CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbesluit beleidsnota Woningvoorraad, Parapluplan 2022 en 1e herziening Huisvestingsverordening

Raad Oordeelvorming 13 oktober 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen beleidsnota Woningvoorraad, Parapluplan 2022 en 1e herziening Huisvestingsverordening Pijnacker-Nootdorp 20192.651 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

besluit raad zaaknummer

1367222

berichtnummer

1213444

De raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp; gezien het voorstel van het college van 6 september 2022; gelet op artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op het feit dat is voldaan aan hetgeen is bepaald in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening en dat de betrokken instanties hebben geadviseerd; gelet op het bepaalde in artikel 108, eerste juncto artikel 147, tweede lid van de Gemeentewet en de Huisvestingswet 2014; gelet op het feit dat overeenkomstig de Inspraakverordening 2006 en afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht de stukken gedurende zes weken ter inzage hebben gelegen besluit: 1. de Nota van beantwoording zienswijzen inclusief Staat van Wijzigingen ‘Ontwerpbestemmingsplan Parapluplan 2022, Ontwerp 1e herziening Huisvestingsverordening Pijnacker-Nootdorp 2019-2023 en Ontwerp Beleidsnota Woningvoorraad’ vast te stellen; 2. de Beleidsnota Woningvoorraad gewijzigd vast te stellen; 3. het bestemmingsplan Parapluplan 2022’ overeenkomstig het ontwerp zoals dat met ingang van 3 maart 2022 gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen, met inachtneming van de wijzigingen daarop, zoals vermeld in de Staat van wijzigingen, gewijzigd vast te stellen; 4. geen exploitatieplan vast te stellen; 5.

de volgende Verordening tot 1e herziening van de Huisvestingsverordening Pijnacker-Nootdorp 2019-2023 vast te stellen: Artikel I Artikel 1:1, onder t en qq, komen respectievelijk te luiden: t.

hospitaverhuur

qq. toeristische verhuur

verhuur waarbij de eigenaar of huurder zelf in de woning blijft wonen en waarbij er een of meer kamers worden verhuurd aan maximaal één huishouden, bestaande uit maximaal twee personen; in een woonruimte tegen betaling bieden van verblijf aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen;

Artikel II Artikel 5:1 komt te luiden: Artikel 5:1 woonruimten met een vergunningplicht voor onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming 1. Het is verboden om een woonruimte, zoals benoemd in bijlage III van deze, zonder vergunning van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014: a. geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning te onttrekken, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar; b. geheel of gedeeltelijk samen te voegen met andere woonruimte, ander dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar; c. om te zetten in onzelfstandige woonruimten d. te verbouwen tot twee of meer zelfstandige woonruimten.

pagina

1/6

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de woonruimte gedeeltelijk wordt onttrokken ten behoeve van hospitaverhuur.

Artikel III Artikel 5:2, tweede lid, onderdeel c komt te luiden: c. de gegevens over de bestaande situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten: I. de huidige huur- en/of koopprijs; II. het aantal kamers; III. de gebruiksoppervlakte zoals benoemd in het Bouwbesluit; IV. de woonlaag waarop de woonruimte is gelegen en V. de staat van onderhoud; Artikel IV Artikel 5:3, eerste lid, onder b komt te luiden: b. ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat van de woonruimte dan wel de omgeving van de woonruimte, waar de aanvraag betrekking op heeft; Artikel V Artikel 5:4, aanhef, onderdelen a, d en e komen respectievelijk te luiden: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang (volkshuisvestelijke toets); d. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand (leefbaarheidstoets); e.

in strijd is met de bepalingen uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan, de beheersverordening, het omgevingsplan of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan, de beheersverordening of het omgevingsplan, of Artikel VI Onder vernummering van de artikelen 5:5 tot en met 5:12 tot 5:6 tot en met 5:13 wordt een nieuw artikel 5:5 ingevoegd luidende: Artikel 5:5 Aanvullende weigeringsgronden onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming Een vergunning, als bedoeld in artikel 5:1, eerste lid, a tot en met c, wordt geweigerd indien de aanvraag gaat over een woonruimte die behoort tot de volgende schaarse segmenten: a. woonruimten met een huurprijs tot en met de huurprijsgrens; b. woonruimten van het woningtype appartement; c. woonruimten in de koopsector met een WOZ-waarde lager dan de jaarlijks geïndexeerde Nationale Hypotheek Garantie (prijspeil 2022, €355.000). Artikel VII Artikel 5:6 (nieuw), tweede lid, komt te luiden: 2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste zes weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. Artikel VIII Artikel 5:8 (nieuw) komt te luiden: 1.

Het is verboden om een recht op een gebouw, zoals benoemd in bijlage IV van deze verordening, zonder vergunning van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014 (kadastraal) te splitsen in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek indien één of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte. 2. Het eerste lid is niet van toepassing wanneer direct na realisatie conform de verleende omgevingsvergunning het gebouw wordt gesplitst in appartementen. Artikel IX Artikel 5:9 (nieuw), tweede lid, onder b, d en e komen respectievelijk te luiden:

pagina

2/6

b. de gegevens over de bestaande situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten: I. de huidige huur- en/of koopprijs; II. het aantal kamers; III. de gebruiksoppervlakte zoals benoemd in het Bouwbesluit; IV. de woonlaag waarop de woonruimte is gelegen en V. de staat van onderhoud. d.

e.

indien burgemeester en wethouders daarom verzoeken, moet een taxatierapport worden overgelegd betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelte van het gebouw, opgemaakt door een beëdigd taxateur; indien burgemeester en wethouders daartoe verzoeken, moet een beschrijving en een beoordeling worden overgelegd, die inzicht geeft in de onderhoudstoestand van het gebouw en de maximale huurprijzen van de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten;

Artikel X In artikel 5:10 (nieuw) vervallen de onderdelen b en c. Artikel XI Artikel 5:11 (nieuw), aanhef, onderdeel d komt te luiden: d. in strijd is met de bepalingen uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan, de beheersverordening, het omgevingsplan of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan, de beheersverordening of het omgevingsplan of Artikel XII Artikel 5:12 (nieuw), tweede lid, komt te luiden: Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste zes weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. Artikel XIII Na artikel 5:13 (nieuw) worden de volgende artikelen ingevoegd: Artikel 5:14 Woonruimten met een registratieplicht 1. Artikel 23a van de Huisvestingswet 2014 is van toepassing op alle zelfstandige woonruimten en de daarin gelegen wooneenheden behorend tot een gebouw gelegen in Pijnacker-Nootdorp. 2. De in het eerste lid aangewezen woonruimten mogen niet voor toeristische verhuur worden aangeboden zonder het registratienummer van die woonruimte te vermelden bij iedere aanbieding van die woonruimte voor toeristische verhuur. 3.

Een registratienummer als bedoeld in het tweede lid wordt aangevraagd door degene die een woonruimte aanbiedt voor toeristische verhuur door middel van een daartoe door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. Artikel 5:15 Begripsbepalingen 1. In dit hoofdstuk worden de volgende vormen van toeristische verhuur van woonruimte onderscheiden: a. toeristische woningverhuur kort: toeristisch verhuren van een zelfstandige woonruimte voor een periode van hoogstens een maand; b. toeristische woningverhuur lang: toeristisch verhuren van een zelfstandige woonruimte voor een periode van meer dan een maand maar niet meer dan zes maanden; c. tweede woning: verhuren van een zelfstandige woonruimte voor een periode van meer dan zes maanden aan iemand die zijn hoofdverblijf elders heeft en daar als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen; d. toeristische kamerverhuur kort: toeristisch verhuren van een deel van een woonruimte voor een periode van hoogstens een maand waarbij de hoofdbewoner in het overige deel verblijft; e. toeristische kamerverhuur lang: toeristisch verhuren van een deel van een woonruimte voor een periode van meer dan een maand waarbij de hoofdbewoner in het overige deel verblijft. 2. Het vorige lid is niet van toepassing op recreatiewoningen en woonruimte met de functie bed and breakfast

pagina

3/6

Artikel 5:16 Nachtencriterium woonruimten met registratieplicht 1. De in artikel 5:14, eerste lid, aangewezen woonruimten mogen niet meer dan dertig nachten per kalenderjaar in gebruik worden gegeven voor toeristische verhuur. 2. Het is verboden om de in artikel 5:14 aangewezen woonruimten in gebruik te geven voor toeristische verhuur zonder iedere verhuring en het aantal nachten vooraf te melden bij burgemeester en wethouders. 3. De in het tweede lid genoemde melding wordt gedaan door degene die de woonruimte in gebruik geeft voor toeristische verhuur. Artikel 5:17 Vergunningplicht toeristische verhuur 1. De in artikel 5:14, eerste lid, aangewezen woonruimten mogen niet zonder vergunning in gebruik worden gegeven voor toeristische verhuur. 2. De in het eerste lid genoemde vergunning kan uitsluitend worden afgegeven voor de maximale duur van drie jaar. 3. De vergunning vervalt op het moment dat de vergunninghouder niet langer diens hoofdverblijf in de woning heeft. Artikel 5:18 Voorwaarden en voorschriften toeristische verhuur ten behoeve van vakantieverhuur 1. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 5:17, eerste lid worden de volgende voorwaarden verbonden: a. de aanvrager heeft een geldig registratienummer voor het adres waar de aanvraag op toeziet, zoals bedoeld in artikel 5:14 en vermeldt dit nummer bij de aanvraag; b.

de aanvrager heeft op het adres van de woonruimte waar de aanvraag op toeziet diens hoofdverblijf; c. de aanvrager is degene die de woonruimte in gebruik geeft voor toeristische verhuur. 2. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 5:17 eerste lid worden de volgende voorschriften verbonden: a. de woning waarop de aanvraag toeziet kan slechts verhuurd worden voor het in artikel 5:16, eerste lid genoemde aantal nachten per kalenderjaar; b. de aanvrager meldt van tevoren iedere verhuring voor toeristische verhuur inclusief het aantal nachten van die verhuring; c. per woonruimte kan ten alle tijden slechts één toeristische verhuurvergunning van toepassing zijn; d. het in gebruik geven van de woonruimte voor toeristische verhuur leidt niet tot overlast; e. In het kader van de leefbaarheid wordt aan niet meer dan zes personen (bij een kadastraal woonoppervlak van minder dan 200 m²) of niet meer dan acht personen (bij een kadastraal woonoppervlak van meer dan 200 m²) per nacht onderdak verleend; f. de aanvrager verstrekt informatie aan de huurder over de wijze waarop vuilnis afgevoerd wordt; g. de vergunning is persoonsgebonden en geldig voor het adres waarop de aanvraag toeziet en kan niet worden overgedragen. Artikel 5:19 Weigeringsgronden toeristische verhuur Een vergunning als bedoeld in artikel 5:17, eerste lid wordt geweigerd als: a.

het verlenen van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand; b. naar het oordeel van burgemeester en wethouders een negatief oordeel uit een Bibob-toets voortvloeit ten aanzien van het verlenen van de vergunning; c. een omgevingsvergunning ten behoeve van Bed & Breakfast is verleend voor de woonruimte waarop de aanvraag toeziet; d. er al een vergunning voor toeristische verhuur is verleend voor de zelfstandige woonruimte met de daarin gelegen wooneenheden waarop de aanvraag toeziet; e. er eerder in hetzelfde kalenderjaar voor dezelfde woonruimte als waar de aanvraag op toeziet, een vergunning voor toeristische verhuur van de aanvrager op grond van artikel 5:18 is ingetrokken; f. er op het adres van de woonruimte waarop de aanvraag toeziet meerdere huishoudens ingeschreven staan in de BRP; g. er op de woonruimte waarop de aanvraag toeziet een ontheffing op artikel 5:17 met een nog geldige termijn is verleend. Artikel 5:20 Intrekken vergunning toeristische verhuur Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 5:17, eerste lid intrekken indien:

pagina

4/6

a. die vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; b. de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 5:18 niet worden nageleefd; de houder van die vergunning daartoe verzoekt. Artikel XIV Artikel 7:2, eerste lid, komt te luiden: 1. Voor overtreding van de verboden van artikelen 8, 21 of 22, 23 a tot en met c van de Huisvestingswet 2014, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in Artikel 26 van de Huisvestingswet 2014, kunnen burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen. Artikel XV Bijlage V komt als volgt te luiden:

Bijlage V: bestuurlijke boetes als bedoeld in artikel 7:3, vierde lid, van deze verordening. Overtreding

1e keer

Recidive

Artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014:

€ 405

€ 405

€ 5.000 € 10.250

€ 10.250 € 20.250

€ 5.000 € 10.250

€ 10.250 € 20.250

Art. 23a, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014:

€ 500

1.000

Art. 23b, eerste lid, Huisvestingswet 2014;

€ 5.000

10.000

Art. 23b, tweede lid, Huisvestingswet 2014;

€ 500

1.000

€ 5.000 € 10.250

€ 10.250 € 20.250

(artikel 2:2, lid 1 van deze verordening)

Artikel 8, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014: (artikel 2:2, lid 2 van deze verordening)

- niet-bedrijfsmatige exploitatie· - bedrijfsmatige exploitatie Artikel 21, eerste lid en artikel 22, eerste lid van de Huisvestingswet 2014: (artikel 5.1 en 5.8 van deze verordening)

- niet-bedrijfsmatige exploitatie· - bedrijfmatige exploitatie

Handelen in strijd met voorwaarden en voorschriften als bedoeld in artikel 26 van de Huisvestingswet 2014: (artikel 5.7 en 5.13 van deze verordening)

- niet-bedrijfsmatige exploitatie - bedrijfsmatige exploitatie Toelichting

Recidive Van recidive is sprake indien binnen vijf jaar na beëindiging van een overtreding van een bepaald artikel opnieuw dezelfde overtreding van hetzelfde artikel wordt begaan. Onderscheid niet-bedrijfsmatige exploitatie en bedrijfsmatige exploitatie Van een bedrijfsmatige exploitatie is in de volgende gevallen sprake: 1. De overtreder verhuurt aantoonbaar meerdere woonruimten. Uit de omvang van de exploitatie blijkt het bedrijfsmatige aspect. Iemand die zich bedrijfsmatig bezig houdt met exploitatie behoort de regelgeving te kennen. 2. De overtreder houdt zich beroepsmatig bezig met regelgeving omtrent huisvesting en exploitatie van onroerend goed. Hieronder vallen in ieder geval: vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus en bedrijven die zich bezig houden met huisvesting van hun eigen

pagina

5/6

werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder. 3. Uit de omvang van onzelfstandige bewoning kan ook een bedrijfsmatig karakter van de exploitatie blijken: bij meer dan vier personen, kan dit aangemerkt worden als kamerverhuur in de zin van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken. De exploitant dient bij een exploitatie van die omvang ook te zorgen voor een brandveilig gebruik en op de hoogte te zijn van de overige regelgeving. 4. Onttrekking van woonruimte is enkel bedrijfsmatig indien dit vanuit commercieel oogpunt plaatsvindt. Onttrekking in het kader van het voeren van een bedrijf (opslag supermarkt, meelsilo voor een bakkerij, of een logiesfunctie), maar ook het in gebruik hebben van woonruimte met een hennepkwekerij, is als een onttrekking vanuit commercieel oogpunt te beschouwen. 5. Samenvoeging van een woonruimte is niet bedrijfsmatig, tenzij de overtreder zich beroepsmatig bezig houdt met huisvesting en exploitatie van onroerend goed. Hieronder vallen in ieder geval: vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus en bedrijven die zich bezig houden met huisvesting van hun eigen werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder.

Artikel XVI Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Verordening tot eerste herziening van de Huisvestingsverordening 2019 en treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 20 oktober 2022.

Arjen van der Lugt griffier

pagina

6/6

Björn Lugthart voorzitter

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11826976/1