CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Rente en Treasury 2021

Raad Besluitvorming 28 oktober 2021, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Nota rente en treasury 20216.291 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

asury

Nota Rente en Treasury 2021

Nota Rente en Treasury 2021 1

Inhoud Inhoud ..................................................................................................................................................... 2 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

Rente ............................................................................................................................................... 4 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4 2.1 Relevante wetgeving en beleidskaders ......................................................................................... 4 2.2 Relevante ontwikkelingen ............................................................................................................. 4 2.2.1 Kapitaalmarktrente ................................................................................................................ 4 2.2.2 Volume ................................................................................................................................... 4 2.3 Begripsbepaling ............................................................................................................................. 4 2.3.1 Rente, het begrip .................................................................................................................... 4 2.3.2. Toerekenen van rente ...........................................................................................................

5 2.4 Beleidsuitgangspunten .................................................................................................................. 5 2.4.1 Toekomstig aan te trekken gelden ......................................................................................... 6 2.4.2 Rente over grondexploitaties (grexen)................................................................................... 6 2.4.3 Rente voor startersleningen ................................................................................................... 7 2.4.4. Vaststelling rekenrente ......................................................................................................... 7 2.4.5 Afwijken van het rentepercentage ......................................................................................... 7 2.4.6 Rentetoerekening t.a.v. leges en tarieven ............................................................................. 7 2.4.7 Rente bij besluitvorming over nieuwe investeringen ............................................................ 7 2.4.8 Rente bij herfinanciering ........................................................................................................ 8

3.

Treasury ........................................................................................................................................... 9 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 9 3.1 Begrippenkader en doelstellingen................................................................................................. 9 3.2 Relevante wetgeving en beleidskaders ....................................................................................... 10 3.3 Deelgebieden van treasury ......................................................................................................... 10 3.3.1 Risicobeheer ......................................................................................................................... 11 3.3.2 Gemeentefinanciering ......................................................................................................... 11 3.3.3 Kasbeheer ............................................................................................................................. 12 3.4 Administratieve organisatie en interne controle ........................................................................ 12

Begrippenlijst......................................................................................................................................... 18

Nota Rente en Treasury 2021 2

1. Inleiding Voor u ligt de nota Rente en Treasury 2021. Deze wordt, conform artikel 16 van de financiële verordening gemeente Pijnacker-Nootdorp, eens in de vier jaar vastgesteld door de raad. De nota heeft als doel om het gemeentelijk beleid aangaande treasury en de gehanteerde rentesystematiek uiteen te zetten. Waar voorheen de onderwerpen treasury en rente ieder in een afzonderlijk document werden behandeld, is vanwege de beperkte omvang en samenhang ervoor gekozen om deze in één nota op te nemen. In hoofdstuk 2 is het rentebeleid van de gemeente opgenomen en in hoofdstuk 3 het treasurybeleid. Beide hoofdstukken starten met een eigen leeswijzer. De nota Rente en Treasury heeft raakvlakken met het vernieuwde Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), relevante wetgeving, de financiële verordening van de gemeente PijnackerNootdorp en diverse interne beleidsplannen. Voor de onderwerpen rente en treasury wordt afzonderlijk in ieder hoofdstuk de relevante wetgeving en beleidskaders toegelicht. De begrippenlijst is opgenomen aan het eind van de nota.

Nota Rente en Treasury 2021 3

2. Rente Leeswijzer In paragraaf 2.1 wordt stil gestaan bij de relevante regelgeving en beleidskaders. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de ontwikkeling van de kapitaalmarktrente besproken, evenals de invloeden op het rentebeleid vanuit de gemeente zelf. Paragraaf 2.3 betreft de begripsbepaling, waarna in paragraaf 2.4 de uitgangspunten voor wat betreft het rentebeleid aan bod komen.

2.1 Relevante wetgeving en beleidskaders Het hoofdstuk Rente heeft veel raakvlakken met de notitie rente van de commissie BBV, die is verschenen in 2016. In die notitie wordt de impact van rente op de gemeentelijke begroting toegelicht, zowel als inkomstenals kostenpost. Er is rekening gehouden met kaders afkomstig uit de Wet financiering decentrale overheden (FIDO), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de Uitvoeringsregeling decentrale overheden (Udo). In 2021 is door de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp de financiële verordening geactualiseerd, deze verordening kent diverse artikelen die van directe invloed zijn op het gehanteerde rentebeleid en daarom verwerkt zijn in deze nota. Bij de opstelling van deze nota is tevens rekening gehouden met een aantal beleidsstukken binnen de gemeente Pijnacker-Nootdorp.

2.2 Relevante ontwikkelingen Het gehanteerde rentebeleid is afhankelijk van een aantal ontwikkelingen, onder andere de ontwikkeling van de kapitaalmarktrente maar ook gebeurtenissen die betrekkingen hebben op de organisatie zelf, zoals de toename of afname van het aantal investeringen.

2.2.1 Kapitaalmarktrente De hoogte van de rente op vaste leningen, ook wel lange rente of kapitaalmarktrente genoemd, is afhankelijk van de hoogte van de inflatie, de mate waarin de uitlenende partij risico loopt en een eventuele vergoeding voor de te leveren diensten. De kapitaalmarktrente wordt bepaald door vraag en aanbod op de markt van geld. Vanaf 2015 is de kapitaalmarktrente historisch laag te noemen, namelijk minder dan 1%. Anno 2021 kan de gemeente geld lenen tegen minder dan 0,5% rente.

2.2.2 Volume Bij het bepalen van de rekenrente is het aantal investeringen, evenals de omvang hiervan, van invloed op de vast te stellen rekenrente omdat dit bepalend is voor de financieringsbehoefte van de gemeente. De gemeente Pijnacker-Nootdorp is lange tijd een groeigemeente geweest, met veel nieuwbouw. De verwachting is dat deze groei de komende tien jaar afneemt, wat betekent dat op den duur minder geld benodigd is voor de grondexploitaties.

2.3 Begripsbepaling Gezien de complexiteit van het onderwerp wordt in dit hoofdstuk het begrip rente nader toegelicht.

2.3.1 Rente, het begrip De algemene definitie voor rente, volgens het BBV, luidt als volgt: “De vergoeding die wordt ontvangen voor het uitlenen van geld en die betaald wordt door degene die het geld leent.” Het begrip is onder te verdelen in rentelasten, rentebaten en rente over eigen (interne) financieringsmiddelen. Rentelasten Voor de financiering van investeringen worden externe financieringsmiddelen aangetrokken, hier zijn rentelasten aan verbonden. Op een vlottende lening (<1 jaar) is de geldmarktrente van toepassing, deze wordt door de centrale bank bepaald. Op een vaste lening (>1 jaar) wordt de kapitaalmarktrente toegepast. De hoogte

Nota Rente en Treasury 2021 4

hiervan is afhankelijk van de hoogte van de inflatie, de mate waarin de bank risico loopt en een eventuele vergoeding voor de te leveren diensten. Rentebaten Wanneer geldt wordt uitgeleend aan partijen uit maatschappelijke overwegingen of overtollig kasgeld is sprake van rentebaten. Rente over eigen (interne) financieringsmiddelen Ook over de eigen (interne) financieringsmiddelen (reserves) kan rente worden berekend, dit wordt de bespaarde rente genoemd. De gemeente Pijnacker-Nootdorp kiest ervoor om dit niet toe te passen.

2.3.2. Toerekenen van rente In deze paragraaf wordt de systematiek van rentetoerekening nader toegelicht. Omslagrente Bij de meeste gemeenten wordt niet voor iedere investering een aparte lening aangetrokken maar is sprake van totaalfinanciering, waarbij het geheel van investeringen wordt gefinancierd. De financiering van investeringen en bestaande eigendommen (activa) gebeurt door middel van de inzet van eigen middelen (eigen vermogen, reserves) en vreemd vermogen (voorzieningen, leningen). In de begroting wordt een raming gemaakt van de financieringsbehoefte (totaal te financieren) en daarmee een raming van de daarmee gepaarde financieringskosten (rentelasten). Het percentage omslagrente wordt berekend middels de onderstaande formule: Totale rentelasten x 100% Totaal te financieren In de praktijk komen drie methoden van de renteomslag voor: 1. 2. 3.

in de renteomslag wordt ook de berekende rente over de eigen (interne) financieringsmiddelen verwerkt; alleen de werkelijk betaalde rente wordt verwerkt in de renteomslag; renteomslag gebaseerd op de marktrente.

Rekenrente Rentelasten worden voor het totaal van de gemeentelijke financieringsbehoefte, gezamenlijk toegerekend (kostenallocatie, -toerekening) aan producten en daarmee de programma’s. Dit gebeurt aan de hand van de rekenrente. Rente op activa Het BBV specificeert het bezit van grond naar de volgende vier activa: 1. 2. 3. 4.

vaste materiële activa; vlottende activa (ruilgronden); strategische gronden; bouwgrond in exploitatie (BIE).

Op de boekwaarde van de eerste twee genoemde activa wordt geen rente bijgeschreven. Voor strategische gronden en bouwgrond in exploitatie bestaat deze mogelijkheid wel, met als toevoeging dat voor de strategische gronden een reëel en stellig voornemen moet bestaan dat deze in de nabije toekomst zal worden bebouwd (gebaseerd op een raadsbesluit). Ook mag de boekwaarde de externe waardering (marktwaarde) niet overstijgen.

2.4 Beleidsuitgangspunten In deze paragraaf wordt toegelicht welke beleidsuitgangspunten worden gehanteerd in de gemeente PijnackerNootdorp met betrekking tot rente.

Nota Rente en Treasury 2021 5

2.4.1 Toekomstig aan te trekken gelden Alvorens in wordt gegaan op de te bepalen rentepercentages wordt het beleid aangaande toekomstig aan te trekken gelden toegelicht. Langlopende leningen Bij het afsluiten van een langlopende lening worden diverse afwegingen gemaakt bij het bepalen van de looptijd ervan. De aard van de investering is uiteraard een factor die meegenomen wordt in de afweging. De keuze voor de looptijd is afhankelijk van het volume van de investering en de ontwikkelingen van de kapitaalmarktrente zoals benoemd in hoofdstuk 4 van deze nota. Wanneer een grote som geld moet worden aangetrokken kan voor meerdere leningen met verschillende looptijden worden gekozen om zo de risico’s te spreiden. Een andere keuze die wordt gemaakt is of een fixe- of lineaire lening wordt aangegaan. Lineaire leningen worden gelijkmatig over de looptijd afgelost, fixe leningen zijn leningen die voor een vaste periode worden aangegaan en in haar geheel aan het eind van de looptijd in één keer worden afgelost. Laatstgenoemde wordt door de gemeente Pijnacker-Nootdorp slechts bij hoge uitzondering toegepast, bijvoorbeeld in een situatie van projectfinanciering. Bovendien hebben fixe leningen een grote uitwerking op de renterisiconorm.

Bij het maken van een bestuurlijke beslissing ten aanzien van nieuwe investeringen worden, met betrekking tot het te hanteren rentepercentage, de actuele rentetarieven opgevraagd die door kredietverstrekkers in rekening worden gebracht voor aan te trekken gelden (langlopende leningen). Kortlopende leningen Kortlopende leningen betreffen leningen met een looptijd korter dan één jaar. Tijdelijke liquiditeitstekorten worden opgevangen met kortlopende leningen.

2.4.2 Rente over grondexploitaties (grexen) Bij het vaststellen van het beleid voor het toerekenen van rente aan de grondexploitaties is rekening gehouden met de laatste wijzigingen van het BBV. In de notitie grondexploitaties 2016 van de commissie BBV van maart 2016 staan de volgende stellige uitspraken: 1.

2.

de toegestane toe te rekenen rente aan Bouwgrond In Exploitatie (BIE) moet worden gebaseerd op de daadwerkelijke te betalen rente over het vreemd vermogen. Het is niet toegestaan om rente over het eigen vermogen toe te rekenen aan BIE. Het over het vreemd vermogen te hanteren rentepercentage moet als volgt worden bepaald: a. het rentepercentage van de direct aan de grondexploitatie gerelateerde financiering in het geval van projectfinanciering. b. het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemde vermogen/totaal vermogen, indien er geen sprake is van projectfinanciering. c. indien de gemeente geen externe financiering heeft, dan wordt geen rente toegerekend. de disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties wordt voor alle gemeenten gelijkgesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone.

Van de eerste stellige uitspraak is alleen 1b van toepassing op de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De uitspraak betreft de toegestane toe te rekenen rente en heeft tot gevolg dat het bedrag aan rente dat toegerekend mag worden aan de grondexploitaties lager wordt, wat tot uitdrukking komt in het bijbehorende percentage. Bij het bepalen van het rekenrentepercentage voor de grondexploitaties moet namelijk rekening gehouden worden met de verhouding eigen- en vreemd vermogen. Rekening houdend met een gewogen gemiddeld rentepercentage, zoals vastgelegd in de notitie grondexploitaties van het BBV, kan het rentepercentage voor de grondexploitaties worden vastgesteld. De gemeente Pijnacker-Nootdorp baseert dit percentage specifiek op het gewogen gemiddelde van de komende vier jaar, elk begrotingsjaar wordt deze opnieuw bepaald.

Nota Rente en Treasury 2021 6

Gemiddeld rentepercentage =

∑ (Resterend bedrag lening jaar Y x rentepercentage) ∑ Resterend bedrag leningen jaar Y

De tweede stellige uitspraak betreft de disconteringsvoet. De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd conform de stellige uitspraak van de commissie BBV is gelijkgesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone.

2.4.3 Rente voor startersleningen Het interne rekenpercentage dat gehanteerd wordt voor startersleningen staat los van het rekenrentepercentage en het rentepercentage dat wordt gehanteerd voor de grondexploitaties. De hoogte ervan wordt vastgesteld door de gemeenteraad.

2.4.4. Vaststelling rekenrente Het BBV heeft vastgesteld hoe het rentepercentage van aan taakvelden toe te rekenen rente dient te worden vastgesteld. De totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente wordt afgezet tegen de begrote boekwaarde van de activa die integraal gefinancierd wordt.

2.4.5 Afwijken van het rentepercentage In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de vastgestelde rentepercentages, bijvoorbeeld in het geval van projecten waar projectfinanciering voor wordt gevonden. De afwijking dient altijd door de gemeenteraad te worden besloten.

2.4.6 Rentetoerekening t.a.v. leges en tarieven In het BBV blijft de mogelijkheid bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen en de voorzieningen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden. De Commissie BBV adviseert, vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen. De gemeente Pijnacker-Nootdorp volgt dit advies. De Commissie BBV doet geen uitspraken over de wijze waarop gemeenten hun tarieven moeten berekenen. Fiscaal juridisch gezien is het toegestaan om een redelijk deel van de rentelasten mee te nemen in de kostenopstelling die ten grondslag ligt aan de tariefberekening. Aangezien in de gemeente Pijnacker-Nootdorp sprake is van totaalfinanciering, wordt voor de berekening van leges en tarieven geen onderscheid gemaakt tussen de financiering door middel van het eigen of vreemd vermogen. Deze vergoeding bedraagt maximaal het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de (bruto) externe rentelasten over het totaal van de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen.

2.4.7 Rente bij besluitvorming over nieuwe investeringen Voor het bepalen van het te hanteren rentepercentage bij besluitvorming over nieuwe investeringen kan onderscheid worden gemaakt tussen grote en kleine investeringen. Er is sprake van een grote investering wanneer deze meer dan € 5 miljoen bedraagt. Voor grote investeringen is het waarschijnlijker dat extra leningen moeten worden aangetrokken tegen actuele rentepercentages. Deze kunnen lager of hoger zijn dan de gemiddelde rente op de bestaande leningenportefeuille. Momenteel is de rentevergoeding (rentepercentage) van eventueel aan te trekken langlopende leningen lager dan de huidige rekenrente. Wanneer de interne rekenrente met meer dan 1 procentpunt afwijkt van de marktrente, kan voor deze grote investeringen de marktrente worden gehanteerd. Aangezien op het moment van opvragen van de actuele rentetarieven niet direct langlopende leningen bij een kredietverstrekker worden aangegaan, wordt om een renterisico in de meerjarenbegroting te voorkomen, met een hogere rente gerekend dan het actuele rentepercentage van de kredietverstrekker (risico-opslag). De reden hiervoor is dat het zelfs nog enkele jaren kan duren voordat een langlopende lening bij een kredietverstrekker wordt aangetrokken.

Nota Rente en Treasury 2021 7

Anders dan de investeringen boven de € 5 miljoen kunnen kleine investeringen (<€5 miljoen) naar verwachting opgevangen worden binnen de marge van de ontwikkeling van de liquiditeitspositie. Bovendien hebben kleine leningen een beperkte invloed op het gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille.

2.4.8 Rente bij herfinanciering Zoals benoemd in subparagraaf 2.4.7 heeft de liquiditeitsbehoefte invloed op het te voeren rentebeleid. Wanneer sprake is van een liquiditeitstekort zullen herfinancieringsmiddelen moeten worden aangetrokken. Het rentepercentage dat voor deze herfinanciering gehanteerd wordt hangt samen met onder andere de looptijd van het aan te trekken geld. Het te hanteren rentepercentage wordt jaarlijks bij de Kadernota vastgesteld.

Nota Rente en Treasury 2021 8

3. Treasury Leeswijzer In paragraaf 3.1 worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. In paragraaf 3.2 worden de relevante wetgeving en beleidskaders omschreven. In paragraaf 3.3 worden de worden de verschillende deelgebieden van treasury uiteengezet: risicobeheer, gemeentefinanciering, en kasbeheer. In paragraaf 3.4 komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid omtrent de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden.

3.1 Begrippenkader en doelstellingen Onder treasury wordt verstaan het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Instrumenten treasury De nota Rente en Treasury. In hoofdstuk 3 van deze nota is de “beleidsmatige infrastructuur” van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Deze nota maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Naast de nota Rente en Treasury wordt ook jaarlijks de paragraaf financiering in zowel de (meer)jarenbegroting als in de jaarrekening opgenomen. Hierin worden de specifieke beleidsvoornemens en de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury besproken. Randvoorwaarde treasurybeleid De nota Rente en Treasury kent de kwalitatieve randvoorwaarde dat het bankieren met winstoogmerk door decentrale overheden niet is toegestaan. Het aangaan van leningen en het uitzetten van middelen evenals het verlenen van garanties en het verstrekken van geldleningen, zijn alleen toegestaan voor de uitoefening van publieke taak, en dus niet voor het behalen van rendement. Doelstellingen treasury De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: 1. 2. 3. 4.

het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; het renterisico beperken en een zo gunstig mogelijk renteresultaat behalen binnen de kaders van de Gemeentewet, de Wet fido en de limieten en richtlijnen van de nota Rente en Treasury. Het bereiken van een zo gunstig mogelijk renteresultaat dient afgewogen te worden met aannemelijke risico’s, die zich kunnen voordoen.

In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities”. De treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken. De condities die daarbij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform) te zijn. De gemeente loopt de volgende financiële risico’s: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken. De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan onder andere uit rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de afdelingshoofd Financiën het beheer zo efficiënt mogelijk uit te laten voeren. Nota Rente en Treasury 2021 9

De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo laag mogelijk rentekosten zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s; de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte afdeling (“profit center”). Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en deze nota Rente en Treasury dient desondanks te worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.

3.2 Relevante wetgeving en beleidskaders In de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De gemeente Pijnacker-Nootdorp onderkent het belang van een verantwoord en adequaat beheer van haar financiële middelen. Zij wenst haar activiteiten op het gebied van treasury op een zo transparant en beheersbaar mogelijke wijze in te richten. Het wettelijk kader De Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen geven het bindende kader voor de uitoefening van de treasury van de gemeenten. De onderliggende regelingen zijn: -

de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden; de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden; het Besluit leningsvoorwaarden decentrale overheden; de Regeling ontheffing gemeentelijke kredietbanken en nazorgfondsen.

De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft de “publieke taak” waarvoor leningen en garanties dienen enerzijds en het prudente karakter van (overige) uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen “uit hoofde van treasury”. De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak”. De afdeling BDV adviseert over bijvoorbeeld financieringsvoorwaarden en de implicaties van de betreffende aanvraag voor de totale financiële positie van de gemeente. Daarnaast is het van belang dat de afdeling BDV de betreffende aanvraag opneemt in de liquiditeitenplanning. De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) bevat de bepaling dat het Rijk en decentrale overheden een gezamenlijke en gelijkwaardige inspanningsplicht hebben om de eisen uit het, op Europees niveau gesloten, Stabiliteits- en Groeipact te respecteren.

De gelijkwaardige inspanningsplicht (de plicht is in de wet niet nader gekwantificeerd) heeft tot doel dat onder andere gemeenten bijdragen aan het realiseren en het behouden van een houdbare budgettaire positie voor de Nederlandse overheid als geheel. De gelijkwaardige inspanning is vertaald naar een macronorm in EMU-saldo termen van decentrale overheden gezamenlijk, die aan het begin van de kabinetsperiode na bestuurlijk overleg wordt vastgesteld. Daarmee is de verdeling van de aanpassingslast naar begrotingsevenwicht een politiek-bestuurlijke keuze. De Wet bevat met name procedurebepalingen over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de gelijkwaardige inspanningsplicht van de gemeenten. Het EMUsaldo kent overigens een transactiebasis en niet een baten- en lastenbasis zoals gemeenten die kennen. Belangrijk instrument om jaarlijks de ontwikkeling van het EMU saldo te volgen op decentraal niveau is de EMU saldo enquête. Deze enquête wordt ingevuld door decentrale overheden en overgenomen door het CBS, zonder hier een inhoudelijke analyse of bewerking op uit te voeren. Op grond van artikel 212 Gemeentewet is de gemeente verplicht een financiële verordening vast te stellen. Tevens dient een financieringsparagraaf op te worden genomen in de begroting en het jaarverslag. In de financiële verordening worden de kaders van het beleid vastgelegd.

3.3 Deelgebieden van treasury In deze paragraaf worden de deelgebieden van treasury toegelicht, bestaande uit risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer.

Nota Rente en Treasury 2021 10

3.3.1 Risicobeheer Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van de gemeente. Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. de gemeente mag leningen aangaan en garanties verlenen uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de gemeentelijke publieke taak; 2. het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico’s. De derivaten dienen adequaat geadministreerd te worden en uitsluitend te worden aangegaan onder begeleiding van een extern adviseur welke onder toezicht van de AFM staat. Renterisicobeheer 1. de kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend. De minister stelt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet eens per drie jaar vast; 2. de renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido, tenzij de toezichthouder ontheffing heeft verleend. De minister stelt het percentage voor de renterisiconorm eens per drie jaar vast; 3. nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 4. de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 5.

in het geval van een liquiditeitstekort wordt vier keer per jaar een rentevisie opgesteld, onder andere bij de begroting. De rentevisie wordt getoetst aan minimaal twee externe bronnen, waaronder de huisbankier; 6. de gemeente streeft tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van de aangetrokken leningen. Intern liquiditeitsrisicobeheer Een meerjarige liquiditeitenplanning van vier jaar wordt gehanteerd, welke minimaal jaarlijks wordt geactualiseerd bij het opstellen van de meerjarenbegroting. Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door enkel geldleningen in euro’s aan te gaan en geen garanties te verstrekken anders dan in euro’s.

3.3.2 Gemeentefinanciering Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: 1. 2.

3. 4. 5.

financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de gemeentelijke publieke taak; financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te beperken en het renteresultaat gunstig te beïnvloeden; bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen toegestaan; de gemeente vraagt telefonisch offertes op bij minimaal twee instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. De offertes worden vervolgens schriftelijk vastgelegd; zo spoedig mogelijk na het afsluiten van een geldlening worden het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad daarvan in kennis gesteld.

Nota Rente en Treasury 2021 11

Schatkistbankieren 1. overtollige liquide middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeente mogen alleen in rekeningcourant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden; 2. het drempelbedrag voor de Gemeente Pijnacker-Nootdorp is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal; 3. de intradaglimiet van de schatkistbankieren werkrekening bedraagt € 15.000.000. Relatiebeheer De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1. financiële instellingen dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht1 te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer; 2. tussenpersonen dienen onder toezicht te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

3.3.3 Kasbeheer Geldstromenbeheer Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: 1. Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; 2. Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. de gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; 2. indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken; 3. toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant.

3.4 Administratieve organisatie en interne controle De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de treasuryactiviteiten worden in deze paragraaf beschreven. De toekenning van de genoemde functies en bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten, besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden gecommuniceerd naar de betrokkenen. De bestuurlijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn conform de vastlegging in het Mandaatbesluit. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de ambtelijke organisatie geven de situatie ten tijde van de vaststelling van dit statuut aan. De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij college van burgemeester en wethouders. Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer draagt het college een deel van zijn bevoegdheden op aan de ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het beleid vindt dus vooral op ambtelijk niveau plaats, met als voordeel een slagvaardiger optreden. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en controle.

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; 2. de bevoegdheden zijn via mandaat nader schriftelijk vastgelegd;

1

Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Nota Rente en Treasury 2021

12

3. bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a. Iedere transactie wordt vooraf door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogenprincipe); b. De controle van de afgesloten transacties geschiedt zichtbaar door een afzonderlijke functionaris belast met de interne controle; c. de registratie van ontvangsten en betalingen in de financiële administratie geschiedt door de kassier. 4. tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de beleidsmedewerker/adviseur (belast met treasury) zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties; 5. een transactie wordt onmiddellijk vastgelegd in de treasury administratie door de beleidsmedewerker/adviseur (belast met treasury); 6. na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie direct zichtbaar gecontroleerd door een functionaris belast met de interne controle.

Nota Rente en Treasury 2021 13

Verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie De Raad

Het college van B&W

De portefeuillehouder Financiën De concern-controller

Afdelingshoofd BDV

Afdelingshoofden

De budgethouders

De beleidsmedewerker/ Adviseur (BDV) belast met het beheer van treasury

Verantwoordelijkheden • Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten; • Het vaststellen van de treasuryparagraaf in de begroting en het jaarverslag; • Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan; • Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid. • Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid); • Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen en rapportages op het gebied van treasury aan de Gemeenteraad. • Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid). • Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury; • Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen; • Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover zonodig rapporteren aan het college van B&W. • Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde treasuryactiviteiten conform deze treasuryparagraaf; • Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten; • Het rapporteren aan B&W over de uitvoering van het treasurybeheer; • Het afleggen van verantwoording aan het college van B&W.

• Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die de organisatie aanlevert aan de afdeling BDV met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten. • Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de afdeling BDV; • Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten. • Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, schatkistbankieren en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform deze treasuryparagraaf worden uitgevoerd en de transacties dienen geautoriseerd te zijn door het afdelingshoofd BDV; • Het aantrekken van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer; • Het beheren van de geldstromen; • Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen; • Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties; • Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de kassier;

Nota Rente en Treasury 2021 14

De kassier

De afdeling BDV

Staf Financiën Treasurycommissie

De externe accountant

• Het aanleveren van tijdige, volledige en betrouwbare gegevens aan de gemeentelijke administratie; • Het afleggen van verantwoording aan het afdelingshoofd BDV over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten. • Het bewaken van de banksaldi in het kader van schatkistbankieren (bewaken van de drempelbedrag) • Het opstellen van de rentevisie; • Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied; • Het adviseren van de afdelingen/sectoren over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten. • Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen; • Het zorgdragen voor de juiste en tijdige aanlevering van de informatie in het kader van schatkistbankieren aan de beleidsmedewerker/Adviseur (belast met treasury) • Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer; • Het aanleveren van tijdige, volledige en juiste gegevens aan de gemeentelijke administratie; • Het rapporteren aan het Afdelingshoofd (BDV) belast met controle over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde activiteiten; • Rapportages CBS/Provincie. • Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie. • Periodiek overleg voeren met als bespreekpunten alle financiële onderwerpen binnen de gemeente.

• Commissie bestaande uit de portefeuillehouder Financiën, gemeentesecretaris/algemeen directeur, het afdelingshoofd BDV en de concern-controller, eventueel ad hoc aangevuld met een externe deskundige. Deze commissie voert eens per kwartaal overleg met als bespreekpunten het gevoerde treasurybeleid, het te voeren treasurybeleid en de op dat moment ter zake doende onderwerpen. • Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van deze treasuryparagraaf.

Bevoegdheden In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering.

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer 1. Het aantrekken van middelen korter dan 1 jaar

Bevoegd functionaris (eerste handtekening)

Autorisatie door (tweede handtekening)

Beleidsmedewerker/ Adviseur (belast met treasury) Kassier

Afdelingshoofd BDV

2. Betalingsopdrachten voorbereiden geschiedt door de beleidsmedewerker/Adviseur (belast met treasury). Betalingsopdrachten versturen door kassier 3. Het aan- en verkopen van aandelen Bankrelatiebeheer 4. Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

College van B&W

Gemeenteraad

Afdelingshoofd BDV

5. Bankcondities en tarieven afspreken

Afdelingshoofd BDV

Gemeentesecretaris/ algemeen directeur Gemeentesecretaris/ algemeen directeur

Nota Rente en Treasury 2021 15

Afdelingshoofd BDV

Financiering 6. Het vaststellen van kredietfaciliteiten

Afdelingshoofd BDV

7. Het aantrekken van vaste financieringsmiddelen langer dan 1 jaar 8. Het afsluiten van deposito’s in het kader van schatkistbankieren 9. Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de gemeentelijke publieke taak

Afdelingshoofd BDV

Gemeentesecretaris/ algemeen directeur Portefeuillehouder (BDV)

Afdelingshoofd BDV

Portefeuillehouder (BDV)

College van B&W

Gemeenteraad

Als gevolg van het schatkistbankieren zijn uitzettingen uit hoofde van treasury elders dan bij het Rijk niet meer toegestaan. Ten behoeve van het schatkistbankieren is de autorisatie internetfaciliteit schatkistbankieren derhalve als volgt ingericht: Bevoegde functionaris

Autorisatie

Afdelingshoofd BDV

Wijzigen handtekeningenkaart Wijzigen rekening-courant Wijzigen intradaglimiet bankrekening Toekennen bevoegdheden internetfaciliteit Teamleider financiën BDV Wijzigen handtekeningenkaart Wijzigen rekening-courant Wijzigen intradaglimiet bankrekening Toekennen bevoegdheden internetfaciliteit Beleidsmedewerker/Adviseur (BDV) Wijzigen handtekeningenkaart belast met treasury Wijzigen rekening-courant Wijzigen intradaglimiet bankrekening Toekennen bevoegdheden internetfaciliteit *Categorie 2: Tweede handtekening vereist uit categorie 1, 2 of 3 *Categorie 3: Tweede handtekening vereist uit categorie 1 of 2

Nota Rente en Treasury 2021 16

Categorie 1

2*

3*

In onderstaande tabel staat weergegeven welke functionaris als plaatsvervanger optreedt in het kader van de treasuryactiviteiten: Functionaris

Vervanger

Beleidsmedewerker/ Adviseur (BDV) belast met treasury Afdelingshoofd BDV Gemeentesecretaris/ algemeen directeur

Teamleider financiën BDV Gemeentesecretaris / algemeen directeur Directeur

Informatievoorziening Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen: Informatie 1. Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning 2. Liquiditeitenplanning en renteontwikkelingen

Frequentie Dagelijks

Informatie-verstrekker afdelingshoofden

Kwartaal

Beleidsmedewerker/ Adviseur (BDV) belast met treasury

3.

Beleidsplannen treasury in treasuryparagraaf van begroting

Jaarlijks

4.

Voortgang en evaluatie onderdelen treasuryparagraaf via de kader- en najaarsrapportage Verantwoording n.a.v. treasuryparagraaf via het jaarverslag

Halfjaarlijks

Beleidsmedewerker/ Adviseur (BDV) belast met treasury Beleidsmedewerker/ Adviseur (BDV) belast met treasury Beleidsmedewerker/ Adviseur (BDV) belast met treasury

5.

Jaarlijks

Nota Rente en Treasury 2021 17

Informatie-ontvanger Beleidsmedewerker/ Adviseur (BDV) belast met treasury Afdelingshoofd BDV, gemeentesecretaris/ algemeen directeur, Staf Financiën Gemeenteraad

Gemeenteraad

Gemeenteraad

Begrippenlijst Autorisatie Een zelfstandige, inhoudelijke afweging waarbij de overwegingen hiervan schriftelijk zijn vastgelegd; Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren; Financiële instelling Een instelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden; Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar.

Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen; Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer); Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjarige investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen; Intradaglimiet De intradaglimiet geeft het maximale bedrag weer dat de gemeente per dag van de schatkistbankieren werkrekening ten laste van de rekening-courant bij de schatkist kan opnemen; Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar; Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit; Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar; Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid; Omslagrente Het percentage rente dat wordt bepaald door de

verwachte rentelasten af te zetten tegen de financieringsbehoefte; Rekenrente Het percentage rente dat wordt toegerekend aan de te financieren activa; Rente over grondexploitaties Het percentage rente dat wordt toegerekend aan de te financieren grondexploitaties; Rente voor startersleningen Het percentage rente dat gehanteerd wordt voor startersleningen, zoals wordt vastgesteld door de gemeenteraad; Rentepercentage bij besluitvorming over nieuwe investeringen Wanneer een nieuwe investering groter is dan €5 miljoen kan worden afgeweken van de rekenrente en voor de actuele kapitaalmarktrente gekozen worden;

Nota Rente en Treasury 2021 18

Rentepercentage bij herfinanciering Wanneer sprake is van een liquiditeitstekort worden herfinancieringsmiddelen aangetrokken, de hoogte van het rentepercentage wordt onder andere bepaald door de looptijd van het aan te trekken geld; Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen; Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de begroting van de gemeente van het betreffende jaar dat bij de realisatie niet mag worden overschreden; Rentetoerekening t.a.v. leges en tarieven Het gehanteerde percentage rente voor de berekening van de kostendekkendheid wordt bepaald door de totale toe te rekenen rente (inclusief de bespaarde rente op het eigen vermogen), afgezet tegen de begrote boekwaarde van de activa die integraal gefinancierd wordt; Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding; Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling; Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen; Schatkistbankieren Decentrale overheden dienen al hun overtollige middelen aan te houden in de schatkist bij het ministerie van Financiën; Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer.

Nota Rente en Treasury 2021 19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10535146/1