CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsakkoord op hoofdlijnen 'Bouwen aan de toekomst' 2022-2026 (ondertekend)

Raad Besluitvorming 15 juni 2022, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Raadsakkoord op hoofdlijnen ‘Bouwen aan de toekomst’6.097 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

haer

IE ia BT

nennen heere nd

1

Inleiding

2

Verbonden met elkaar

nnn

//

E ee

e Karakteristieke woon- en leefomgeving met een evenwichtige woningvoorraad e Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat met ruimte voor lokaal & nieuw ondernemerschap e Lokaal en regionaal sterk verbonden, gericht op schoon vervoer e Onderscheidend groen in en om de kernen, aantrekkelijk voor mens en dier 3

De inwoner centraal e Juiste onderwijsvoorzieningen waar jongeren en

volwassenen zich kunnen ontwikkelen

e Vrij toegankelijke voorzieningen voor iedereen die bijdragen aan de ontwikkeling, participatie en zelfredzaamheid van inwoners e Persoonsgebonden voorzieningen voor inwoners die het (tijdelijk) nodig hebben om deel te kunnen (blijven) nemen aan de samenleving 4

Veerkrachtige leefomgeving, veilig en duurzaam voor mensen, planten en dieren

5

Bestuur & dienstverlening

6

Financieel waakzaam

7

Samenstelling college van burgemeester en wethouders

Inleiding Voor de derde termijn op rij werken raad en college van de gemeente Pijnacker-Nootdorp de komende vier jaar samen vanuit een breed gedragen raadsakkoord op hoofdlijnen. Het akkoord 2022-2026 is tot stand gekomen met medewerking van acht van de negen fracties in de gemeenteraad. Wij van Eerlijk Alternatief, D66, VVD, Progressief Pijnacker-Nootdorp, CDA, TROTS, PvdD en CU/SGP benoemen in dit akkoord de kernvraagstukken waarvoor Pijnacker-Nootdorp op dit moment staat, geven de richting aan waarin de oplossingen gezocht moeten worden en beschrijven hoe voor de gekozen aanpak draagvlak zal worden bevorderd in de samenleving. De afgelopen twee bestuursperiodes stonden voornamelijk in het teken van het herkennen, erkennen en anticiperen op grote maatschappelijke veranderingen en crises. In antwoord op onder meer de transities in het sociaal domein, de energietransitie, de naderende inwerking-

treding van de omgevingswet en de coronacrisis hebben raad en college samen met inwoners en ondernemers de afgelopen jaren veel nieuw beleid geformuleerd en vertaald in meerdere uitvoeringsplannen. Wij denken daarbij onder andere aan de Omgevingsvisie, het Programma Water en Klimaat, het Energietransitieplan, het Interventieplan sociaal domein en de coronasteunmaatregelen. De komende tijd willen we onze inzet vooral richten op de realisatie van al deze mooie plannen in tastbare resultaten voor onze inwoners en ondernemers. De resultaten van onze inspanning zullen buiten vooral zichtbaar worden in leefbare woonwijken, onderwijs-, sport- en cultuurvoorzieningen, nieuwe woningen, bedrijfsgebouwen, duurzaamheidsmaatregelen, klimaataanpak en het weidevogelkerngebied. Daarnaast zullen we met elkaar antwoorden moeten vinden op nieuwe vraagstukken die zich aandienen zoals de krapte op de woningmarkt, het tekort aan arbeidskrachten, veranderend consumentengedrag, bodemdaling, ondermijning, discriminatie, vergrijzing, kansenongelijkheid enzovoort. In reactie op deze en andere ontwikkelingen geven we in dit akkoord het college daarom onder andere opdracht voor een grootschalige actualisatie van de visie op het sociaal domein, de economisch visie, cultuur, parkeren en groen.

Ondertussen zullen de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne nog wel enig tijd hun doorwerking hebben in ons beleid en de praktische uitvoering daarvan. Met andere woorden, er staat ons de komende vier jaar weer genoeg te doen en wij zien dan ook alle aanleiding om er de komende jaren samen met het college en onze inwoners en ondernemers opnieuw de schouders onder te zetten. In dit akkoord beschrijven we onze ambities binnen het ruimtelijk domein en binnen het sociaal domein. Daarnaast hebben we onze doelstellingen geformuleerd en per begrotingsprogramma afspraken gemaakt voor de komende vier jaar met opdrachten aan het college. We geven daarbij kaders mee vanuit veiligheid en duurzaamheid en hebben spelregels vastgelegd bij onze overheidsfinanciën. Tot slot hebben we onze invulling gegeven aan de thema’s bestuur en dienstverlening en de afspraak gemaakt op korte termijn met het college in dialoog te gaan om te bespreken hoe raad en college de komende bestuursperiode met elkaar willen omgaan en hierover met elkaar werkafspraken te maken. Onze opdracht aan het college is de ambities en afspraken uit het Raadsakkoord 2022-2026 uit te werken in een Uitvoeringsagenda voor de periode 2022-2026, inclusief financiële onderbouwing. Dit met in ieder geval een toelichting op onze inzet binnen zowel het ruimtelijk domein als het sociaal domein en per begrotingsprogramma een actieagenda.

Ook willen we een beschrijving wat we daarmee binnen het programma de komende bestuursperiode willen bereiken.

Verbonden met elkaar Onze ambities binnen het Ruimtelijk Domein Pijnacker-Nootdorp is en blijft een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente. Inwoners van jong tot oud kunnen hier prettig en veilig wonen, ondernemers kunnen hun bedrijf uitoefenen en bezoekers komen graag wandelen en fietsen in ons groene buitengebied. De hoge woonkwaliteit, het groen in en om de kernen en de goede verbindingen willen we behouden en zullen we waar nodig versterken, bijvoorbeeld met ontmoetingsplekken in iedere wijk en de koppeling van wonen en welzijn. Een groene en dorpse sfeer die we niet alleen herkennen in het ruimtelijk domein maar ook terugzien in de hechte gemeenschap, het verenigingsleven en andere sociale, economische en ecologische structuren die nauw met elkaar zijn verbonden.

Inwoners van

jong tot oud kunnen hier prettig en

veilig wonen.

De Omgevingsvisie ‘Verbonden met elkaar’ -vastgesteld in november 2021- zien wij als het belangrijkste strategische beleidsdocument voor de komende jaren, om sturing te geven aan de ontwikkelingen binnen het ruimtelijk domein. Onze omgevingsvisie staat in het teken van het zoeken naar verbinding met als doel het geheel sterker en duurzamer te maken. Verbinding met de regio, haar (stedelijke) voorzieningen, werkgelegenheid en de uitwisseling van kennis & innovatie. Verbinding tussen inwoners en hun leefomgeving, met de zorg voor elkaar, samen zijn en samen bewegen. De verbinding tussen gebieden en functies, onze kernen met het groen, de glastuinbouw met de energietransitie en wonen met werken. We streven naar gebieden en functies die optimaal gebruik maken van de kansen om elkaar te versterken, waarbij we oog hebben voor de belangen van mens, dier en natuur. Aangestuurd door het ‘Programmaplan Omgevingswet’ maken we maximaal gebruik van de instrumenten, bevoegdheden en processen die de Omgevingswet biedt. Het omgevingsprogramma is na de omgevingsvisie één van de volgende kerninstrumenten in de Omgevingswet. Het college heeft de opdracht om onze omgevingsvisie uit te werken in een samenhangende structuur van omgevingsprogramma’s en daarbij prioriteit te geven aan het Omgevingsprogramma ‘Groen in en om

de kernen’, De raad is nauw betrokken bij de totstandkoming van het omgevingsprogramma, dat wordt vastgesteld door het college. De raad stelt vooraf een kaderstellende notitie vast en moet instemmen met de eventuele financiële gevolgen. Inwoners, ondernemers, belangengroepen, uitvoerders en overheidspartijen worden bij het proces betrokken via meerdere participatierondes en een formeel inspraaktraject. Na het Omgevingsprogramma ‘Groen in en om de kernen’ gaan we verder met een omgevingsprogramma voor het (oostelijk) glastuinbouwgebied.

1

C

e woon- en leefon een

e

b4

evenwich tige WOnIngVOoOrI

Onze afspraken bij het Programma Wonen We willen dat mensen zich hier kunnen vestigen en dat inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen. In ons streven naar een karakteristieke woon- en leefomgeving met een evenwichtige woningvoorraad, gaan we daarom verder met het ontwikkelen van nieuwe woningen. We doen dit op basis van de vastgestelde Woonvisie 20202030, met blijvende aandacht voor betaalbare en sociale woningen. We maken daarbij onderscheid naar starters, doorstromers, jongeren, ouderen en zorgbehoevenden. Het college stelt samen met de raad een woon-zorg visie op. Deze visie biedt ruimte voor kleinschalige wooninitiatieven en coöperatieve vormen van wonen, bijvoorbeeld op het gebied van mantelzorg. Bovendien stellen we een beleidsnota huisvesting arbeidsmigranten vast.

Om de doorstroming te bevorderen denken we niet langer alleen in eengezinswoningen maar geven we het college ook de opdracht om opzoek te gaan naar alternatieve woonvormen zoals flexwoningen en nieuwe regelgeving, zowel bij de nieuwbouw als ook in de bestaande woningvoorraad. Daarbij vragen we het college om ook te kijken wat

flexwoningen kunnen doen voor starters en spoedzoekers. Het college krijgt bovendien de opdracht om maximaal gebruik te maken van de

mogelijkheid om woningen aan onze eigen inwoners toe te wijzen, een opkoopbescherming in te voeren in wijken waar de woningnood het hoogst is en een anti-speculatiebeding te gaan hanteren bij nieuwbouw. Nieuwe woningen bouwen we nog op de huidige ontwikkellocaties Centrumlijn, Tuindershof, Keijzershof en De Scheg en in de vier zogenaamde wvg-gebieden Dwarskade, Overgauw, Balijade en Rijskade,

waar wij ook ruimte zien voor werken aan huis en voor uitbreiding van

ons groen, bijvoorbeeld met een zogeheten ‘tiny forest’. Daarnaast willen we de mogelijkheden van inbreidingslocaties en het gebruik van leegstaande gebouwen voor wonen in onze kernen niet onbenut laten. Ook al zullen daar mogelijk dilemma's ontstaan, bijvoorbeeld tussen de wens om meer groen in de kernen enerzijds en de aanpak van de krapte op de woningmarkt anderzijds. Mocht de situatie zich voordoen dan vragen wij het college de raad mee te nemen in initiatieven van inwoners en ondernemers om daar samen met het college over in dialoog te gaan.

Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat met ruimte voor lokaal & nieuw ondernemerschap Onze afspraken bij het Programma Economie en Glastuinbouw Ondernemers hebben een belangrijke rol als het gaat om innovaties

s de juiste

en een circulaire economie. We streven daarom naar een aantrek-

economische 5

Pats

ies

Î

r

kelijk economisch vestigingsklimaat met ruimte voor lokaal en nieuw ondernemerschap. Belangrijke sectoren voor Pijnacker-Nootdorp zijn en blijven detailhandel, zakelijke dienstverlening en de glastuinbouw, als onderdeel van de Greenport West-Holland. In deze sectoren hebben

we een meerwaarde voor de regio en zijn we niet in concurrentie. Ons

doel is de juiste economische functie op de juiste plek.

Bedrijvigheid en werkgelegenheid zijn voorwaarden voor een goed functionerende samenleving en een zelfredzame gemeenschap. Samen met ondernemers spannen wij ons in om uitkeringsgerechtigden en

mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt op weg te helpen naar werk. Daarbij zetten we de samenwerking tussen het onderwijs en het bedrijfsleven in de regio Oostland voort.

Een gezonde arbeidsmarkt maken wij mogelijk door de kwaliteit van de bestaande economische gebieden te verbeteren. Dat betekent dat de bedrijventerreinen, de centra en de glastuinbouwgebieden er anders uit komen te zien. Bedrijventerreinen zullen verder verduurzamen en vergroenen waarmee we nieuwe en aanvullende bedrijven willen aantrekken in nieuwe sectoren. In de centra is meer ruimte voor menging van commerciële, maatschappelijke en culturele functies met wonen. Voor de duurzame glastuinbouwgebieden zullen herstructurering en innovaties leiden tot ruimtelijke optimalisatie waardoor ruimte ontstaat voor verduurzaming, transformatie, maar wellicht ook juist economische groei van de sector zelf. De economie is duidelijk in transitie en heeft te maken met grote veranderingen. In deze bestuursperiode actualiseren we de Economische visie, inclusief digitaliseringsstrategie, waarbij aandacht is voor duurzaamheid, circulariteit en de balans tussen werk en vrije tijd. Daarbij hebben de lokale economie en ondernemers te maken met de gevolgen van de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne en daarmee samenhangende inflatie, tekorten en veranderend consumentengedrag. Dit vraagt om economische vernieuwing, die nu maar langzaam op gang komt.

Lokaal en regionaal sterk verbonden, gericht op schoon vervoer Onze afspraken bij het Programma Mobiliteit We willen dat Pijnacker-Nootdorp een verkeersveilige gemeente is, met goed bereikbare voorzieningen, efficiënt openbaar vervoer en een zorgvuldig beheerde openbare ruimte waarin zoveel als mogelijk gebruik wordt gemaakt van schoon vervoer. Met drie dorpskernen en een relatief groot grondoppervlak, liggen voorzieningen vaak verspreid door de gemeente of verder weg in de regio. We zorgen ervoor dat de verkeersveiligheid en bereikbaarheid op peil zijn.

Toegankelijk en bruikbaar openbaar vervoer, ook ’s-avonds, 's-nachts en in het weekend is een voorwaarde in de verbinding met de regio en tussen de kernen, evenals de inzet van de regiotaxi en de beschikbaarheid van de buurtbus. Bovendien zijn goed ingerichte en duurzaam onderhouden fiets- en autoverbindingen, zowel binnen als buiten onze gemeentegrenzen, belangrijk om snel en veilig bij voorzieningen en op het werk te komen. Daar horen ook genoeg oplaadpunten voor de auto en de fiets bij, aandacht voor deelmobiliteit, evenals voldoende parkeervoorzieningen. Daarvoor geven we het college de opdracht om te komen tot herijking van het huidige parkeerbeleid.

Onderscheidend groen in en om de kernen, aantrekkelijk voor mens en dier Het groen in en om

Onze afspraken bij het Programma Groen en Recreatie

de kernen heeft een belangrijke functie voor flora en fauna, de natuur, recreatie

Pijnacker-Nootdorp is een aantrekkelijke gemeente met veel onderscheidend groen, zowel in de kernen als in het buitengebied. Samen vormen deze gebieden een natuurnetwerk dat verbonden is met een regionaal geheel van groengebieden zoals het ‘Regiopark Buytenhout’ en het ‘Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland’.

en onze economie.

Het groen in en om de kernen heeft een belangrijke functie voor flora

en fauna, de natuur, recreatie en onze economie. Door de variatie aan

leefgebieden levert het groen in en om de kernen een grote bijdrage aan de biodiversiteit. Veel verschillende soorten planten en dieren zorgen voor een grotere veerkracht van de natuur. Daarnaast heeft de natuur een positief effect op de gezondheid van de mens. Zowel binnen als buiten de kernen vinden wij behoud en ontwikkeling van toegankelijk openbaar groen belangrijk. Kwalitatief ingericht en goed onderhouden groen, met voldoende ontmoetingsplekken en wandelpaden is bovendien van waarde voor de identiteit en herkenbaarheid van een wijk. Het maakt de omgeving aantrekkelijk en levendig en brengt mensen in beweging.

We zetten in op het behouden en verder ontwikkelen van ons onderscheidend groen, vergroten van de biodiversiteit, aanleggen van ecologische verbindingen en versterken van de natuur. Om van die natuur te genieten moeten er meer zit- en ontmoetingsplekken en goed begaanbare paden worden gecreëerd, zodat het voor iedereen mogelijk is om er even uit te zijn. Het college heeft de opdracht om een Omgevingsprogramma ‘Groen in en om de kernen’ op te stellen en nog dit jaar te beginnen met de inrichting van het Weidevogelkerngebied van ruim 110 hectare in de Zuidpolder van Delfgauw, waarbij we -ook voor het beheer en onderhoud- samenwerken met lokale agrariërs. Het Omgevingsprogramma ‘Groen in en om de kernen’ wordt een nadere uitwerking van doelstellingen op het gebied van natuur, recreatie, gezondheid, spelen, openbaar groen en dierenwelzijn. Hierin is onder meer aandacht voor de benodigde verbetering van de lucht- en waterkwaliteit, een gezond ecosysteem en biodiversiteit, maar ook voor het beperken van de gevolgen van extreme weersomstandigheden en de overlast van veelal niet inheemse soorten planten en dieren. Het omgevingsprogramma geeft richting aan vergroening van de openbare ruimte en particuliere gronden, natuurinclusief bouwen en goed toegankelijke beweegvriendelijke buitenruimten.

Het programma biedt tevens kaders waarbinnen economische activiteiten op het gebied van sport, recreatie en horeca in de buitengebieden worden afgewogen. Er is in onze gemeente niet alleen oog voor het welzijn van mensen, maar ook voor het welzijn van dieren. We geven het college de opdracht om de Dierenwelzijnsnota 2018-2022 te evalueren en actualiseren en indien nodig een nieuw uitvoeringsplan op te stellen. De weersomstandigheden veranderen en worden steeds extremer: extreme hitte, regenval en wateroverlast en langdurige droogte komen steeds vaker voor. Pijnacker-Nootdorp heeft een groot en groen buitengebied, waarin veel weidedieren verblijven. Om hun welzijn te verbeteren wordt een beleidskader voor schuilmogelijkheden voor weidedieren nader uitgewerkt, zodat weidedieren bij extreme weersomstandigheden de mogelijkheid hebben om te kunnen schuilen.

10

De inwoner centraal Onze ambities binnen het sociaal domein Pijnacker-Nootdorp is een krachtige gemeenschap met overwegend zelfredzame inwoners. Een gemeenschap die zonder steun goed functioneert, die door sterke maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en mantelzorgers bij elkaar wordt gehouden en waarin de gemeente zorgt voor een doelmatige vangnetvoorziening voor wie het echt nodig heeft. We stellen de inwoner centraal en beseffen dat zelfredzaamheid niet voor iedereen haalbaar is. De maatschappij kan voor mensen te complex zijn waardoor langdurige hulp nodig kan zijn. We zijn een open en betrokken (lokale) overheid, we hanteren de menselijke maat, we zijn praktisch, wendbaar, benaderbaar en toegankelijk. Systemen zijn niet leidend en we gaan uit van de goede intenties van onze inwoners. We werken zoveel mogelijk uniform en normaliseren onze werkwijzen, maar soms is maatwerk nodig om de juiste zorg en ondersteuning te kunnen bieden. In 2015 begon de transformatie van het sociaal domein met de decentralisaties in de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wmo. Sindsdien is deze transformatie niet meer opgehouden en werden we geconfronteerd met stijgende zorgkosten door een sterke toename van de vraag, stijgende lonen & prijzen en onvoldoende grip op de toegang bij jeugd.

Met het interventieplan ‘Grip op het sociaal domein’ is het ons gelukt de kostenstijgingen te beteugelen en zijn we ons meer en meer gaan richten op passende oplossingen en voorzieningen. Bijvoorbeeld door de inzet van praktijkondersteuners bij huisartsen. En door samenwerking tussen de kernteams en professionele hulpverleners op het gebied van jeugd & gezin, waarbij zij in de kernen spreekuren houden en samenwerken aan hulpvragen. Het succes van het interventieplan op de kostenbeheersing en versterking en verbetering van de kwaliteit, zijn voor ons aanleiding om voor ons hele sociaal beleid over de volle breedte van het sociaal domein een nieuwe stip op de horizon te zetten. Blijvende veranderingen en opgaven binnen het sociaal domein dwingen ons om (opnieuw) nate denken over bijvoorbeeld preventie, vroegsignalering, maatwerk, de inzet van de integrale aanpak van welzijns- en vrijwilligersorganisaties en het uitwerken van de Wmo-hulpmiddelen in eigen beheer. Daarbij komen de ontstane psychologische schade bij de jeugd door de coronacrisis en de sterke vergrijzing van onze bevolking. Dit zorgt de komende decennia voor een sterke toename van de behoefte aan zorg en ondersteuning in wijk, buurt en kern.

n

We geven het college daarom de opdracht om binnen nu en twee jaar met een nieuw visiedocument voor het sociaal domein te komen. De zorg en ondersteuning dient zich in het nieuwe visiedocument met name te richten op mensen met psychologische problemen, jongeren, ouderen, mantelzorgers, vrijwilligers en mensen uit de LHBTIQ+ gemeenschap. Belangrijke (nieuwe) thema’s die daarbij aan de orde moeten komen zijn in ieder geval het vergroten van bestaanszekerheid, (kinder)armoedebeleid, sociale cohesie, kansengelijkheid, inclusie, antidiscriminatie, vluchtelingenbeleid, ondersteuning van gezinnen (Één plan, één gezin), dementie, normaliseren, respijtzorg en positieve gezondheid. In dit concept wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. In het kader van een datagedreven sociaal domein hoort bij een nieuw visiedocument ook een betere informatievoorziening naar de raad; dit wordt als extra opdracht aan het college meegegeven.

Juiste onderwijsvoorzieningen waar jongeren

en volwassenen zich kunnen ontwikkelen

Onze afspraken bij het Programma Onderwijs We willen dat jongeren naar school gaan en dat ze daarbij begeleiding en -als dat nodig is- professionele hulp krijgen. We zorgen ervoor dat er basisvoorzieningen zijn waar jongeren zich in hun eigen woon- en leefomgeving zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Scholen en kinderopvangorganisaties, samenwerkend in integrale kindcentra (IKC’s), maar ook maatschappelijke (netwerk)organisaties helpen ouders en jongeren bij vragen over opvoeden en opgroeien. leder kind doet ertoe.

Wij willen ook la

harteummimltatsaal

de

Dbasisvaardighed

tuil volo ze ontwikkelen en

versterken. r

de

Pp

We blijven ons ook inzetten op het bieden van kwalitatief goede educatie voor volwassenen, waarbij we zoveel als mogelijk gebruik maken van lokale partners zoals Taalhuis. Wij willen ook voor volwassenen de basisvaardigheden ontwikkelen en versterken. Dit zijn taal, rekenen, digitale vaardigheden en sociale vaardigheden. De komende tijd staat daarnaast nog in het teken van de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en het realiseren van een passend onderwijsaanbod. Daarbij hoort ook het goed uitvoeren van de nieuwe Wet inburgering en de juiste begeleiding van vluchtelingen. In 2019 is het ‘IKC Uitvoeringsprogramma 2018-2024’ vastgesteld. Het IKC Uitvoeringsprogramma wordt dit jaar geactualiseerd en opge-

nomen in het volgend jaar vast te stellen Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHPO) 2023. Het IKC huisvestingsbeleid is daarmee actueel. Ondertussen vinden wij een tussentijdse evaluatie en actualisatie van het ingezette pedagogisch IKC-beleid op basis van input van partners gewenst. Er is een start gemaakt met het opmaken van een ‘tussen-

balans’. Alle schoolbesturen en grote kinderopvangaanbieders die een rol hebben bij ons IKC-beleid zijn hierbij betrokken. Het college heeft de opdracht om de uitkomsten van de tussenevaluatie met de raad te delen. Voor het vervolg geven wij het college de opdracht om een eindevaluatie van ons IKC-beleid op te stellen met een voorstel voor actualisatie van het pedagogisch beleid vanaf halverwege deze bestuursperiode, met een uitvoeringsprogramma dat doorloopt tot minimaal het einde van deze bestuursperiode.

Vrij toegankelijke voorzieningen voor iedereen die bijdragen aan de ontwikkeling, participatie en zelfredzaamheid van inwoners Onze afspraken bij het Programma Collectieve Voorzieningen We streven ernaar dat zoveel mogelijk inwoners zelfstandig kunnen meedoen in de samenleving, zich daarin kunnen ontwikkelen en zich inzetten voor de medemens en de maatschappij. Ons uitgangspunt is dat collectieve voorzieningen aansluiten op de mogelijkheden van

mensen en de toestroom naar individuele ondersteuning beperken. Met het faciliteren van culturele en sportieve voorzieningen en activiteiten en het investeren daarin, dragen we bij aan ontmoeting en verbinding, waardoor inwoners kunnen meedoen aan de samenleving en daaraan ook een bijdrage kunnen leveren. Collectieve voorzieningen zijn van belang voor preventie, het vroeg signaleren van problemen en het benutten van de eigen mogelijkheden van inwoners. Op die manier ontstaat een financieel beheersbaar sociaal domein, waarin de meest kwetsbare inwoners geholpen kunnen worden. Onze gemeente is in het algemeen een ‘gezonde’ gemeente. Er zijn

wel een aantal kwetsbare doelgroepen die aandacht vragen, zoals kwetsbare ouderen en jongeren, mensen met psychische problematiek en inwoners met meerdere chronische ziekten. In 2020 is het Lokaal Gezondheidsbeleid (LGB) 2020-2024 vastgesteld met preventieve maatregelen op het gebied van gezondheid in afstemming met de GGD. Dit jaar verwachten wij de nieuwe kernboodschappen van de GGD bij het LGB. Het college heeft de opdracht om de raad over de voortgang te rapporteren en op basis van de nieuwe kernboodschappen te bepalen welke nieuwe activiteiten we eventueel gaan opzetten. Wij vinden het daarbij belangrijk dat het concept ‘Positieve Gezondheid’ hierin een prominente plek krijgt. Naast het LGB hebben we met ruim dertig regiopartners het Lokaal Preventieakkoord (LPA) 2021-2023 opgesteld. In deze bestuursperiode continueren we de aanpak vanuit het LPA. Gedurende de looptijd voeren we samen met de partners activiteiten uit ter bevordering van een gezonde leefstijl, tegengaan van overgewicht, preventie

van genotsmiddelengebruik, stimuleren van rookvrije omgevingen, gezonde school- en sportkantines en het bestrijden van eenzaamheid. Bij de uitvoering werken we nauw samen met de partners van het Lokaal Sportakkoord en waar mogelijk stemmen we de activiteiten op elkaar af. In het Lokaal Sportakkoord gaat het om een sluitend aanbod en samenwerking tussen sport, onderwijs en kinderopvang. Het sportakkoord en het preventieakkoord houden we zo veel als mogelijk actueel.

Realiseren van een Sociaal Cultureel Centrum op

de voormalige Rabobanklocatie in Pijnacker.

Er wordt een aantal ontmoetingsplekken gecreëerd waar jongeren in hun eigen sfeer met elkaar kunnen chillen zonder hinder te ondervinden van, of te geven aan, omwonenden. Ook informele ontmoetingsruimtes (huiskamers) in gebouwen in diverse kernen helpen daarbij, net als bijvoorbeeld een skatebaan of pumptrack en een MTBroute. We stimuleren (ook ongeorganiseerde) deelname aan sport, bewegen en cultuur door vergroting van het sport- en cultuurfonds. Voor de optimalisatie en uitbreiding van de sportaccommodaties in onze gemeente beschikken we over het Beheerplan Sportvelden 20202023. Het Accommodatieplan Binnensport 2018 gaan we actualiseren. We investeren deze bestuursperiode in de realisatie van een nieuwe Jan Janssenhal op de huidige locatie en een voorziening voor sport en het bewegingsonderwijs als onderdeel van de onderwijsontwikkelingen op de locatie aan de Groen van Prinstererlaan (IKC Schatkaart en IKC Casaschool). Het college heeft de opdracht om een Sociaal Cultureel Centrum te realiseren op de voormalige Rabobanklocatie in Pijnacker. De rol van cultuur is echter breder dan alleen de bouw van een nieuw centrum. We continueren daarom de realisatie van de Cultuurnota op basis van de Uitvoeringsagenda 2020-2023. De Cultuurnota met bijbehorende Uitvoeringsagenda is eerder tussentijds geëvalueerd.

We geven het college de opdracht om een eindevaluatie op te stellen op basis van heldere en transparante criteria met daarbij een voorstel voor een nieuw uitvoeringsprogramma. Ook actualiseren we ons cultuurbeleid en geven we het antwoord op de vraag welke culturele organisaties, activiteiten en evenementen wel en niet onder het cultuurveld vallen.

INDIVIDUELE

VOORZIENINGEN ae,

inwoners di e

E TED SE ESA ee Onze afspraken bij het Programma Individuele Voorzieningen

We willen bereiken dat iedereen als volwaardig lid kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Een doelmatig werkend professioneel vangnet voor inwoners die het niet op eigen kracht redden, is het sluitstuk binnen het sociaal domein. We zijn mensgericht en bieden passende, laagdrempelige en doelmatige oplossingen voor jongeren, ouderen en inwoners in een kwetsbare positie. We continueren de maatregelen om de kosten te beheersen en de kwaliteit te borgen. Het college heeft hierbij de opdracht niet alleen te kijken naar de toegang, het aanbod en samenwerking met zorgaanbieders, het (preventieve) aanbod en samenwerking met maatschappelijke partners, maar ook kritisch naar de eigen organisatie. Dit om zo ook in de toekomst zorg en ondersteuning te kunnen blijven verlenen. Deze is zo licht en zo kort mogelijk, maar wel adequaat en passend, binnen verantwoorde financiële kaders. Wij zien dagbesteding als een belangrijk ontwikkelvraagstuk als gevolg van de vergrijzing, evenals het afnemend aantal vrijwilligers en het grote personeelstekort binnen het sociaal domein. Wij geven het college de opdracht deze knelpunten mee te nemen bij de actualisatie van het de visie op het sociaal domein.

Veerkrachtige leefomgeving, veilig en duurzaam voor mensen, planten en dieren Onze kaders vanuit het Programma Veiligheid en Duurzaamheid We willen ons onderscheiden met een veilig en duurzaam leefklimaat dat veranderingen en verstoringen op kan nemen en steeds een nieuw evenwicht kan bereiken. Een veerkrachtige leefomgeving biedt kansen om gebieden met elkaar te verbinden, sociale samenhang te versterken en de leefomstandigheden voor mensen, planten en dieren te verbeteren. We willen dat onze inwoners zich prettig en veilig (blijven) voelen in hun leefomgeving. Daarnaast is het onze plicht om ervoor te zorgen

dat het milieu zo min mogelijk wordt belast en de volksgezondheid wordt beschermd.

We hebben aandacht voor lucht-, water- en bodemkwaliteit en willen

de lichtoverlast van kassen verminderen. We geven uitvoering aan het ‘Schone luchtakkoord’ en ‘Schoonwaterakkoord’ en intensiveren de samenwerking met de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) op het gebied van waterkwaliteit en met name diffuse lozingen. We staan de komende jaren voor grote opgaven met aanpassingen van de leefomgeving aan bodemdaling, klimaatverandering en de omschakeling

van fossiele brandstoffen naar duurzame energie.

Voor onze veiligheid in wijk en buurt werken we samen met inwoners, organisaties, ondernemers, politie en brandweer. We hebben daarbij aandacht voor gevoelens van onveiligheid en willen ondermijning tegengaan. We ondersteunen Wijktoezicht, Burgernet en WhatsApp

Buurtpreventie. Inwoners moedigen we aan om aan de veiligheid van hun woning te werken, door onder andere het Politiekeurmerk Veilig Wonen toe te passen. Onder veilig verstaan we niet alleen de fysieke veiligheid in de vorm van bijvoorbeeld zo min mogelijk inbraken en diefstal of bescherming tegen risicobronnen. Het gaat ook over sociale veiligheid. Onze doelen en prioriteiten op het gebied van openbare orde en veiligheid zijn op dit moment vastgelegd in het ‘Integraal Veiligheidsplan 2018-2022’, Het college heeft de opdracht het huidige veiligheidsbeleid te evalueren en aan de hand van een startnotitie een nieuw integraal veiligheidsplan met uitvoeringsprogramma op te stellen. Prioriteiten zijn de gemeentelijke aanpak van ondermijning, verminderen van jeugdoverlast en -criminaliteit, in het bijzonder op hotspots, antidiscriminatie en het tegengaan van racisme en geweld tegen minderheidsgroeperingen zoals de LHBTIQ+ gemeenschap. Met veilig bedoelen we ook dat mensen met een lichamelijke of (licht) neurologische beperking zich ook buiten zelfstandig veilig kunnen verplaatsen en dat we mensen die in de war zijn helpen met herkenningspunten om naar huis te komen.

Bij het opstellen van de startnotitie door het college en tijdens het participatietraject moet de discussie gevoerd worden over onder andere vuurwerkbeleid rond oud en nieuw, de rol van de gemeente bij cyberveiligheid, de inzet van cameratoezicht en hoe om te gaan met (grootschalige) evenementen en actieve hulp en ondersteuning aan evenementenorganisaties.

18

Naast een integraal veiligheidsplan beschikken we ook over een ‘Beleidsnota Toezicht en Handhaving’. De uitvoering van het toezicht en de handhaving in de openbare ruimte wordt op dit moment uitgevoerd op basis van zogeheten handhavingsuitvoeringsplannen (HUP's). Wij vinden dat toezicht en handhaving beter moeten, zowel handhaving op ruimtelijke ordening, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), milieu, in het buitengebied en rond waterkwaliteit. Wij geven het college de opdracht het huidige toezicht- en handhavingsbeleid tegen het licht te houden en met een voorstel te komen hoe het toezicht en de handhaving te verbeteren. Wij denken daarbij onder andere aan een meer gerichte inzet en meer capaciteit van BOA's in de

kernen en in het buitengebied (hotspotbeleid), ook buiten kantoortijden.

In 2021 zijn het Energietransitieplan en Uitvoeringsprogramma als marsroute naar een energieneutraal Pijnacker-Nootdorp 2050 vastgesteld. Samen met inwoners en ondernemers worden de komende jaren wijkuitvoeringsplannen opgesteld om aan te geven op welke wijze, wanneer en hoe wijken van het aardgas af gaan. Klapwijk is de eerste wijk waar wordt begonnen met de realisatie van een wijkuitvoeringsplan, nog dit jaar gevolgd door een deel van Nootdorp waar al een warmtenet aanwezig is. We hebben daarmee de basis gelegd voor de energietransitie, maar versnelling en intensivering zijn nodig om onze doelstellingen zo mogelijk eerder dan 2030, respectievelijk 2050 te halen. We staan daarbij open voor nieuwe ontwikkelingen en zijn bereid om zo nodig ons huidige beleid aan te passen. Om de verduurzaming te versnellen en te verbreden geven we het college de opdracht om met een plan te komen met maatregelen en de inzet van duurzaamheidscoaches om bewoners proactief te helpen met de isolatie en energiebesparing van hun woning tot minimaal label B of C. De invoering van het concept van ‘Het Nieuwe Inzamelen’ (HNI) is inmiddels voltooid. Wij geven het college de opdracht om met een voorstel te komen het afvalbeleid de komende tijd verder door te ontwikkelen om zo de doelstellingen van het Programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) te kunnen behalen.

Wij vinden dat toezicht en

handhaving beter moeten. DK

19

Denen

anneer

EET

Bestuur & dienstverlening Onze invulling van het Programma Bestuur

en dienstverlening Onze dienstverlening laat zich zien als een dynamisch proces dat zich constant aanpast aan de eisen van de tijd, zowel fysiek als digitaal. Dit betekent dat wij onze dienstverlening continu aanpassen aan wat de inwoner en de samenleving nodig hebben. Het gaat om een evenwichtige relatie met individuele inwoners en om de verplichtingen over en weer van de gemeente aan de ene kant en ondernemers en maatschappelijke organisaties aan de andere kant. Omdat het leven van onze inwoners niet stopt bij de gemeentegrenzen werken we voor onderwerpen die de gemeentegrenzen overschrijden samen in regioverband en met andere overheden. De specifieke positie van Pijnacker-Nootdorp in de regio willen we zo goed mogelijk benutten voor onze inwoners. Op sommige onderdelen is het wettelijk verplicht, zoals bij participatie in de arbeidsmarktregio. Sommige samenwerkingsverbanden zijn vrijwillig in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR), zoals de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).

In de gemeente is de raad het hoogste besluitvormende orgaan. Wij stellen kaders en geven opdracht aan het college vanuit dualisme.

20

BESTUUR

EN

DIENSTVERLENING

Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering en wij controleren of datgene wat beoogd is ook gerealiseerd is. Dat betekent dat er sprake is van een samenspel tussen ons als raad en het college. We spreken daarom af op korte termijn met het college in dialoog te gaan omte bespreken hoe raad en college de komende bestuursperiode met elkaar willen omgaan en maken hierover werkafspraken met elkaar, bijvoorbeeld over onze omgangsvormen, rolopvattingen, de bestuurscultuur en structurele terugkoppeling.

Het is belangrijk te begrijpen wat inwoners nodig

hebben en hun

Als gemeente is het belangrijk te begrijpen wat inwoners nodig hebben en daarbij willen we hun ervaring en expertise benutten. Omdat burgerparticipatie van belang is bij alle beleidsterreinen van de gemeente heeft het college de opdracht om in nauwe samenwerking met de raad participatiebeleid te ontwikkelen. Met de doorontwikkeling van het participatiebeleid willen we bewust stilstaan bij de visie die wij als gemeente hebben op (burger)participatie en bij de principes die daarbij van belang zijn om burgerparticipatie vorm te geven. We willen het participatiebeleid op een gestructureerde, transparante en zorgvuldige wijze uitvoeren om structureel te investeren in het vertrouwen tussen ons als lokale overheid en onze inwoners en ondernemers. Onderdeel hiervan is de omzetting van de bestaande inspraakverorde-

ervaring en expertise

ning naar een participatieverordening.

te benutten.

Vanaf1 mei 2022 treedt de nieuwe Wet open overheid (Woo) in werking. Het doel van de wet is een meer open en transparante overheid. Een belangrijk nieuw element is de verplichting voor overheidsinstanties om zelf informatie actief openbaar te maken in plaats van passief via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob-verzoeken). Deze nieuwe verplichting heeft impact op onze organisatie omdat het veel werk en aanpassing van systemen kost om de informatiehuishouding en werkprocessen hierop aan te passen. Hiervoor zijn door het Rijk extra middelen beschikbaar gesteld. Het college heeft de opdracht de organisatie de komende jaren stapsgewijs zo in te richten, dat we kunnen voldoen aan deze wettelijke verplichtingen ten aanzien van actieve openbaarmaking.

21

BESTUUR

EN

DIENSTVERLENING

TES

In de reactie van het kabinet op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn om de dienstverlening vanuit de overheid fundamenteel te verbeteren. Het kabinet stelt onder andere voor om de uitvoeringscapaciteit bij de overheid te versterken en extra ondersteuning te bieden aan mensen in kwetsbare posities. Het Rijk stelt hiervoor financiële middelen beschikbaar. Het college heeft de opdracht om een bestedingsplan uit te werken en aan de raad voor te leggen waarin wordt aangegeven hoe we de middelen in onze gemeente willen benutten. Een mogelijke uitkomst is de installatie van een lokale ombudsman.

22

Financieel waakzaam Uitdagingen bij onze overheidsfinanciën Onze gemeente staat er aan het begin van deze nieuwe raadsperiode financieel opnieuw goed voor. Zo is er door het inzetten van de opbrengsten van de verkochte aandelen Eneco ruim anderhalf miljoen euro structureel beschikbaar voor nieuw beleid in de vorm van een ‘stelpost Enecogelden’. Bovendien zien we met de inzet van deze gelden ook nog de schulden van de gemeente in snel tempo afnemen. Tegelijkertijd is het door allerlei ontwikkelingen moeilijk te voorspellen hoe het financieel perspectief zich zal ontwikkelen. We zijn daarom waakzaam en voorzichtig met nieuwe uitgaven. Eerst moet duidelijk zijn dat er geld voor is.

In de afgelopen periode zien we een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op onze financiële huishouding. De inkomsten algemene uitkering vertonen een stijgende lijn maar tegelijkertijd hangen er bezuinigingen op de rijksbegroting boven het hoofd met mogelijke negatieve gevolgen voor het gemeentefonds. Bovendien is er nog maar weinig duidelijk omtrent het accres voor 2026. De negatieve gevolgen van de herverdeling van het gemeentefonds kunnen worden opgevangen maar ook daarvoor geldt dat deze op termijn (na 2025) nog onduidelijk zijn. Terughoudendheid met het invullen van de ruimte die de algemene uitkering op dit moment biedt, is nu op zijn plaats. Ook de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne leveren financiële onzekerheden op die de komende periode nog zullen doorwerken. Door de schaarste aan bepaalde (productie)goederen hebben we te maken met prijsstijgingen en hoge inflatie. Mede hierdoor zijn de energieprijzen enorm gestegen en dit heeft onder andere zijn doorwerking op prijsontwikkelingen in de bouwsector. Dit kan van invloed zijn op te plegen investeringen die voor de komende periode op de planning staan, zoals voor onderwijshuisvesting, het sociaal cultureel centrum, infrastructurele projecten, lopende onderhoud- en beheerbudgetten en sportaccommodaties. Daarnaast heeft dit impact op het bouwen van betaalbare woningen voor doelgroepen.

Door de oorlog hebben we ook te maken met een nieuwe vluchtelingencrisis. Pijnacker-Nootdorp vangt vluchtelingen uit Oekraïne op. Voor de opvang krijgen we compensatie vanuit het Rijk. Het is nog onzeker of deze compensatie voldoende is om alle kosten te dekken. Daarnaast is nog onzeker wat de financiële gevolgen zijn van de invoering van de Omgevingswet en de energietransitie en of de resultaten uit het ‘Interventieplan sociaal domein’ structureel voortgezet kunnen worden. Vanwege de financiële onzekerheden en omdat we behoedzaam en verantwoord met gemeenschapsgeld willen omgaan, hebben we net als in de vorige bestuursperiode spelregels over hoe we als gemeente met het geld omgaan. Deze spelregels zijn vastgelegd in het Investerings- en Financieringsplan 2020-2025.

24

SAMENSTELLING

COLLEGE

Bestuurszaken

Maatschappelijke Ondersteuning { Financiën

Openbare orde en Veiligheid

Evenementenbeleid

Onderwijs en kinderopvang

Leefbaarheid

Sport

Cultuur

Natuur en recreatie

- Hulpmiddelendepot WMO - Doordecentralisaties BW/BT - Inkoopstrategie WMO

Projecten - Hart van Nootdorp - Weidevogelkerngebied

Dienstverlening Projecten

Ruimtelijke ordening

| _Gezondheidsbeleid

| Wonen

Duurzame Mobiliteit

|_ Sociaal Domein

| Duurzame Glastuinbouw

| Economie | Water en klimaat |_

(inclusief dierenwelzijn) Bedrijfsvoering

Projecten

SE Mobiliteitsprojecten

|_- Ruimte voor Ruimte

(Katwijkerlaan, Oude Leede) - Bedrijventerreinen - Klimaatbestendig Klapwijk

A

| Participatie _ Milieubeleid

|

| Grondzaken _|_Energietransitie

Projecten

Projecten

- Visie op sociaal domein

-Woningbouwprojecten

- Doorontwikkeling afvalbeleid

- Sociaal Cultureel Centrum

8 TE

E

a

|

heEe ENGE

Ben Glaser

Saskia Kleewein

Harald van Zielst

Partij voor

de Dieren

Carla van Viegen

ChristenUnie SGP Rob van der Welle

27

Dn

career

old Pijnacker-Nootdorp es

bezoek Oranjeplein1, 2641 EZ Pijnacker post Postbus1, 2640 AA Pijnacker internet wwW.pijnacker-nootdorp.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11646968/1