CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen obp Paraplubestemmingsplan Archeologie - geanonimiseerd

Raad Besluitvorming 12 oktober 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 14527722.234 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen en staat van wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie’

Afdeling Ruimte, Belastingen en Gegevensbeheer Team Ruimte

Inleiding Een paraplubestemmingsplan is een partiële herziening van meerdere bestemmingsplannen. Op één of meer thema's (in dit geval het thema Archeologie) worden diverse bestemmingsplannen aangepast of aangevuld, voor het overige blijven de desbetreffende bestemmingsplannen van kracht. Het paraplubestemmingsplan Archeologie zorgt voor een actualisatie van de huidige archeologische beleidskaart in alle bestemmingsplannen van onze gemeente. De gemeente Pijnacker-Nootdorp gebruikt sinds 2010 een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart als basis voor haar archeologiebeleid. Ruim tien jaar gestructureerd archeologisch onderzoek heeft geleid tot grote kenniswinst over waar archeologische vindplaatsen voorkomen binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Er is in deze periode een ruime dataset opgebouwd die het mogelijk maakt om de verwachtingen en aannames te toetsen die de basis vormen van de huidige archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. Dit leidt tot nieuwe inzichten en daarmee de wens om het bestaande archeologiebeleid te verbeteren. Dankzij de analyse van de informatie die in de periode 2010-2023 is verkregen, is nauwkeurig bepaald waar archeologische vindplaatsen verwacht kunnen worden. Op basis van deze verwachting kunnen nieuwe beleidszones worden aangewezen, waaraan vrijstellingsgrenzen kunnen worden gekoppeld.

Ook zijn er zones bijgekomen waar geen archeologische verwachting meer geldt en die daarom kunnen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Dankzij de gewijzigde verwachtings- en beleidszones kan er gerichter en beter archeologisch onderzoek worden uitgevoerd, doordat de zones waarin archeologisch onderzoek nodig is kleiner zijn dan op de beleidskaart uit 2009. Met het actualiseren van de archeologische beleidskaart en de daarmee verbonden bestemmingsplanregelingen is het de verwachting dat er minder vaak archeologisch onderzoek vereist is bij ontwikkelingen van burgers, bedrijven en overheden. Tegelijkertijd zullen de onderzoeken die wel moeten worden uitgevoerd, vaker leiden tot het aantreffen van een archeologische vindplaats en daarmee de kennis van het verleden van de gemeente Pijnacker-Nootdorp vergroten.

Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 14 december 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen die termijn konden zienswijzen naar voren worden gebracht. Van die mogelijkheid hebben drie (rechts)personen gebruik gemaakt. Die zienswijzen zijn in dit document samengevat en voorzien van een beantwoording. Met de vaststelling van het bestemmingsplan beslist de gemeenteraad tevens op de ingediende zienswijzen. Van de mogelijkheid een toelichting te geven op de ingediende zienswijzen heeft niemand gebruik gemaakt. Wie het niet eens is met het besluit van de gemeenteraad kan tegen het besluit in beroep gaan. Verderop in deze nota wordt daarover meer uitleg gegeven.

2

ZIENSWIJZEN

1.

Stedin Postbus 49 3000 AA Rotterdam

Reactie: Stedin geeft aan dat in het gebied diverse kabels en leidingen van Stedin zijn gesitueerd en dat de beoogde wijzigingen mogelijk gevolgen hebben voor de hier aanwezige ondergrondse- en bovengrondse infrastructuur. Zo stelt Stedin de volgende vragen: 1. Is het zo dat een vergunningplicht geldt bij bepaalde grondbewerkingen indien in de regels staat dat ‘voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden’ een vergunningplicht geldt bij bepaalde grondbewerkingen? 2. Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het vervangen of verwijderen van kabels en leidingen in een bestaand tracé? Kan dan worden teruggevallen op de uitzondering op het verbod die is opgenomen voor werken en/of werkzaamheden die normaal beheer en onderhoud (lid a) inhouden? 3. Zo nee, dan verzoekt Stedin een extra uitzonderingsregel op te nemen over vervanging of verwijdering of te wel beheer en onderhoud van kabels en leidingen (in dezelfde sleuf). Een vergunningplicht zou een onnodige administratieve last betekenen voor zowel Stedin en de gemeente.

Beantwoording: Wij danken indiener van deze zienswijze voor zijn reactie. Het is inderdaad zo dat in het plangebied diverse kabels en leidingen zijn gesitueerd. In reactie op de gestelde vragen zal hieronder per vraag een antwoord worden gegeven. 1. Ja, want in de regels van het ontwerpbestemmingsplan wordt voor alle dubbelbestemmingen met een ‘Waarde-Archeologie’ het volgende geregeld: 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 4.3.2, is het verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op en in de in lid 4.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 50 m²: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; c. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,5 m onder peil; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het ophogen en egaliseren van gronden. 4.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 4.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden: 3

a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan voor een bouwwerk als bedoeld in sublid 4.2.2; c. die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van niet ingrijpende betekenis zijn; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.

Daarin is dus inderdaad aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning de genoemde werken of werkzaamheden uit te voeren, behoudens de uitzonderingen zoals geregeld in sublid 4.3.2 (uitzonderingen omgevingsverguningplicht). 2.

Deze uitzonderingen houden onder meer in ‘het uitvoeren van werken of werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud’ (onder a). Dat Stedin er in dit verband vanuit gaat dat bij het vervangen of verwijderen van kabels en leidingen in een bestaand tracé kan worden teruggevallen op de uitzondering op het verbod die is opgenomen voor werken en/of werkzaamheden die normaal beheer en onderhoud betreffen is daarom correct.

3.

Een extra uitzonderingsregel hiervoor opnemen is derhalve niet nodig.

Conclusie: De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

2.

Dunea Postbus 756 2700 AT Zoetermeer

Reactie: In het geschetste gebied liggen transportleidingen van Dunea, de meeste transportleidingen zijn echter opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. Aangezien dit gaat om een “bovenliggend” paraplubestemmingsplan geeft Dunea aan daar verder geen op- of aanmerkingen op te hebben.

Beantwoording: Wij danken indiener van deze zienswijze voor zijn reactie en nemen deze ter kennisgeving aan.

Conclusie: De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

4

3.

TenneT TSO B.V. Postbus 718 6800 AS Arnhem

Reactie: Binnen de grenzen van het paraplubestemmingsplan bevinden zich ondergrondse- en bovengrondse hoogspanningsverbinding Wateringen-Bleiswijk 150 kV in het bezit van TenneT. In het betreffende plan zijn voorwaarden opgenomen waarbij onderzoek wordt vereist bij bodemverstoringen dieper dan 30 cm onder het maaiveld voor gronden waar archeologische waarden zijn verwacht. Voor onderhoudswerkzaamheden aan de hoogspanningsverbindingen zal TenneT deze grens overschrijden rondom de bovengrondse- en ondergrondse hoogspanningsverbinding. Daarom ziet TenneT graag dat een aanpassing wordt opgenomen dat voor onderhoudswerkzaamheden van de leidingbeheerder een uitzondering kan worden gemaakt op deze regel om te voorkomen dat voor het benodigde onderhoud onderzoek naar de grond wordt vereist. Beantwoording: Wij danken indiener van deze zienswijze voor zijn reactie. Het is inderdaad zo dat zich binnen de grenzen van het paraplubestemmingsplan de genoemde ondergrondse- en bovengrondse hoogspanningsverbinding Wateringen-Bleiswijk 150 kV bevindt. Dat TenneT voor onderhoudswerkzaamheden de grens van dieper dan 30 cm onder het maaiveld zal overschrijden is niet erg. In de planregels is daar reeds rekening mee gehouden.

Op de in de verschillende dubbelbestemmingen (Waarde-Archeologie 1, 2 en 3) opgenomen vergunningplicht is telkens een uitzondering gemaakt voor werkzaamheden in het kader van normaal beheer en onderhoud, zie de regeling hieronder (4.3.2 onder a). Een extra uitzonderingsregel is derhalve niet nodig. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Omgevingsvergunningplicht Behoudens het bepaalde in sublid 4.3.2, is het verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op en in de in lid 4.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 50 m²: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; c. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,5 m onder peil; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het ophogen en egaliseren van gronden. 4.3.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht Het in sublid 4.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van het uitvoeren van een bouwplan voor een bouwwerk als bedoeld in sublid 4.2.2; c.

die uit een oogpunt van bescherming van de archeologische verwachtingswaarde van niet ingrijpende betekenis zijn; d. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; e. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan: 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist; 5

2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.

Conclusie: De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

CONCLUSIE EN VERVOLGPROCEDURE

De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding wijzigingen aan te brengen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp zoals dat ter inzage heeft gelegen. Er is desalniettemin een aantal andere ambtshalve wijzigingen noodzakelijk gebleken. Deze wijzigingen staan beschreven in de staat van wijzigingen. Na de (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan kunnen indieners van zienswijzen een beroep instellen tegen het vastgestelde bestemmingsplan, dat gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd. Het bestemmingsplan treedt in werking de dag nadat de beroepstermijn afloopt, tenzij de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht wordt een voorlopige voorziening te treffen. Zij die een zienswijze hebben ingediend bij de gemeenteraad kunnen in ieder geval tegen de vaststelling van het plan door de gemeenteraad beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voorts kunnen zij die kunnen aantonen redelijkerwijs niet in staat te zijn geweest een zienswijze bij de gemeenteraad in te dienen, alsmede eenieder voor zover het wijzigingen betreft die door de gemeenteraad bij de vaststelling zijn aangebracht, beroep instellen. Aan het instellen van beroep en eventueel het vragen van een voorlopige voorziening zijn kosten verbonden.

Meer informatie daarover is verkrijgbaar bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State of via www.raadvanstate.nl.

6

STAAT VAN WIJZIGINGEN

betreft Toelichting Algemeen Planidentificatie

P. 5, tweede alinea

P. 6, afbeelding 1

P. 7-9, tabel bestemmingsplannen P. 11, paragraaf 2.2

P. 15, paragraaf 4.1

wijziging

Wijziging is gebaseerd op

Kleine tekstuele aanpassingen en verbetering van feitelijke onjuistheden. De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000220141-4001

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

De rapportage die door Archeologie Delft is opgeleverd in 2022 is in 2023 herzien en nog verder geactualiseerd. 2022 wordt daarom 2023 en de nieuwe rapportage dient de oude te vervangen. Deze afbeelding vervangen door de definitieve Archeologische beleidskaart.

Ambtshalve wijziging (in overleg met Archeologie Delft)

Deze tabel wordt geactualiseerd op basis van de laatste vastgestelde plannen. Achter de eerste zin van de eerste alinea een komma verwijderen en in de eerste zin van de tweede alinea het woord anti dubbeltelbepaling vervangen door: anti-dubbeltelbepaling. Achter de laatste zin wordt een punt toegevoegd.

Ambtshalve wijziging (in overleg met Archeologie Delft) Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

P. 17, paragraaf 5.2

Deze paragraaf wordt aangevuld. Er zijn 3 zienswijzen ingediend en deze zijn beantwoord in de ‘Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie’, welke is toegevoegd als bijlage.

Bijlage 1 bij de toelichting ‘Gemeentelijke archeologische beleidskaart PijnackerNootdorp’ Nieuwe bijlage bij de toelichting

Deze bijlage wordt vervangen door de nieuwe versie van de ‘Delftse Archeologische Notitie’ van dit jaar (2023).

Ambtshalve wijziging

‘Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Archeologie’ wordt als geanonimiseerde versie bijgevoegd als bijlage bij de toelichting op plan.

Ambtshalve wijziging

Kleine tekstuele aanpassingen en verbetering van feitelijke

Ambtshalve

Regels Algemeen

7

Planidentificatie

onjuistheden. De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000220141-4001

wijziging Ambtshalve wijziging

Hoofdstuk 1, artikel 1

Achter alle begrippen wordt een dubbele punt geplaatst

Hoofdstuk 1, artikel 1.1

De woorden ‘Pijnacker-Nootdorp’ worden niet meer dikgedrukt opgenomen. Het begrip ‘peil’ wordt uit dit bestemmingsplan geschrapt.

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging

Hoofdstuk 1, artikel 1.10 P. 7-9, artikel 3 Hoofdstuk 2, artikelen 4.3.1 onder c, 5.3.1, onder c en 6.3.1, onder c.

Deze lijst wordt geüpdatet op basis van de laatste vastgestelde plannen. ‘het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,5 m onder peil’ wordt vervangen door: ‘het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m onder peil’.

Verbeelding Planidentificatie De verbeelding wordt herzien.

De planidentificatie wordt gewijzigd in: NL.IMRO.1926.bp000220141-4001 Alle groene oplichtende velden, waar eerst een bepaalde ‘Waarde-Archeologie’ op rustte, worden in het vastgestelde plan niet meer voorzien van een dubbelbestemming ‘WaardeArcheologie’ (zie kaartje hieronder).

Ambtshalve wijziging Ambtshalve wijziging (in overleg met Archeologie Delft)

8

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13100740/2