CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota MRDH begroting 2024

Raad Besluitvorming 1 juni 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Informatie MRDH6.462 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

kadernota MRDH begroting 2024

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

Opzet programmabegroting ............................................................................................................ 3

3.

Strategisch kader ............................................................................................................................. 3

4.

Financieel kader .............................................................................................................................. 4 4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer...................................................... 4 4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat ....................................................... 6

5.

Begrotingsparagrafen ...................................................................................................................... 8

6.

Indicatoren ...................................................................................................................................... 9

7.

BTW-compensatiefonds .................................................................................................................. 9

8.

Vennootschapsbelasting (Vpb)........................................................................................................ 9

9.

Planning begroting 2024 ............................................................................................................... 10

10. Besluit ............................................................................................................................................ 11 Bijlage 1: Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat per gemeente ........................................... 12 Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2024 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden ................... 13 Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2024 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam-Rijnmond .... 20

Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 2 van 21

1. Inleiding In de Financiële verordening MRDH 2015 is opgenomen dat het algemeen bestuur een uitgangspuntennota vaststelt voor de kaders van het volgende begrotingsjaar voordat de ontwerpbegroting voor een zienswijze aan de gemeenten wordt aangeboden. Deze kadernota is de bedoelde uitgangspuntennota en dient voor het opstellen van de begroting 2024 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH).

2. Opzet programmabegroting De begroting 2024 dient te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) en de Financiële verordening MRDH. Autorisatie van de begroting door het algemeen bestuur vindt plaats op het niveau van de programma’s. Programma-indeling In de begroting 2024 worden evenals in de begroting 2023 de volgende programma’s opgenomen: 1. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat De eerste twee programma’s betreffen de wettelijke taak verkeer en vervoer. Deze programma’s worden gefinancierd uit rijksmiddelen (BDU: brede doeluitkering verkeer en vervoer). Het derde programma betreft de taak economisch vestigingsklimaat waarvoor een inwonerbijdrage wordt geheven. De beleidstoelichtingen in de begroting 2024 zullen zoveel mogelijk compact en operationeel van aard zijn. Het strategisch kader vormt daarvoor de basis. Conform het BBV dient een apart overzicht van de kosten van overhead te worden opgenomen. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces (het uitvoeren van de taken van de MRDH).

3. Strategisch kader De concept ontwerp Strategische Agenda MRDH 2023-2026 ligt tot 10 maart 2023 bij de gemeenten voor ter zienswijze. Het algemeen bestuur betrekt de zienswijzen van de gemeenten bij haar besluitvorming over de Strategische Agenda op 26 mei 2023. Deze geactualiseerde Strategische Agenda bepaalt de koers voor de komende vier jaar. De Agenda gaat uit van vier grote opgaven die vervolgens vertaald worden naar zes concrete opdrachten: 1. Investeren in bereikbaarheid 2. Toekomstbestendige economie stimuleren 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 4. Vernieuwen van werklocaties 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 6. Herstellen van OV-systeem Het strategische kader voor de begroting 2024 wordt gevormd door deze zes opdrachten. De aan deze opdrachten gekoppelde resultaten worden per begrotingsprogramma verder uitgewerkt naar jaaractiviteiten. Als het algemeen bestuur naar aanleiding van de zienswijzen besluit om wijzigingen aan te brengen in opdrachten en resultaten van de Strategische Agenda, dan zullen deze wijzigingen ook worden verwerkt in de begroting. Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 3 van 21

4. Financieel kader Voor de jaarschijf 2024 dient het in de begroting 2023 van de MRDH opgenomen meerjarig kader als uitgangspunt. Dit meerjarig kader wordt aangepast aan de hand van: • de verwachte realisatiecijfers 2022. De jaarrekening 2022 betreft een peilmoment van de meerjarige projecten en hieruit volgt een eventuele bijstelling van de jaarschijven binnen de projectbegroting; • de verwachte bijstellingen 1e begrotingswijziging 2023, voornamelijk in relatie tot de meerjarige projecten. Zie vorige punt; • de aanvullende ontwikkelingen. Het gaat dan om voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een besluit moet worden genomen; • de indexering (zie 4.1 en 4.2). Hierna wordt nader op programmaniveau aandacht besteed aan het financiële kader.

4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer Budgettair kader Het budgettaire kader voor de begrotingsprogramma’s verkeer en openbaar vervoer betreft de beschikbare Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU middelen) van het Rijk. Met ingang van begrotingsjaar 2018 wordt voor het ramen van de lasten de verwachte daadwerkelijke voortgang van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projecten als maatstaf genomen. Het bevoorschottingsritme kan hiervan afwijken. Voor de kleine investeringsprojecten geldt structureel een subsidieplafond van € 30 miljoen per jaar. Er mag incidenteel sprake zijn van overbesteding op de BDU middelen. Het kader voor dit (tijdelijke) tekort is bepaald in de begroting 2019 en sluit aan bij de wettelijke termijn voor structureel evenwicht. Dit houdt in dat de maximale periode voor het tijdelijke tekort drie achtereenvolgende kalenderjaren bedraagt. Een tekort in 2024 moet dus uiterlijk in 2027 zijn aangezuiverd. In de bestuurscommissie Vervoersautoriteit van 5 februari 2020 is besloten om met ingang van het begrotingsjaar 2021, het financiële meerjarenbeeld BDU als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen, op te nemen in de begroting van de MRDH.

Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgave en de beschikbare middelen en is daarmee een belangrijk instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen. Voor het financiële meerjarenbeeld BDU worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • de vastgestelde begroting MRDH dient als basis; • het gehanteerde prijspeil is begrotingsjaar t-1; • er wordt uitgegaan van gelijkblijvende BDU-inkomsten; • de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer blijven op een gelijk niveau als pre-COVID-19 rekening houdend met indexatie; • er worden geen reserveringen opgenomen voor risico’s met uitzondering van het indexeringsrisico openbaar vervoer omdat de MRDH risico loopt over het verschil tussen de indexering van het kostenniveau en het opbrengstenniveau binnen het openbaar vervoer; • projecten die zich in de verkennings-, planstudie-, uitwerkings- of de realisatiefase bevinden worden opgenomen in het meerjarenbeeld. • Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases: Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 4 van 21

Pre verkenning Geen opname MJB

Verkenning Opname MJB

Planstudie Opname MJB

Uitwerking

Opname Begroting

Realisatie Opname Begroting

•

De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Een pre verkenning leidt nog niet tot opname in begroting of MJB. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRT project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting.

OV en corona Naast de BDU middelen ontving de MRDH vanaf 2020 een Beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies. Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de MRDH, is door de COVID-19 pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot een Beschikbaarheidsvergoeding in de jaren 2020, 2021 en 2022 en een Transitievergoeding in 2023. Met het (langzaam) naar de achtergrond verdwijnen van de pandemie zal in de eerste helft van 2023 duidelijker worden welke structurele effecten COVID-19 heeft op de OV-sector. De voorbereidingen zijn getroffen om gezamenlijk met de vervoerders en andere betrokkenen begin 2023 een inzicht te hebben in de snelheid van het herstel van de reizigersgroei en waar nodig voorstellen te doen aan het bestuur hoe met eventuele effecten om te gaan. Deze kadernota gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de MRDH begroting 2023.

Financiering De MRDH verstrekt op een tweetal terreinen leningen: • aan vervoerbedrijven ten behoeve van de financiering van investeringen in railvoertuigen en railinfrastructuur (op grond van besluit algemeen bestuur 9 december 2016); Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 5 van 21

•

aan vervoerbedrijven voor het aanschaffen van bussen en laadinfrastructuur (op grond van de Verordening bussenleningen 2017, besluit algemeen bestuur 21 december 2017).

Voor het kunnen verstrekken van de genoemde financieringen worden ook leningen aangetrokken. Daarnaast kunnen er leningen worden aangetrokken om een mogelijk tijdelijk liquiditeitstekort te financieren. De hiermee samenhangende rentelasten en rentebaten (inclusief de te hanteren opslagen voor marktconformiteit) worden integraal verwerkt in de begroting 2024. Indexering programma’s verkeer en vervoer De BDU bijdrage van het Rijk en de daarmee samenhangende lasten worden op het verwachte prijspeil t-1 begroot. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2024 (jaar t) volgens het verwachte prijspeil 2023 (jaar t-1) wordt begroot. In het begrotingsjaar zelf vindt via een begrotingswijziging de resterende prijspeilcorrectie naar het prijspeil 2024 plaats. Als blijkt dat kostenstijgingen bij projecten en/of bij de exploitatie van het openbaar vervoer als gevolg van inflatie hoger zijn dan de indexering van de BDU bijdrage door het Rijk kan dit mogelijk leiden tot minder investeringsruimte. Indien dit risico zich voordoet kan de programmering worden aangepast, bijvoorbeeld door projecten te faseren.

4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat Indexering programma Economisch vestigingsklimaat De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat van prijspeil 2023 naar prijspeil 2024 sluit aan op het indexeringskader wat de MRDH namens de colleges van negen MRDH gemeenten (Haaglanden gemeenten) heeft ontvangen. De gemeente Zoetermeer heeft deze kaderstelling gecoördineerd en dit kader is gericht aan alle gemeenschappelijke regelingen in de Haagse regio. Zie hiervoor bijlage 2. De afgelopen jaren heeft de MRDH dit kader gevolgd. De colleges van de overige 14 MRDH gemeenten (Rotterdam-Rijnmond gemeenten) sluiten zich hierbij aan (zie bijlage 3). Werkwijze indexeringskader MRDH gemeenten Er wordt in het kader onderscheid gemaakt tussen een indexcijfer voor loonkosten en een indexcijfer voor materiële kosten. Het indexcijfer is verder gebaseerd op de in de Macro Economische Verkenning (MEV) 2023 van september 2022 van het Centraal Planbureau opgenomen geschatte indexcijfers. De eerdere inschattingen voor 2021, 2022 en 2023 worden geactualiseerd en betrokken bij het ingeschatte percentage voor 2024. De eerdere inschatting voor 2021 wordt nu definitief gemaakt op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) van maart 2022. De MEV 2023 bevat geen schattingen voor het jaar 2024, voor het jaar 2024 is daarom de inschatting voor 2023 doorgetrokken.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedragen de indexeringspercentages voor 2024 ten opzichte van het basisjaar 2023: • •

6,7% voor de loonkosten en 12,2% voor de materiële kosten.

Deze percentages zijn veel hoger dan in vorige jaren en voornamelijk het gevolg van de energiecrisis waarin we ons momenteel bevinden. De bestaande druk op de gemeentelijke begrotingen zal door het stijgende kostenniveau nog verder toenemen. Een aantal gemeenten heeft de MRDH eerder verzocht om besparingen. Thans is het verzoek om Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 6 van 21

inzichtelijk te maken hoe de MRDH tot een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering komt (zie bijlage 2, pagina 6). Ook dit jaar wordt daarom gekeken naar een realistisch niveau van indexeren. Loonkosten De stijging van de Cao-gemeenten is één van de bepalende exogene (niet door de MRDH te beïnvloeden) factoren van de kostenontwikkeling binnen de MRDH. Op 16 november 2022 heeft de werkgever (VNG) een loonbod gedaan van 8% voor 2 jaar: 5% per 1 februari 2023 en 3% per 1 april 2024. De vakbonden hebben op 28 december 2022 een ultimatum gesteld van 12% loonstijging voor 2023. Op 10 januari 2023 heeft de werkgever de vakbonden uitgenodigd op opnieuw te onderhandelen. De verwachting is dat minimaal het huidige loonbod van de werkgever zal worden doorgevoerd in de nieuwe Cao. In de MRDH begroting 2023 bedraagt de index voor de loonkosten 0,6%. Samen met het indexcijfer voor de loonkosten begroting 2024 van 6,7% kan daarmee een deel van deze verwachte Cao-stijging gedekt worden. Dit indexcijfer wordt daarom overgenomen. Materiële kosten Het indexcijfer voor de materiële kosten is met 12,2% hoger dan gebruikelijk. Dit komt vooral door het in de MEV 2023 opgenomen verwachte inflatiecijfer voor 2022, dat is 9,9% (zie bijlage 2, pagina 2).

De kostenontwikkeling van de materiële budgetten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat kent relatief minder exogene factoren dan voor de loonkosten geldt. Onderdelen zoals meerjarige huur- en servicecontracten kennen een exogene stijging maar maken een beperkt deel uit van de begroting voor het economisch vestigingsklimaat. Daarom wordt het in de MEV 2023 opgenomen inflatiecijfer voor 2022 naar beneden bijgesteld naar 2,6%, gelijk aan het inflatiecijfer voor 2023 in de MEV 2023. Dat betekent een verlaging van 7,3%. Per saldo wordt de indexering voor de materiële kosten dan 4,9% in plaats van 12,2%. Op basis van deze aangepaste indexeringsmethode stijgt de inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat van € 2,82 voor de begroting 2023 met € 0,15 naar € 2,97 voor de begroting 2024. Dit is weergegeven in de volgende tabel: basistarief 2023 (Kadernota en Begroting 2023, € per inwoner) Salariscomponent (loongevoelig) materiële component (nietloongevoelig)

Indexering

tarief 2024 (€ per inwoner)

0,79

6,7%

0,84

2,03

4,9%

2,13

2,82

5,3%

2,97

Bij de start van de MRDH was maximaal € 1 van de inwonerbijdrage van € 2,45 bestemd voor apparaatslasten (afgerond 40,8%). Van de geïndexeerde inwonerbijdrage van € 2,97 zal volgens deze verdeling maximaal € 1,21 worden ingezet voor de dekking van apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat. Ter vergelijking: in de begroting 2023 wordt op begrotingsbasis € 1,02 (oftewel 36,2%) van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (€ 2.470.100/ € 6.819.230). In de bijlage is een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor het begrotingsjaar 2024 opgenomen.

Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 7 van 21

5. Begrotingsparagrafen De volgende paragrafen maken deel uit van de begroting 2024: • Paragraaf Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering wordt onder andere ingegaan op de MRDH-organisatie en de kostenverdeling van de apparaatslasten. De formatie van de MRDH bedraagt in 2024 conform de 2e begrotingswijziging 2022 – 92,6 fte. De directe salariskosten van de medewerkers Verkeer en Openbaar vervoer worden ten laste gebracht van de rijksmiddelen BDU. De directe salariskosten van de medewerkers Economisch vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat. Voor de verdeling van de salariskosten van de medewerkers van de stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en de overige bedrijfsvoeringskosten bedraagt de verdeelsleutel 20% inwonerbijdrage Economisch vestigingsklimaat en 80% BDU. Deze verdeling is gebaseerd op het relatieve formatiebudget van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat ten opzichte van het formatiebudget van de afdelingen Verkeer en Openbaar vervoer. Indexering van de begrote bedrijfsvoeringslasten Een aantal onderdelen van de bedrijfsvoeringslasten, waaronder huisvesting en salarislasten zal een autonome – d.w.z. niet door de MRDH te beïnvloeden - stijging kennen. Voor de huisvesting is bijvoorbeeld in het huurcontract de indexeringsmethode bepaald.

Voor de salarislasten volgt de MRDH de eigen Cao, die de Cao gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam). De lastenstijging wordt voor het economisch vestigingsklimaat gedeelte gedekt uit de (geïndexeerde) inwonerbijdrage en voor het verkeer en openbaar vervoer gedeelte uit de BDU middelen. De BDU middelen kennen ook een jaarlijkse indexering. De hoogte hangt af van de middelen die het ministerie van Financiën hiervoor beschikbaar stelt. Tevens zal in deze paragraaf worden ingegaan op het beleid rondom Informatieveiligheid, zoals ook verzocht in de kaderbrief van de MRDH-gemeenten (bijlage 2). De MRDH gemeenten vragen ook om in begroting en jaarrekening in te gaan op maatschappelijke inkoop. In de Nota van beantwoording naar aanleiding van de zienswijzen op de MRDH begroting 2023 is op dit verzoek reeds gereageerd. Het zijn voornamelijk de partners van de MRDH die voor de uitvoering van het MRDH beleid zorgdragen: gemeenten en vervoerders. In het kader van een efficiënte bedrijfsvoering kost dit voor de MRDH en de partners onevenredig veel tijd en energie om een dergelijke rapportage toe te voegen aan begroting en jaarverslag.

• Paragraaf Financiering Zoals in het BBV is voorgeschreven bevat deze paragraaf in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en wordt in deze paragraaf inzicht geboden in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop deze rente aan de programma’s wordt toegerekend. • Paragraaf Verbonden partijen In deze paragraaf wordt beschreven in welke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisaties de MRDH een bestuurlijk en een financieel belang heeft. • Paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s De in de begroting 2023 onderkende risico’s en bijbehorende weerstandscapaciteit vormen het uitgangspunt voor de begroting 2024. Zoals ook verzocht in de kaderbrief van de MRDHgemeenten (bijlage 2) en in lijn met de begroting 2023, worden de geïnventariseerde risico’s gekwantificeerd.

Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 8 van 21

Conform het BBV dienen de volgende kengetallen aan de paragraaf weerstandsvermogen en risico’s te worden toegevoegd (inclusief de beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie): 1a netto schuldquote; 1b netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2 solvabiliteitsratio; 3 grondexploitatie; 4 structurele exploitatieruimte; 5 belastingcapaciteit De genoemde kengetallen worden verwerkt in de begroting 2024 met uitzondering van de kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit, aangezien die voor de MRDH niet relevant zijn. • Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen De MRDH bezit een aantal kapitaalgoederen. Het betreft oplaadapparatuur voor OVchipkaarten, rechten van opstal, en abri’s. Daarnaast heeft de MRDH geïnvesteerd in huisvesting, meubilair en ICT faciliteiten. Tenminste de beleidsuitgangspunten rondom activering en afschrijving zijn onderdeel van deze paragraaf. Daarnaast worden eventuele nieuwe investeringsbudgetten in deze paragraaf opgenomen. • Paragraaf Subsidies Op grond van de Financiële verordening MRDH 2015 van de MRDH wordt in deze paragraaf een overzicht gegeven van de begrote subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening worden verleend.

6. Indicatoren De vanuit het BBV voorgeschreven indicatoren voor het taakveld bestuur/ bedrijfsvoering worden opgenomen in de begroting 2024. Dat zijn de indicatoren over formatie, bezetting, apparaatskosten, externe inhuur en overhead.

7. BTW-compensatiefonds De aan de MRDH in rekening gebrachte BTW met betrekking tot de wettelijke taak verkeer en vervoer kan de MRDH verrekenen via het BTW-compensatiefonds. De verschuldigde BTW met betrekking tot het economisch vestigingsklimaat wordt verrekend via de zogenoemde transparantiemethode. Concreet betekent dit dat deze BTW elk jaar wordt doorgeschoven naar de daarvoor wel compensatiegerechtigde, aan de MRDH deelnemende, gemeenten, naar rato van inwoneraantal.

8. Vennootschapsbelasting (Vpb) Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor een van de activiteiten een onderneming drijft. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij we voor de vennootschapsbelasting de jaren 2016 en 2017 hebben kunnen afronden. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 9 van 21

berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. De Rijksbelastingdienst heeft de jaren 2018, 2019 en 2020 inmiddels conform de afgesproken bestendige gedragslijn afgehandeld. De hernieuwde aanslagen zijn inmiddels ontvangen. Dit betekent dat er geen rekening meer hoeft te worden gehouden met een structurele afdracht van € 1,75 miljoen per jaar en dit bedrag dus beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in de regio.

9. Planning begroting 2024 De bestuurlijke behandeling van de begroting 2024 in 2023 is als volgt:

Bestuurscommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat

29-mrt

Dagelijks bestuur - vrijgeven voor zienswijze

19-apr

Start zienswijzeperiode

19-apr

Einde zienswijzeperiode

12-jul

Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat

23-aug

Dagelijks bestuur - behandeling zienswijzen

21-aug

Algemeen bestuur - vaststellen begroting en nota van beantwoording bij zienswijzen

8-sep

Toelichting op de planning: De begroting 2024 wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de MRDH gemeenten. De zienswijzeperiode voor de MRDH begroting 2024 eindigt op 12 juli, rekening houdend met de wetswijziging waardoor de zienswijzeperiode is verlengd van 8 weken naar 12 weken. Dit wijkt in beperkte mate af van de einddatum van 15 juli die is opgenomen in de kaderbrief van de MRDH gemeenten. Op grond van de wijziging van de Wgr is de zienswijzetermijn al verlengd van 8 weken naar 12 weken. Een verdere verlenging is niet gewenst en ook niet nodig. Het beeld is dat de meeste gemeenten in de week voor 12 juli de vergadercyclus voor het zomerreces afronden en dus tijdig hun zienswijze in kunnen dienen. Na de zienswijzeperiode zal behandeling plaatsvinden door de adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch vestigingsklimaat (beiden op 23 augustus 2023). Tijdens deze behandeling worden de adviescommissies meegenomen in de ‘rode draad’ van de ontvangen zienswijzen.

Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 10 van 21

10.

Besluit

De Kadernota MRDH begroting 2024 vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag d.d. 31 maart 2023,

de secretaris,

de voorzitter,

Christel Mourik

Ahmed Aboutaleb

Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 11 van 21

Bijlage 1: Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2024 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat.

Gemeente

Aantal inwoners 31 december 2022 (*)

Bijdrage per inwoner

Totaal inwonerbijdrage 2024

Albrandswaard

26.361

2,97

78.292

Barendrecht

48.805

2,97

144.951

Capelle aan den IJssel

67.531

2,97

200.567

Delft

106.083

2,97

315.067

Den Haag

562.416

2,97

1.670.376

Krimpen aan den IJssel

29.506

2,97

87.633

Lansingerland

64.741

2,97

192.281

Leidschendam-Voorburg

77.759

2,97

230.944

Maassluis

35.301

2,97

104.844

Midden-Delfland

19.468

2,97

57.820

Nissewaard

86.848

2,97

257.939

Pijnacker-Nootdorp

57.683

2,97

171.319

Ridderkerk

47.485

2,97

141.030

Rijswijk

58.004

2,97

172.272

Rotterdam

664.071

2,97

1.972.291

Schiedam

80.631

2,97

239.474

Vlaardingen

75.053

2,97

222.907

Voorne aan Zee *

73.949

2,97

219.629

Wassenaar

27.106

2,97

80.505

Westland

114.915

2,97

341.298

Zoetermeer

127.052

2,97

377.344

Totaal

2.450.768 7.278.783 (*) bron: CBS StatLine info van 31-1-2023. Wordt in de definitieve begroting 2024 nog aangepast naar voorlopige aantallen per 1-1-2023. (**) met ingang van 1 januari 2023 zijn de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne gefuseerd en is de nieuwe gemeente Voorne aan Zee ontstaan.

Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 12 van 21

Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2024 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden

Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 13 van 21

GESCAND

gemeente

11

Zoetermeer

o»- 2 inovzo22 ’

> Retouradres Postbus 15, 2700 AA Zoetermeer

Bezoekadres Engelandlaan 502

Aan het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) Postbus 21012 3001 AA Rotterdam

2711 EB ZoeteriTieer Postadres Postbus 15 2700 AA Zoetermeer

Telefoon 14 079 www.zoetermeer.nl

Datum 16-11-2022

Onderwerp: Kaderbrief begroting 2024 gemeenschappelijke regelingen

Uw kenmerk

Ons kenmerk

Geacht bestuur,

2022-101864

Bijlagen

Hierbij ontvangt u de Kaderbrief begroting 2024 van de gemeenten in de regio Haaglanden, waarin de (financiële) uitgangspunten voor de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) zijn opgenomen. Deze kaderbrief ontvangen de besturen van GR-en elk jaar voorafgaand aan een nieuwe begrotingscyclus. De kaderbrief richt zich op de financieel-technische en beheersmatige randvoorwaarden voor de begroting en de verantwoording en tevens op enkele procesafspraken. De beleidsmatige kaderstelling binnen de GR is de bevoegdheid van de bestuurders en niet opgenomen in deze brief.

Doel van deze Kaderbrief is een eenduidige benadering vanuit de deelnemende gemeenten van de begroting 2024 van GR-en. Deze brief gaat nader in op: 1. Indexering 2. Risico’s en weerstandscapaciteit 3. Maatschappelijk verantwoorde inkoop 4. Informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens 5. Tijdige afstemming, ook tussentijds 6. Wijziging wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) 7. Doelmatige bedrijfsvoering

De kaders betrekt u bij de opstelling van uw begroting voor 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Als u van mening bent dat een kader niet haalbaar is, wordt u verzocht dit te bespreken in de bestuursvergadering van uw GR. Uw bestuur kan de uitkomst van de bespreking dan opnemen in de aanbiedingsbrief bij de begroting naar de deelnemende gemeenten. Hieronder worden de uitgangspunten nader toegelicht.

1. Indexering De indexering heeft betrekking op de gemeentelijke bijdrage aan de GR. De indexering is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2023 (MEV 2023) van september 2022 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. In de MEV 2023 zijn ook de cijfers voor 2024 opgenomen, één jaar verder dan het jaar van de MEV. In het indexcijfer voor de gemeentelijke bijdrage 2024 wordt de eerdere inschatting voor 2021,2022 en 2023 geactualiseerd. Deze actualisatie wordt verrekend met de eerste inschatting van het percentage voor 2024.

De genoemde indexcijfers geven een algemeen vertrekpunt voor de begroting van gemeenschappelijke regelingen in 2024 en heeft als doel een indicatie af te geven voor een toekomstige inflatie compensatie. Het staat echter niet in de weg dat voor individuele

gemeenschappelijke regelingen, in afstemming met de overige deelnemers, tot een andere bijstelling van de gemeentelijke bijdrage kan worden gekomen. Indien van toepassing vindt hierover afzonderlijke communicatie plaats op het niveau van de individuele gemeenschappelijke regeling.

Het cijfer dat voor het jaar 2022 gepubliceerd wordt in het CEP (Centraal Economisch Plan) van maart 2023 (jaar t+1) wordt als definitief cijfer aangenomen. Tot die tijd blijven de inschattingen verrekend worden in de gepresenteerde indexatiecijfers. Het cijfer voor 2021 is nu definitief vastgesteld op basis van het CEP van maart 2022. De GR heeft bij de begroting 2022 de opbouw van de deelnemersbijdrage ingedeeld naar het loongevoelige en het materiële gedeelte. Deze verdeling geldt voor de jaren 2022 tot en met 2025. Voor de begroting 2026 zal deze verdeling weer voor 4 jaar worden geactualiseerd.

In onderstaand overzicht zijn de indexatiecijfers voor de bepaling van de gemeentelijke bijdrage opgenomen.

Index gemeentelijke bijdrage 2024 Cpi

MEV 2022 CEP 2022MEV 2023 Verschil

2021 2022 2023 2024*)

1,9 1,8 1,9

2,7 9,9 2,6 2,6 INDEX prijzen 2024

0,8 8,1 0,7 2,6 12,20

Index gemeentelijke bijdrage 2024 lonen MEV 2022 CEP 2022MEV 2023 Verschil 2021 2022 2023 2024*)

0,5 3,1 1,9

0,9 5,7 2,8 2,8 INDEX lonen 2024

0,40 2,60 0,90 2,80 6,70

De gemeentelijke bijdrage voor 2024 - ten opzichte van het basisjaar 2021 met: 1. 12,2 % voor de materiële kosten volgens de nationale consumentenprijsindex (CPI), (bijlage 18 MEV 2023). Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2024 (2,6 %)en een verrekening van de inschatting 2021, 2022 en 2023 (totaal 9,6%) en 2. 6,7 % voor de loonkosten volgens de index prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers (bijlage 11 MEV 2023). Dit cijfer is een inschatting voor het jaar 2024 (2,8%) en een verrekening van de inschatting 2021, 2022 en 2023 (totaal 3,9%)

De GR kan ook hebben gekozen als een bestendige gedragslijn voor het uitgangspunt om het inflatiecijfer het CEP (peildatum maart) te gebruiken en niet de MEV van september. Hierbij is het van belang dat er een bestendige gedragslijn wordt gevolgd. De gemeentelijke bijdrage wordt gebaseerd op ofwel de MEV-cijfers of van de CEP-cijfers. Dit betekent een ander peilmoment in het jaar, dat langjarig structureel als uitgangspunt

gemeente

II

Zoetermeer

wordt genomen. Na het verschijnen van het CEP in maart 2023 zullen de cijfers worden gecommuniceerd. Het is mogelijk dat er een discrepantie ontstaat tussen de toegekende index van de gemeentelijke bijdrage en de werkelijke kostenontwikkeling van de begroting. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden doordat de prijs- of loonmutatie van de kosten bij een GR hoger is dan de indexering van de gemeentelijke bijdrage. Bij de aanbieding van de begroting kunnen deze verschillen worden aangegeven, met een voorstel hoe dit verschil kan worden opgelost.

2. Risico’s en weerstandscapaciteit Wij verwachten in uw komende begrotingen een goed onderbouwde risicoparagraaf aan te treffen. Effectief risicomanagement is een speerpunt voor de deelnemende gemeenten. Kwalitatieve toelichtingen op de risico's en een transparante systematiek zijn daarvoor essentieel.

Het BBV schrijft voor de begroting de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing voor. Deze paragraaf bevat onder meer een overzicht van de risico’s en een uiteenzetting over de wijze waarop de risico’s worden beheerst. Om het risicoprofiel van de verbonden partij inzichtelijk te maken voor de deelnemende gemeenten, wordt het bestuur verzocht om naast het inventariseren van de risico’s deze ook te kwantificeren. In de risicoparagraaf neemt de GR alle voor de GR relevante risico’s op, nader gepreciseerd door kans (%) maal impact (€) te vermenigvuldigen tot een nieuw risicoprofiel, uitgedrukt in euro’s. Als het risicoprofiel is veranderd in vergelijking met vorig jaar, dient dit toegelicht te worden in de begroting (oorzaak en effecten). In de begroting dient ook aangegeven te worden welke maatregelen de GR gaat nemen om de opgenomen risico's te beheersen.

Het risicoprofiel geeft ook aan hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn. Het weerstandsvermogen is gedefinieerd als de ratio van de beschikbare weerstandscapaciteit (de middelen en mogelijkheden die de GR heeft om onverwachte, niet-begrote kosten te kunnen dekken) ten opzichte van de omvang van de risico’s (het risicoprofiel). De norm voor deze ratio is maximaal 1,0, tenzij voor de betreffende GR andere regels zijn afgesproken, bijvoorbeeld in de Nota Weerstandsvermogen van de GR. De norm betekent dat als bij de jaarrekening de ratio groter blijkt dan 1,0 blijkt, dan is de omvang van de beschikbare weerstandscapaciteit hoger dan de omvang die nodig is om het totale risicoprofiel te kunnen afdekken. In dat geval zal er in principe een afstorting naar de deelnemende gemeenten plaats dienen te vinden van het teveel aan gereserveerde middelen. Het aanhouden van een hogere risicobuffer dan het risicoprofiel is bij de verbonden partij niet noodzakelijk. 3.

Maatschappelijke inkoop

Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) is een effectief instrument om CO2-uitstoot, milieu-impact en grondstoffengebruik te helpen reduceren, om een inclusieve arbeidsmarkt te realiseren en om misstanden voor mens en milieu aan te pakken in internationale ketens. Dit is door de (rijks)overheid als beleid vastgelegd in de inkoopstrategie ‘Inkopen met Impact'. Ook meerdere Haaglanden gemeenten en GR-en hebben MVI tot de hoofdzaak van hun inkoopstrategie verkozen. Wij vragen u dan ook in uw begroting 2024 en het jaarverslag over het verslagjaar 2022 toelichting te geven op uw maatschappelijk inkoopbeleid.

4.

Informatiebeveiliging

De GR en gemeenten zijn informatie verwerkende en informatie producerende organisaties, midden in de informatie- en netwerksamenleving. Uw en onze dienstverlening is afhankelijk van, en vindt plaats in de vorm van, informatie, waaronder vaak persoonsgegevens. Informatievoorziening heeft dan ook een centrale rol in de dienstverlening. Informatiebeveiliging en bescherming persoonsgegevens is van essentieel belang voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. En informatiebeveiliging biedt burgers en bedrijven ook het vertrouwen dat er zorgvuldig met hun gegevens wordt omgesprongen. Wij verzoeken u dan ook in de begroting en uw jaarverslag te rapporteren over (de realisatie van) uw beleid op het gebied informatiebeveiliging en de bescherming van persoonsgegevens. 5.

Tijdige afstemming, ook tussentijds

Nieuw beleid Bij een GR kan behoefte bestaan aan beleidswijziging, nieuw beleid of nieuwe initiatieven. Ook (aanstaande) nieuwe wet- en regelgeving kan aanleiding zijn voor nieuwe beleidsvoornemens. Geadviseerd wordt deze aanzetten tot nieuw beleid tijdig te bespreken in uw bestuursvergadering. Zodra deze meer concrete vormen aannemen, worden deze opgenomen in uw beleidskader. Iedere gemeente kan dan bij de kaderstelling voor het komende jaar hiermee rekening houden.

Omgaan met tekorten/overschotten Gedurende de uitvoering van de begroting kunnen zich afwijkingen voordoen. Deze worden normaliter opgenomen in de reguliere uitvoeringsrapportages en (tussentijds) gemeld aan het DB van de GR. Uitgangspunt hierbij is dat exploitatietekorten in principe binnen de begroting van de GR worden opgevangen. Overschotten vloeien in principe terug naar de deelnemende gemeenten. De tussentijdse melding kan worden aangevuld met een voorstel voor bijsturing. Het bestuur wordt verzocht hier nadrukkelijk aandacht aan te besteden.

Tussentijdse informatievoorziening Niet voor elke GR geldt een zelfde afspraak of verwachting over tussentijdse rapportages. Verwacht wordt dat het bestuur van de GR bij materiële beleidsmatige en/of financiële (verwachte) afwijkingen gedurende het jaar de deelnemende gemeenten actief informeert. Indien de GR de begroting wil wijzigen geldt hiervoor de gebruikelijke zienswijzeprocedure.

Financiële kengetallen De kwaliteit van de begroting is medebepalend voor de jaarstukken. Het BBV schrijft ten aanzien van de verplichte kengetallen voor: dat zorggedragen wordt voor “een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie." (artikel 11, lid 2d) Het bestuur wordt verzocht expliciet aandacht te geven aan het beoordelen van de verplichte financiële kengetallen en daarbij zo nodig tijdig beleidsmaatregelen voor te stellen. Tijdig inzenden van stukken In lijn met de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) wordt gestimuleerd dat de begrotingscycli van de GR-en en van de deelnemende gemeenten goed op elkaar aansluiten. Tijdige inzending van de stukken versterkt de betrokkenheid van en sturing door de gemeenteraden. De raden zijn dan beter in staat om zienswijzen voor te bereiden en de informatie kan worden meegenomen bij de behandeling van de Voorjaarsnota c.q. Kadernota.

gemeente

w*

II

Zoetermeer

Sinds 1 juli 2022 dienen GR-en met betrekking tot de ontwerpbegroting en op grond van de Wgr de uitgangspunten voor hun begroting (indicatie beleidsvoornemens, gemeentelijke bijdrage en prijscompensatie) vóór 30 april 2023 aan de gemeenteraden te sturen. De conceptbegroting dient uiterlijk 12 weken voor 15 september, dus uiterlijk op 23 juni, aan de deelnemende gemeenten aangeboden te worden. In de praktijk worden deze uitgangspunten meteen opgenomen in de conceptbegroting. Een latere indiening van de conceptbegroting dan 30 april 2023 is niet wenselijk. Vanwege de zomerrecessen lukt het mogelijk gemeenten niet de zienswijzen op de begroting te behandelen in de periode tussen het zomerreces en 15 september. Daarom bieden de gemeenten de zienswijzen uiterlijk 15 juli 2023 aan de GR-en aan.

Wat betreft de jaarstukken wordt in verband met de tijdige samenstelling van de gemeentelijke jaarstukken de GR-en gevraagd de gemeenten de vanuit het BBV benodigde gegevens voor 15 februari 2023 aan te leveren (hoeft dan dus nog niet de hele jaarrekening te zijn). Het gaat onder andere om de omvang van het eigen en vreemd vermogen en het verwachte rekeningresultaat. De GR-en verstrekken de gegevens uiteraard onder voorbehoud van hun eigen accountantscontrole.

6. Wijziging wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) Per 1 juli 2022 is een wijziging in de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) in werking getreden die het doel heeft de legitimatie van deze samenwerkingsverbanden te vergroten, door meer ruimte voor invloed op besluitvorming bij GR-en aan gemeenteraden te geven. De wijzigingen leiden tot: (i) aanpassingen van de termijnen van de P&C-cyclus met de gemeenten, (ii) aan te brengen aanpassingen in de GR vóór 1 juli 2024, en (iii) mogelijk de instelling van een raadsadviescommissie. Ad i) Zie hiervoor onderdeel 6. Ad ii) De gemeenschappelijke regelingen zullen in 2022 en 2023 het gesprek moeten voeren intern en met de deelnemers over verschillende onderwerpen. Dit betreft in elk geval: het al dan niet uitbreiden van besluiten waar een zienswijzeprocedure voor van toepassing wordt; het al dan niet formeel regelen van (burger)participatie bij de besluitvorming binnen de GR; hoe de actieve informatieplicht naar de raden wordt vorm gegeven; het al dan niet evalueren van de GR, en zo ja, met welke focus en frequentie; nadere regels bij uittreding uit de GR. De wet schrijft voor expliciet te zijn over deze afspraken, ook waar besloten wordt deze zaken niet nader te regelen, moeten de gemeenteraden daar mee instemmen. Dus alle GR-en zullen wijzigingen moeten doorvoeren.

Voor deze aanpassing geeft de wet een implementatieperiode van twee jaar (dus voor 1 juli 2024).

Ad iii) Voor een openbaar lichaam (GR met AB en DB) geeft de wet de raden de mogelijkheid gezamenlijk een voorstel te doen aan de GR tot het instellen van een regionale gemeenschappelijke adviescommissie. De commissie, bestaande uit raadsleden die per deelnemende gemeente door de raad uit zijn midden worden aangewezen, heeft tot doel vroegtijdig te worden betrokken bij voorgenomen besluitvorming door het bestuur van de regeling, en te adviseren aan het bestuur.

7.

Doelmatige bedrijfsvoering

Oplopende kosten van (onder andere) het sociaal domein en onzekerheid over de ontwikkeling van rijksmiddelen zetten de gemeentefinanciën steeds verder onder druk. Vrijwel alle gemeenten, en ook sommige GR-en, hebben de afgelopen jaren in één of andere vorm bezuinigingsoperaties uitgevoerd of zijn daar nu mee bezig. Ook voor de komende jaren overheerst onzekerheid en dreigen tekorten. Wij verzoeken u daarom inzichtelijk te maken hoe u tot een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering komt.

Voor nadere informatie over deze brief kunt u terecht bij de voorzitter van het Controllersoverleg Haaglanden, dhr. B. Wijman van de gemeente Zoetermeer (0793468346; e-mail: b.c.wijman@zoetermeer.nl).

Hoogachtend, Namens de colleges van Burgemeester en Wethouders van: Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer

Drs. J. ledema / / Wethouder Financiën gemeente Zoetermeer Voorzitter overleg wethouders Financiën Haaglandengemeenten

Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2024 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam-Rijnmond

Kadernota MRDH begroting 2024

Pagina 20 van 21

MRDH Postbus 21012 3001 AA Rotterdam

Datum: Zaaknummer: Team: Contactpersoon: Uw brief van: Onderwerp:

20 december 2022 971703 Financieel beleid en advies Martin Vermaal martinvermaat@krimpenaandenijssel.nl Indexering begroting 2024

Geacht bestuur, Jaarlijks informeren de gemeenten van de regio Rotterdam-Rijnmond de gemeenschappelijke regelingen waarin zij gezamenlijk deelnemen over het te gebruiken indexpercentage voor de eerstvolgende begroting. In deze brief betreft dat de begroting 2024.

Indexering 2024 Omdat het ons bekend is dat u ook een brief met indexeringsrichtlijnen ontvangt vanuit de regio Haaglanden, sturen wij u geen indexeringsbrief met eigen richtlijnen. Wij vinden het onwenselijk dat u verschillende signalen krijgt over wat gemeenten een acceptabele kostenontwikkeling vinden. Wij sluiten daarom voor de begroting 2024 opnieuw aan bij de systematiek en de berekening van de regio Haaglanden. Jaarlijks zullen wij beoordelen of wij ons voor het volgende begrotingsjaar opnieuw in de uitkomsten van die berekening kunnen vinden en u daarvan op de hoogte stellen. Beleidswijzigingen Het indexpercentage is bedoeld voor de budgetten van het bestaande beleid of de bestaande activiteiten. Als u voorstellen heeft voor nieuw beleid of nieuwe activiteiten, verzoeken wij u om deze afzonderlijk zichtbaar te maken en aan de gemeenten ter besluitvorming voor te leggen, met daarbij een dekkingsvoorstel. Voor de volledigheid wijzen wij erop dat u als gemeenschappelijke regeling een meerjarenbegroting opstelt, maar dat gemeenten strikt genomen alleen instemmen met de eerste jaarschijf hiervan. Wij verzoeken u bij het opstellen van de begroting 2024 met het bovenstaande rekening te houden.

Ondertekening Deze brief wordt u toegezonden namens de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.

/

\

Met vriendelijke groeten, Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel,

W^/TVro odT^

mr. A. Boele secretaris

K

Gemeente Krimpen aan deri IJssel

burgemeester stbus 200 gbo AE Krimpen aan den IJssel Beeoekadres: Raadhuisplein i

\

T: 140180 | F: (0180) 51 6040 E: gemeentePkrimpenaandenijssel.nl I: www.krimpenaandenijssel.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12662922/1