Raadsbesluit Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet (ondertekend)
Tekst van het document
Ea
besluit raad zaaknummer
1295436
berichtnummer
1201660
gemeenteSe
Pijnacker-Nootdorp
De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; gelezen het onderzoeksrapport ‘Quickscan voorbereiding Omgevingswet’; gezien het voorstel van de Rekenkamercommissie van 24 juni 2022; gelet op de Verordening Rekenkamercommissie Pijnacker-Nootdorp 2018;
besluit:
vans
de conclusies van het rapport ‘Quickscan voorbereiding Omgevingswet’ te onderschrijven en de volgende aanbevelingen vast te stellen: 1. Zet de huidige samenwerking tussen raad, college en organisatie door, bij voorkeur ook met de inzet van de raadswerkgroep 2. Geef het college de opdracht om periodiek bijeenkomsten met de raad en de organisatie te organiseren om het ‘anders werken’ onder het omgevingsprogramma en omgevingsplan met elkaar te oefenen, te doorleven en hier lering uit te trekken. Zet hierbij het samenspel tussen de raad, het college en de organisatie centraal, onder meer via fictieve casussen; 3. Geef het college de opdracht om te komen met een overzicht van de nog te maken strategische keuzes en een planning wanneer deze ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Maak daarbij een koppeling tussen de te maken strategische keuzes en ambities en consequenties ten aanzien van financiën en (ambtelijke) capaciteit; 4. Geef het college opdracht met een (uitgewerkte) planning te laten komen die inzicht biedt wanneer en op welke manier de raad verder betrokken wordt bij de ontwikkeling van de omgevingsprogramma’s. Doe dit aan de hand van (onder meer) een kaderstellende notitie per nieuw op te stellen omgevingsprogramma, waarin ook een reflectie wordt gegeven hoe geleerd is van de eerdere programma’s en de wijze waarop de keuzes uitpakken; 5.
Laat het college de halfjaarlijkse monitor Omgevingswet expliciet aanvullen met de thema’s die de komende tijd extra aandacht vragen. Verantwoord hierbij in elk geval de volgende onderwerpen: a. de ontwikkeling van het anders werken door de organisatie; de langetermijngevolgen voor de financiën; de afstemming van de beschikbare capaciteit op de ambities; de beschikbare instrumenten; de gevolgen voor de omgeving; f. _de betrokkenheid van de raad (onder meer bij de omgevingsprogramma’s); ‚6. Het college jaarlijks, beginnend een jaar na inwerkingtreding van de wet, een vervolgmeting uit te (laten) voeren over de Omgevingswet op de aspecten organisatie, instrumenten, omgeving, financiën
en rol van de raad en dit mee te nemen in de halfjaarlijkse monitor Omgevingswet. Het college de opdracht te geven bovenstaande aanbevelingen te implementeren en de raad in de halfjaarlijks monitor Omgevingswet te informeren over de voortgang van de implementatie.
7.
HOGig VID
AAA ge
Arjef-vart griffier
pagina
1/1
de
der Lugt
(7
bt
jörn Lugthart voorzitter