Raadsvoorstel Interventieplan kostenbeheersing P5, P6, P7 en P8
Tekst van het document
Aanbiedingsnota raad
4 maart 2021
beeldvorming op oordeelvorming op
11 maart 2021 25 maart 2021
besluitvorming op
invullen organisatie zaaknummer
1222903
berichtnummer
1105666
voorstel over portefeuillehouder behandeld in college
Interventieplan kostenbeheersing P5, P6, P7 en P8 Marieke van Bijnen 16 februari 2021
afdeling
Bedrijfsvoering
besluit
Ja
bijlagen
1. Notitie uitbreiding praktijkondersteuners jeugd (P5) 2a. Leeswijzer bij businesscase maatregelen P6 en P8 2b. Memo verdieping besparingsmogelijkheden Wmo (P6) en Jeugdzorg( P8), Berenschot 3. Onderzoek zelf inkopen ambulante jeugdhulp (P7) 4. Bestemmingsreserve Sociaal Domein
pagina
1/9
Aanbiedingsnota raad
Gevraagde beslissing Wij stellen u voor: 1.a. in te stemmen met de uitwerking van maatregel P5, uitbreiding van inzet van praktijkondersteuners Jeugd, uit het interventieplan “Grip op het sociaal domein” en daarmee met tijdelijke uitbreiding van de formatie voor POJ-ers met 1,4 Fte voor een pilotproject van 2,5 jaar, vanaf 1 juli 2021; 1.b. de benodigde extra middelen voor personele inzet in 2021 ad € 52.500 te dekken uit de bestemmingsreserve sociaal domein; 1.c. Voor de jaren 2022 en 2023 de benodigde middelen € 105.000 per jaar te dekken uit de herallocatie van programmabudget Jeugdhulp 2022 en 2023; 1.d. de geraamde besparing door de inzet praktijkondersteuners van € 694.000 terug te brengen naar een realistischer bedrag van € 375.000 per jaar en aan te merken als deel van de taakstellende bezuiniging van 1.25 miljoen Euro die voor 2022 en 2023 in de budgetten sociaal domein zijn verwerkt; 2.a. in te stemmen met de uitwerking van maatregel P6, zelf doen Jeugd en P8, zelf doen Wmo uit het interventieplan “Grip op het sociaal domein” op het ambitieniveau 20% zelf doen en daarmee met een pilotproject van 2 jaar, dat start op 1 januari 2022; 2.b. voor P6 de benodigde middelen voor personele inzet ad € 324.000 per jaar te dekken uit de herallocatie van programmabudget Jeugdhulp 2022 en 2023; 2.c.
voor P8 de benodigde middelen voor personele inzet ad € 200.000 per jaar te dekken uit de herallocatie van programmabudget Wmo Begeleiding 2022 en 2023; 2.d. de geraamde besparing met maatregel P6 ad € 145.000 en P8 ad € 85.000 per jaar aan te merken als delen van de taakstellende bezuiniging van 1.25 miljoen Euro die voor 2022 en 2023 in de van budgetten sociaal domein zijn verwerkt; 2.e. voor het jaar 2021 een eenmalig voorbereidingsbudget voor P6 en P8 beschikbaar te stellen van € 100.000, te dekken uit de reserve sociaal domein; 2.f. voor het jaar 2022 eenmalig € 70.000 uitvoeringsbudget beschikbaar te stellen voor P6 en P8 te weten € 20.000 extra opleidingsbudget en € 50.000 voor coach/projectleiding te dekken uit de reserve sociaal domein; 3. de financiële consequenties van de besluiten genoemd onder 1.b, 1.c, 2.b, 2.c, 2.e en 2.f te verwerken bij de Kadernota 2021. Inleiding In oktober 2020 heeft u de Interventienota Grip op het sociaal domein vastgesteld. Hierin is een breed scala aan besparingsmaatregelen ontwikkeld, die ervoor moeten zorgen dat de kosten binnen het sociaal domein op korte en op lange termijn beheersbaar blijven. Deze maatregelen zijn onderverdeeld in (i) technische maatregelen, (ii) regionale maatregelen en (iii) bestuurlijke en politieke maatregelen.
Een deel van de maatregelen is inmiddels in praktijk gebracht, daarnaast is doorgewerkt aan nadere inhoudelijke verdieping en uitwerking van andere maatregelen ter voorbereiding op de besluitvorming. In dit voorstel gaan we nader in op een drietal politieke maatregelen uit het interventieplan. Eén maatregel gaan we niet in uitvoering nemen.
pagina
-
Maatregel P5: het uitbreiden van de inzet van praktijkondersteuners Jeugd (POJ-ers) in de huisartsenpraktijken. Voor deze maatregel is van mei-december 2019 een pilot ingezet en met succes afgesloten. Inmiddels werken praktijkondersteuners in 7 van de 12 huisartsenpraktijken in onze gemeente. Wij stellen nu voor om de inzet uit te breiden en in te zetten waar we het meeste rendement verwachten en extra taken bij de praktijkondersteuners te beleggen. Ter onderbouwing is een notitie opgesteld. Bijlage 1.
-
Maatregel P6: jeugdhulp door kernteam en P8: individuele begeleiding Wmo door kernteam. Deze maatregelen zijn erop gericht om ondersteuning uit de Wmo en ambulante Jeugd & Opvoedhulp voorliggend uit te laten voeren binnen het kernteam. Deze maatregelen sluiten aan bij de gemeentelijke koers om meer zelf te doen en daarmee grip te krijgen op de kosten, door onnodige
2/9
Aanbiedingsnota raad
verwijzingen te voorkomen en de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners te verbeteren. We hebben met behulp van een businesscase verkend in welke mate deze vormen van Wmodienstverlening en jeugdhulp vanuit het kernteam kunnen worden geboden en wat dat kwalitatief en financieel oplevert. Berenschot heeft dit voor ons uitgevoerd en hierbij gebruik gemaakt van ervaring met deze werkwijze bij andere gemeenten in ons land (zie de bijlage 2a. en 2b.) -
Maatregel P7, zelf inkopen van Jeugdhulp gaan we niet in uitvoering nemen. Onderzoek naar het lokaal inkopen van ambulante jeugdhulp levert geen aanknopingspunten op dat andere vormen van inkopen doorslaggevende resultaten opleveren (zie bijlage 3). In plaats hiervan maken we optimaal gebruik van de sturingsmogelijkheden binnen de regionale inkoopmethodiek jeugdhulp die in 2020 in werking is getreden.
Zelf doen is niet nieuw Zelf doen is niet nieuw voor onze gemeente: Het kernteam is al sinds de transitie in 2015 een belangrijk deel van de toegang tot de Jeugdzorg. Ook wordt vanuit het kernteam kortdurende ondersteuning geboden. We hebben al goede ervaring opgedaan met de praktijkondersteuners bij de huisartsen P5. Het bespaart geld en het biedt ons mogelijkheden om integraal naar de vragen in een huishouden te kijken en daar gericht in te ondersteunen. Wat is wel nieuw? We stellen nu in maatregel P5 voor om de inzet van POJ-ers te verbreden en in te zetten waar deze het meeste rendement kunnen opleveren en om met de POJ-ers het gesprek aan te gaan met huisartsen over de automatische verlengingen van trajecten zonder dat een deskundige een oordeel heeft gegeven over het nut daarvan. Ook willen we POJ-ers inzetten om de uitvoering van het Richtinggevend kader in de huisartsenpraktijken te ondersteunen. De voorstellen in P6 en P8 zijn gericht op het zelf aanbieden van vormen van ondersteuning in Jeugdhulp en Wmo, die we nu door tweedelijnsorganisaties laten uitvoeren. Hiermee begeven we ons dus op een nieuw terrein. Voor de Wmo is ‘zelf doen’ helemaal een nieuwe werkwijze. Om de opbrengst van de nieuwe aanpak te bepalen, stellen wij voor om deze in een pilot van twee jaar te toetsen.
Wat willen wij bereiken? - We willen gericht kosten besparen en kwaliteit toevoegen aan het sociaal domein door als gemeente zelf gericht taken uit te voeren in plaats van deze te beleggen bij externe partijen. - Met de inzet van praktijkondersteuners Jeugd in huisartsenpraktijken krijgen we meer grip op de toegang tot Jeugdhulp. Ook kunnen we casuïstiek vanuit het huishouden benaderen en daardoor effectiever en korter ondersteunen. Daarnaast willen we de stroom met automatische verlengingen beheersbaar maken en het Richtinggevend kader goed implementeren bij de huisartsen. - Met de maatregelen P6 en P8 willen we sturen op de intensiteit van de ondersteuning. We willen sturen op de “i”.1 Concreet betekent dit dat we door het zelf te doen ondersteuningstrajecten korter en/of met minder uren in het totaal gaan bieden. Sturen op de “i” doen we ook met andere maatregelen in het interventieplan: Bij de Wmo werken we voorstellen uit om normen bij te stellen en ook ontwikkelen we het resultaatgericht werken. Bij Jeugdhulp is een Richtinggevend kader vastgesteld, wordt gewerkt met bestedingsruimte voor aanbieders, en wordt specifiek toegewezen op product en de intensiteit van trajecten.
1 Zie ook Interventieplan op bladzijde 15, Hoofdstuk 4 Aan welke knoppen kunnen we draaien?
pagina
3/9
Aanbiedingsnota raad
Argumenten 1.a. Doelmatige inzet van praktijkondersteuners en aanvullende taken ten aanzien van automatische verwijzingen en Richtinggevend Kader leveren besparingen op Door praktijkondersteuners te versterken bij de praktijken waar de praktijkondersteuners nu werken en bij de huisartsenpraktijken zonder praktijkondersteuners alleen daar inzet te plegen waar behoefte is, kunnen we onnodige verwijzingen tegengaan. Daarnaast gaan nu de automatische verlengingen buiten de huisartsen om en kan dit nu nog getypeerd worden als een administratieve handeling. Deze stroom willen we beter beheersen. Ook willen we POJ-ers inzetten bij het toepassen van het Richtinggevend kader. Om dit uit te voeren en het rendement te onderzoeken is tijdelijke uitbreiding van de capaciteit van de praktijkondersteuners met 1,4 Fte nodig. We richten ons op de start van de pilot op 1 juli 2021 voor de duur van 2,5 jaar. De evaluatie van de pilot valt hiermee dan samen met de evaluatie van de pilot voor de maatregelen P6 en P8, die bij beslispunt 2 terugkomen. 1.b Voor 2021 zijn de kosten voor extra inzet POJ niet meer uit de herallocatie van het programmabudget te dekken De geraamde kosten voor POJ vanaf 1 juli 2021 zijn € 52.500.
Omdat de afspraken over de bestedingsruimte voor jeugdhulp voor 2021 al bepaald zijn, is het niet meer mogelijk om deze kosten te dekken uit herallocatie van programmabudget, waar we de aanbieders uit betalen. Daarom stellen we voor om de kosten te dekken uit de bestemmingsreserve sociaal domein. 1.c Voor de jaren 2022 en 2023 vragen we geen nieuwe middelen, maar zetten bestaande middelen uit onze begroting anders in De kosten voor de extra inzet van 1,4 Fte POJ bedragen € 105.000 per jaar. De financiële middelen die we in de huidige situatie uitgeven aan de specifieke vormen van Jeugdhulp (programmabudget) vormen de dekking voor de inhuur van personeel. Voor de besparing verwijzen we u naar argument 1.d. 1.d Hiermee wordt de geraamde besparing realistischer en wordt ruimte geboden voor onderzoek naar een aanvullende besparing vanaf 2022 door inzet POJ-ers We adviseren om de ingeschatte besparing realistischer te maken en de bandbreedte los te laten. In de eindevaluatie was het besparingspotentieel geschat op basis van de afname van het aantal verwijzingen bij de huisartsen in een bandbreedte van € 252.000 en € 688.000. Het advies is om nu uit te gaan van het aantal kinderen dat geholpen is door de praktijkondersteuners. In 2020 zijn dat er 125. Per kind is hiermee gemiddeld € 2.400 bespaard, Deze raming is als volgt berekend: 1 traject GGZ kost € 3.880.
Begeleiding door de POJ-ers kost € 1.480 per case. Het verschil is € 2.400. Dit levert een totale netto besparing op van 125 x € 2.400 = € 300.000 per jaar. Met de extra inzet van 1,4 Fte POJ verwachten we 31 cases meer af te vangen dan we nu doen. Hiermee besparen we nog eens extra 31 x € 2.400 = € 75.000. Bij elkaar is met bestaande POJ en de extra POJ dus € 375.000 te besparen. De tijdelijk extra inzet van 1,4 Fte POJ-ers gaat een aanvullende besparing opleveren vanwege de uitbreiding van de taken. De extra opbrengst is nu niet te ramen, hiervoor is nader onderzoek nodig naar de automatische verwijzingen en de implementatie van het Richtinggevend kader. Om die reden geven we dit project vorm als een pilot. 2.a Met de maatregelen P 6 en P8 is het mogelijk de intensiteit van zorg te beïnvloeden en kwaliteit toe te voegen Door het huidige systeem worden zorgaanbieders onvoldoende gestimuleerd (tijdig) minder uren zorg te leveren of de ondersteuning eerder te beëindigen wanneer dit mogelijk is. We merken dat de laatste jaren, zowel in de Wmo als bij jeugd, de zorg meer uren vraagt en langer van duur is. De maatregelen P6 (jeugdhulp door kernteam) en P8 (individuele begeleiding door kernteam) geven ons gerichte sturingsmogelijkheden op de intensiteit van zorg.
pagina
4/9
Aanbiedingsnota raad
Er is een business case uitgewerkt voor een ambitieniveau van 20% zelf doen of 30% zelf doen. Bij Jeugdhulp gaat om het zelf doen van ambulante begeleiding en opvoedondersteuning. Bij de Wmo gaat het om ambulante individuele begeleiding. We kiezen voor een ambitieniveau van 20% zelf doen om de pilot beheersbaar te houden en de risico’s te beperken. Het vraagt minder fysieke ruimte, minder faciliteiten en lijkt ook haalbaar zonder investeringen in overhead. Toevoegen kwaliteit Naast financiële voordelen beogen we met de pilot ook kwaliteit toe te voegen aan de dienstverlening in het sociaal domein. Het aanbieden van ondersteuning vanuit het kernteam biedt een aantal voordelen in kwalitatieve zin. We hebben hier ook al de nodige ervaring opgedaan in de praktijk. De ondersteuning wordt aangeboden zonder beschikking. Hierdoor kan flexibel worden gewerkt. Als aan het begin van een traject meer uren nodig zijn, kan dat gerealiseerd worden. Ook tijdens het traject kan geanticipeerd worden op de vraag van de inwoner. De ondersteuning door het kernteam is gericht op de oplossing en niet op hulpverlening. Dit betekent adequater ondersteunen met voldoende uitdaging voor de inwoner om zelf regie te houden. Ondersteuning vanuit het kernteam kan ook zonder indicatieproces. Inwoners kunnen sneller geholpen worden.
Vanuit het kernteam en het Wmo team is de verbinding met voorliggende gesubsidieerde diensten ook al de gebruikelijke werkwijze. Eenmaal in een maatwerkvoorziening, zo leert de praktijk, is de verbinding een stuk minder makkelijk te maken. Landelijk worden goed resultaten geboekt met zelf bieden van ondersteuning door de gemeente. Ervaringen uit o.a. Brummen, Utrecht, Hollands Kroon, Bergen op Zoom laten zien dat 30-40% meer hulp geboden kan worden bij een totale afname van de kosten van 20-30% (Berenschot). 2.b en 2.c We vragen geen nieuwe middelen, maar zetten bestaande middelen in onze begroting anders in Twintig procent van cases die we in de huidige situatie laten uitvoeren door tweedelijns organisaties gaan we nu zelf doen. De financiële middelen (programmabudget) die we in de huidige situatie uitgeven aan de specifieke vormen van Jeugdhulp in P6 en aan individuele begeleiding in P8 vormen de dekking voor de inhuur van personeel. Voordat personeel wordt ingezet wordt eerst de taakstellende besparing van 25% van het programmabudget in mindering gebracht. Voor de uitvoering van de pilot P6 is dan € 324.000 per jaar beschikbaar voor personeel. Voor de uitvoering van P8 is € 200.000 beschikbaar voor personeel. 2.d.
Op basis van de business case ramen we de besparing van P6 op € 144.000 per jaar en voor P8 op € 85.000 per jaar De besparing wordt voor het grootste deel gerealiseerd door korter en/of met minder uren de ondersteuning te bieden. Daarnaast besparen we op toegangskosten, omdat er geen indicatieproces hoeft te worden gedaan. Ten aanzien van de budgetten voor Jeugdhulp en Wmo zijn taakstellingen opgedragen. Voor het jaar 2021 is een structurele besparing van € 750.000 vastgesteld en voor 2022 en verder een structurele besparing van € 1.250.000. De genoemde besparingen dragen bij aan deze bezuinigingstaakstelling voor 2022 en 2023. 2.e Een zorgvuldige voorbereiding is nodig om randvoorwaarden voor de pilots uit te werken en om risico’s te verkleinen De implementatie van de pilot voor de maatregelen P6 en P8 vraagt om het in orde brengen van randvoorwaarden en het uitwerken van maatregelen om de risico’s te beperken. Ter voorbereiding op de start van de pilot moet veel werk worden verzet: Diensten en vraagtypen moeten geïnventariseerd worden, werkmethodiek moet uitgewerkt worden, medewerkers moeten geworven worden, werkprocessen moeten vastgesteld worden, Kpi’s en benodigde definiëring
pagina
5/9
Aanbiedingsnota raad
moeten worden geformuleerd, monitoring moet worden ingericht, ICT moet worden geregeld. Mogelijk dient geïnvesteerd te worden in systemen. Hiervoor willen we een opgave manager inzetten. Voor de voorbereidingsfase ramen we de kosten op € 100.000. 2.f
Na de start van de pilot is begeleiding en directe aansturing nodig. Ook moeten de nieuwe medewerkers geschoold worden Met de pilot willen we de ondersteuning korter of met minder uren realiseren. Dit vraagt om een andere werkwijze met een accent op oplossingsgerichtheid. Medewerkers moeten hierin begeleid worden en gecoacht. Ook vraagt dit uitwerking en samenwerking. Hiervoor hebben we in 2022 in het eerste jaar van de pilot een projectleider/coach nodig voor drie dagen per week. Deze functionaris zorgt ook voor inbedding en overdracht aan het einde van het eerste jaar naar de staande organisatie. Hiervoor ramen we € 50.000. Nieuwe medewerkers hebben scholing nodig om adequaat te handelen en de nieuwe werkwijze tot een succes te maken. Hiervoor ramen we een extra opleidingsbudget voor 2022 van € 20.000.
3.
De financiële consequenties van de besluiten onder 1.b, 1.c, 2.b, 2.c, 2.e en 2.f dienen nog verwerkt te worden Voor 2021 en 2022 wordt respectievelijk voorbereidingsbudget en uitvoeringsbudget gevraagd. Dit gaat om een onttrekking aan de reserve sociaal domein. Ook worden middelen overgeheveld van het programmabudget Jeugdhulp en Wmo, waar diensten uit worden betaald, naar het personeelsbudget. In het kader van het budgetrecht stellen wij u voor om deze besluiten bij de kadernota te verwerken.
Kanttekeningen 1. Het uitvoeren van het pilotproject P5 kent financiële risico’s. De kosten gaan voor de baten uit. We hebben echter al ervaring met de inzet van POJ-ers en met deze inzet zijn al besparingen gerealiseerd. 2. Het uitvoeren van de pilotprojecten voor P6 en P8 kent risico’s. Om deze zo goed mogelijk in beeld te krijgen hebben we een business case laten maken door Berenschot. Zij hebben landelijk ervaring met andere gemeenten die zelf diensten aanbieden en hiervan hebben we gebruik gemaakt. We hebben Berenschot gevraagd om een business case te maken met een conservatieve raming. In de business case noemt Berenschot de volgende risico’s: het inrichten van een pilot voor de maatregelen P6 en P8 vraagt een zorgvuldige implementatie en goede invulling van de randvoorwaarden. Het monitoren van de voortgang vergt uitwerking van Kpi’s en inrichting van rapportages. Deze risico’s willen we beheersbaar maken door de tijd te nemen voor de voorbereiding van de pilot en een opgavemanager aan te trekken om vooraf alle randvoorwaarden zo goed mogelijk uit te werken en te borgen. Het succes van de pilot hangt samen met het actief sturen op de parameters voor de intensiteit van ondersteuningstrajecten. Het vraagt een nieuwe werkwijze. We anticiperen op de risico’s die hiermee samenhangen door een coach/begeleider aan te trekken gedurende het eerste jaar van de pilot.
In de business case is de overhead niet meegerekend. Deze hebben we buiten beschouwing gelaten omdat we zijn uitgegaan van een pilotproject met een beperkte omvang. Het team aan begeleiders omvat rond de 6 Fte en vraagt geen structurele aanpassing in de overhead. Voor de voorbereiding en de aansturing van het team in het eerste jaar wordt tijdelijk wel extra capaciteit en deskundigheid ingezet. Deze kosten zijn in beeld gebracht. Daarnaast wordt door het zelf doen ook bespaard op functies als facturatie en contractmanagement. Deze besparing hebben we ook niet meegerekend.
pagina
6/9
Aanbiedingsnota raad
Beleidskaders a. Binnen welk programma past het voorgestelde besluit? Programma 7. Individuele voorzieningen b. Welke beleidskaders zijn van belang? Interventienota ‘Grip op het sociaal domein” c. Duurzaamheid Niet van toepassing. Wat gaan wij daarvoor doen? Voor maatregel P5 gaan we tijdelijk 1,4 Fte extra POJ inzetten voor de duur van 2,5 jaar vanaf 1 juli 2021, op plaatsen waar dit het meeste rendement oplevert en met een opdracht om automatische verlengingen van GGZ-hulp beheersbaar te maken en het Richtinggevend kader te implementeren bij de huisartsenpraktijken. Voor de maatregel P6 Jeugd en P8 Wmo gaan we mensen aannemen en een team vormen om zelf (ambulante) ondersteuning te leveren vanuit het Kernteam. Ook deze werkwijze testen we voor een periode van 2 jaar met ingang van 1 januari 2022. De maatregel P7 zelf inkopen van Jeugdhulp gaan we niet in uitvoering nemen. In plaats hiervan maken we optimaal gebruik van de sturingsmogelijkheden binnen de inkoop jeugdhulp. De uitwerking van de regionale afspraken over bestedingsruimte voor het budget Jeugdhulp bereiden we in 2021 voor met het Servicebureau en betreffende aanbieders. Wat gaat het kosten? Hieronder een schema met de kosten, de dekking en de opbrengt van de maatregelen Maatregel
Kosten/investering
P5 2021: 1,4 Fte POJ 2022: 1,4 Fte POJ 2023: 1,4 Fte POJ
52.500 105.000 105.000
Reserve SD Herallocatie programma budget Jeugd Idem
37.500 p/j 75.000 p/j 75.000 p/j
Inzet POJ 4 Fte totaal
290.000 p/j
Waarvan 185 K Personeel SD Waarvan 105 K programma budget
375.000 p/j
100.000 50.000
Reserve SD Reserve SD
324.000
Herallocatie pr. Budget Jeugd
144.000 p/j
200.000
Herallocatie pr. Budget Wmo BGI
85.000 p/j
P6&P8 2021 voorbereiden eenm. 2022 coach eenm. P6 2022/23 personeel P8 2022/23 personeel
Dekking
Netto besparing
Zie hieronder
Kosten en baten P5 inzet POJ Voor het jaar 2021 vragen we eenmalig een budget aan van € 52.500 voor de inhuur van de 1,4 fte POJ voor een half jaar en stellen dekking uit de bestemmingsreserve sociaal domein voor. 2 2 In bijlage 4 is een overzicht opgenomen van de bestemmingsreserve sociaal domein.
pagina
7/9
Aanbiedingsnota raad
De tijdelijke extra inzet van personeel voor P5 POJ voor 2022 en 2023 wordt gedekt door de beoogde besparing op het programmabudget Jeugdhulp dat anders aan dienstverleners zou zijn betaald. We ramen de besparing door de extra inzet van 1,4 Fte op € 75.000 per jaar, € 37.500 voor een half jaar. De totale besparing met de inzet van alle POJ-ers ramen we op € 375.000 per jaar. Kosten en baten P6 en P8 Voor het jaar 2021 vragen we eenmalig een voorbereidingsbudget aan € 100.000 voor de projecten P6 en P8, te dekken uit de reserve sociaal domein. Voor het jaar 2022 vragen we eenmalig een uitvoeringsbudget aan van € 70.000 voor de projecten P6 en P8, te dekken uit de reserve sociaal domein. De extra inzet van personeel voor P6 Jeugdhulp Begeleiding en opvoedondersteuning wordt gedekt door de beoogde besparing op het programmabudget Jeugdhulp dat anders aan dienstverleners zou zijn betaald, minus de besparing van 25%. Voor personeel is dan € 324.000 per jaar beschikbaar. De totale besparing ramen we op € 144.000 en is opgebouwd uit een besparing van 25% op intensiteit ad € 107.000 en een besparing van € 36.000 op toegangskosten. De extra inzet van personeel voor P8 Wmo individuele Begeleiding wordt gedekt door de beoogde besparing op het programmabudget Wmo begeleiding dat anders aan dienstverleners zou zijn betaald, minus de besparing van 25%.
Voor personeel is dan € 200.000 per jaar beschikbaar. De totale besparing ramen we op € 85.000 en is opgebouwd uit een besparing van 25% op intensiteit ad € 66.000 en € 19.000 op toegangskosten. De ramingen voor besparing op P5, P6, P7 en P8 wijken af van de ramingen in het interventieplan Ten aanzien van de maatregel P7: zelf inkopen van ambulante jeugdhulp werd een besparing geraamd van € 500.000 voor 2022 e.v. Nu het onderzoek geen aanknopingspunten oplevert dat andere vormen van inkopen doorslaggevende resultaten opleveren is gekeken naar alternatieve mogelijkheden om de besparing te realiseren. Het alternatief wordt gevonden in optimaal gebruik maken van de sturingsmogelijkheden die nieuwe inkoop jeugdhulp biedt. In 2020 is de jeugdhulp in de regio Haaglanden opnieuw ingekocht. Vanaf 2021 is er, naast een regionale ontwikkelovereenkomst met alle gecontracteerde aanbieders, een resultaatovereenkomst per gemeente en wordt gewerkt met een zogenaamde bestedingsruimte. Dit biedt mogelijkheden om te besparen. Bij de overige maatregelen P5, P6 en P8 is de totale afwijking € 370.000 lager dan in het interventieplan is opgenomen. Vertrekpunt blijft de totale taakstelling van € 750.000 voor 2021 en € 1.250.000 voor het jaar 2022. Deze verwachten we over de breedte van de 28 maatregelen te kunnen realiseren.
In het kader van de benefit tracking rapporteren we u over de stand van zaken voor het hele maatregelenpakket in september 2021. "In verbinding" De uitwerking van de maatregelen heeft voornamelijk intern plaatsgevonden. De adviesraad sociaal domein wordt in de vergadering van 9 maart geïnformeerd over de uitwerking van de maatregelen. Vervolg a. Planning 1 juli 2021 start pilot P5 POJ. 1 juli start voorbereiding P6, zelf doen Jeugdhulp en P8 zelf doen Wmo begeleiding individueel. 1 januari 2022 start pilot P6 en P8.
pagina
8/9
Aanbiedingsnota raad
b. Evaluatie September 2022 rapportage over voortgang pilots P5, P6 en P8. Voorjaar 2023 tussenevaluatie pilots P5, P6 en P8. Najaar 2023 evaluatie pilot P5, P6 en P8. c. Communicatie Wordt uitgewerkt in de voorbereiding van de pilots in een communicatieplan. Het college van Pijnacker-Nootdorp,
J.P.R. Woudstra secretaris
pagina
9/9
mw. F. Ravestein burgemeester