Raadsvoorstel Actualisatie APV 2024
Tekst van het document
Aanbiedingsnota raad
beeldvorming op oordeelvorming op besluitvorming op
invullen organisatie zaaknummer
1448837
berichtnummer
1317925
voorstel over portefeuillehouder behandeld in college
Actualisering APV aanpassing 2024 Björn Lugthart 14 november 2023
afdeling
Wijkzaken
besluit
Ja I. II. III.
bijlagen
pagina
1/7
Besluit raad – Actualisatie Algemene Plaatselijke Verordening Pijnacker-Nootdorp Was-wordt tabel actualisering APV Pijnacker-Nootdorp 2024 APV toelichtingen
Aanbiedingsnota raad
Gevraagde beslissing Wij stellen u voor vast te stellen de Verordening tot vierde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Pijnacker-Nootdorp 2017. Inleiding In december 2020 is de Algemene Plaatselijke Verordening Pijnacker-Nootdorp 2017 (hierna: APV) voor het laatst gewijzigd. De afgelopen drie jaar zijn er op het gebied van veiligheid en leefbaarheid verschillende trends en fenomenen waarneembaar die vragen om een actualisatie van onze APV. Denk hierbij bijvoorbeeld aan messenbezit onder jongeren, ondermijnende criminaliteit en diverse vormen van overlast. Daarnaast is er sprake van verschillende ontwikkelingen binnen de gemeentelijke organisatie, zoals de uitbreiding van het boa-team en de komst van het ondermijningsteam. Dit maakt dat we als gemeente meer slagkracht hebben om handhavend op te treden tegen onwenselijke trends en ontwikkelingen. Het is daarbij ook van belang dat we over de benodigde bestuurlijke instrumenten beschikken via de APV. Tot slot zijn er wetswijzigingen (geweest), zoals de verandering van de Drank- en Horecawet naar de Alcoholwet en de komst van de Omgevingswet, waardoor er een aantal technische wijzigingen in de APV nodig zijn. Voornoemde ontwikkelingen vragen om een actualisatie van onze APV. Voor deze actualisatieronde is binnen de gemeentelijke organisatie en bij de politie geïnventariseerd welke wensen er zijn voor APV-wijzigingen.
Een overzicht van alle wijzigingen treft u in de bijlage ‘Waswordt lijst’. Hierin staat ook kort toegelicht waarom een artikel wijzigt of wordt toegevoegd. Onder argumenten treft u per gewijzigd artikel een uitgebreidere toelichting over waarom het artikel is toegevoegd of gewijzigd. De huidige versie van de APV kunt u vinden via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR602413. Wat willen wij bereiken? Een APV die de gemeente en de politie de juiste handvatten biedt om de gemeente veilig en leefbaar te houden, (ondermijnende) criminaliteit te voorkomen dan wel aan te pakken en onze inwoners en ondernemers daar waar nodig te beschermen. Argumenten 1.
Technische wijzingen
1.1 Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet inwerking, waardoor ruimtelijke wet- en regelgeving zowel inhoudelijk als in naam veranderd. In de APV staan meerdere verwijzingen naar wettelijke kaders die vanaf 2024 onder de Omgevingswet komen te vallen en van naam wijzigen. Deze verwijzingen moeten daarom worden aangepast. In de volgende artikelen zijn aanpassingen doorgevoerd vanwege de inwerktreding van de Omgevingswet: 1:1, 1:2, 1:4, 1:5, 1:6, 2:10, 2:11, 2:12, 2:28, 2:39, 2:71, 3:8, 3:9, 4:1, 4:6, 4:17, 5:5, 5:6, 5:18, 5:20, 5:32, 5:33 en 5:34. 1.2 Alcoholwet Sinds 1 juli 2021 geldt de nieuwe Alcoholwet. Deze wet vervangt de Drank- en Horecawet. In de APV staan nog meerdere verwijzingen naar de (oude) Drank- en Horecawet. Deze verwijzingen zijn nu aangepast naar de Alcoholwet. Het gaat hierbij om de volgende artikelen: 2:24, 2:28 en 2:48. 2.
Inhoudelijke wijzigingen en toevoegingen
2.1 Artikel 2:14 Winkelwagentjes Al geruime tijd is er in en rondom winkelcentrum Parade overlast van winkelwagentjes die onbeheerd worden achtergelaten. Er zijn goede afspraken met de winkeliers om de achtergelaten
pagina
2/7
Aanbiedingsnota raad
wagentjes steeds uit de openbare ruimte te verwijderen. Ondanks de inzet van een campagne waarbij klanten erop werden gewezen de winkelwagentjes terug te brengen naar de daarvoor bestemde plekken, worden de winkelwagentjes nog met regelmaat achtergelaten. Nu de capaciteit van het boa-team is uitgebreid, is er meer handhavingscapaciteit voor surveillance in de winkelcentra en ook om handhavend op te treden tegen het achterlaten van de winkelwagentjes. Het zal nog steeds lastig zijn om personen met regelmaat op heterdaad te betrappen. Maar door duidelijk kenbaar te maken dat men nu het risico loopt op een bekeuring voor het achterlaten van de winkelwagentjes, willen we ook bereiken dat hier een preventieve werking vanuit gaat. 2.2 Artikel 2:25 Evenementenvergunning Aan artikel 2:25 wordt een bepaling toegevoegd waardoor het mogelijk wordt om voor jaarlijks terugkerende A-evenementen (kleine evenementen) een meerjarige vergunning aan te vragen. Op die manier verminderen we de regeldruk voor organisatoren van de kleinere jaarlijks terugkerende evenementen, zoals buurt- en wijkverenigingen. Eventuele wijzigingen moeten wel worden doorgegeven en op basis daarvan wordt beoordeeld of de meerjarige evenementenvergunning nog voldoet of toch een nieuwe vergunning nodig is.
Nadere kaders en richtlijnen voor de meerjarige evenementenvergunning worden nog uitgewerkt in het nieuwe uitvoeringsbeleid evenementen. Daarnaast worden er aan artikel 2:25 twee bepalingen toegevoegd met betrekking tot vechtsportevenementen. De eerste bepaling zorgt ervoor dat alle vechtsportevenementen vergunningsplichtig zijn. Dit omdat de afgelopen jaren is gebleken dat vechtsportevenementen grotere risico’s met zich mee brengen voor de openbare orde en veiligheid, maar ook faciliterend kunnen zijn voor ondermijnende criminaliteit. Dit in tegenstelling tot andere soort sportevenementen. De vergunningsplicht zorgt ervoor dat er te allen tijde een Bibob-onderzoek kan worden gedaan naar de financiering van het evenement, maar ook dat er vergunningsvoorwaarden kunnen worden gesteld om het risico op verstoringen van de openbare orde en veiligheid te verkleinen (zoals een alcohol verbod) en witwassen te voorkomen. De tweede bepaling die wordt toegevoegd maakt het mogelijk om een toets op slecht levensgedrag uit te voeren ten aanzien van de organisator van het vechtsportevenement. De vergunningaanvraag kan worden geweigerd als uit de toets blijkt dat de organisator van slecht levensgedrag is. Deze toets is breder dan de toets die in het kader van de wet Bibob kan worden gedaan.
Het kan gaan om veroordelingen, maar ook om andere informatie die volgt uit bijvoorbeeld de politieregisters. De feiten en gedragingen dienen zodanig te zijn dat de burgemeester op basis hiervan zich in een redelijk standpunt kan stellen dat een betrokkene van slecht levensgedrag is. Steeds meer gemeenten hebben deze bepalingen in hun APV opgenomen of zijn voornemens dat te doen. Om een waterbedeffect, waarbij organisatoren met verkeerde intenties een vechtsportevenement in Pijnacker-Nootdorp willen organiseren, te voorkomen, is het van belang dat de APV de mogelijkheid biedt om dit type organisatoren te weren. 2.3 Artikelen 2:28, 2:28a, 2:28b, 2:28c, 2:28d en 2:28e (exploitatievergunning) De APV regelgeving met betrekking tot de exploitatievergunning voor horeca wordt strenger om misstanden te voorkomen en indien nodig handhavend op te kunnen treden. Het lid waarin wordt bepaald dat een exploitant met een Alcoholwetvergunning, geen exploitatievergunning meer nodig heeft, komt te vervallen. Het is van belang dat horecaondernemers in het bezit zijn van beide vergunningen. De Alcoholwet heeft als doel om de volksgezondheid te bevorderen en daar zijn de eisen en vergunningsvoorwaarden dan ook op gericht. De exploitatievergunning is er om de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid te beschermen.
Zonder exploitatievergunning is het lastig om handhavend op te treden tegen misstanden op het gebied van de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid. 2.4 Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen Dit artikel is eerder verwijderd omdat er in de Drank- en Horecawet (nu Alcoholwet) een verbod is opgenomen. Echter, er zijn ook openbare inrichtingen zonder Alcoholwetvergunning. Ook daar
pagina
3/7
Aanbiedingsnota raad
moet vanuit het bestuursrecht handhavend kunnen worden optreden in het geval dat daar (ongewenste) handel plaatsvindt. 2.5 Artikel 2:35g Proeverijen in slijtlokaliteiten Proeverijen in slijtlokaliteiten worden ook in Pijnacker-Nootdorp georganiseerd. Artikel 25e van de Alcoholwet maakt het mogelijk om bij verordening vrijstelling te verlenen van de in artikel 3 en 14 neergelegde verboden, zodat betaalde proeverijen in slijtlokaliteiten zijn toegestaan. Deze vrijstelling geldt dan voor alle slijters in de gemeente. 2.6 Artikel 2:42 Plakken en kladden en artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke Het ongenoegen over diverse maatschappelijke thema’s neemt toe. Dat zien we terug in de vele demonstraties in Den Haag, maar ook zien we in de regio dat men ongenoegen regelmatig uit door middel van ‘plakken en kladden’. Door deze twee artikelen terug te plaatsen kunnen we vanuit het bestuursrecht tegen deze overtreding optreden. Artikel 2:43 maakt het ook mogelijk om op te treden tegen het vervoeren/bij je dragen van plakgereedschap, verf, e.d. 2.7 Artikel 2:48 Verboden drankgebruik Het gedeelte over lachgas is uit dit artikel geschrapt en daarmee is het artikel weer terug in zijn gebruikelijke vorm.
De reden dat het derde en vierde lid over lachgas zijn geschrapt is dat lachgas sinds 1 januari 2023 op Lijst II van de Opiumwet staat en nu dus bij wet een verboden verdovend middel is. 2.8 Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen Op basis van dit artikel kan handhavend worden opgetreden tegen vormen van onnodige hinder of overlast bij of in gebouwen. Dit artikel vormt een aanvulling op artikel 2:47 ‘Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen’. 2.9 Artikel 2:57 Loslopende honden Aan dit artikel wordt een vijfde lid toegevoegd waarmee het voor het college mogelijk wordt om locaties buiten de bebouwde kom aan te wijzen waar het verboden is om met meer dan drie loslopende honden per begeleider te lopen. De reden hiervoor is dat we regelmatig klachten over overlastsituaties ontvangen, veroorzaakt door hondenuitlaatservices. Deze hondenuitlaatservices lopen met meerdere loslopende honden die vaak onvoldoende onder appèl staan van de begeleider. Dit veroorzaakt vervelende situaties voor andere hondenbezitters en recreanten. De klachten hebben voornamelijk betrekking op het hondenbos bij de Dobbeplas. Vooralsnog is er geen aanleiding om andere gebieden aan te wijzen. 2.10 Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht De bewaartermijn voor een door opkoop verkregen goed is in dit artikel aangepast van drie naar vijf dagen.
De politie heeft deze (extra) tijd nodig voor het doen van onderzoek na een aangifte van diefstal c.q. heling. Als uit het onderzoek blijkt dat het gestolen goed aan een opkoper is verkocht, is de kans bij een bewaartermijn van vijf dagen dat het gestolen goed wordt aangetroffen groter. Een nog langere bewaartermijn zou de kans op het terugvinden van gestolen goederen nog groter maken, maar het is niet proportioneel voor de ondernemer om al zijn opgekochte goederen nog langer te moeten bewaren. 2.11 Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet De toevoeging van artikel 2:79 biedt de burgemeester de mogelijkheid om in gevallen van ernstige woonoverlast met een last onder dwangsom een gedragsaanwijzing op te leggen aan de persoon die ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden veroorzaakt. Als dat niet werkt kan de burgemeester uiteindelijk overgaan tot het sluiten van een woning. Deze bestuurlijke maatregel wordt beschouwd als een ultimum remedium en kan dus alleen worden ingezet als lichtere maatregelen, zoals bemiddeling, stop gesprekken en/of hulpverlening niet voldoende hebben
pagina
4/7
Aanbiedingsnota raad
gewerkt. Op dit moment lopen er enkele woonoverlastzaken waarbij de toepassing van artikel 2:79 (mogelijk) uitkomst biedt. 2.12 Artikel 2:81 Messenverbod Met name onder jongeren vinden steeds vaker incidenten plaats met messen of andere soorten steekwapens. Niet alle soorten messen of items die als steekwapen kunnen worden gebruikt vallen onder het verbod van de Wet wapens en munitie. Met dit artikel kan de burgemeester gebieden aanwijzen waar het verboden is om messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruik bij zich te hebben. Dit artikel is overgenomen uit de APV van Amsterdam en uit jurisprudentie (Hoge Raad, 15 december 2020) is gebleken dat dit verbod niet onverbindend is. 2.13 Artikel 3:8 Weigeringsgronden en artikel 3:9 Intrekkingsgronden De artikelen in Hoofdstuk 3 van de APV hebben betrekking op seksrinrichtingen, escortbedrijven, etc. De artikelen 3:8 en 3:9 zijn zowel aangepast naar aanleiding van de inwerktreding van de Omgevingswet als dat er inhoudelijke toevoegingen zijn gedaan. De weigeringsgronden en intrekkingsgronden voor vergunningen voor seksbedrijven zijn verder aangevuld op basis van de artikelen uit de model APV van de VNG. Deze toevoegingen bieden meer mogelijkheden om handhavend op te treden in het geval er misstanden worden geconstateerd bij een vergund seksbedrijf of om een vergunningaanvraag in eerste instantie al te weigeren.
2.14 Artikel 4:6a Mosquito Een ‘mosquito’ is een apparaatje dat een hinderlijke hoge pieptoon veroorzaakt die alleen voor jongeren tot een leeftijd van ongeveer 25 jaar hoorbaar is. Inzet van de Mosquito kan van nut zijn op locaties waar sprake is van (ernstige) jongerenoverlast. Door het toevoegen van dit artikel krijgt de burgemeester de bevoegdheid om in het belang van de openbare orde te besluiten op een openbare plaats een Mosquito aan te brengen. Voor inzet van de Mosquito geldt dat eerst moet worden bekeken of er geen lichtere middelen zijn om de overlast te bestrijden (subsidiariteit). Als dit niet het geval is moet zorgvuldig worden afgewogen op welke tijdstippen de Mosquito in werking is en voor welke tijdsduur. 2.15 Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen Door het parkeren van voertuigen in groenstroken, openbare beplantingen en grasperken raken deze beschadigd. Met de toevoeging van dit artikel wordt beoogd beschadiging van groenstroken en dergelijke te voorkomen en hier handhavend tegen op te kunnen treden. 2.16 Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets In het derde lid van dit artikel wordt het woordje ‘en’ vervangen door ‘en/of’. Dit heeft als gevolg dat een fiets of bromfiets niet meer zowel in onvoldoende staat van onderhoud als in een verwaarloosde staat moet verkeren, voordat deze van de weg kan worden verwijderd.
Dit is vooral van belang voor (brom)fietsen die voor lange tijd ergens gestald/onbeheerd zijn achtergelaten en voor overlast zorgen voor de omgeving. Deze kunnen dan bijvoorbeeld nog wel in voldoende staat van onderhoud verkeren, maar zijn wel verwaarloosd doordat de eigenaar de fiets niet meer gebruikt en ergens voor lange tijd laat staan. 2.17 Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden Dit artikel is zowel technisch aangepast vanwege de inwerktreding van de Omgevingswet als dat er inhoudelijk een weigeringsgrond is toegevoegd. Daarmee is het artikel ook weer overeenkomstig het artikel uit de model APV van de VNG. De toegevoegde weigeringsgrond zorgt ervoor dat een vergunningaanvraag voor een standplaats kan worden geweigerd als het voorzieningenniveau in een bepaald gebied (ernstig) in gevaar komt door het vergunnen van de standplaats. Kanttekeningen Bij het vaststellen van de APV in 2017 was het uitgangspunt dat de regelgeving werd beperkt en dat de gemeente vooral vrijlaat en daar waar nodig beschermt. Dit heeft geleid tot een compactere APV met
pagina
5/7
Aanbiedingsnota raad
maximale vrijheid voor de inwoner en met het accent op veiligheid. Dit uitgangspunt is ook weer van toepassing op deze tweede actualisatieronde. Desondanks zijn er een aantal artikelen teruggekomen die in 2017 uit de APV zijn gehaald. De reden hiervoor is dat we er in de praktijk tegenaan lopen dat we geen grondslag hebben om handhavend op te treden tegen bepaalde onwenselijke gedragingen of situaties. Het gaat hierbij om de artikelen 2:14 Winkelwagentjes, 2:28b, 2:28c, 2:28d en 2:28e (exploitatievergunning horeca) en 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen. Beleidskaders a. Binnen welk programma past het voorgestelde besluit? Programma 8. Leefbaar, veilig en duurzaam b. Welke beleidskaders zijn van belang? Het Integraal veiligheidsplan 2023 – 2026 c. Duurzaamheid n.v.t. Wat gaan wij daarvoor doen? Als uw raad heeft besloten de Verordening tot vierde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Pijnacker-Nootdorp 2017 vast te stellen, wordt het besluit gepubliceerd in het Gemeenteblad en wordt de APV aangepast in de lokale wettenbank. Na bekendmaking treedt het besluit in werking. Voor artikel 2:79 (Woonoverlast) worden er op korte termijn door het college beleidsregels vastgesteld waarin nader wordt uitgewerkt hoe en in welke situaties dit artikel door de burgemeester zal worden toegepast. Wat gaat het kosten? n.v.t.
"In verbinding" Deze actualisatie van de APV is tot stand gekomen in samenwerking met de politie (extern) en met de verschillende afdelingen binnen de eigen gemeentelijke organisatie. Vervolg a. Planning Voor de uitvoering van dit voorstel is geen planning noodzakelijk. b. Evaluatie De uitvoering van dit voorstel wordt niet geëvalueerd. c. Communicatie Binnen de gemeentelijke organisatie wordt aan de betrokkenen teruggekoppeld welke APV-artikelen aan de gemeenteraad worden voorgelegd en wat de uitkomst is van de besluitvorming. Een vergelijkbare terugkoppeling vindt plaats aan de politie. Daarnaast wordt het besluit bekendgemaakt in het Gemeenteblad en wordt de APV aangepast in de lokale wettenbank. Het college van Pijnacker-Nootdorp,
pagina
6/7
Aanbiedingsnota raad
Annelies Kroeskamp secretaris
pagina
7/7
Björn Lugthart burgemeester