Memo beantwoording beeldvormende vragen EA - technische wijzigingen beleidsplan SHV
Tekst van het document
Memo beantwoording beeldvormende vragen
zaaknummer
1466171
berichtnummer
1316793
aan
Raad
van
College
afschrift datum onderwerp status
2 november 2023 Beantwoording beeldvormende vragen over technische wijzigingen beleidsplan schuldhulpverlening Informatief
Door de fractie Eerlijk Alternatief zijn vragen gesteld over de technische wijzigingen in het beleidsplan schuldhulpverlening. Hieronder treft u de beantwoording aan. Vraag 1 ‘Wij stellen voor de volgende tekst op te nemen in hoofdstuk 4 ‘Toelatingsbeleid en doelgroep’ van het beleidsplan schuldhulpverlening: Als na een aanvraag voor schuldhulpverlening sprake is van een vermoeden van fraude of fraude is vastgesteld dan is het college bevoegd om gegevens over deze fraude op te vragen bij andere gemeenten, het UWV, de SVB, DUO en de Belastingdienst/Toeslagen.’ Wanneer is er sprake van een vermoeden van fraude? Antwoord In de beleidsregels gemeentelijke schuldhulpverlening is fraude als weigeringsgrond opgenomen. Hierdoor is het noodzakelijk een verwijzing daarover op te nemen in het beleidsplan schuldhulpverlening. Fraude is een overweging om de toegang tot schuldhulpverlening te weigeren. Bij fraudeschulden spreken we over schulden die zijn ontstaan door onterecht toegekende toeslagen of onterecht ontvangen uitkeringen. Om een besluit te nemen over de toegang tot schuldhulpverlening, moet worden vastgesteld of iemand heeft gefraudeerd. Hiervoor is het noodzakelijk om gegevens te kunnen opvragen. Bijvoorbeeld wanneer het vermoeden bestaat dat iemand naast een uitkering is blijven werken.
Om te controleren of dit daadwerkelijk het geval was, zijn gegevens vanuit de Participatiewet nodig. Vraag 2 Waarom is ervoor gekozen om ‘een vermoeden van fraude’ op te nemen in het beleidsplan? Antwoord Wij hebben hiervoor gekozen om gemotiveerd een besluit te kunnen nemen over het wel of niet toelaten van iemand tot de schuldhulpverlening. Door de mogelijkheid te hebben informatie op te vragen, kunnen de schuldhulpverleners een afweging maken over de aard van de fraude en wat zij willen besluiten over de toegang. Was het frauderen doelbewust of onbewust? Wat ook meespeelt is hoe lang geleden de fraude is gepleegd: is de fraudeschuld inmiddels afgelost of vormt het nog een onderdeel van de schuldenproblematiek? Verder speelt ook de hoogte van het bedrag mee en de situatie van de inwoner (gaat het om een gezin met inwonende minderjarige kinderen of is de inwoner alleenstaand). Door fraude als weigeringsgrond op te nemen, betekent het dat de toegang geweigerd kán worden, niet dat we die per definitie dan weigeren. In de praktijk is het tot nu toe nog niet voorgekomen dat we een inwoner wegens fraude hebben geweigerd.
Verder is in de beleidsregels bepaald dat fraude het opzettelijk handelen of nalaten is, waarbij misleiding gebruikt wordt om een voordeel te bepalen ten koste van een bestuursorgaan, en waarbij dit geleid heeft tot het opleggen van een bestuurlijke sanctie, dan wel een strafrechtelijke veroordeling. Dat
pagina
1/2
Memo beantwoording beeldvormende vragen
betekent dat de gemeente – om een inwoner op grond van fraude te mogen weigeren – moet kunnen aantonen dat er sprake was van opzet. Vraag 3 Welke andere opties worden er geboden wanneer een inwoner, door een vermoeden van fraude of fraude, schuldhulpverlening word geweigerd? Antwoord In een situatie waarin de schuldhulpverlening geweigerd wordt op grond van fraude (wat zich nog niet heeft voorgedaan in Pijnacker-Nootdorp) kan een inwoner worden doorverwezen naar Schuldhulpmaatje of Humanitas die kunnen helpen bij het ordenen van de financiën. Ook kan een inwoner zich aanmelden voor beschermingsbewind.
pagina
2/2