling van verzoeken om omgevingsplanactiviteit. Bij aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan het college de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing te verklaren.
Voorwaarden hierbij zijn dat het moet gaan om: - een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving; - én waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. De opbrengst van een participatietraject kan worden gebruikt om te beoordelen of er bedenkingen te verwachten zijn. Ook daarom is het gewenst bij elke aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit participatie verplicht te stellen. Kanttekeningen 1.1 Omgevingsprogramma is nieuw instrument waar we nog ervaring mee op moeten doen De Omgevingswet introduceert het omgevingsprogramma als een nieuw instrument. De vaststelling van een omgevingsprogramma is een bevoegdheid van het college (artikel 3.4 Omgevingswet). De wettelijke rolverdeling rondom het omgevingsprogramma wijkt hiermee in enige mate af van de rolverdeling die wij gewoon zijn in Pijnacker-Nootdorp. Wij doen in de bijgevoegde Nota een voorstel hoe uw gemeenteraad te betrekken bij de totstandkoming en besluitvorming omtrent een omgevingsprogramma. Met de voorgestelde werkwijze verwachten wij een goede basis te bieden om samen met uw gemeenteraad te komen tot gedragen omgevingsprogramma’s.
pagina
6/9
Aanbiedingsnota raad
1.2 Risico op termijnoverschrijding bij afhandeling vergunningaanvraag adviesplichtige ontwikkelingen Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is in beginsel de reguliere voorbereidingsprocedure aan de orde. Deze kent een beslistermijn van acht weken welke met maximaal zes weken kan worden verlengd. Wanneer voor een dergelijke aanvraag het adviesrecht gemeenteraad van toepassing is, zal er bij de afhandeling vrijwel zeker sprake zijn van een overschrijding van de maximale beslistermijn. In specifieke situaties is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten de uitgebreide voorbereidingsprocedure aan de orde. Dit betreft plannen die aanzienlijke gevolgen (kunnen) hebben voor de leefomgeving, én waartegen verschillende bedenkingen worden verwacht. De uitgebreide voorbereidingsprocedure kent een beslistermijn van maximaal 26 weken welke met 6 weken kan worden verlengd. Het risico op termijnoverschrijding is bij deze procedure beduidend kleiner. Bij het niet tijdig beslissen op een aanvraag is er geen sprake van een van rechtswege verleende vergunning. Wel is de Wet dwangsom en beroep van toepassing. Bij het niet tijdig beslissen kan een aanvrager de gemeente in gebreke stellen en een dwangsom eisen. Zoals genoemd is met de keuze van de criteria voor de Lijst adviesplichtige ontwikkelingen de focus gelegd op ontwikkelingen met impact.
Door het adviesrecht hierop van toepassing te verklaren, en niet op kleine ontwikkelingen, wordt indirect bijgedragen aan het voorkomen van termijnoverschrijdingen. De Nota geeft daarnaast nog enkele andere maatregelen die kunnen helpen om termijnoverschrijding te voorkomen (paragraaf 6.2). De toepassing hiervan ligt voornamelijk bij ons college, maar ook uw raad kan bijdragen aan het voorkomen van termijnoverschrijdingen. 2.1 “Oude procedures” ook na invoering Omgevingswet De Omgevingswet hanteert overgangstermijnen voor lopende procedures van ruimtelijke plannen. Hierdoor kan er ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet nog besluitvorming aan de orde zijn op grond van de huidige wetgeving (Wro en Wabo). In deze gevallen wordt uitgegaan van de werkwijze en rolverdeling zoals beschreven in de Nota Ruimtelijke Ordeningsbeleid 2012, ook al is deze nota straks ingetrokken en formeel niet meer van kracht. 3.1 Lijst adviesplichtige ontwikkelingen wijkt af van de lijst met “kruimelgevallen” De huidige wetgeving kent de mogelijkheid om met het bestemmingsplan strijdige ontwikkelingen mogelijk te maken door af te wijken van het bestemmingsplan. Voor verschillende ontwikkelingen ligt de bevoegdheid hiervoor volledig bij het college. Dit noemen we de zogenoemde kruimelgevallen.
In alle overige gevallen waarin wordt afgeweken van het bestemmingsplan heeft de gemeenteraad zeggenschap door de zogenoemde verklaring van geen bedenkingen. De Omgevingswet kent geen lijst met kruimelgevallen. De wetgever laat het aan de gemeente om zelf te bepalen bij welke ontwikkelingen de gemeenteraad zeggenschap wenst over het afwijken van het omgevingsplan. De door ons voorgestelde Lijst adviesplichtige ontwikkelingen kent een andersoortige indeling/opzet dan de lijst met kruimelgevallen. De belangrijkste verschillen zijn: - In de kruimelgevallenlijst wordt onderscheid gemaakt in diverse typen bouwwerken. In de voorgestelde lijst is dit beperkt en staan functie en omvang centraal. - De kruimelgevallenlijst kent op enkele onderdelen het onderscheid binnen/buiten bebouwde kom. De voorgestelde lijst maakt expliciet onderscheid tussen stedelijk, landelijk en glastuinbouwgebied. - De lijst kruimelgevallen bevat geen mogelijkheid tot nieuwbouw van woningen. De voorgestelde lijst laat woningbouwplannen binnen de kern tot tien woningen aan het college. - De kruimelgevallenlijst kent geen maximale grenzen in m2 of woningaantallen bij het toepassen van een functiewijziging. De voorgestelde lijst geeft hiervoor wel maxima.
pagina
7/9
Aanbiedingsnota raad
Met de voorgestelde lijst verwachten we uw raad een passend voorstel te doen voor de invulling van het adviesrecht in onze lokale situatie. 5.1 Bij delegatie gaat de bevoegdheid volledig over naar een ander bestuursorgaan. Onder delegatie wordt verstaan het overdragen door een bestuursorgaan van zijn bevoegdheid tot het nemen van besluiten aan een ander die deze onder eigen verantwoordelijkheid uitoefent. Het bestuursorgaan kan de gedelegeerde bevoegdheid niet meer zelf uitoefenen. Het voorstel betreft de delegatie van bevoegdheden in enkele specifieke situaties. In alle andere gevallen (lees: de gevallen die niet specifiek genoemd zijn) is geen sprake van delegatie en blijft de bevoegdheid omtrent het vaststellen van een omgevingsplan bij de gemeenteraad. Naar verwachting zal dit laatste bij de meeste omgevingsplannen aan de orde zijn. Daarbij heeft de gemeenteraad altijd de mogelijkheid om het delegatiebesluit aan te passen of in te trekken. De onder delegatie genomen besluiten zullen uiteraard worden betrokken bij de aangekondigde evaluatie van de Nota. 6.1 Participatie leidt tot meerwerk voor de initiatiefnemer De verplichting tot participatie leidt ertoe dat een initiatiefnemer actief de omgeving moet gaan benaderen. Dit vraagt tijd en inzet van een initiatiefnemer.
De verwachting is dat deze inzet zich uiteindelijk “zal terugbetalen”; zowel in de kwaliteit als in de vorm van draagvlak. De omvang van het participatietraject kan worden afgestemd op de aard en omvang van de ontwikkeling. Daarnaast geldt dat participatie vormvrij is; de initiatiefnemer mag zelf beslissen welke inzet wordt gepleegd. Wij hebben participatiebeleid ontwikkeld, hierin is ook aandacht voor een Handreiking voor initiatiefnemers. 6.2 Geen inhoudelijke beoordeling wijze van participatie Uitgaande van een raadsbesluit zoals voorgesteld, kan ons college straks een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit buiten behandeling stellen wanneer de aanvrager geen participatie heeft uitgevoerd. De aanvrager moet hierbij wel eerst in de gelegenheid worden gesteld om het gebrek te herstellen. Wij zullen de uitkomsten van een het door de initiatiefnemer doorlopen participatietraject betrekken bij de afweging om wel of geen medewerking te verlenen aan het verzoek. De wijze waarop een initiatiefnemer de participatie heeft uitgevoerd kan echter geen reden zijn om een aanvraag buiten behandeling te laten of te weigeren. 6.3 Participatiebeleid nog in procedure Wij hebben in juli 2022 besloten over een concept-participatiebeleid. Dit beleid omvat onder andere een handreiking voor privaat georganiseerde participatie.
Over dit (concept)beleid wordt in september in de gemeenteraad besloten. Vaststelling van het participatiebeleid wordt voorzien in het eerste kwartaal 2023. Het participatiebeleid is nog niet vastgesteld maar geeft al wel een goede indicatie hoe de gemeente participatie wenst toe (laten) te passen. Van belang hierbij is te beseffen dat een vraag niet buiten behandeling mag worden gelaten of worden geweigerd wanneer de initiatiefnemer het gemeentelijk participatiebeleid niet toepast. De status van het participatiebeleid heeft daarom geen invloed op het voorliggende besluit. Beleidskaders a. Binnen welk programma past het voorgestelde besluit? Programma 1. Ruimte en Wonen b. Welke beleidskaders zijn van belang? - Programma invoering Omgevingswet - Omgevingsvisie “Verbonden met elkaar”
pagina
8/9
Aanbiedingsnota raad
c. Duurzaamheid Voorliggend voorstel betreft voornamelijk procedurele afspraken rondom fysieke plannen. Over de inhoud van de fysieke plannen, zoals het thema duurzaamheid, worden nu geen uitspraken gedaan. Wat gaan wij daarvoor doen? De rolverdeling zoals beschreven in de Nota wordt door ons betrokken bij de uitwerking van werkprocessen voor verschillende instrumenten. Wat gaat het kosten? Aan het voorliggende voorstel zijn geen kosten verbonden. "In verbinding" Het voorliggende voorstel richt zich op de rolverdeling tussen raad en college bij de procedures onder de Omgevingswet. Met de voorgestelde rolverdeling hopen en verwachten we de procedures op een efficiënte en eenduidige wijze in te richten. Dit biedt ook voordeel voor onze inwoners en bedrijven. Vervolg a. Planning In verband met de aanstaande inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 is het gewenst dat de raad in november 2022 beslist over de nota en de voorgestelde besluiten. b. Evaluatie Twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Nota geëvalueerd. Het initiatief voor de evaluatie ligt bij het college. De raad zal worden gevraagd zich uit te spreken over de resultaten van de evaluatie. Indien noodzakelijk of gewenst kan dan besloten worden tot aanpassing van de rolverdeling zoals opgenomen in de Nota. c.
Communicatie Na besluitvorming door de gemeenteraad worden de lijst adviesplichtige ontwikkelingen, het mandaatbesluit, de delegatiebesluiten en de lijst verplichte participatie gepubliceerd in het Gemeenteblad, op de gemeentepagina en opgenomen in de lokale wettenbank op overheid.nl. Het college van Pijnacker-Nootdorp,
Edwin Wernke secretaris
pagina
9/9
Björn Lugthart burgemeester