Memo AANVULLENDE beantwoording beeldvormende vraag PvdD - Gebiedsgericht Omgevingsprogramma De Boezem
Tekst van het document
Memo
zaaknummer
1453404
berichtnummer
1303932
aan
Raad
van
Wethouder Van Straaten
afschrift datum onderwerp status
4 september 2023 Gebiedsgericht Omgevingsprogramma De Boezem Informatief
De PvdD heeft voorafgaand aan de beeldvormende vergadering van 31 augustus 2023 vragen gesteld over het Gebiedsgericht Omgevingsprogramma de Boezem (agendapunt 4b). Tijdens de beeldvormende vergadering is gevraagd om het gegeven antwoord op vraag 2 (memo Gebiedsgericht Omgevingsprogramma De Boezem, kenmerk 1452682) nader toe te lichten. Hieronder treft u de vraag, het antwoord en de aanvulling op het antwoord aan. Vraag PvdD Zoals bekend na eerdere vragen van onze fractie is er nog geen definitie voor ‘circulair ondernemen’ vastgelegd door onze gemeente. In dit omgevingsprogramma komt het onderwerp echter wel uitgebreid aan bod. Vraag 2a. Op pagina 30 staat “16% van de banen op het bedrijvenpark heeft circulaire potentie (STEC, 2022)”. Kunt u aangeven hoe deze circulaire potentie berekend/ingeschat is, oftewel welke methode en/of criteria zijn hiervoor gebruikt? Antwoord (vorige memo) De circulaire potentie is ingeschat door te kijken naar het aandeel banen in sectoren met hoge circulaire potentie ten opzichte van de totale werkgelegenheid. Om te bepalen welke bedrijven/banen dit zijn is gebruik gemaakt van bronnen als Innovatiespotter, gegevens uit het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA) en het LISA (werkgelegenheidsregister).
Aanvulling op het antwoord naar aanleiding van de beeldvormende raadsvergadering Om de circulaire potentie van banen in te schatten wordt gekeken naar banen in sectoren die: 1) Momenteel de meeste impact hebben op het milieu, vanwege het huidige grondstoffengebruik, uitstoot, biodiversiteitsverlies etc. en; 2) Zich bij uitstek lenen om slimmer, efficiënter en zorgvuldiger om te gaan met grondstoffen en materialen. Banen in sectoren die voldoen aan bovenstaande criteria hebben het label ‘circulaire potentie’ gekregen. Als voorbeeld de bouwsector. Deze sector heeft een relatief grote CO2 footprint en heeft dus veel impact op het milieu (punt 1). Dit komt o.a. door het forse gebruik van primaire grondstoffen en de benodigde energie voor be- en verwerking. Punt 2 gaat over mogelijkheden voor hergebruik van afval, maar ook over welke materialen en grondstoffen bedrijven er aan de voorkant in (kunnen) stoppen. Gebruikt een bouwbedrijf bijvoorbeeld lisdodde voor isolatie in plaats van ‘traditioneel’ isolatiemateriaal of voegt een bouwer gerecycled betongranulaat toe, waardoor hij minder primaire grondstoffen nodig heeft. Uitgaande van deze criteria hebben met name banen in de voedingsmiddelenindustrie, kunststoffenindustrie, afval en recycling en bouwnijverheid circulaire potentie.
Eenvoudig gezegd: behoort een baan tot bijvoorbeeld de bouwsector, dan heeft die baan het label ‘circulaire potentie’ en hoort de baan bij de 16% zoals genoemd in het Omgevingsprogramma.
pagina
1/1