CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025

Raad Beeldvorming 24 oktober 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 153588945.144 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Begroting Kadernota

Planning & Control-cyclus

Jaarrekening

rin

e nak ko or

gsa genda

Bedr

d

ge

oe

lij n

ra

o Ui

tv

ad

Ho

fd

l co

ijf s p la n D

T

le

Najaarsnota

Programmabegroting 2025

Inhoudsopgave 3 Voorwoord 4 Leeswijzer 6 Samenvatting

6 12

Hoofdlijnen op inhoud Hoofdlijnen van de financiële positie

19 Programma's

19 31 41 51 59 71 83 97 111 119

1. Ruimte en wonen 2. Economie en glastuinbouw 3. Mobiliteit 4. Groen en recreatie 5. Onderwijs en kinderopvang 6. Collectieve voorzieningen 7. Individuele voorzieningen 8. Veiligheid en duurzaamheid 9. Bestuur en dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen, overhead, VpB en onvoorzien

129 Paragrafen 131 143 149 155 161 169 181 185 187 191 193 194

1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Gemalendienst NAD 9. Sociaal domein 10. Ruimtelijk domein 11. Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid 12 Duurzaamheid

197 Financiële begroting 197 219 223

1. Overzicht van baten en lasten 2. Uiteenzetting financiële positie 3. Overzicht reserves en voorzieningen

225 Bijlagen 227 231 233 235

1. Investeringsplanning 2. Berekening EMU 3. Basisset beleidsindicatoren 4. Begrippenlijst

239 Afkortingenlijst

2

Voorwoord Het college van Burgemeester en Wethouders biedt u hierbij de Programmabegroting 2025 en de meerjarenraming voor 2026 tot en met 2028 aan. Het is gelukt om voor 2025 een sluitende begroting aan te bieden met een positief begrotingssaldo. Het is echter al wel een stuk lastiger gebleken om positief uit te komen dan de voorgaande begrotingsjaren. De gemeente krijgt vanaf 2025 minder geld van het rijk via het gemeentefonds. Alle gemeenten krijgen daar vanaf 2025 last van. Vanaf 2026 is de impact hiervan nog groter. Dit jaar wordt door de gemeenten dan ook niet voor niets ‘Het Ravijnjaar’ genoemd. Met ingang van 2024 heeft het Rijk de spelregels rond het gemeentefonds veranderd. Hierover zijn de gemeenten in de meicirculaire voor de zomer geïnformeerd. De belangrijkste verandering zou aanvankelijk met ingang van 2026 ingaan en betreft de systematiek die bepaalt hoeveel geld het rijk in het gemeentefonds stort. In plaats van een bedrag dat gelijk opgaat met de rijksbegroting, de ‘trap-op-trap-af-systematiek’, wordt dit bedrag nu gekoppeld aan de groei van de nationale economie, uitgedrukt in het bruto binnenlands product. In praktische zin betekent dit dat het totale gemeentefonds met enkele miljarden euro’s zal afnemen. Een groot aantal gemeenten komt hierdoor meteen in financiële problemen. Voor Pijnacker-Nootdorp gaat dit vanaf 2026 spelen.

Bij de voorbereiding op de Programmabegroting 2025 hebben raad en college al voor de zomer met elkaar over dit financiële probleem gesproken, bij de behandeling van de Kadernota 2025. Dit heeft geleid tot een plan en een eerste set aan maatregelen om de financiële klap vanaf 2026 en verder op te vangen. Meer hierover is te lezen in de bij de begroting gevoegde informatienota “toekomstige gemeentefinanciën” en het onderdeel Hoofdlijnen van de financiële positie uit de samenvatting aan het begin van deze Programmabegroting 2025. In de Kadernota 2025, die de titel “Dorps wonen in de metropoolregio” meekreeg valt in grote lijnen te lezen wat de plannen zijn voor 2025 en de jaren daarna. In de Programmabegroting 2025 en de meerjarenraming 2026 tot en met 2028 zijn deze plannen verder uitgewerkt in doelen en maatregelen. Zo valt te lezen dat er als onderdeel van de maatregelen om de toekomstige tekorten te lijf te gaan nog eens met de stofkam door alle budgetten is gegaan. Alle begrote bedragen waarvan is gebleken of te verwachten dat ze niet volledig worden uitgegeven zijn opnieuw geraamd. Deze zogenaamde ‘lucht’ in de begroting leverde al enkele miljoenen euro’s op. Daarnaast is er ook nog geld beschikbaar gesteld voor nieuwe wensen vanuit de raad.

Daarvan zijn de realisatie van een nieuw cultureel centrum op het Raadhuisplein, de verlenging van de Komkommerweg en een grote renovatie van de Katwijkerlaan de meest in het oog springend. Maar ook de bouw van betaalbare woningen en vraagstukken rond jeugdzorg en zorg voor ouderen door toenemende vergrijzing vragen aandacht. Het spreekt voor zich dat ook de gemeentelijke organisatie zal moeten meebewegen met een gemeente die zich kenmerkt door het dorpse wonen in een steeds drukker wordende metropoolregio. Tenslotte is er een nieuwe paragraaf 12 Duurzaamheid toegevoegd aan de Programmabegroting. In deze paragraaf wordt per programma uiteengezet hoe invulling wordt gegeven aan de uitgangspunten van het internationale duurzaamheidsbeleid, zoals opgenomen in de Sustainable Development Goals. Ik bedank ook deze keer weer allen die hebben meegewerkt of op welke wijze dan ook hun bijdrage hebben geleverd aan de realisatie van de begrotingsstukken. Het resultaat verdient waardering en respect voor het vele werk. Namens het college van Burgemeester en Wethouders van Pijnacker-Nootdorp Peter Hennevanger, wethouder financiën

3

Leeswijzer De programmabegroting als onderdeel van de planning- en controlcyclus De programmabegroting is een belangrijk instrument voor de gemeenteraad om zijn kaderstellende rol in te vullen. In de programmabegroting geeft de gemeente aan wat ze het komend jaar wil doen om bepaalde doelen te bereiken en wat dat mag kosten. Daarmee vormt de begroting een duidelijk kader waarbinnen het gemeentebestuur en de organisatie het komend jaar moeten werken. Deze begroting is niet alleen voor financieel specialisten, maar voor iedereen. Het gaat immers om het gemeentelijk huishoudboekje en dat moet voor een ieder te volgen zijn. Deze leeswijzer geeft aan hoe de begroting is opgebouwd, wat waar te vinden is en welke relaties er liggen naar andere documenten uit de planning en controlcyclus.

De planning- en controlcyclus

Begroting Kadernota

Planning & Control-cyclus

Ui Jaarrekening

oe

rin

ra

lij n

e nak ko or

d

gsa genda c

Bedr

ijf s p la n D

ge

o

fd

ad

Ho

tv

ol

le

T

Najaarsnota

De gemeenteraad geeft het college financiële en inhoudelijke kaders mee voor het beleid en de uitvoering daarvan. Het uitgangspunt voor deze kaderstellende rol is het raadsakkoord 2022-2026 'Bouwen aan de toekomst'. Dit akkoord bepaalt in hoge mate de inhoud van de documenten in de jaarlijkse begrotingscyclus: kadernota, meerjarenbegroting, voorjaarsnota, najaarsnota en jaarstukken. De kadernota is een uitwerking van de bestuurlijke agenda. Het is een koersbepalend document met financiële en inhoudelijke kaders voor het daarop volgende begrotingsjaar. In de programmabegroting worden de voornemens van de kadernota geconcretiseerd. De begroting is een wettelijk voorgeschreven document waarmee de gemeenteraad het college autoriseert tot het doen van uitgaven voor bepaalde doelen. Na vaststelling van de begroting geven de voorjaarsnota en de najaarsnota tussentijds een overzicht van de stand van zaken van de financiën en de uitvoering van beleid. Ook kunnen in deze nota's budgetten worden bijgesteld. In de jaarstukken tenslotte wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid en het financiële beheer. In de figuur is de planning- en controlcyclus schematisch weergegeven.

Begroting

Subtitel 2019 - 2020

4

De programmabegroting In de programmabegroting geeft de raad aan welke doelen hij wil bereiken en wat de beoogde maatschappelijke effecten daarvan zouden moeten zijn. Om deze maatschappelijke effecten te concretiseren worden daar doelstellingen aan gekoppeld. Tot slot wordt benoemd wat de gemeente gaat doen om deze doelen te halen en hoeveel dat mag kosten.

Opbouw van de begroting in drie delen De begroting bestaat uit drie delen: de negen programma's met de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien, de paragrafen en de financiële begroting.

A De programma's Het eerste deel van de begroting zijn de negen programma's waarin alle gemeentelijke activiteiten en aandachtspunten op een bepaald beleidsterrein zijn verwoord.

Algemene Dekkingsmiddelen, overhead, VpB en Onvoorzien Hierin staat welke algemene dekkingsmiddelen er zijn en wat het verloop daarvan is voor de komende vier jaar. Algemene dekkingsmiddelen hebben vooraf geen bepaald bestedingsdoel. Overhead en vennootschapsbelasting (Vpb) zijn nieuwe onderdelen.

B Paragrafen De paragrafen gaan in op de bedrijfsvoering in brede zin. In de paragrafen staat de ‘hoe-vraag’ centraal: • Hoe gaan we om met belastingen? (paragraaf 1) • Hoe worden risico’s beheerst en welk effect heeft dat op het weerstandsvermogen? (paragraaf 2) • Hoe onderhouden we onze bezittingen en de openbare ruimte? (paragraaf 3) • Hoe lopen de geldstromen en onze vermogenspositie? (paragraaf 4) • Hoe is de bedrijfsvoering geregeld en wat kost dat? (paragraaf 5) • Met wie vormen wij verbonden partijen en hoe zijn de afspraken geregeld? (paragraaf 6) • Hoe is ons grondbeleid ingericht? (paragraaf 7) • Hoe gaan wij om met de gemalendienst? (paragraaf 8) • Hoe beheersen we de kosten in het sociaal domein? (paragraaf 9) • Wat zijn onze ambities in het fysieke domein? (paragraaf 10) • Hoe vordert de implementatie van de Wet Open Overheid? (paragraaf 11) • Welke indicatoren ten aanzien van sustainability (SDG indicatoren) zijn al in onze begroting aanwezig en geborgd? (paragraaf 12)

C Financiële begroting In dit hoofdstuk zijn diverse (verplichte) financiële overzichten ondergebracht, waaronder de realisatie baten en lasten van het vorig jaar, het lopende jaar en de komende begrotingsjaren. Het is een samenvatting van het deel ‘Wat mag het kosten’ dat per programma is opgenomen, op verschillende wijzen gepresenteerd. Vervolgens volgt een uiteenzetting van de financiële positie. Dat is een prognose voor het verloop van de balans. Tot slot is een overzicht opgenomen met alle reserves en voorzieningen van de gemeente en het verwachte verloop daarvan.

5

Samenvatting Hoofdlijnen op inhoud De programmabegroting 2025 is gebaseerd op het raadsakkoord 2022-2026 'Bouwen aan de toekomst' en de bijbehorende Uitvoeringsagenda 2022-2026. Voor de vierde opeenvolgende periode werken de raad en het college van de gemeente Pijnacker-Nootdorp samen vanuit een breed gedragen raadsakkoord. Dit akkoord beschrijft de ambities binnen het ruimtelijk en sociaal domein, met specifieke afspraken en opdrachten voor het college. Deze afspraken zijn verder uitgewerkt in programmadoelstellingen en een actieagenda in de Uitvoeringsagenda 2022-2026. De activiteiten voor 2025 en daarna zijn opgenomen in de programmabegroting 2025. Het raadsakkoord benadrukt dat Pijnacker-Nootdorp een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente is en blijft. We willen de hoge woonkwaliteit, het groen en de goede verbindingen behouden en waar nodig versterken. De gemeente streeft naar een groene en dorpse sfeer, zowel in het ruimtelijk als het sociaal domein, waarbij een sterke sociale basis centraal staat. Inwoners zijn verbonden door diverse sociale netwerken en als hun veerkracht onder druk staat, bieden we passende ondersteuning vanuit het sociaal domein.

Ruimtelijk domein De Omgevingsvisie 'Verbonden met elkaar', vastgesteld in november 2021, is het belangrijkste strategische beleidsdocument voor de komende jaren binnen het ruimtelijk domein. Deze visie richt zich op verbinding: met de regio, stedelijke voorzieningen, werkgelegenheid en kennis & innovatie. Er wordt gestreefd naar een optimale benutting van de verbindingen tussen gebieden en functies, zoals tussen kernen en groen, glastuinbouw en energietransitie, en wonen en werken. Ook de verbinding tussen inwoners en hun leefomgeving, met zorg voor elkaar en gezamenlijke activiteiten, is cruciaal. We hebben oog voor de belangen van mens, dier en natuur.

Sociaal domein Onze in 2024 vastgestelde Visie op het sociaal domein ‘Samen gereed voor de toekomst’ benadrukt het belang van een veerkrachtige samenleving waarin iedereen kan meedoen, gelijke kansen krijgt en met uitdagingen kan omgaan. Dit bereiken we door samen te werken met inwoners, de gemeente, maatschappelijke organisaties, zorgaanbieders en het bedrijfsleven. We focussen op preventie en vroegsignalering om te voorkomen dat zwaardere en duurdere zorg nodig is. Deze ondersteuning vindt plaats binnen verantwoorde financiële kaders. Vanwege de stijgende kosten in het sociaal domein is er in de najaarsnota 2023 structureel € 2,5 miljoen toegevoegd aan de begroting. Daarnaast wordt sinds 2024 toegewerkt naar een nieuwe begrotingssystematiek voor het sociaal domein (de nullijn in plaats van een jaarlijkse bijstelling via de t-1- systematiek). Het doel is om vanaf 2027 de taken binnen het sociaal domein uit te voeren op het financiële niveau van de jaarrekening 2023. Om realistisch te begroten- en tijd te hebben zodat nieuwe kostenbeheersingsmaatregelen effect gaan genereren- stelt het college voor om de indexatie voor prijs en areaal van € 1,2 miljoen voor 2024 nog toe te voegen aan de budgetten voor het sociaal domein. Deze indexatie wordt verwerkt in de begroting, met vanaf 2026 kostenbesparende maatregelen als tegenpost.

Voor 2024 en 2025 wordt dit gedekt uit het begrotingssaldo, en voor 2026 deels (50%) uit de reserve sociaal domein en deels (50%) uit kostenbesparende maatregelen. Vanaf 2027 moeten de kostenbesparende maatregelen volledig de € 1,2 miljoen dekken en de oplopende andere kosten. Het college heeft in 2024 al nieuwe technische kostenbeheersingsmaatregelen genomen en legt politieke kostenbeheersingsmaatregelen via een nieuw interventieplan sociaal domein voor aan de gemeenteraad. Dit betekent ook dat we keuzes moeten maken die invloed hebben op onze maatschappelijke dienstverlening en mogelijk juridische risico's met zich meebrengen of de kwaliteit van dienstverlening kunnen verminderen.

6

Met het nieuwe interventieplan streven we ernaar om vanaf 2027 de taken binnen het sociaal domein te kunnen uitvoeren op het financiële niveau van de najaarsnota 2023.

Dienstverlening Dienstverlening aan onze inwoners en ondernemers is één van, zo niet de belangrijkste taak van de gemeente. Onze dienstverlening is datgene wat we als gemeente zowel fysiek aan het loket, telefonisch als digitaal aanbieden aan diensten en services aan inwoners, ondernemers, partners en aanbieders. Elk jaar wordt op digitaal gebied meer gevraagd van de gemeenten en hun gebruikers. De verwachtingen van “goede dienstverlening” door de gemeenten zijn de laatste decennia steeds hoger geworden. Dit betekent dat onze dienstverlening continu moet worden aangepast aan wat de inwoner en de samenleving nodig heeft. Om die reden werken we aan een nieuwe visie op de dienstverlening. In september 2024 heeft de raad een startnotitie "Visie Dienstverlening" vastgesteld. Op basis daarvan ontwikkelen we in 2025 - na een participatietraject - een nieuwe visie en leggen we deze voor aan de raad. In de begrotingsprogramma’s komen de volgende hoofdlijnen naar voren.

1. Ruimte en wonen Pijnacker-Nootdorp blijft een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente waar inwoners van jong tot oud prettig en veilig wonen, ondernemers hun bedrijf kunnen uitoefenen, en bezoekers graag wandelen en fietsen in het groene buitengebied. De omgevingsvisie stelt dat we een karakteristieke woon- en leefomgeving met hoge woonkwaliteit willen bieden. Dit document is ons belangrijkste strategische beleid voor het versterken van de gemeente, met behoud van de groene, dorpse sfeer. We streven naar gebieden en functies die elkaar aanvullen en versterken, met oog voor mens, dier en natuur. Inwoners waarderen het eigen karakter van Pijnacker-Nootdorp, gevormd door de groene omgeving, hoge woonkwaliteit, dorpse sfeer, ruimtelijke kwaliteit en hechte gemeenschap. Bij grote opgaven zoals energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie willen we de herkenbare woon- en leefomgeving behouden. Om in elke levensfase passende woningen te bieden, werken we aan een evenwichtige woningvoorraad. Dit doen we door woninguitbreiding binnen de kernen, zoals in Hart van Nootdorp, Casa Vita, en op locaties als Tuindershof, Keijzershof, Oranjepark, Centrumlijn Pijnacker-Zuid en De Scheg/Kiem. In 2025 ontwikkelen we nieuwe locaties zoals Dwarskade en werken we aan visies voor Vrijenban in Delfgauw, Sytwinde in Nootdorp en Goudenregensingel in Pijnacker.

We voeren prestatieafspraken uit met woningcorporaties voor het behoud en de uitbreiding van sociale huurwoningen en maken via voortgangsrapportages inzichtelijk hoe de woningvoorraad zich ontwikkelt. Conform de Omgevingswet stellen we (herziene) omgevingsplannen op en vertalen we ons ruimtelijk beleid in omgevingsprogramma’s. Ook op regionaal, provinciaal en landelijk niveau behartigen we de belangen van Pijnacker-Nootdorp. Zo werken we bijvoorbeeld samen met de negen Haaglanden gemeenten in de bestuurlijke tafel Wonen, nemen we deel aan het provinciale proces van de ruimtelijke puzzel en maken we woningbouwafspraken met het Rijk, de provincie en de regio.

2. Economie en glastuinbouw We willen het economisch vestigingsklimaat in Pijnacker-Nootdorp aantrekkelijk houden met ruimte voor lokaal en nieuw ondernemerschap. Samen met ondernemers werken wij aan de verbetering van onze dienstverlening en richten we ons op kwalitatieve werklocaties die bijdragen aan het aantrekken van nieuwe ondernemers, innovaties en een gezonde arbeidsmarkt. Innovaties en herstructurering dragen bij aan ruimtelijke optimalisatie, verduurzaming en economische groei. In 2025 ontwikkelen we omgevingsprogramma's voor vitale glastuinbouwgebieden en het economisch vestigingsklimaat. Regionaal zijn we actief in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, Businesspark Haaglanden en Greenport West Holland, met als doel een sterk regionaal economisch vestigingsklimaat dat onze lokale belangen ondersteunt.

7

3. Mobiliteit Pijnacker-Nootdorp is sterk verbonden, zowel lokaal als regionaal, dankzij een uitgebreid netwerk van voetpaden, fietspaden, autowegen en openbaar vervoer. Dit zorgt ervoor dat inwoners gemakkelijk kunnen werken, wonen, leren en ontspannen. We stimuleren duurzaam vervoer, zoals lopen, fietsen, deelmobiliteit en openbaar vervoer. Hoewel het soms druk is, zijn er geen structurele knelpunten in het wegennet en de capaciteit lijkt voorlopig voldoende om de verkeerstoename op te vangen. Om na 2030 beter inzicht te krijgen in verkeersstromen, gezien toekomstige woningbouwontwikkelingen in gebieden zoals Dwarskade en Overgauw, actualiseren we in 2025 ons onderzoek op basis van de nieuwste gegevens. De MRDH heeft nieuwe financiële afspraken gemaakt met HTM, RET en EBS, waarmee het ondersteuningsprogramma voor de coronacrisis is afgesloten. Er zijn voorbereidingen gestart om de frequentie van de E-lijn in 2030 te verhogen. In 2025 zullen we hierover verdere afspraken maken. Verkeersveiligheid blijft een prioriteit. We richten wijken, woonerven en wegen ‘duurzaam veilig’ in en stimuleren veilig verkeersgedrag. In 2025 werken we aan het verbeteren van de verkeersveiligheid op locaties zoals Kerkweg/Veenweg en het kruispunt Vlielandseweg/Nieuwkoopseweg/ Katwijkerlaan. Naast het blijvend aandacht besteden aan verkeersveilig gedrag, wordt ook de huidige rotondecampagne verder ontwikkeld.

4. Groen en recreatie Pijnacker-Nootdorp beschikt over uniek groen in zowel de kernen als het buitengebied, samen een natuurnetwerk vormend dat deel uitmaakt van de regionale groengebieden zoals 'Regiopark Buytenhout' en 'Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland'. Dit groen is belangrijk voor flora en fauna, biodiversiteit, gezondheid, bewegen, natuur, recreatie en onze economie. Kwalitatief ingericht en goed onderhouden groen, met voldoende ontmoetingsplekken en wandelpaden, versterkt onze identiteit, maakt de omgeving aantrekkelijk en levendig, en stimuleert beweging. Het Omgevingsprogramma 'Groen in en om de kernen' geeft hier invulling aan. Klimaatverandering leidt tot extremere weersomstandigheden, zoals hittegolven, hevige regenval, wateroverlast en langdurige droogte. Het omgevingsprogramma Water en Klimaat bevat beleid en maatregelen om hiermee om te gaan. Door middel van de communicatiekalender Klimaat, informatiebijeenkomsten voor Operatie Steenbreek en het project Klimaatbestendig Klapwijk, maken we inwoners en bedrijven bewust van de urgentie van klimaatverandering. Met diverse stresstesten onderzoeken we de gevolgen voor onze gemeente en identificeren we mogelijke maatregelen. De verwachting is dat het ontwerp Omgevingsprogramma eind 2024 ter besluitvorming aan het college wordt voorgelegd.

Daarvoor heeft de raad in het vierde kwartaal 2024 de gelegenheid om dit ontwerp te bespreken.

5. Onderwijs en kinderopvang We willen dat kinderen en jongeren naar school of opvang gaan, zodat ze zich kunnen ontwikkelen en jongeren een startkwalificatie halen. Waar nodig bieden we ondersteuning bij opvoed- en opgroeivragen om achterstanden en schooluitval te voorkomen. Samen met onderwijs-, voorschoolse voorzieningen, jeugdgezondheidszorg en de bibliotheek werken we vraaggericht aan de Lokaal Educatieve Agenda, waardoor de samenwerking tussen onderwijs en opvang in kindcentra wordt versterkt. We voeren ons Integraal Huisvestingsplan Kindcentra uit en realiseren nieuwe kindcentra in Klapwijk, Keijzershof, Centrum en Noord in Pijnacker. We renoveren het scholencomplex in Koningshof voor de herhuisvesting van SBO Prinsenhof. In Nootdorp ontwikkelen we kindcentrum De Regenboog als onderdeel van het project Hart van Nootdorp. Stanislas Pijnacker breidt het schoolgebouw uit. De samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven zetten we voort. Voor volwassenen is er volwasseneneducatie beschikbaar, met gebruik van lokale partners zoals Taalhuis. We richten ons op het ontwikkelen en versterken van taal, rekenen, digitale en sociale vaardigheden om iedereen gelijke kansen te bieden.

6. Collectieve voorzieningen Met onze collectieve voorzieningen willen we bereiken dat inwoners zo zelfstandig mogelijk kunnen deelnemen aan de samenleving, gelijke kansen krijgen, uitdagingen kunnen aangaan en zich kunnen ontwikkelen en

8

inzetten voor anderen. De bijdrage van netwerkorganisaties, vrijwilligers en mantelzorgers is hierbij onmisbaar. We waarderen de sterke sociale basis van onze inwoners en stimuleren samenkracht en (burger)participatie door een wijkgerichte aanpak en het faciliteren van initiatieven en activiteiten via diverse subsidieregelingen. We investeren in culturele en sportieve voorzieningen en activiteiten. De nieuwe Jan Janssenhal en de binnensportvoorziening in Pijnacker Noord zijn geopend. Voor buitensport voeren we het Beheerplan sportvelden 2024-2027 uit. In het centrum van Pijnacker is de voorbereiding gestart voor de realisatie van het Sociaal Cultureel Centrum aan het Raadhuisplein. We voeren uitvoeringsagenda’s uit op het gebied van sport, gezondheid en cultuur. Vanuit het gedachtegoed van de visie op het sociaal domein, investeren we in jeugd en jongeren zodat ze gezond, veilig en kansrijk opgroeien. We gaan uit van het principe dat opvoeden en opgroeien gepaard gaat met vallen en opstaan, waarbij we normaliseren en uitgaan van de eigen kracht, verantwoordelijkheid en oplossend vermogen van (pleeg)ouders, verzorgers en jeugd. We blijven investeren in de verbinding tussen zorg, onderwijs en kernteam om problemen zoveel mogelijk te voorkomen via preventie en vroegsignalering. Bestaanszekerheid, kansengelijkheid en positieve gezondheid blijven onze voortdurende aandacht hebben.

7. Individuele voorzieningen Ons doel is dat iedereen naar vermogen kan deelnemen aan de maatschappij. We begrijpen echter dat dit niet voor iedereen haalbaar is. Voor sommigen is de maatschappij complex, waardoor (tijdelijke) ondersteuning nodig kan zijn. We bieden laagdrempelige en effectieve oplossingen voor jongeren, ouderen, gezinnen en kwetsbare inwoners. Systemen zijn hierbij niet leidend; bestaanszekerheid is een belangrijk thema. Dit doen we volgens de wettelijke kaders van de Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Wet inburgering en Wet schuldhulpverlening, met ontschotte hulp als uitgangspunt. Gezinnen worden waar nodig ondersteund vanuit één plan. Deze ondersteuning vindt plaats binnen verantwoorde financiële kaders. Vanwege de stijgende kosten in het sociaal domein is er in de najaarsnota 2023 structureel € 2,5 miljoen toegevoegd aan de begroting. Daarnaast wordt sinds 2024 toegewerkt naar een nieuwe begrotingssystematiek voor het sociaal domein (de nullijn in plaats van een jaarlijkse bijstelling via de t-1- systematiek). Het doel is om vanaf 2027 de taken binnen het sociaal domein uit te voeren op het financiële niveau van de jaarrekening 2023.

Om realistisch te begroten- en tijd te hebben zodat nieuwe kostenbeheersingsmaatregelen effect gaan genereren- stelt het college voor om de indexatie voor prijs en areaal van € 1,2 miljoen voor 2024 nog toe te voegen aan de budgetten voor het sociaal domein. Deze indexatie wordt verwerkt in de begroting, met vanaf 2026 kostenbesparende maatregelen als tegenpost. Voor 2024 en 2025 wordt dit gedekt uit het begrotingssaldo, en voor 2026 deels (50%) uit de reserve sociaal domein en deels (50%) uit kostenbesparende maatregelen. Vanaf 2027 moeten de kostenbesparende maatregelen volledig de € 1,2 miljoen dekken en de oplopende andere kosten. Het college heeft in 2024 al nieuwe technische kostenbeheersingsmaatregelen genomen en legt politieke kostenbeheersingsmaatregelen via een nieuw interventieplan sociaal domein voor aan de gemeenteraad. Daarnaast gaan we verder met de doordecentralisatie van beschermd wonen naar beschermd thuis, actualiseren we het beleidsplan schuldhulpverlening, evalueren we het actieplan bestaanszekerheid en realiseren we een regionaal werkcentrum in de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal.

8. Veiligheid en duurzaamheid Samen met inwoners, maatschappelijke instellingen en stakeholders werken we aan een veilig, leefbaar en duurzaam leefklimaat. Het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 speelt hierbij een cruciale rol, met aandacht voor ondermijning, (jeugd)overlast en cybercriminaliteit. In 2025 evalueren we het uitvoeringsplan Veiligheid 2023-2024 en stellen een nieuw plan op voor 2025-2026. Om de leefbaarheid en sociale samenhang in wijken te bevorderen, werken we vanuit het beleidskader ‘wijken die werken’, dat in 2025 wordt vernieuwd. Als gemeente zetten we ons in voor milieubeheer, afval en watertaken zoals riolering. In 2025 stellen we een nieuw gemeentelijk rioleringsplan en afvalbeleid op.

9

Daarnaast werken we aan het omgevingsprogramma Leefkwaliteit, waarin milieuthema’s zoals lucht, water, bodem en geluid worden meegenomen. Het Actieplan Geluid wordt ook uitgevoerd. Het Energietransitieplan 2021 geeft richting aan onze energiebeleid. In 2025 actualiseren we dit plan en starten we met het omgevingsprogramma Warmte, gekoppeld aan nieuwe wetgeving die in januari 2025 wordt verwacht. We zetten onze regisserende rol in de warmtetransitie voort om een warmte-infrastructuur in Oostland en een aansluiting op het regionale restwarmtenet in Pijnacker-Nootdorp te realiseren. Tot slot continueren we regionale samenwerkingen, zoals de warmte samenwerking Oostland en de Regionale Energiestrategie.

9. Bestuur en dienstverlening Het programma "Bestuur en dienstverlening" richt zich op diverse kerngebieden die verband houden met het functioneren van het bestuur, de dienstverlening aan inwoners en ondernemers, en de interactie met belanghebbenden en samenwerkingspartners. Voor zowel het college als de raad is interactie met de samenleving cruciaal voor de democratische besluitvorming. Het is essentieel om te begrijpen wat inwoners nodig hebben en hun ervaring en expertise te benutten bij het vormgeven van beleid. Daarom is in oktober 2023 het nieuwe burgerparticipatiebeleid “Pijnacker-Nootdorp denkt mee!” ingevoerd. Dit beleid wordt gestructureerd, transparant en zorgvuldig uitgevoerd om het vertrouwen tussen de lokale overheid en haar inwoners en ondernemers te versterken. In 2025 zal een tussenevaluatie plaatsvinden over de uitvoering van dit participatiebeleid. Omdat het leven van onze inwoners niet stopt bij de gemeentegrenzen, werken we samen in regionale verbanden zoals de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Daarnaast nemen we deel aan verschillende andere gemeenschappelijke regelingen op gebieden zoals veiligheid, gezondheid en jeugdhulp. Transparantie in het handelen van de gemeente is van groot belang. We implementeren de Wet open overheid (Woo), die sinds mei 2022 van kracht is en stapsgewijs wordt ingevoerd vanwege de complexiteit voor overheden.

Er is een impactanalyse uitgevoerd en een meerjarig implementatieplan in ontwikkeling. In 2025 starten we met de uitvoering van dit plan, waarbij we werkprocessen en systemen aanpassen om de Woo te integreren in onze werkwijzen en dienstverlening. Dienstverlening aan inwoners en ondernemers is een kerntaak van de gemeente. Dit kan traditioneel aan de balie, schriftelijk of telefonisch, maar steeds vaker ook digitaal. Ons doel is om de (digitale) dienstverlening te versterken door klant- en vraaggericht te werken en maatwerk te bieden waar nodig. In september 2024 heeft de raad een startnotitie "Visie Dienstverlening" vastgesteld. Op basis daarvan ontwikkelen wij een nieuwe visie en leggen deze voor aan de raad. De ontwikkelingen in de samenleving volgen elkaar in rap tempo op. De samenleving verandert daardoor en zo ook de context waarbinnen wij als gemeente onze taken uitvoeren. Dit vraagt dat wij onze gemeentelijke dienstverlening daarop steeds aanpassen. Om dit te kunnen blijven doen is een wendbare en flexibele organisatie nodig en een professionele organisatie die zich blijft doorontwikkelen. In de begroting 2024 is de raad verder geïnformeerd over enkele veranderingen die onze organisatie doormaakt en over de ontwikkelopgave die er nodig is om ook in de toekomst aangesloten te blijven op wat de samenleving van ons vraagt.

In 2023 is hiertoe een traject gestart waarbinnen een ontwikkelagenda wordt uitgewerkt om te bepalen waarop de organisatie zich moet ontwikkelen. Eind 2023 is er ook een bestuursopdracht vastgesteld, waarin is bepaald dat naast de ontwikkelagenda een nieuw organisatiedocument wordt ontwikkeld. Medio 2024 is er een nieuwe organisatievisie en een ontwikkelagenda opgeleverd. Op dit moment is het de verwachting dat de visie na een advies van de ondernemingsraad - in het vierde kwartaal van 2024 wordt vastgesteld. De implementatie wordt voorbereid voor 2025. De raad wordt hierover separaat geïnformeerd en bijgepraat. In het kader van de organisatieontwikkeling hebben wij ook aandacht voor ontwikkeling van technologie. Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel en beïnvloeden steeds meer de manier waarop de ambtelijke organisatie werkt. Daarom ontwikkelen we in 2025 ook een visie op de digitalisering van de ambtelijke organisatie, waarbij we de voor- en nadelen en de bijbehorende dilemma's zorgvuldig afwegen.

10

Op deze manier streven we naar een transparante, betrokken en moderne gemeente die effectief inspeelt op de behoeften van haar inwoners en ondernemers.

Tot slot Voor de negen begrotingsprogramma’s geldt dat er een concreet takenpakket ligt voor 2025. De hiervoor benodigde middelen zijn in de financiële begroting opgenomen. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de financiële positie en mutaties in hoofdlijnen geschetst.

11

Hoofdlijnen van de financiële positie Financieel kader In dit deel gaan we in op de vraag hoe de gemeente haar inkomsten verkrijgt om de inhoudelijke doelen te realiseren. Grofweg zijn de Algemene uitkering, grondexploitaties en de opbrengsten uit belastingen en heffingen de grootste inkomstenbronnen. In grafiekvorm ziet de verdeling er in procenten als volgt uit.

Algemene uitkering: (56.08) Grondexploitaties: (13.77) Gemeentelijke heffingen: (17.4) Rijksbijdragen: (6.77) Dividenden: (0.7) Overig: (5.29)

Woningbouwprognose 2025-2028 In de cijfers van de Kadernota 2025 zijn de woningbouwprognoses geactualiseerd. Er is geen aanleiding om deze prognose bij de Programmabegroting 2025 te herzien. Voor de komende vier jaren wordt rekening gehouden met een gemiddeld aantal op te leveren woningen van 286 stuks per jaar.

Algemene uitkering uit het Gemeentefonds De algemene uitkering uit het gemeentefonds is voor Pijnacker-Nootdorp de grootste bron van inkomsten. De hoogte van deze uitkering wordt bepaald op basis van objectieve verdeelmaatstaven zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, de (sociale) samenstelling van de bevolking en het aantal woonruimten. Bij de bepaling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp is uitgegaan van onder andere de volgende maatstafgegevens: Aantallen per 1 januari

2025

2026

2027

2028

aantal inwoners

58.671

59.386

60.101

60.816

aantal inwoners: jongeren < 18 jaar

13.435

13.464

13.473

13.494

545

565

595

625

aantal woonruimten

22.906

23.192

23.478

23.764

Aantal personen met een migratieachtergrond

8.978

9.003

9.223

9.436

aantal bijstandsontvangers

Algemene uitkering in de begroting 2025-2028 De hoogte van de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor Pijnacker-Nootdorp voor de periode 2025-2028 is gebaseerd op informatie uit de meicirculaire gemeentefonds 2024 van het ministerie van BZK. De verwachte inkomsten algemene uitkering uit het gemeentefonds bedragen: (bedragen X € 1.000)

2025

2026

2027

2028

inkomsten uit meicirculaire 2024

94.248

93.616

97.465

101.139

Een uitgebreide toelichting op de mutaties van de algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds is opgenomen in onderdeel Algemene uitkering in de begroting 2025.

12

Heffingen, belastingen en leges Een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente Pijnacker-Nootdorp bestaat uit lokale heffingen en belastingen. Deze lokale heffingen worden opgebracht door de inwoners en bedrijven van de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De gemeente Pijnacker-Nootdorp kent de volgende gemeentelijke belastingen, heffingen en retributies: OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges omgevingsvergunningen, leges burgerzaken, toeristenbelasting. Een nadere toelichting op de lokale heffingen wordt gegeven in de paragraaf ‘Lokale heffingen’.

Financieel Perspectief In de Kadernota 2025 zijn de financiële mutaties als gevolg van onder andere de autonome ontwikkelingen, collegebesluiten en het sociaal domein in beeld gebracht. Na vaststelling van de Kadernota op 11 juli 2024 zijn deze mutaties verwerkt in de Programmabegroting 2025. De onderwerpen algemene uitkering en indexatie voor prijsontwikkelingen en areaaluitbreiding zijn bij de Kadernota doorgeschoven naar de Programmabegroting om als geheel beoordeeld te kunnen worden in samenhang met de ontwikkelingen in het gemeentefonds en de meicirculaire. De investeringsplanning en renteresultaat zijn nu ook in de Programmabegroting verwerkt. Het meerjarig begrotingssaldo is hieronder in tabelvorm opgenomen en wordt daarna per onderdeel afzonderlijk toegelicht.

Samenvatting Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2026

2027

2028

1. Saldo primaire begroting 2024-2028 + aangenomen amendementen

2025 3.642

-3.225

-5.508

-5.454

2. Mutaties Kadernota 2025

-682

-552

1.289

1.411

Saldo Kadernota 2025

2.960

-3.777

-4.219

-4.043

3. Meicirculaire 2024 en nadere invulling van de gevolgen

-2.561

-22

-1.215

-2.631

4. Actualisatie belastingen, heffingen en areaal

624

695

1.003

1.232

5. Gevolgen P-begroting (incl. raad en college) en gevolgen overhead

-78

-44

-30

-44

6. Herziening kapitaallasten

-19

-254

-368

-963

7. Collegebesluiten, autonome en overige ontwikkelingen na opstellen KN2025

176

1.584

1.347

885

8. Toekomstbestendige gemeentefinanciën

955

1.730

2.554

2.028

2.057

-88

-928

-3.536

Saldo begroting

Het financiële overzicht is als volgt opgebouwd: 1. Als beginpunt het saldo van de primaire begroting 2024 2. Financiële mutaties zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2024 en Kadernota 2025 Onderdeel 1 is uitgebreid toegelicht in de Programmabegroting 2024. Onderdeel 2 is toegelicht in de Kadernota 2025. In voorliggende begroting zijn de mutaties toegelicht die na het vaststellen van de Kadernota 2025 hebben plaatsgevonden. In onderdeel 8 zijn de voorstellen uit de Kadernota 2025 voor het onderdeel Toekomstbestendige gemeentefinanciën opgenomen. 3.

Meicirculaire 2024 en nadere invulling van de gevolgen

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000 Volume accres historisch Bbp

2025

2026

2027

2028

-928

1.811

1.812

1.841

LPO accres prijs Bbp

-2.605

-3.131

-3.293

-3.201

Incidentele compensatie en schrappen opschalingskorting

1.425

1.804

1.753

1.707

Uitkeringsbasis en aanpassing maatstafhoeveelheden

1.004

1.323

1.538

1.788

Voorschot structurele middelen Beschermd Wonen

-170

-

-

-

Besparingsverlies Jeugd

863

-

-

-

Afboeking eerder opgenomen besparingsverlies Jeugd

-815

-

-

-

Actualisatie prijs index

-1.575

-2.189

-3.549

-4.070

Actualisatie volume index

254

395

539

-686

Kleine verschillen

-14

-35

-15

-10

Totaal gevolgen

-2.561

-22

-1.215

-2.631

13

Een uitgebreide toelichting op de mutaties van de algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds is opgenomen in onderdeel Algemene uitkering in de begroting 2025. 4.

Actualisatie belastingen, heffingen en areaal

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

OZB en Toeristenbelasting

534

701

836

Kostendekkendheid afval en riolering

90

-6

167

1.263 -31

Totaal gevolgen

624

695

1.003

1.232

OZB en Toeristenbelasting De OZB opbrengsten worden naar boven bijgesteld op basis van 6,3% inflatie (conform de meicirculaire 2024). Jaarlijks wordt een nieuwe jaarschijf aan de meerjarenraming toegevoegd en geindexeerd. Dit verklaart de hogere bijstelling in 2028 tot op niveau van 2024.

Kostendekkendheid afval en riolering De taakvelden afval en riolering zijn kostendekkend. Dit betekent dat alle gemaakte kosten worden doorbelast aan de eindgebruiker. De kostendekkendheid van beide taakvelden is 100%. Een nadere toelichting hierover staat in de paragraaf 'Lokale heffingen'. 5.

Gevolgen P-begroting (inclusief raad en college) en gevolgen overhead

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Actualisatie salarissen, overige personeelskosten en urentoerekening

-78

-44

-30

-44

Totaal gevolgen

-78

-44

-30

-44

De personeelsbegroting is geactualiseerd op basis van de laatste CAO en nieuwe zorg- en pensioenpremies.

Actualisatie salarissen, overige personeelskosten en urentoerekening In de nieuwe personeelsbegroting is de Cao 2023-2024 verwerkt. 6.

Herziening kapitaallasten

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Actualisatie overige kapitaallasten investeringplanning

-420

-752

-698

-623

Realistischer investeringsplanning

401

498

330

-340

Totaal gevolgen

-19

-254

-368

-963

Actualisatie investeringsplanning en kapitaallasten De investeringsplanning is geactualiseerd. De oplopende kapitaallasten worden met name veroorzaakt door het beheerplan buitensport, vervangende ICT-investeringen, bijstellen van de investeringsbudgetten voor scholen en het Sociaal Cultureel Centrum (SCC) in Pijnacker.

Realistischer investeringsplanning Vanaf 2023 is de onderuitputting van de investeringsplanning een continu aandachtspunt. In de voorliggende begroting is hierin een nieuwe stap gezet. Door middel van een rekenkundige aframing zijn de kapitaallasten voor met name automatisering en openbare ruimte realistischer begroot. De herinrichting en optimalisering van het proces wordt in de P&C-cyclus 2026 verder uitgewerkt. De investeringsplanning is terug te vinden in bijlage 1. 7.

Collegebesluiten, autonome ontwikkelingen en overige ontwikkelingen na opstellen Kadernota 2024

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Collegebesluiten Weidevogelkerngebied Zuidpolder van Delfgauw

14

-73

-

-

-

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Bijdrage Veiliheidsregio Haaglanden

-140

-140

-140

Contractenbeheer

-12

-

-

-140 -

Subtotaal

-225

-140

-140

-140

Autonome ontwikkelingen Omgevingsprogramma's incidentele middelen

-200

-200

-125

Rentebaten kort

1.875

2.055

1.671

-44

-94

-22

Actualisatie grondexploitaties Actualisatie huuropbrengsten gemeentelijke accommodaties

1.112

-

-37

-37

-1.230

-

-

-

Subtotaal

401

1.724

1.487

1.025

Totaal gevolgen

176

1.584

1.347

885

Prijs- en volumeindex Sociaal Domein kadernota 2023

-87

Weidevogelgebied Voor de inrichting van het Weidevogelkerngebied is eenmalig budget beschikbaar gesteld. Dit wordt in 2024 en 2025 uitgevoerd.

Bijdrage veiligheidsregio Haaglanden Op basis van de ontwerpbegroting 2025 van de Veligheigdsregio Haaglanden is de gemeentelijke bijdrage met € 140.000 verhoogd.

Contractenbeheer Voor het contractbeheer is een nieuw softwarepakket aangeschaft. De implementatiekosten hiervan bedragen € 12.000.

Omgevingsprogramma's incidentele middelen Voor het opstellen van omgevingsprogramma’s is voor de periode 2025-2027 incidenteel budget opgenomen.

Rentebaten kort Als gevolg van de oplopende marktrente en het positieve rekeningcourantsaldo kunnen de korte renteopbrengsten worden verhoogd. Ten opzichte van de kadernota 2025 zijn de rentebaten verhoogd met € 1,875 miljoen in 2025, aflopend naar € 1,1 miljoen in 2028. Deze mutaties zijn zichtbaar in bovenstaande tabel. In totaliteit wordt, inclusief deze mutaties, nu rekening gehouden met € 3,25 miljoen rentebaten kort in 2025, aflopend naar € 2,0 miljoen in 2028.

Actualisatie grondexploitaties De grexen zijn geactualiseerd per 1 juli 2024. De financiele effecten zijn beperkt.

Actualisatie huuropbrengsten gemeentelijke accommodaties De investeringsbudgetten voor de uitbreiding van de Beatrixschool en de Keizerskroon bestonden oorspronkelijk uit een deel onderwijslokalen en een deel kinderopvang. Daarnaast is voor de te ontvangen huur van de kinderopvang in de begroting een opbrengst opgenomen. Er worden echter alleen onderwijslokalen gerealiseerd. De begrote verhuuropbrengen vanaf 2026 worden afgeraamd.

Prijs- en volumeindex Sociaal Domein kadernota 2023 De nullijn waarbinnen de budgetten van het sociaal domein bij de Kadernota 2025 zijn opgesteld is gebaseerd op het prijsniveau 2023. Met de reguliere indexering voor prijs en volume zijn de budgetten sociaal domein vervolgens voor 2025 geïndexeerd. De indexering voor het tussenliggende jaar 2024 wordt met deze mutatie in 2025 toegepast voor in totaal € 1,2 miljoen. Dit geldt ook voor 2026 maar dan is de helft hiervan onderdeel van de kostenbeheersingsopdracht sociaal domein en wordt de andere helft gedekt vanuit de bestemmingsreserve sociaal domein. Vanaf 2027 valt deze post geheel binnen de opdracht voor kostenbeheersing sociaal domein. 8. Toekomstbestendige gemeentefinanciën

15

Toekomstbestendige gemeentefinanciën Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000 BCF plafond Kadernota beslispunt 5e

2025

2026 250

2027 250

2028 250

Rentebaten kort beslispunt 5f

250

500

500

SCC KN25 beslispunt 3c

-526

Voorbereidingsbudget transformatiegebieden beslispunt 4g

96

96

96

96

Handhaving en IVP beslispunt 4a

74

74

74

74

70

70

25

25

25

Afbouw subsidie Papaver beslispunt 4b Bijdrage regionaal groen beslispunt 4i Bijstelling OZB (niet)woningen eigenaren/gebruik (inhaal 3% 2025 en 3% 2026) beslispunt 5a

328

656

656

656

Citymarketing beslispunt 4h

43

43

43

43

38

38

38

188

188 116

Dubbel maaien begrazen beslispunt 4d Herziening parkeermaatregelen beslispunt 4f Hogere toerekening kosten aan afval beslispunt 5c

116

116

Hogere toerekening kosten aan riolering beslispunt 5c

204

204

204

Hondenbelasting beslispunt 3d

-154

-154

-154 104

ICT decentraal beslispunt 4a

104

104

Inperking LL-vervoer beslispunt 4c

104

25

50

50

Kapitaallasten Kerkweg/Veenweg beslispunt 3b

-42

-42

-42

Korting exploitatiesubsidie dobbeplas beslispunt 3e

-75

-75

-75

Kosten ondernemers toerekenen beslispunt 5b

310

310

310

60

Participatiebeleid beperken beslispunt 4e

60

60

Ruimte LEA beslispunt 4a

38

38

Urgente noden beslispunt 4b

3

3

2.554

2.028

Totaal gevolgen

60

955

1.730

Met de vaststelling van de Kadernota 2025 is besloten een aantal (beoogde) maatregelen in het kader van toekomstbestendige gemeentefinanciën te verwerken in de begroting, vooruitlopend op bestuurlijke besluitvorming en daadwerkelijke start uitvoering. Een deel hiervan is direct vanaf 2025 verwerkt. Een aantal andere maatregelen dient verder uitgewerkt te worden. Hiervoor zijn vanaf 2026 in de meerjarenraming stelposten opgenomen.

Stelpost Enecogelden Met het door de raad vastgesteld beleidsplan 'Investeringsplanning- en financieringsplan 2020-2025' is bij de Kadernota 2021 besloten een deel van de opbrengst uit de aandelen Eneco in te zetten om binnen de begroting structureel ruimte te creeëren. Deze ruimte wordt in deze meerjarenbegroting apart gepresenteerd als stelpost 'Enecogelden'. Aan de raad worden voorstellen voorgelegd voor aanwending van deze stelpost. Als de stelpost Enecogelden niet wordt ingezet valt dit jaarlijks vrij bij de jaarrekening als positieve bijdrage aan het saldo. Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000 Begrote beginstand per 01/01

2025

2026

597

597

-60

-60

2027 597

2028 597

Besluiten Aanstelling doorstroommakelaar in het kader van de Woonzorgvisie Inzet tbv nieuw Sociaal Cultureel Centrum Pijnacker Stand per einde jaar

537

537

-60

-60

-232

-537

305

-

Structureel en reëel sluitende Begroting 2025 De Provincie Zuid-Holland stelt als toezichthouder de eis dat de meerjarenbegroting sluitend is of dat de begroting van het komend jaar structureel en reëel sluitend is om in aanmerking te komen voor repressief toezicht. Om de begroting reëel sluitend te maken, dienen de incidentele baten en lasten te worden gecorrigeerd op het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2025.

16

Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2025

Saldo van de begroting 2025 inclusief incidentele baten en lasten

2.057

Hierin opgenomen incidentele baten

-9.266

Hierin opgenomen incidentele lasten

9.535 269

Saldo begroting 2025 gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten

2.326

Na correctie van de incidentele baten en lasten vertoont het totaal saldo van baten en lasten van de Begroting 2025 een positief saldo van € 2.326.000, waarmee wordt voldaan aan de eis van de toezichthouder. Een compleet overzicht in tabelvorm van de incidentele baten en lasten treft u aan in onderdeel C. ‘De financiële begroting’.

Mutaties in de reserve Financiële gevolgen Algemene reserve Algemene reserve Omschrijving (- = nadeel) Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Beginstand per 01/01

62.797

53.940

53.120

51.491

Begrotingssaldo

2.060

-88

-928

-3.536

GrExen: winstuitname

4.218

2.349

276

728

133

133

133

133

-1.104

-628

-110

-182

-488

-72

-72

-72

-

-88

-928

-3.536

Jaarlijks saldo strategisch vastgoed GrExen: mutatie Voorziening Nadelige complexen Dekking afschrijvingslasten Investeringen Storting in bestemmingsreserve Egalisatie begrotingssaldo 2026 e.v. Afwaardering grond Emmapark

-

-2.426

-

-

-85

-

-

-

Investering Sociaal Cultureel Centrum

-13.591

-

-

-

Stand per einde jaar

53.940

53.120

51.491

45.026

Aanvullende storting voorziening Baggeren

De komende jaren worden zowel bedragen toegevoegd als onttrokken aan de algemene reserve.

Weerstandsvermogen De mutaties in de algemene reserve zijn onder andere het gevolg van de jaarlijkse aanvulling of vrijval van de voorziening ‘Nadelige complexen’, het verplicht nemen van winsten binnen de grondexploitaties en de begrotingssaldi 2025 tot en met 2028. Verloop van de algemene reserve Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Weerstandscapaciteit per 01/01

62.797

53.940

53.120

51.491

Mutaties in de algemene reserve

-10.917

-732

-701

-2.929

Begrotingssaldo

2.060

-88

-928

-3.536

Weerstandscapaciteit per 31/12

53.940

53.120

51.491

45.026

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 12,5 miljoen. De ratio weerstandsvermogen wordt dan ook (meerjarig) gebaseerd op deze benodigde weerstandscapaciteit. Verloop ratio weerstandsvermogen

2025

2026

2027

2028

A. Weerstandscapaciteit per 31/12

53.940

53.120

51.491

45.026

B. Benodigde weerstandscapaciteit

12.455

12.455

12.455

12.455

C. Ratio weerstandsvermogen = A/B

4,33

4,26

4,13

3,62

Het benodigde weerstandsvermogen is geactualiseerd (inclusief actualisatie Grondexploitaties per 01-07-2024) conform de in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement 2014 opgenomen systematiek en wordt voor alle jaren gekwalificeerd als ‘uitstekend’.

Schuldpositie Samengevat zijn er drie kasstromen die de schuldomvang beïnvloeden:

17

• • •

In- en uitgaande geldstroom in het kader van de realisatie van begrotingsprogramma’s (exploitatie en onderhoud); In- en uitgaande geldstroom van investeringen (grondexploitaties en aanleg van voorzieningen zoals wegen en scholen); In- en uitgaande geldstroom als gevolg van het aangaan van schulden (financiering).

De totale schuld wordt dus hoger of lager door het geheel van positieve en negatieve kasstromen in de exploitatie, de investeringen en de financiering. De verschillende kasstromen en de schuld van de gemeente ontwikkelt zich in grote lijnen als volgt: Bedragen x € 1.000 (- = negatieve kasstroom)

2025

2026

Kasstroom saldo exploitatie/onderhoud

-1.380

-2.018

1.566

-305

Kasstroom saldo investeringen/grondexploitaties

-13.648

-17.249

-12.118

-8.202

Kasstroom saldo rentebaten -/- rentelasten Mutatie netto schuld

2027

2028

1.748

1.766

1.694

1.371

-13.280

-17.501

-8.858

-7.136

Schuldomvang In onderstaande tabel wordt weergegeven hoe de totale schuldomvang zich ontwikkelt op grond van de huidige meerjarenbegroting, de actualisatie van de grondexploitaties per 1-7-2024 en de investeringsplanning. Bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

Verwachte vordering rekening courant "Schatkistbankieren" per 01/01

97.000

73.845

46.469

28.069

Aflossing leningportefeuille

-9.875

-9.875

-9.542

-5.475

Mutatie netto schuld

-13.280

-17.501

-8.858

-7.136

Verwachte vordering rekening courant "Schatkistbankieren" per 31/12

73.845

46.469

28.069

15.458

De VNG spreekt van houdbare gemeentefinanciën als een gemeente ook bij een scenario met economisch slecht weer (met tegenvallende rijksinkomsten, lagere grondverkopen en stijgende rentepercentages) genoeg geld overhoudt om aan de schuldverplichtingen te kunnen voldoen, zonder dat de noodzakelijke publieke voorzieningen daarbij in de knel komen. In deze benadering is alleen sturen op baten en lasten niet genoeg. Hiervoor is ook inzicht in de geldstromen en de hoogte van de schuld nodig. Voor houdbare gemeentefinanciën moet de toename van de schulden in verhouding blijven met de jaarlijkse inkomsten van een gemeente. Stijgende rentelasten geven extra druk op de exploitatie. Als de exploitatie geen ruimte biedt, moet er meer worden geleend. Dat veroorzaakt meer rentelasten en zo ontstaat een negatieve spiraal. Met andere woorden: het is belangrijk om in de gaten te houden hoeveel ruimte er binnen de begroting is om bestaande schulden af te lossen.

Schuldnormering In het Collegeprogramma is aangegeven dat er een strategie nodig is voor het terugbrengen van de schuldenlast. Het uitgangspunt is om vanaf 2026 een criterium voor een houdbare schuldpositie op te nemen in de begroting. Als streefnorm voor de schuldomvang hanteren we dat de schuldquote (= ratio schuld/inkomsten) maximaal 100% bedraagt. Momenteel zit de gemeente Pijnacker-Nootdorp onder deze streefnorm en is de verwachting dat de schuldquote de komende jaren ook onder de streefnorm zal blijven.

Verwachte hoogte van de leningenportefeuille De leningenportefeuille lange termijn bedraagt op 1 januari 2025 ruim € 55 miljoen en neemt de komende jaren af met € 37 miljoen tot ruim € 18 miljoen eind 2028. Deze afname is gebaseerd op het aflossingsschema dat met de geldverstrekkers contractueel is afgesproken.

18

Programma's 1. Ruimte en wonen Het raadsakkoord stelt dat Pijnacker-Nootdorp een herkenbare, aantrekkelijke en goed bereikbare gemeente is en blijft. Inwoners van jong tot oud kunnen hier prettig en veilig wonen, ondernemers kunnen hun bedrijf uitoefenen en bezoekers komen graag wandelen en fietsen in ons groene buitengebied. We willen de hoge woonkwaliteit behouden en waar nodig versterken, zodat mensen zich hier kunnen vestigen en inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen.

Algemene omschrijving Het programma Ruimte en wonen bestaat uit drie onderdelen: 1. Ruimte en leefomgeving; 2. Wonen en bouwen; 3. Grondexploitaties ͕ met uitzondering van bedrijventerreinen

Wat willen we bereiken?

Doelstelling

Een karakteristieke woon- en leefomgeving en een hoge woonkwaliteit

Wat willen we bereiken

Een herkenbare woon- en leefomgeving Een evenwichtige woningvoorraad voor een lokale wooncarrière

Wat gaan we daarvoor doen 1. Behouden en ontwikkelen van een herkenbare en passende woonen leefomgeving 2. Uitbreiden van de woningvoorraad 3. Benutten van de woningvoorraad voor (lokale) doelgroepen

We bieden onze inwoners, ondernemers en bezoekers een karakteristieke en herkenbare woon- en leefomgeving. Door verbinding van ruimtelijke, sociale, economische en ecologische structuren willen we de gemeente als geheel versterken, met behoud van de groene, dorpse sfeer. We werken dan ook aan gebieden en functies die optimaal gebruik maken van elkaars kwaliteiten, elkaar aanvullen en versterken, rekening houdend met de belangen van mens, dier en natuur. Onze inwoners waarderen het eigen karakter van Pijnacker-Nootdorp dat gevormd wordt door de groene omgeving, de hoge woonkwaliteit, de dorpse sfeer, de ruimtelijke kwaliteit en de hechte gemeenschap. Daarom willen we er ook voor zorgen dat bij de grote opgaven zoals de energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie, de woon- en leefomgeving herkenbaar blijft. De gebiedsprofielen, die een onderdeel vormen van de omgevingsvisie, laten zien hoe we met behoud van het vertrouwde, ook nieuwe ontwikkelingen een plek kunnen geven.

19

Het is, zeker in de huidige gespannen woningmarkt, voor inwoners niet altijd makkelijk om te verhuizen naar een passende en betaalbare woning. Mede daarom zetten we ons in voor meer evenwicht in de woningvoorraad. Daarmee bedoelen we dat we er naar streven dat er genoeg woningen zijn voor iedere doelgroep en in iedere prijsklasse. Hiermee vergroten we de kans dat onze inwoners een lokale wooncarrière kunnen doorlopen en bieden we nieuwe inwoners de mogelijkheid om in Pijnacker-Nootdorp te komen wonen. We zijn ons ervan bewust dat we deel uitmaken van een dynamische regio waar de druk op de ruimte hoog is. Dit heeft directe en indirecte gevolgen voor de toekomst van onze gemeente. Onze inzet in de regio is gebaseerd op de unieke kwaliteiten van Pijnacker-Nootdorp zoals het woonmilieu, het groene buitengebied, de bedrijventerreinen en de glastuinbouw. Daarbij leggen we de nadruk op de bijzondere bijdrage die onze gemeente levert aan de agglomeratiekracht en het vestigingsklimaat van de regio. Pijnacker-Nootdorp beschikt, als landelijke, groene gemeente met goede verbindingen naar de grote steden, over kwaliteiten en (woon)milieus, die in de stad niet te realiseren zijn én van meerwaarde zijn voor inwoners van de hele regio. Onze inzet blijft niet beperkt tot de regio.

We nemen, waar nodig en mogelijk, deel aan provinciale en landelijke trajecten om de belangen en kansen van Pijnacker-Nootdorp te agenderen. Voorbeelden daarvan zijn de nieuwe Nota Ruimte, nationale programma’s, de ruimtelijke puzzel, het provinciaal omgevingsbeleid en provinciale programma’s.

Stand van zaken en vooruitblik Het programma Ruimte en Wonen bestaat uit de volgende drie verplichte taakvelden: 1. 2. 3.

Ruimte en leefomgeving: Wonen en bouwen; Grondexploitaties, met uitzondering van bedrijventerreinen.

1. Ruimte en leefomgeving Karakteristieke woon- en leefomgeving met een hoge woonkwaliteit We monitoren de woon- en leefomgeving en de woonkwaliteit door iedere twee jaar een leefbaarheidsmonitor (LEMON) uit te voeren. De meest recente leefbaarheidsmonitor dateert uit 2023. Daarbij is gekeken naar de punten die inwoners het meest belangrijk vinden voor de fysieke woonomgeving. De onderstaande scores geven een beeld van de waardering van onze inwoners. 2021 2023 Totaaloordeel voor de wijk

8,0

8,0

Kwaliteit van de woningen

7,8

7,9

Woonomgeving

7,0

7,1

Gronevoorzieningen

7,0

7,0

Algemene voorzieningen

7,6

7,5

Wanneer we deze cijfers vergelijken met leefbaarheidsmonitor uit 2021 dan zien we dat de waardering voor de woningkwaliteit en woonomgeving licht gestegen zijn, het totaaloordeel voor de wijk is gelijk gebleven, net als de waardering voor zowel de groenvoorzieningen. Het cijfer voor de algemene voorzieningen is met een 7,5 licht gedaald. Daarmee geven de inwoners in 2023 de hoogste cijfers voor de fysieke leefomgeving sinds we gestart zijn met de tweejaarlijkse metingen. In 2025 wordt opnieuw een leefbaarheidsmonitor uitgevoerd.

Omgevingswet Sinds 2019 werken we aan de uitvoering van het Programmaplan Omgevingswet om klaar te staan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Nu de Omgevingswet op 1 januari 2024 daadwerkelijk in werking is getreden is het programma in 2024 langzaam afgebouwd en worden kerninstrumenten als de omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en de omgevingsvergunningen deel van het reguliere werk. Over de kerninstrumenten informeren we via de planning en controlcyclus. Het Programmaplan Omgevingswet is in september 2024 afgesloten met de zesde en laatste monitor Omgevingswet voor de raad. Eén jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet in het eerste kwartaal 2025 zal het college conform de aanbevelingen van de rekenkamercommissie een vervolgmeting uit (laten) voeren over de Omgevingswet op de aspecten

20

organisatie, instrumenten, omgeving, financiën en de rol van de raad en daarover rapporteren in het jaarverslag bij de jaarstukken 2024.

Omgevingsvisie en planMER In het raadsakkoord op hoofdlijnen 2022-2026 wordt bevestigd dat de Omgevingsvisie Pijnacker-Nootdorp 2050 het strategische beleidsdocument is voor de fysieke leefomgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen baseren we ons dan ook op de ambities uit de omgevingsvisie. In 2024 stellen we de eerste monitor van de omgevingsvisie (en planMER) op. Daarin laten we zien of en in hoeverre de ambities in de omgevingsvisie daadwerkelijk worden bereikt en of bijstelling wellicht noodzakelijk is.

Omgevingsprogramma’s In de komende jaren zetten we al het ruimtelijk beleid om in een beknopt aantal omgevingsprogramma’s. Daarvoor is een planning opgesteld, die regelmatig wordt geactualiseerd. Zo geven we uitvoering aan de kaders die de raad in de omgevingsvisie heeft vastgesteld. Aangezien het een nieuw instrument is, leren en werken we tegelijkertijd. De omgevingsprogramma’s worden gekoppeld aan de programma’s in de begroting. De onderstaande omgevingsprogramma’s worden genoemd in de begroting 2025: • • • • • • • •

Ruimtelijke kwaliteit (programma 1) Aantrekkelijk economisch vestigingsklimaat (programma 2) Vitale glastuinbouwgebieden (programma 2) Duurzame mobiliteit (programma 3) Groen in en om de kernen (programma 4) Klimaatbestendige gemeente (programma 4) Warmte (programma 8) Leefkwaliteit (programma 8)

Daarnaast stellen we, mede op verzoek van de raad, in 2025 een evaluatie van het instrument omgevingsprogramma op.

Omgevingsplan Vanaf 1 januari 2024 vormen de bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen samen met de zogenaamde bruidsschat in één keer het (tijdelijke) omgevingsplan voor Pijnacker-Nootdorp. Dit (tijdelijke) omgevingsplan wordt vervolgens stapsgewijs herzien, zodat het goed aansluit bij de omgevingsvisie door daarbij passende regels op te nemen. Als één van de eerste acties is in 2024 de bruidsschat technisch in beheer genomen. Vervolgens heeft het college in februari 2024 het ontwerp-omgevingsplan ‘Herziening bruidsschat' in procedure gebracht waarbij een aantal artikelen uit de bruidsschat zijn komen te vervallen. In april heeft het college de ‘herziening bruidsschat’ ongewijzigd vastgesteld. Daarnaast is verder gewerkt aan de pilot omgevingsplan voor de wijk Tolhek. Deze pilot wordt in 2024 als ontwerp-omgevingsplan in procedure gebracht. De kennis en ervaring die we hebben opgedaan bij de pilot voor de wijk Tolhek gebruiken we voor het wijzigen van het omgevingsplan met hetzelfde gebiedsprofiel ‘rustige woonwijk’. In 2025 beginnen we met de procedure voor wijziging van het concept-omgevingsplan voor de woonwijken Koningshof, Vrouwtjeslant, Emerald en Achter ‘t Raadhuis. Bovendien bereiden we verschillende thematische en gebiedsgerichte wijzigingen van het omgevingsplan voor. Voorbeelden van thematische herzieningen zijn standplaatsen en erfgoed.

Bij gebiedsgerichte herzieningen gaat het bijvoorbeeld om de Dwarskade en verlengde Komkommerweg. Verder start de voorbereiding van een aantal ontwikkelingen, die niet met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) gerealiseerd kunnen worden. We weten nog niet precies wanneer die starten omdat we daarvoor afhankelijk zijn van de initiatiefnemer. Ook bij initiatieven waarvoor wel een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) kan worden meegewerkt, moeten we aansluiten bij het tempo van de initiatiefnemer. Hiervan is de planning dus ook onzeker. Op dit moment zijn er ongeveer achttien initiatieven waarbij deze procedure mogelijk wordt toegepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14542391/3