Onderwerpen regionale harmonisatie Breed Offensief
Tekst van het document
Bijlage 1. Onderwerpen regionale harmonisa5e Breed Offensief Onderstaand de uitwerking van de onderwerpen waarvan de regionale werkgroep adviseert om deze te harmoniseren in de reintegra7everordeningen van de ZHC-gemeenten. Het overzicht bevat voor de duidelijkheid de ar7kelen uit de modelverordening die betrekking hebben op het onderwerp. Bij de uitwerking voor de arbeidsmarktregio ZHC staan de wijzigingen ten opzichte van de modelverordening in het rood vermeld. Onderwerp
Ar*kel en lid (vanuit modelverordening)
Uitwerking arbeidsmarktregio ZHC
Aanvullende opmerkingen
Duur van een proefplaatsing
Ar2kel 14a, lid 1
1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in ar2kel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. Het college maakt daarbij geen gebruik van de weCelijke mogelijkheid tot verlenging met maximaal 4 maanden. 2. Het doel van een proefplaatsing is de inschakeling van de persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet.
In de regio ZHC kiezen we ervoor om een proefplaats niet te verlengen met maximaal 4 maanden. We nemen dit op in de verordening.
1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in ar2kel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering.
Argumenten: - We willen de werknemer beschermen - Er zijn voldoende andere mogelijkheden voor de werkgever, zoals de loonkostensubsidie naar loonwaarde of de forfaitaire loonkostensubsidie. - Ziekte kan geen reden zijn om te verlengen (die dagen tellen namelijk niet mee voor de twee maanden). - Ook zijn er geen prak2jkvoorbeelden beschikbaar waarin dit aan de orde zou zijn. - Een dergelijke proefperiode demotiveert mensen om aan de slag te gaan. Gemeenten kunnen in de toelich2ng van de verordening vermelden dat er in uitzonderlijke gevallen (maatwerk) wel gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheid tot verlenging.
Voorwaarden voor een proefplaatsing
Mogelijkheid om proefplaatsing te combineren met forfaitaire loonkostensubsidie
Ar2kel 14a, lid 3 Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurren2everhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriTelijk de inten2e heeT uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeTijd, in dienst zal nemen. Ar2kel 14a, lid 4 Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk [of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet.]
Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurren2everhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriTelijk de inten2e heeT uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeTijd, in dienst zal nemen.
Als ZHC-gemeenten sluiten we aan bij de voorwaarden (a t/m e) zoals vermeld in de modelverordening.
Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk.
Als ZHC-gemeenten nemen we de facultatieve aanvulling niet op in de verordening.
De termijn voor het vaststellen van de loonwaarde
Ar2kel 14b, lid 4
De voorwaarden voor persoonlijke ondersteuning en overige voorzieningen
Ar2kel 14c, lid 2
Het college stelt binnen [aantal] weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet.
a.
b. c.
d. e.
f.
g.
de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal [aantal (zes)] maanden, met een minimale arbeidsduur van [aantal] uur per week; het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college
Het college stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet.
We sluiten aan bij artikel 4:13 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht en de periode van 2 maanden proefplaatsing.
a.
We sluiten als ZHC-gemeenten aan bij de voorwaarden (a t/m g) uit de modelverordening, met uitzondering van lid c.
b. c.
d. e.
f.
g.
de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; de werkgever biedt een dienstbetrekking aan met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week, of heeft de intentie de arbeidsduur op te bouwen naar minimaal 12 uur per week; het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.
We kiezen ervoor om geen minimale arbeidsduur op te nemen in de verordening. 12 uur is een passende minimale arbeidsduur als voorwaarden. In bepaalde gevallen is er echter sprake van een opbouw in uren (zoals bij proefplaatsing). De toevoeging (in lid c), m.b.t. het hebben van de intentie op de arbeidsduur op te bouwen naar 12 uur per week, biedt ruimte om ook in deze gevallen persoonlijke ondersteuning toe te kennen.
proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk. De termijn voor het aanvragen van persoonlijke ondersteuning
Ar2kel 14g, lid 1
De wijze waarop jobcoaching kan worden verstrekt
Artikel 14f, lid 1
De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen KEUZE na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn.
Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van KEUZE
De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 6 maanden na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn.
We kiezen voor een termijn van 6 maanden. Er is alles aan gelegen om het eerste half jaar contract te verlengen.
Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura als volgt verstrekken: a. in natura, door middel van inzet van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband of in opdracht van het college; b. in natura, door middel van inzet van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband of in opdracht van een overheidsorgaan waarbij de voorziening is ingekocht; c. als subsidie in de vorm van een jobcoachcheque aan de werkgever of jobcoachorganisatie.
Gemeenten kunnen in de toelich2ng van de verordening vermelden dat het college voorkeur geeT aan het verstrekken van persoonlijke ondersteuning in natura (op2e a en b).
Het toepassingsgebied van jobcoaching
Artikel 14f, lid 3
De kwaliteitseisen voor een jobcoach
Ar2kel 14h, lid 1
De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.
Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan: KEUZE
De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden bij andere voorzieningen, anders dan in dienstverband, gericht op arbeidsinschakeling. In de toelich2ng kunnen voorbeelden opgenomen worden, zoals proefplaatsing, leerwerktraject en BBL traject.
De wet beperkt zich tot de verplich2ng van de taken/ondersteuning die worden verricht in het kader van een dienstverband bij een werkgever. Als ZHC-gemeenten kiezen we ervoor om het toepassingsgebied uit te breiden. Zoals jobcoaching 2jdens een proefplaats, leerwerktraject of BBL-trajecten. Gemeenten kunnen deze voorbeelden voor de volledigheid opnemen in de toelich2ng.
1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet: a. in het bezit zijn van het keurmerk Register Jobcoach van de beroepsvereniging Noloc; b. een Noloc geaccrediteerde opleiding volgen; of c. binnen een redelijke termijn starten met een Noloc geaccrediteerde opleiding. 2. Indien de persoonlijke ondersteuning wordt verstrekt als subsidie, als bedoeld in vierde lid, onder c, is in afwijking van het eerste lid geen keurmerk Register Jobcoach van de beroepsvereniging Noloc nodig. Bij deze vorm van jobcoaching geeT het college voorkeur aan een jobcoach in dienst bij een werkgever of jobcoachorganisa2e die beschikt over het Blik op Werk-keurmerk of het OVAL-keurmerk; 3. Indien de jobcoaches niet over een (h)erkende kwaliteitstandaard beschikt, gaat de gemeente in overleg om minimale waarborgen af te spreken; 3. Een jobcoach als bedoeld in het tweede lid mag geen directe collega of leidinggevende van de werknemer zijn.
Als ZHC-gemeenten kiezen we ervoor om het Noloc-register verplicht te stellen voor jobcoaching in natura. Hiermee zorgen we voor de gewenste professionaliseringsslag. Daarbij komt dat de jobcoaches in dienst bij de gemeenten of De Binnenbaan al gecer2ficeerd zijn in het Noloc-register. Bij jobcoaching in de vorm van een subsidie geldt geen verplichte registra2e. Dit vraagt te veel inspanning en aanpassing van werkgevers en/of jobcoachorganisa2es. Voorkeur gaat wel uit naar werkgevers of jobcoachorganisa2es met een keurmerk. Bij jobcoaching in de vorm van een subsidie geldt de aanvullende voorwaarden dat een jobcoach geen directe collega of leidinggevende van de werknemer mag zijn. Dit om ongewenste Belangenverstrengeling te voorkomen.
Aard en omvang inzet jobcoach
Ar2kel 14h, lid 2
Interne werkbegeleider
Ar2kel 14k
De in te zeCen jobcoaching wordt bepaald op basis van:
1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers
1. De in te zeCen jobcoaching wordt bepaald op basis van de voorwaarden zoals vermeld in de instrumentengids Dennis.
1.
Het college kan, ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking, een subsidie verlenen aan een werkgever voor de aantoonbare meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van interne werkbegeleiding, indien de persoon voor het kunnen verrichten van zijn werk is
Als ZHC-gemeenten kiezen we ervoor om in de verordening te verwijzen naar de voorwaarden in de instrumentengids Dennis.
aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. [2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.]
2.
3.
4.
5.
6.
aangewezen op begeleiding, die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat. De subsidie voor een intern werkbegeleider wordt uitsluitend verleend indien: a. de noodzaak hiertoe is gebleken uit een objectieve loonwaardemeting; b. de intern werkbegeleider een training heeft gevolgd, die hem in staat stelt werkbegeleiding te bieden aan een persoon met een arbeidsbeperking; en c. de intern werkbegeleider op vaste tijden beschikbaar is. De subsidie voor een intern werkbegeleider wordt afgestemd op de behoefte van de werknemer, maar bedraagt maximaal zes maanden. Indien de werknemer, na de periode als bedoeld in het derde lid, nog niet in staat is zijn werkzaamheden, zonder ondersteuning van een intern werkbegeleider te verrichten, kan deze eenmalig worden verlengd met een periode van maximaal zes maanden. De voorwaarden voor deze voorziening zijn, voor zover niet vastgelegd in deze verordening, nader uitgewerkt in de instrumentengids Dennis. Om de werkgever of medewerkers in dienst van deze werkgever in staat te stellen de werkbegeleiding te bieden, kan het college deze werkgever of medewerkers in dienst van deze werkgever een training aanbieden.