CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderstellende Notitie Ruimtelijke Kwaliteit

Raad Besluitvorming 28 maart 2024, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: 14875463.460 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderstellende notitie Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit

KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT

Zaaknummer: 1482170 Verantwoordelijke afdeling: Beleid Beleidsprogramma: Ruimte en Wonen Portefeuillehouder: Bart van Straten Opdrachtgever: Edwin Wernke Projectleider: Kjell Wansleeben 2

KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT

Inleiding Deze kaderstellende notitie bevat inhoudelijke en procesmatige kaders die de raad meegeeft aan het college voor het opstellen van het Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit. Hiermee bepaalt de raad onder andere de inhoudelijke doelen, de reikwijdte en te zetten stappen (inclusief de participatie) om te komen tot een Omgevingsprogramma.

Wat is ruimtelijke kwaliteit?

Wat is een omgevingsprogramma? Het omgevingsprogramma is één van de kerninstrumenten In de Omgevingswet. Hierin kunnen overheden beleid en maatregelen opstellen om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. Het omgevingsprogramma is een beleidskader en werkt de Omgevingsvisie uit in tactisch en uitvoerend beleid en maatregelen. Verder geeft het omgevingsprogramma input voor het omgevingsplan.

Ruimtelijke kwaliteit is het belangrijkste doel van de ruimtelijke ordening. Met ruimtelijke kwaliteit wordt een omgeving of een bouwwerk bedoeld, dat gebruikt kan worden voor het doel, dat robuust en duurzaam is, en aangenaam en aantrekkelijk om te zien. Of, in andere woorden, een omgeving of bouwwerk met een hoge gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde (Federatie Ruimtelijke Kwaliteit, 2016). Ruimtelijke kwaliteit gaat dus nadrukkelijk niet alleen over de beeldkwaliteit. Daarbij is ruimtelijke kwaliteit subjectief. De ruimtelijke kwaliteit van een landschap wordt door een recreant anders beleefd dan door de boer die er efficiënt en met profijt zijn beroep wil uitoefenen. De ruimtelijke kwaliteit van een dynamisch stadscentrum wordt door een gezin met kinderen anders beleefd dan door een student. Ruimtelijke kwaliteit wordt dan ook wel beschreven als de waarde van de omgeving voor de gebruikers, in een bepaald gebied en op een bepaald moment (Leonie Janssen-Jansen et al., 2009). De vraag welk belang de doorslag krijgt is afhankelijk van politieke keuzes. Deze keuzes leggen we vast in het op te stellen omgevingsprogramma.

Ruimtelijke kwaliteit en de Omgevingswet In de Omgevingswet is ruimtelijke kwaliteit als begrip vervangen door de centrale doelstelling van een ‘goede omgevingskwaliteit’. Door de wetgever is omgevingskwaliteit beschreven als ruimtelijke kwaliteit plus milieukwaliteit. Het Omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit richt zich op de eerste component van omgevingskwaliteit. Voor de milieukwaliteit wordt een separaat Omgevingsprogramma milieukwaliteit (voorheen benoemd als omgevingskwaliteit) opgesteld. Parallel aan het opstellen van het Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit worden ook andere programma’s opgesteld, bijvoorbeeld over klimaatbestendigheid, biodiversiteit, gezondheid en veiligheid. Keuzes over deze onderwerpen worden in de daarvoor benoemde Omgevingsprogramma’s gemaakt, waarbij we ervoor zorgen dat keuzes in de verschillende programma’s met elkaar samenhangen.

De gemeente heeft de wettelijke taak om te zorgen voor een goede omgevingskwaliteit. Dat wil zeggen een leefomgeving die veilig, gezond en aantrekkelijk is. In die taak beschikt de gemeente over veel instrumenten, waarvan er één specifiek is bedoeld voor het uiterlijk van bouwwerken, de welstandsnota. Met dit instrument kan de gemeente invloed uitoefenen op bijvoorbeeld de architectuur en gebruikte materialen en kleuren. Een omgevingsvergunning voor het bouwen mag niet verleend worden als het bouwplan in strijd is met ‘redelijke eisen van welstand’ (tenzij B&W gemotiveerd beslist dat het toch mag). In de welstandnota is vastgelegd welke welstandseisen van toepassing zijn op een gebied. De Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit adviseert B&W of een bouwwerk voldoet aan de criteria (redelijke eisen van welstand).

Waarom een omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit? Onder de Omgevingswet kunnen gemeenten ervoor kiezen wel of geen regels te stellen over het uiterlijk van bouwwerken (artikel 4.19 Ow). Het stellen van welstandscriteria is geen verplichting. Een gebied kan ook welstandsvrij zijn. Dan kan een omgevingsvergunning niet geweigerd worden op grond van de uiterlijke verschijningsvorm. In het tijdelijke deel van het omgevingsplan (de bruidsschat) blijven de huidige welstandregels van toepassing (overgangsrecht van de Omgevingswet). Wanneer de regels worden omgezet naar een nieuw omgevingsplan, dan moet opnieuw een afweging worden gemaakt welke welstandregels wenselijk zijn. Voor het omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit maken we deze afweging. Daarmee bevat het Omgevingsprogramma straks de kaders voor ruimtelijke initiatieven en geeft de input voor het 3

KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT

omgevingsplan. Hiermee leggen we de verbinding tussen beleid, uitvoering en regelgeving. Van gemeenten wordt verwacht dat ze voor 2032 in het omgevingsplan regels opneemt ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit.

Doelstelling van het Omgevingsprogramma Het doel van het Omgevingsprogramma is het behouden en versterken van de omgevingskwaliteit in PijnackerNootdorp. Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk onderdeel van de omgevingskwaliteit. Het doel is om ontwikkelingen en activiteiten te laten aansluiten bij de kwaliteit van de omgeving. De kenmerken van het gebied staan daarbij centraal. Tegelijkertijd streven we naar het verrijken van de omgeving. Een gebied is niet monofunctioneel, maar kan bijdragen aan meerdere wensen of belangen. Het Omgevingsprogramma wordt een intern en extern toegankelijk en vindbaar product. Het is een uitvoeringsgericht document dat bruikbaar is voor (gesprekken over en beoordeling van) ruimtelijke ontwikkelingen en voor het opstellen van regels in het omgevingsplan.

AANLEIDING

DOEL

RESULTAAT

1.

1. 2. 3.

Op basis van analyse uitgewerkte doelen en regels.

2. 3.

Implementatie van de Omgevingswet; Uitvoering van de Omgevingsvisie; Heroverwegen wenselijke regels voor ruimtelijke kwaliteit.

4.

Uitwerken Omgevingsvisie; Participatie borgen; Bijdragen aan een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving; Bijdragen aan integraal handelen interne organisatie: vormgeven aan procedures die garanderen dat er processen ontstaan die tot omgevingskwaliteit leiden.

Gericht op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit in aansluiting op de behoefte van inwoners. Basis voor uitvoering, gebiedsontwikkeling, beheer en omgevingsplan.

Inhoudelijke kaders voor het omgevingsprogramma: de Omgevingsvisie Op 25 november 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie ‘Pijnacker-Nootdorp 2050: verbonden met elkaar’ vastgesteld. Dit vormt de inhoudelijke basis voor het Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit. Met deze kaderstellende notitie nemen wij de eerste stap richting een nieuw beleidskader en regels voor de ruimtelijke kwaliteit in Pijnacker-Nootdorp. Als het gaat over ruimtelijke kwaliteit dan is de ambitie van Pijnacker-Nootdorp samen te vatten in onderstaand citaat uit de Omgevingsvisie: “De opgave is de ontwikkelingen zodanig te geleiden dat we kwaliteiten behouden, knelpunten oplossen en nieuwe kwaliteiten toevoegen.” Deze ambitie bestaat uit twee delen. Het eerste deel is het aansluiten bij de kwaliteiten van de omgeving. De kenmerken van het gebied staan centraal. In de Omgevingsvisie worden voor de gemeente belangrijke kwaliteiten ook benoemd. De historische linten die identiteit geven aan de gemeente en verschillende functies en gebieden verbinden. De dorpse en rustige woonmilieus waarmee we aanvullend zijn ten opzichte van de ons omringende steden. En de grote diversiteit aan groen en water in en buiten de woonkernen. Het tweede deel is het ontwikkelen van de leefomgeving, met als doel het oplossen van knelpunten of verrijken van de omgeving met nieuwe kwaliteiten.

In lijn met de gedachte achter de omgevingsvisie: een gebied hoeft niet monofunctioneel te zijn, maar is verbonden aan andere belangen en wensen en kan ook hier een bijdrage aan leveren. Omdat het gaat over de leefomgeving van onze inwoners is het betrekken van de omgeving (participatie) essentieel. Het gaat erom hoe onze inwoners de omgeving ervaren en gebruiken. De Omgevingsvisie bevat ambities voor de lange termijn (2050) voor de hele fysieke leefomgeving. Er zijn vier ontwikkelingslijnen opgenomen die de ontwikkelrichting voor Pijnacker-Nootdorp beschrijven. In gebiedsprofielen komen de ontwikkellijnen samen in een gebied. De gebiedsprofielen laten het gewenste toekomstbeeld zien en benoemen de prioriteiten voor verschillende gebieden.

4

KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT

Voor het omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit gebruiken we de relevante prioriteiten (doelstellingen) per gebiedsprofiel als inhoudelijk kader. Gebiedsprofiel

Kader

Levendige ontmoetingscentra

•

Parkachtige werklocaties

Moderne bedrijvenparken

• • • •

Ontmoeting door uitnodigende, groene en klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte Aantrekkelijke, klimaatbestendige inrichting van de ruimte Mooi opgeknapte werklocatie Ruimte om te ontmoeten en verblijven Geen specifieke kaders met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit

Glastuinbouwgebieden

•

Geen specifieke kaders met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit

Dorpse gemengde woonwijken

• •

Rustige woonwijken

• • • • • • • • • • • • • • •

Karakteristieke kenmerken behouden Multifunctionele openbare ruimte Verbindingen met de buitengebieden behouden en waar mogelijk versterken Kwaliteit van de openbare ruimte verbeteren Multifunctionele openbare ruimte met aandacht voor ontmoeting Behoud en versterking van deze (landelijke) woonmilieus Verbetering van de aansluiting van de kernen op de buitengebieden Aantrekkelijke afronding van de woonkernen Herkenbare omgeving Cultuurhistorisch open weidelandschap Herkenbare omgeving Afwisselend landschap (bosrijk, weide, moeras) Leefomgeving om in te bewegen (beweegvriendelijk) Mogelijkheden voor ontmoeting Onderscheidend natuurlandschap Het ecosysteem is verbeterd en de biodiversiteit vergroot Natuurbeleving aan de randen van gebieden

Linten en buurtschappen

Agrarisch veenweidelandschap Natuur- en recreatielandschap

Natuurlandschap

In aanvulling op de genoemde kaders worden in de Omgevingsvisie ook andere doelstellingen genoemd die van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit. Het gaat hier over bijvoorbeeld klimaatbestendigheid, biodiversiteit, gezondheid en veiligheid. De keuzes over deze onderwerpen worden gemaakt in andere

5

KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT

omgevingsprogramma’s. Daarbij zorgen we voor aansluiting van deze Omgevingsprogramma’s bij het Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit.

Reikwijdte van het Omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma richt zich op de ruimtelijke kwaliteit in Pijnacker-Nootdorp. Ruimtelijke kwaliteit gaat verder dan beeldkwaliteit (zoals nu de reikwijdte van de welstandnota) en gaat over de belevingswaarde, gebruikerswaarde en toekomstwaarde van een omgeving of bouwwerk. Net als de eerdergenoemde welstandnota worden ook andere (beleids)instrumenten onderdeel van het Omgevingsprogramma. De volgende documenten worden (deels) vervangen en ingetrokken bij vaststelling van het Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit: • Welstandsnota (incl. evaluatie welstandsnota); • Lintenvisie; • Nota dakopbouwen1; • Beeldkwaliteitsplannen en andere documenten waarmee op ruimtelijke kwaliteit wordt gestuurd. Het omgevingsprogramma geeft aan of en hoe beleidsregels over de volgende onderwerpen worden opgenomen in het Omgevingsplan en of bestaande regels/verordeningen kunnen worden ingetrokken: • Geveltuinen (beleidsregels aanleg geveltuinen); • Monumenten en erfgoed (erfgoed verordening, herziening is lopende); • Bewonersgroen

Onderdelen van het omgevingsprogramma • Analyse van de ruimtelijke kwaliteit van gebieden en gebouwen. Daarmee wordt duidelijk welke kwaliteiten gekoesterd moeten worden en welke kwaliteiten voor verbetering vatbaar zijn. • Uitgewerkte, hanteerbare doelen (visie) en regels, voor bouwwerken en gebieden of de hele gemeente. Doelen en daaruit voortvloeiende regels zijn breder dan de huidige criteria in de welstandnota. Ze gaan over ruimtelijke kwaliteit en niet alleen de beeldkwaliteit. De visie wordt gedragen door de gemeenschap en bevat maatschappelijke doelen. Doelen worden uitgewerkt voor de verschillende gebiedsprofielen in de Omgevingsvisie. We doen daarbij ook uitspraken over: o Omgang met welstandsvrije gebieden (willen we meer gebieden aanwijzen?) o Welstandsvrije objecten o Inpassing van de energietransitie (o.a.

airco’s/warmtepompen, zonnecarports, etc.) o Dakopbouwen o Vergunningsvrije bouwwerken en activiteiten o Doelstellingen en regels voor de historische linten (lintenvisie) o Plaatsing van zendmasten (voor antennes) o Plaatsing containers bedrijventerrein • Digitale kaart met deelgebieden die gebiedseigen doelen hebben • Proces rondom advisering over ruimtelijke kwaliteit stroomlijnen, inclusief o Omgang met beeldkwaliteitsplannen en de relatie met het omgevingsprogramma en -plan; o Taakbeschrijving adviescommissie ruimtelijke kwaliteit; o Betekenis van en werkwijze met het Omgevingsprogramma bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

1

In december 2023 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarmee het college wordt verzocht een nieuw beleidskader op te stellen voor dakopbouwen. De uitvoering van deze motie en het opstellen van het omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit zullen goed op elkaar worden afgestemd.

6

KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT •

•

Mogelijk maken van de vertaling naar het Omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat de regels die initiatiefnemers uitnodigen om bij te dragen aan de omgevingskwaliteit. En wellicht ook regels die initiatiefnemers blokkeren in het aantasten van omgevingskwaliteit. Systematiek voor monitoring en evaluatie

Uitvoering: proces, producten en planning Om te komen tot een Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit volgen we het onderstaande proces. Per stap is aangegeven welk product wordt opgeleverd. Ook is de planning aangegeven.

PLANNING OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT STAP 1

STAP 2

STAP 3

STAP 4

STAP 5

ANALYSE

KERNWAARDEN BEPALEN

KEUZES MAKEN & ONTWERP OPSTELLEN

ONTWERP DELEN

VASTSTELLEN EN UITVOEREN

feb-aug 2024

aug 2024-jan 2025

jan-apr 2025

apr 2025-juli 2025

vanaf juli 2025

Stap 1: Analyse (februari tot augustus 2024) We beginnen met het opstellen van een participatieplan met daarin plek voor de impact, het doel, de betrokkenen en in te zetten middelen. Daarnaast inventariseren we de TUSSENRESULTAAT 1 huidige situatie en brengen alle relevante informatie (o.a. de Participatieplan en rapport met beeldkwaliteitsplannen) in beeld. We onderzoeken wat gebiedseigen resultaten van de analyse waarin kwaliteiten we moeten koesteren en welke kwaliteiten voor verbetering per (deel van het) gebiedsprofiel de kwaliteiten en knelpunten zijn vatbaar zijn. We gebruiken hiervoor de gebiedsprofielen zoals benoemd beschreven. in onze Omgevingsvisie. Ook gebruiken we eerdere onderzoeken die zijn uitgevoerd naar kwaliteiten in de gemeente (KAW rode bouwstenen). Stap 2: Toetsen analyse en bepalen kernwaarden (augustus 2024 tot januari 2025) Het Omgevingsprogramma kan een aanzienlijke maatschappelijke impact hebben. De inbreng van de samenleving is nodig om een gedragen Omgevingsprogramma te maken. Participatie is onderdeel van iedere stap (zie de participatieparagraaf), maar het zwaartepunt van de participatie ligt in deze stap. We toetsen de resultaten uit de analyse, halen kennis en ideeën op in de samenleving en TUSSENRESULTAAT 2 betrokken partijen en krijgen zicht op de verschillende wensen en Participatieverslag met belangen.

De opbrengsten helpen bij het afwegen en prioriteren van opbrengsten van alle doelstellingen. De input verwerken we in een participatieverslag. participatiemomenten. Stap 3: Keuzes maken en ontwerp samenstellen (januari tot april 2025) De resultaten van de analyse en participatie vormen samen het fundament voor het samenstellen van het Omgevingsprogramma. We werken toe naar hanteerbare doelstellingen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit in Pijnacker-Nootdorp. Ook hier gebruiken we de TUSSENRESULTAAT 3 gebiedsprofielen uit de Omgevingsvisie. We laten zien hoe de Ontwerp omgevingsprogramma opbrengsten van de participatie hierin zijn meegenomen. De waarin op basis van de input keuzes zijn gemaakt. Het gemeenteraad wordt betrokken bij het maken van de keuzes. Deze stap participatieverslag wordt wordt afgesloten met het vaststellen van een ontwerp aangevuld met de wijze waarop Omgevingsprogramma door het college. Het ontwerp wordt ter opbrengsten zijn verwerkt. informatie aangeboden aan de raad.

7

KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT

Stap 4: Het ontwerp delen en aanvullen (april 2025 tot juli 2025) Als laatste (en verplicht) onderdeel van de participatie wordt het ontwerp Omgevingsprogramma ter inzage gelegd. De samenleving krijgt daarmee de mogelijkheid om te laten weten TUSSENRESULTAAT 4 hoe zij denkt over het ontwerp. Hoe wij omgaan met de reacties wordt Zienswijzeverslag met opgenomen in een zienswijzen verslag. De reacties kunnen aanleiding zijn beantwoording en keuzes in om aanpassingen te doen aan het ontwerp. Met deze aanpassingen aanpassing van het ontwerp. stellen we de definitieve versie van het Omgevingsprogramma op. Stap 5: Vaststellen en starten met uitvoering (juli 2025) Het Omgevingsprogramma wordt vastgesteld door het college. De EINDRESULTAAT gemeenteraad is hier niet toe bevoegd. Voor het opstellen van het Een vastgesteld programma trekken het college en de raad samen op. Het Omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit. Omgevingsprogramma zal ter informatie aan de raad worden aangeboden. Na vaststelling van het Omgevingsprogramma start de uitvoering. Het Omgevingsprogramma wordt de basis voor adviezen over ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving gegeven (commissie ruimtelijke kwaliteit). Ook worden regels opgenomen in het Omgevingsplan.

Participatie voor het Omgevingsprogramma Met participatie willen wij de belangen en inbreng van inwoners, organisaties en ondernemers meewegen. Dit vraagt om keuzes over de rol van de gemeente (raad en college), de mate van participatie en de vorm van het participatieproces. Impact van het omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit Het Omgevingsprogramma Ruimtelijke kwaliteit raakt de gehele gemeente en werkt door in het beheer, in nieuwe ontwikkelingen, en in regelgeving voor de leefomgeving. Het is een maatschappelijk belang waar al onze inwoners mee te maken hebben. De impact van dit onderwerp is dan ook groot. Om ervoor te zorgen dat belanghebbenden zich betrokken voelen is de participatieaanpak hieronder uitgewerkt. Doel van de participatie Met de participatie willen we een beter beleidsproduct maken dat gedragen wordt door betrokkenen waarmee ook de uitvoering soepel kan verlopen. Dat doen wij door: • Kennis en ideeën op te halen in verschillende hoeken van de samenleving, van betrokken commissies, organisaties en de inwoners zelf. Ook de gemeenteraad heeft hierin een rol. We nodigen de raad uit aanwezig te zijn bij de participatie. • Zicht te krijgen op de belangen van de diverse partijen, zodat we deze beter kunnen duiden en zien waar kansen liggen of waar het schuurt.

Daarmee kunnen we belangen goed prioriteren en afwegen, zodat we de keuzes in ambities en maatregelen kunnen maken die passen bij wat we als samenleving willen. Uiteindelijk bepaalt het college in samenwerking met de gemeenteraad wat wordt gedaan met de inbreng vanuit de participatie, en de belangenafweging daarbij.

8

KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT

Participatieniveau: betrokkenen en rollen Bij de opstelling hebben betrokkenen verschillende rollen en daarbij passende participatieniveaus. DE GEMEENTE

DE RAAD

DE SAMENLEVING

Het omgevingsprogramma is alleen bindend voor de gemeente zelf. Het geeft met kaderstellend beleid en maatregelen aan hoe de gemeente haar ambitie wil bereiken. Het college stelt het Omgevingsprogramma vast, en is eigenaar van het participatieproces. De gemeente heeft een regisserende rol. Samen met de interne organisatie vervullen we deze rol en stellen we het Omgevingsprogramma op (meewerken).

Het college wil de raad optimaal betrekken bij de totstandkoming van het Omgevingsprogramma. De raad geeft vooraf sturing via deze kader stellende notitie. De raad besluit via de P&C cyclus over de financiële gevolgen. Ook stelt de raad het Omgevingsplan vast, en bepaalt hiermee de juridische doorwerking van het Omgevingsprogramma. Gedurende het proces is de raad betrokken bij de participatie als toehoorder, en krijgt de gelegenheid om invloed uit te oefenen op het eindresultaat.

We gaan in gesprek met de samenleving en halen informatie en ideeën op. Ieder naar eigen kennis en vermogen. De rol van de doelgroep is afhankelijk van de fase waaraan we werken en is meeweten (stap 1, 3, 5) of meedenken (stap 2, 4). Ook belangengroepen en organisaties denken mee tijdens de analyse en visievorming. We houden rekening met hun verwachtingen en leren van hun ervaringen.

Het opstellen van het Omgevingsprogramma doen we niet alleen, maar samen. We betrekken hierbij de belanghebbende doelgroepen. Dit zijn onder andere onze inwoners, de gemeenteraad, organisaties en belangengroepen, de interne organisatie en externe deskundigen. De specifieke betrokkenen en rollen worden nader uitgewerkt bij het op te stellen participatieplan. Participatie aanpak We stellen op hoofdlijnen en per stap het volgende participatieproces voor, gekoppeld aan tussenproducten en het eindproduct. De precieze vorm van de participatie en te gebruiken middelen werken wij later uit conform de kaders van deze notitie. STAP 1: ANALYSE We verzamelen alle relevante informatie en analyseren de huidige situatie per gebiedsprofiel en gebiedseigen kenmerken. Meeweten: inwoners & raad Meedenken: belangengroepen & organisaties Meewerken: Interne organisatie

STAP 2. TOETSEN ANALYSE EN BEPALEN KERNWAARDEN

STAP 3: KEUZES MAKEN EN HET ONTWERP SAMENSTELLEN

Met de analyse als basis voor het gesprek halen we bij de samenleving op wat zij belangrijk vindt voor onze gemeente. Het is een dialoog met ruimte voor discussie en inbreng. We vragen naar wensen, verwachtingen, informatie en prioriteiten.

De opbrengsten van de analyse en participatie verwerken we in een Ontwerp Omgevingsprogramma. Als procesverantwoordelijke maakt het college de belangenafweging. Over het resultaat, inclusief de opbrengst van de participatie, consulteren we de raad.

Meeweten: interne organisatie & raad Meedenken: inwoners, belangengroepen & organisaties

Meeweten: inwoners, belangengroepen & organisaties Meedenken: raad Meewerken: interne organisatie

STAP 4: HET ONTWERP DELEN EN AANVULLEN

STAP 5: VASTSTELLEN EN STARTEN MET DE UITVOERING

Het is aan het college om het Ontwerp vrij te geven voor de inspraak. Inspraakreacties worden beantwoord en verwerkt in het Omgevingsprogramma.

Hierna volgt besluitvorming van het college over de vaststelling. De raad wordt hierover geïnformeerd. Bij financiële gevolgen wordt dit voorgesteld aan de raad via de kadernota. Alle andere doelgroepen worden hierover geïnformeerd. Daarna zorgen we voor de borging van het Omgevingsprogramma in de uitvoering en het Omgevingsplan

Meeweten: Interne organisatie & raad Meedenken: inwoners, belangengroepen & organisaties

9

KADERSTELLENDE NOTITIE OMGEVINGSPROGRAMMA RUIMTELIJKE KWALITEIT

Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma ruimtelijke kwaliteit gebruiken wij de opbrengst van het participatieproces voor de Omgevingsvisie. Daar is al veel opgehaald over wat onze inwoners belangrijk vinden.

Financiële gevolgen Het opstellen van een Omgevingsprogramma is een complex proces waarbij uitspraken worden gedaan over toekomstige ontwikkelingen en beheer van de hele fysieke leefomgeving. Dit willen we niet alleen doen, maar in contact met de samenleving. Dit vraagt om extra inspanningen op het gebied van participatie. Bovendien streven we naar een integrale en uitvoerbaar Omgevingsprogramma. Voor de uit te voeren onderzoeken, participatie en de vertaling hiervan naar een Omgevingsprogramma is inzichtelijk gemaakt welke financiële middelen hiervoor nodig zijn. Het betreft een begroting met een schatting van te maken kosten. Tijdens het proces zullen de kosten in beeld worden gebracht zodat eventuele onder- of overschrijdingen van de bedragen tijdig kan worden aangegeven. OMSCHRIJVING

KOSTEN

Onderzoeken

Diverse onderzoeken waaronder het in beeld brengen van de kwaliteiten en knelpunten van deelgebieden

40.000

Participatie & communicatie

Diverse vormen van communicatie en participatie met verschillende doelgroepen

25.000

Begeleiding

Begeleiding bij uitvoering van onderzoeken, ondersteuning bij participatie en vertaling daarvan naar Omgevingsprogramma met juridische basis

10.000

Digitale kaart

Digitale verbeelding van deelgebieden met gebiedseigen doelstellingen

5.000

Inzet afdeling Ontwikkeling

Meedenken met het Omgevingsprogramma inclusief toets op haalbaarheid

20.000

Totaal

100.000

Voor het zetten van deze stappen is een budget geraamd van €100.000. Daarvan kan €25.000 uit bestaande budgetten worden gedekt.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13818261/1