CConstaterende datPijnacker Nootdorp
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken MRDH 2022

Raad Besluitvorming 1 juni 2023, gemeente Pijnacker NootdorpBij agendapunt: Informatie MRDH30.899 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

52

op het terrein van digitalisering in de glastuinbouw kunnen versnellen. Digitaliseringsagenda Zuid-Holland: Cybersecurity: Bijdragen aan de cyberweerbaarheid van ondernemers en cyberveiligheid van de regio door projecten te steunen en kennis hierover te delen.

Het project Sectoraal Digitaal Veilig kreeg in 2021 een bijdrage toegekend. Doel van het project is om de cyberweerbaarheid van ondernemers in zes essentiële sectoren te vergroten. Voor het project zijn in 2022 rapportages gemaakt voor de geselecteerde sectoren: Logistiek, Life Science & Health, Maritiem/Haven, Lucht- en Ruimtevaart en de Maakindustrie. De voortgang van het project loopt achter op de initiële planning vanwege achterblijvende deelname van de sectoren aan de ronde tafels. De verwachte einddatum van 31 maart 2023 zal daarom niet gehaald worden. De potentie van de weerbaarheidscentra wordt nog wel gezien, dus zal het project in 2023 verlenging aanvragen. Het project Digicafé, de bijdrage is toegekend in 2020, is in 2022 verlengd en qua aanpak gewijzigd naar fysieke bijeenkomsten. Eén van de twee thema's van deze bijeenkomsten voor ondernemers is cybersecurity. Het doel van de bijeenkomsten is bewustwording, inspireren/informeren en activeren.

Digitaliseringsagenda Zuid-Holland: Mens Centraal: digitale kennis en vaardigheden: Faciliteren van het mkb in de digitaliseringstransitie. Uit een verkenning in 2022 zal blijken welke activiteiten de MRDH op zich zal nemen (denk aan: kennis delen, projecten meefinancieren, relatie leggen met leven lang ontwikkelen/onderwijs).

In het eerste half jaar van 2022 is een verkenning uitgevoerd naar welke rol de MRDH kan spelen op het gebied van digitalisering en mkb, in aanvulling op het overige aanbod van (publieke) initiatieven. Deze verkenning is in juli afgerond. Het onderzoek dat is uitgevoerd leidde niet tot een helder advies. De argumenten die het advies onderbouwen waren niet sterk genoeg om het advies te volgen en mee te nemen naar de werkgroep ter bespreking. Er zijn vervolgens in het tweede half jaar een aantal gesprekken gevoerd intern en met stakeholders, zoals de provincie Zuid-Holland. Dit heeft nog niet tot een definitief voorstel geleid voor een vervolgaanpak. In het eerste kwartaal van 2023 wordt een voorstel voorgelegd aan het Ambtelijk Overleg over een vervolgaanpak voor het versterken van het mkb in lijn met de 53

geactualiseerde Strategisch Agenda die in mei 2023 vastgesteld wordt. Verder is in het najaar van 2022 een bijdrage vanuit de bijdrageregeling EV toegekend aan:  Platform Digitalisering mkb – een online platform waarop alle publieke en commerciële regelingen op het gebied van digitalisering in Zuid-Holland te vinden zijn en het ontwikkelen van digitaal cursusaanbod op de thema's online vindbaarheid en cyberweerbaarheid.

Doelstelling: Ruimte om te werken Acties in 2022 Uitvoering van regionale Strategie Werklocaties: we zorgen voor regionale afstemming, bijvoorbeeld op het gebied van Hogere Milieu Categorie (HMC) en watergebonden terreinen, gebiedsvisies en transformatieopgaven.

We werken gebiedsgericht aan werklocaties van regionaal belang, onder meer door procesadvisering en het verlenen van projectbijdragen.

We werken verder aan de aanpak voor Next Economy bedrijventerreinen, waarbij langs een aantal inhoudelijke aandachtsgebieden (mobiliteit/CO2 , energie, circulariteit, informatie, personeel, financieringsvraagstukken) externe expertise en projectbijdragen beschikbaar worden gesteld voor kleinere en grotere opgaven. Het aandachtsveld Energie is daarbij de praktische uitwerking van de Regionale Energie Strategie op bedrijventerreinen.

Status

Toelichting Uitvoering van regionale Strategie Werklocaties met als doel het sturen op de voorraad van kantoren, detailhandel en bedrijfsruimte in regio, zowel kwantiatief als kwalitatief. Door: - het vaststellen van de regionale strategie bedrijventerreinen en deze aan te bieden aan de provincie Zuid-Holland. - het vaststellen van de regionale programmering kantoren en deze aan te bieden aan de provincie Zuid-Holland. - het organiseren van regionale afstemming over detailhandel: drie adviesaanvragen in 2022. Er is gebiedsgericht gewerkt aan verscheidene werklocaties van regionaal belang door procesadvisering en het verlenen van projectbijdragen, zoals bij gemeente Vlaardingen (meewerken aan realisatie gebiedsvisie Rivierzone), gemeente Westland (meewerken aan ruimtelijk-economische uitgangspunten voor de gebiedsuitwerking Greenport 2.0.) en gemeente Barendrecht (bijdrage aan Dutch Freshport). Er is met de aanpak voor Next Economy bedrijventerreinen externe expertise en projectbijdragen beschikbaar gesteld. Er zijn vier projectbijdragen verleend: aan gemeenten Nissewaard (circulair en energie), Capelle aan den IJssel (klimaatadaptatie), Pijnacker-Nootdorp (energie, circulair en mobiliteit). 54

Doelstelling: Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor Acties in 2022

Status

Ondersteunen van gemeenten die werken aan de kansen en mogelijkheden in onze regio op het gebied van vrijetijdseconomie.

Toelichting De gemeenten Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis en Nissewaard zijn in 2022 financieel ondersteund voor het sfeergebied Wereldhaven. Het project spitste zich toe op samenwerking rond het themajaar 150 jaar Nieuwe Waterweg. Daarnaast is er inhoudelijk meegedacht met gemeenten over projectideeën. In het algemeen bestuur is brede overeenstemming over het belang van groenblauw voor onze regio. De primaire verantwoordelijkheid voor dit beleidsterrein ligt bij de provincie Zuid-Holland. De MRDH dringt daarom bij de provincie ZuidHolland aan op het hernieuwd oppakken van haar verantwoordelijkheden op het gebied van groenblauw, waaronder de structurele bekostiging van de groenblauwe leefomgeving.

Opnemen van groene en blauwe kwaliteit in de integrale ontwikkelplannen voor verstedelijking.

Zorgen voor verbinding / informatiedeling tussen het regionale netwerk Vrijetijdseconomie en de Bestuurlijke Tafel Groen Blauwe Leefomgeving. Faciliteren en ondersteunen van het regionale netwerk Vrijetijdseconomie.

Relevante informatie is gedeeld met het regionale netwerk, zoals het rapport bekostiging groen en blauw. Vanwege beperkte ambtelijke inzet vanuit de MRDH is het netwerk minder vaak bij elkaar geweest.

Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties Acties in 2022 Ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid per locatie van de Verstedelijkingsalliantie. We zoeken hier samen met partners naar mogelijkheden voor het bespoedigen van de voortgang van zowel de planvorming als de realisatie.

Gemeenten die vergelijkbare locaties (mogelijkheid tot verdichting in bestaand stedelijk gebied, nabij bestaande infrastructuur) hebben, dezelfde ondersteuning bieden als aan de hiervoor genoemde locaties. Denk daarbij aan locaties langs de Hoekse Lijn, Barendrecht, station

Status

Toelichting De inzet van de MRDH is gericht op o.a. Verstedelijkingsalliantie en de Hoekse Lijn-samenwerking. Hierbij ligt onze focus op de ontwikkeling en bereikbaarheid van de stationsknopen. De MRDH heeft daarnaast diverse gemeenten ondersteund bij hun aanvragen voor Rijksgelden Woningbouwimpuls (WBI) en Versnelling infrastructuur.

De meerwaarde van de MRDH komt naar voren bij opgaven zoals campusontwikkeling rond De Stationstuinen (Barendrecht), Ontwikkeling OV halte centrum Spijkenisse, de 55

LansingerlandZoetermeer, Nissewaard en Capelle aan den IJssel. In deze integrale plannen dient groene en blauwe kwaliteit opgenomen te worden (zie de doelstelling ‘Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor’).

Doelstelling: Meer regionale samenwerking bij de energietransitie Acties in 2022 Bieden van ondersteuning aan het netwerk van gemeenten dat werkt aan de energietransitie.

Poort naar de Hollandse Duinen (Wassenaar) en de bekostiging van groen-blauwe opgaven (onderzoek in samenwerking met Midden-Delfland).

Status

Toelichting Er zijn vijf ambtelijke bijeenkomsten en vier bestuurlijke bijeenkomsten georganiseerd. Hierin is kennis gedeeld over verscheidene onderwerpen binnen het thema energietransitie. Bovendien is het netwerk energie als platform gebruikt om over de regionale energiestrategie Rotterdam-Den Haag af te stemmen. Door de nadruk op de regionale energiestrategie is de vraag ontstaan of de rol van MRDH als organisator van het overleg nog gewenst is. Deze vraagstelling is meegenomen in de actualisatie van de Strategische Agenda met het voorstel om de rol van de MRDH af te bouwen.

Project loopt volgens begroting Project loopt niet volgens begroting

56

2.3.3 Wat heeft het gekost?

Programma 3 Economisch vestigingsklimaat

Realisatie 2022

Verschil gewijzigde Gewijzigde begroting en begroting realisatie 2022 2022

Primaire begroting 2022

Realisatie 2021

Lasten Subtotaal programmakosten Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES! Delft Subtotaal directe kosten personeel

2.865.671 872.500 410.417 867.175

-644.701 0 0 -100.251

3.510.372 872.500 410.417 967.426

4.299.539 0 118.750 967.426

2.036.322 872.500 285.000 850.222

Totaal lasten

5.015.764

-744.951

5.760.715

5.385.715

4.044.044

Baten Inwonerbijdrage Overige inkomensoverdrachten gemeenten Overige inkomensoverdrachten provincie

5.297.733 44.099 10.000

68.268 6.599 10.000

5.229.465 37.500 0

5.229.465 37.500 0

5.180.819 38.083 0

Totaal baten

5.351.832

84.867

5.266.965

5.266.965

5.218.901

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

336.069

829.819

-493.750

-118.750

1.174.857

Onttrekking aan Egalisatiereserve EV Geaccordeerd bij bestuursrapportage

-118.750

375.000

-493.750

-118.750

-285.000

Gerealiseerd resultaat

454.819

454.819

0

0

1.459.857

57

Samengevat is uit bovenstaande tabel op te maken dat het positieve saldo van baten en lasten ten opzichte van de begroting € 829.819 voordelig bedraagt. Dit bedrag bestaat uit de volgende onderwerpen: Lasten  Onderbesteding op programmakosten (op basis van projectvoortgang)  Onderbesteding directe kosten personeel

€ €

644.701 100.251

Baten  Hoger deel inwonerbijdrage op programma vanwege onderbesteding overhead EV  Extra baten overige inkomensoverdrachten

€ €

68.268 16.599

Totaal

€

829.819

Hierna volgt een uitgebreide verschillenanalyse. Toelichting financiën: verschillen tussen gewijzigde begroting 2022 en realisatie 2022 Lasten Er is binnen dit programma in 2022 € 744.951 minder besteed aan lasten dan begroot. In de volgende tabel is een verschillen-analyse opgenomen per onderwerp: 1

2 3 4

Onderwerp Programmakosten Waarvan bestedingen op grond van voortgang projecten Bijdrageregeling Waarvan bestedingen projectontwikkeling Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal

Begroting 2022 € 3.510.372

Realisatie lasten 2022 € 2.865.671

Verschil 2022 € 644.701

€1.998.886

€ 872.500 € 410.417 € 967.426 € 5.760.715

€ 866.785 € 872.500 € 410.417 € 867.175 € 5.015.764

€ 0 € 0 € 100.251 € 744.951

58

Ad 1 Programmakosten – Bijdrageregeling EV Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH 2020 (Bijdrageregeling EV) is in 2022 ten laste van het programmabudget voor € 2.569.394 aan projectbijdragen verleend door de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat: Onderwerp

Besluit bestuurscom- Ontvangende gemeente missie EV

Bedrag (€)

Onderwerp: Campusprogramma/ LLO Projectbijdrage Zorg Innovatie Academie: LLO

9-2-2022 Vlaardingen

148.550

Dutch Fresh Port Campus, thema verslogistiek

12-10-2022 Barendrecht

320.000

Dutch Fresh Port Werkt! Leven lang Ontwikkelen binnen de AGF

12-10-2022 Barendrecht

220.000

Let’s change the face of food waste (LLO)

12-10-2022 Rotterdam

265.480

Biotech Campus Delft, Op weg naar een brede onderwijscampus

12-10-2022 Delft

425.000

Totaal onderwerp

1.379.030

Onderwerp: Digitalisering Digitalisering MobilityHUB Dutch Fresh Port

12-10-2022 Barendrecht

410.000

Platform Digitalisering MKB

12-10-2022 Den Haag

215.000

RoboCrops Vliegende Start

14-12-2022 Westland

375.000

Quantum ecosysteem Zuid-Holland, bouwen aan een sterk regionaal ecosysteem

14-12-2022 Delft

100.000

Totaal onderwerp

1.100.000

25-5-2022 Pijnacker-Nootdorp

35.000

25-5-2022 Nissewaard

25.000

Onderwerp: Werklocaties (Next Economy bedrijventerreinen)

59

25-5-2022 Capelle aan den IJsel

16.500

25-5-2022 Hellevoetsluis

13.864

Totaal onderwerp

90.364

Totaal verleend op alle onderwerpen

2.569.394

De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat heeft binnen de programmakosten economisch vestigingsklimaat voor € 2.569.394 aan projectbijdragen verleend. De in 2022 verantwoorde last van € 1.988.886 houdt naast bevoorschotting en afrekening ook rekening met de daadwerkelijke voortgang van de projecten. Het financiële verloop van de tot en met 2022 verleende projectbijdragen aan gemeenten is als volgt: Jaar

Verleend t/m 2022

Bevoorschot en afgerekend t/m 2021

Vrijval t/m 2021

Nog te bevoorschotten en af te rekenen t/m 2021

Bevoorschot en afgerekend 2022

Vrijval 2022

Nog te bevoorschotten en af te rekenen t/m 3112-2022

2015

1.892.340

1.841.069

51.271

0

0

0

0

2016

2.394.654

2.226.822

167.832

0

0

0

0

2017

2.200.000

1.910.177

289.823

0

0

0

0

2018

3.044.850

2.598.303

188.257

258.290

45.690

6.600

206.000

2019

2.143.219

1.633.219

0

510.000

220.000

2020

2.549.000

1.983.200

0

565.800

-11.895

2021

2.388.064

543.600

0

1.844.464

1.175.893

668.571

2022

2.569.394

523.091

2.046.303

829.851

Totaal

19.181.521

3.764.674

4.594.525

12.736.389

697.184

3.178.555

1.952.779

Correctie bestedingen *

290.000 23.895

30.495

553.800

* vanwege het voorgeschreven baten en lasten stelsel, waarbij de lasten de daadwerkelijk projectvoortgang dienen te volgen, zijn de lasten in boekjaar 2022 per saldo verlaagd met € 829.851 en op de balans geboekt (saldo bestaat uit € 1.568.391 Vooruitbetaalde projectbijdragen en € 738.540 nog te betalen projectbijdragen). Voor de juiste balanspositie per jaareinde dient de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat met dit bedrag te worden verhoogd.

Per jaareinde dient € 4.594.525 beschikbaar te zijn voor bevoorschotting en afrekening van tot en met 2022 verleende bijdragen. Hiervoor is de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat beschikbaar. Zie verder de toelichting bij de reserves. 60

Ad 1 Programmakosten – Projectontwikkeling Binnen het onderdeel programmakosten is er aan projectontwikkeling € 866.785 besteed. Samen met de verleende projectbijdragen aan gemeenten van € 2.569.394 is er voor € 3.436.179 aan verplichtingen aangegaan ten laste van het jaarbudget van € 3.510.372. Dat betekent een beperkte onderuitputting van het budget van € 74.193. Het betreft enerzijds een aantal opdrachten waarvan het de verwachting was dat deze in 2022 afgerond zouden worden maar die een doorloop kennen naar 2023 (o.a. ondersteuning strategie bedrijventerreinen). Anderzijds waren er opdrachten waarvoor de kosten uiteindelijk lager waren (o.a. campusambassadeur). Ad 2 Subsidie InnovationQuarter De begrote subsidie aan InnovationQuarter van € 872.500 is volledig besteed. InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de Metropoolregio met betrekking tot versterking van het Economisch Vestigingsklimaat. Voortbouwend op de samenwerking van de afgelopen jaren heeft IQ in 2022 ingezet op 3 pijlers: Innoveren, Secretariaat Economic Board Zuid-Holland (EBZ) en het Investor Relations Programma (Internationaliseren). Ad 3 Subsidie Yes!Delft De begrote subsidie aan YES!Delft (jaarschijf 2022) van € 410.417 is volledig besteed.

Het betreft de afronding van het project City of the Future (tot en met mei 2022: € 118.750, betreft 5 maanden van 2-jarige subsidie van € 570.000) en de start van het project Region of the Future (vanaf juni 2022: € 291.667, betreft 7 maanden van 3-jarige subsidie van € 1.500.000). Zie ook de inhoudelijke toelichting op de samenwerking met YES!Delft bij Wat wilden we bereiken? en Wat is er voor gedaan? Ad 4 Directe kosten personeel De hier verantwoorde onderbesteding van € 100.251 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door lagere inschalingen dan begroot, een openstaande vacature en een gedeeltelijk detachering van een medewerker bij een aangesloten gemeente. Baten Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat bedraagt in de begroting 2022 € 6.648.448 en is conform begroting gerealiseerd. Deze inwonerbijdrage wordt deels verantwoord binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (€ 5.297.733) en is voor het overige deel beschikbaar als dekking voor de aan Economisch Vestigingsklimaat gerelateerde overhead (€ 1.350.715, zie hoofdstuk 2.4). Vanwege onderbesteding op de overhead (zie hoofdstuk 2.4) is binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat een groter deel van de inwonerbijdrage verantwoord (€ 68.268 meer baten gerealiseerd dan begroot).

61

Overige inkomensoverdrachten gemeenten Betreft voor € 39.099 de afname van gemeenten van gegevens over detailhandel op basis van licentie overeenkomsten. Realisatie nagenoeg gelijk aan begroting van € 37.500. Daarnaast is er voor € 5.000 een bijdrage van de gemeente Midden-Delfland ontvangen voor een onderzoek naar de bekostiging van groen en blauw. Reserves De begrote reserve-onttrekking van € 493.750 bestaat uit twee delen:  € 118.750 ter dekking van de jaarschijf 2022 van de begrotingspostsubsidie voor het project City of the Future (2020-2022) aan YES!Delft. Deze subsidie is conform begroting gerealiseerd in 2022, de begrote reserve onttrekking wordt daardoor ook gerealiseerd.  € 375.000 ter dekking van het verhogen van het budget voor het verlenen van projectbijdragen aan gemeenten. Hiervoor is conform begroting een bijdrage verleend aan een project op het gebied van digitalisering van de tuinbouw van de gemeente Westland: RoboCrops, Vliegende Start. Dit budget is ook bedoeld om de jaarlasten (projectvoortgang) mee te dekken. Op basis van projectvoortgang worden de werkelijke lasten geboekt. Een bijdrage uit de reserve was niet nodig om de exploitatiekosten te dekken. Toelichting verloop en bestemming Egalisatiereserve EV De Egalisatiereserve EV bestond per 1 januari 2022 (na resultaatbestemming jaarrekening 2021) uit de volgende onderdelen:

Van het nog concreet te bestemmen bedrag is in 2022 € 375.0000 bestemd voor een project op het gebied van digitalisering van de tuinbouw: RoboCrops, Vliegende Start van de gemeente Westland. Er resteert dan nog een bedrag van € 959.645 aan concreet te bestemmen bedrag. De meerjarige afspraken YES!Delft 2020-2022 zijn afgerond en deze post is onttrokken aan de reserve, er resteert daarna een reservesaldo van € 5.389.157. Per 31 december 2022 bestaat de reserve dan uit de volgende onderdelen:

62

Voorstel Resultaatbestemming Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2022 bedraagt € 454.819. Voorstel is om hiervan € 165.013 toe te voegen aan de Egalisatiereserve EV om het tekort van de reserve per 31 december 2022 aan te vullen. Dan resteert er een nog te bestemmen resultaat van € 289.806. Dit resultaat bestaat uit de volgende posten:

Voorgesteld wordt dit bedrag toe te voegen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat met de verplichting dat de bestuurscommissie Economisch vestigingsklimaat hiervoor binnen twee jaar een concrete bestemming voorstelt. De Egalisatiereserve EV bestaat na deze voorgestelde resultaatbestemming uit de volgende onderdelen:

63

Toelichting financiën: verschillen tussen realisatie 2021 en realisatie 2022 De grootste verschillen worden hierna toegelicht (afronding op duizendtallen). Lasten De realisatie van de lasten was in 2022 € 972.000 hoger ten opzichte van 2021. Dit bestaat uit de volgende onderwerpen: 1 2 3 4 5

Onderwerp ProgrammakostenBijdrageregeling Programmakosten - overig Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Directe kosten personeel Totaal

Realisatie 2022 €1.999.000

Realisatie 2021 € 1.151.000

Verschil € 848.000

€ 867.000 € 873.000 € 410.000 € 867.000 € 5.016.000

€ 885.000 € 873.000 € 285.000 € 850.000 € 4.044.000

€ 18.000 -/€0 € 125.000 € 17.000 € 972.000

Toelichting grootste verschillen: Programmakosten-Bijdrageregeling EV Het betreft veelal meerjarige projecten waarvan de bestedingen de projectvoortgang volgen. De bestedingen fluctueren daardoor ook tussen de jaren. Subsidie YES!Delft Het in juni 2022 gestarte subsidieproject Region of the Future kent een jaarlast van € 500.000. De vorige subsidie City of the Future, die van juni 2020 tot juni 2022 liep, betrof een kleiner project en kende een lagere jaarlast van € 285.000. Per saldo daarom een hogere last in 2022. Baten De realisatie van de baten was in 2022 € 133.000 hoger dan in 2021. Dit heeft te maken met de gestegen inwonerbijdrage in de begroting 2022 ten opzichte van de begroting 2021.

64

2.4 Overzicht overhead 2.4.1 Wat hebben we gedaan? Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een toelichting over de werkzaamheden. 2.4.2 Wat heeft het gekost? Overhead (euro's)

Realisatie 2022

Lasten: Personele overhead Va Materiële overhead Va

Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2022

Gewijzigde begroting 2022

Primaire begroting 2022

Realisatie 2021

3.311.404 2.037.658 5.349.062

218.637 -401.542 -182.905

3.092.767 2.439.200 5.531.967

2.837.181 2.439.200 5.276.381

2.947.855 2.005.507 4.953.362

Personele overhead EV Materiële overhead EV

841.301 509.414 1.350.715

32.118 -100.386 -68.268

809.183 609.800 1.418.983

809.183 609.800 1.418.983

818.879 501.377 1.320.256

Totaal lasten

6.699.777

-251.173

6.950.950

6.695.364

6.273.618

Binnen de kosten van overhead onderscheiden wij twee soorten kosten. Dit zijn personele kosten en materiële kosten. In de personele kosten zitten de salarislasten van leidinggevenden, secretaresses en medewerkers binnen bedrijfsvoering. Dit wordt ook wel personele overhead salarislasten genoemd. De rest van de medewerkers valt onder de directe salarislasten die bij de begrotingsprogramma’s worden verantwoord. De materiële kosten bevatten de kosten van bedrijfsvoering. De overhead laat een onderschrijding zien van € 251.173 ten opzichte van de begroting. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 501.928 op de materiële overhead, dat wordt veroorzaakt door activiteiten die doorschuiven in de tijd, activiteiten die lager zijn uitgevallen dan begroot en meevallers. De personele overhead salarislasten kent een negatief saldo van € 250.755 dat grotendeels wordt veroorzaakt door de kosten voor het opvangen van langdurige ziektegevallen, ontstane vacatures en personele knelpunten. Hierdoor bleek tijdelijk extra ondersteuning noodzakelijk. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 747.630 gepresenteerd. Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 496.875 positief. Zie paragraaf 3.4.2 Bedrijfsvoering voor een verdere toelichting op het resultaat. 65

Dekkingsbronnen overhead (euro's)

Realisatie

Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2022

2022

Gewijzigde begroting 2022

Primaire begroting 2022

Realisatie 2021

Onttrekking fonds BDU Inwonersbijdrage EV

5.349.062 1.350.715

-182.905 -68.268

5.531.967 1.418.983

5.276.381 1.418.983

4.953.362 1.320.256

Totale dekkingsbron

6.699.777

-251.173

6.950.950

6.695.364

6.273.618

Resultaat voor reservemutaties

0

0 0

0

0

0

Resultaat

0

0

0

0

0

De kosten voor de personele en materiële overhead worden voor zover deze betrekking hebben op verkeer en openbaar vervoer (Vervoersautoriteit/Va) gedekt vanuit de BDU. Voor zover deze kosten betrekking hebben op de versterking van het economisch vestigingsklimaat worden deze kosten gedekt vanuit de inwonersbijdrage. Door een onderbesteding van € 251.173 op de overhead is er minder dekking nodig.

66

Indicatoren

1

Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning

Indicator Formatie

2

0. Bestuur en ondersteuning

Bezetting

3 4

0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning

Apparaatskosten Externe inhuur

5

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

Realisatie 2022 0,039 fte per 1.000 inwoners 0,036 fte per 1.000 inwoners € 4,72 per inwoner 9,77% van de totale loonsom 1,17% van de totale lasten

Begroting 2022 0,037 fte per 1.000 inwoners 0,036 fte per 1.000 inwoners € 5,02 per inwoner 7,48% van de totale loonsom 1,14% van de totale lastenbegroting

Ad 1) De formatie bedroeg in 2022 92,6 Fte. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (begroting 2022). Ad 2) De bezetting bedraagt per 31 december 2022 87,0 Fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de MRDH en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (begroting 2022). Ad 3) De totale apparaatskosten bedroegen in 2022 € 11.334.857 (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en totale overhead). Het aantal inwoners van de MRDH bedraagt per 1 januari 2021 2.400.162 (begroting 2022). Ad 4) De totale loonsom bedraagt in 2022 € 8.787.784 (zie hoofdstuk 3.4 Bedrijfsvoering, directe salariskosten en personele overhead). De externe inhuur bedraagt in 2022 € 858.744. Voor 27% betreft deze inhuur medewerkers van de MRDH-gemeenten. Ad 5) De overhead bedraagt in 2022 € 6.699.777 (zie het overzicht Overhead in dit hoofdstuk). De totale lasten bedragen in 2022 € 573.214.128 (zie Hoofdstuk 4 Overzicht van baten en lasten). De lasten worden gefinancierd uit de BDU voor de Vervoersautoriteit en uit de inwonerbijdrage bij Economisch Vestigingsklimaat. -0-0-0-

67

Hoofdstuk 3 Paragrafen -0-0-03.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, maakt MRDH gebruik van de applicatie RISKID.

Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: - risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); - risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald van het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast.

Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH) en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. 68

Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen lager worden en/of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet besteed zijn worden beschouwd als vreemd vermogen, kan er geen risicoreserve worden opgebouwd van deze middelen. Afname reizigers openbaar vervoer Het openbaar vervoer, één van de kerntaken van de Metropoolregio, is door de COVID-19-pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de metropoolregio opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders om het openbaar vervoer met financiële middelen enigszins te ontzien. Deze afspraken hebben geleid tot een beschikbaarheidsvergoeding in de jaren 2020, 2021 en 2022 en een Transitievergoeding in 2023.

Met het (langzaam) naar de achtergrond verdwijnen van de pandemie zal in de eerste helft van 2023 duidelijker worden welke structurele effecten COVID-19 heeft op de OV-sector. De voorbereidingen zijn getroffen om gezamenlijk met de vervoerders en andere betrokkenen begin 2023 een inzicht te hebben in de snelheid van het herstel van de reizigersgroei en waar nodig voorstellen te doen aan het bestuur hoe met eventuele effecten om te gaan. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 3.3 (financiering en treasury) gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken. Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen.

Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessie houdende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.

69

De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de aangepaste begroting 2022 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen in € 31 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 28 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale

Jaarrekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

OV-bedrijven per jaar (euro's)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties)

1.138.464.196

1.278.434.981 1.446.878.196 1.508.360.864 1.524.512.386 1.512.203.444

boekwaarde MVA HTM, RET en EBS

1.273.325.958

1.359.119.825 1.471.204.808 1.485.384.557 1.508.596.422 1.476.679.262

Economische waarde MVA (65% boekwaarde)

827.661.873

883.427.887

956.283.126

965.499.962

980.587.674

959.841.520

Dekkingstekort economische waarde versus financiering

310.802.323

395.007.094

490.595.070

542.860.902

543.924.711

552.361.924

Weging risico

8%

8%

8%

8%

8%

8%

Netto/gewogen risico

24.864.186

31.600.568

39.247.606

43.428.872

43.513.977

44.188.954

Netto/gewogen risico (ondergrens € 30 miljoen)

28.000.000

31.600.568

39.247.606

43.428.872

43.513.977

44.188.954

Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief

27.000.000

28.000.000

31.600.568

39.247.606

43.428.872

43.513.977

In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar

7.200.431

7.303.465

8.152.654

8.823.576

9.024.492

9.040.410

Toevoeging opslag aan risicoreserve*

1.000.000

3.600.568

7.647.038

4.181.266

85.105

674.977

0

0

0

0

0

0

6.200.431

3.702.898

505.616

4.642.309

8.939.387

8.365.433

Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie

Samenvatting weerstandsvermogen ratio jaarrekening 2022: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV-bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV-bedrijven:

€ 28.000.000 € 28.000.000 70

De MRDH streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste voldoende is. Dit betekent een minimale weerstandsvermogen ratio van 1 tot 1,4. Weerstandsvermogen ratio:

1 (voldoende)

Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2022 is bereikt. Er is op dit moment geen dekkingstekort op de te bereiken reserve. Het meerjarenbeeld geeft aan dat er vanaf 2023 toevoegingen aan de reserve nodig zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb) voor zover zij voor een van de activiteiten een onderneming drijft. de Rijksbelastingdienst heeft in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedroeg de risico-opslag tot en met 2022 ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH diende er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. In samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag verrichtte de MRDH hiervoor grondig onderzoek. Zij nam het standpunt in dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst.

Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarbij we voor de vennootschapsbelasting de jaren 2016 en 2017 hebben kunnen afronden. Hierbij wordt uitgegaan van een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. De Rijksbelastingdienst heeft de jaren 2018 t/m 2021 inmiddels conform de afgesproken bestendige gedragslijn afgehandeld. De hernieuwde aanslagen zijn inmiddels ontvangen. Dit betekent dat er geen rekening meer hoeft te worden gehouden met een structurele afdracht van € 1,75 miljoen per jaar en dit bedrag dus beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in de regio. Het jaarlijks af te dragen bedrag wordt geschat op minder dan € 500. Kengetallen Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de in de jaarrekening opgenomen balans en/of overzicht van baten en lasten. Conform het BBV dienen de volgende kengetallen in de jaarrekening te worden opgenomen:

71

Kengetallen

2022

2021

Netto schuldquote

175,9% -5,3% 2,1% n.v.t. 0,4% n.v.t.

165,7% -5,1% 2,2% n.v.t. 0,5% n.v.t.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen (lasten/baten begroting). Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie en welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen de fondsen (met name de BDU verkeer en vervoer). De per balansdatum aanwezige fondssaldi zijn daarnaast conform de bepalingen in het BBV als vlottende schulden te beschouwen.

Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen voor de in de tabel genoemde jaren niet zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Deze positie wordt in hoofdstuk 3.3 (financiering en treasury) nader beschouwd. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). 72

Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing. Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom, dan wel een recht van opstal daarop gevestigd door de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen:

73

Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432

Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan

Eigenaar Gerechtigde Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH (opstal) MRDH geen MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) St. Medisch Centrum Haaglanden MRDH (erfpacht)

Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer

Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden. Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen. Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen.

In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (o.a. document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. 74

In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. In 2022 is in het kader van “Het Nieuwe Werken” geïnvesteerd in kantoormeubilair en in de vergaderfaciliteiten. Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in vijf jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2022 bedraagt € 0. 3.3 Financiering en treasury In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële positie en het financieringsgedrag van de MRDH. Financiële positie De financiële positie per begin en ultimo 2022 laat zich als volgt becijferen:

75

Balans en financiering 31-dec-22

31-dec-21

Beschikbaar op lange termijn Eigen vermogen Schulden op lange termijn

33.843.976

32.507.907

1.039.232.364

1.054.909.811

Benodigd op lange termijn

1.073.076.340

1.087.417.718

Materiële vaste activa

976.683

1.006.635

Financiële vaste activa

1.038.465.199

1.054.926.103 1.039.441.881

1.055.932.738

33.634.459

31.484.980

Vlottende activa

544.457.175

411.716.233

Vlottende passiva

510.822.716

380.231.253

Werkkapitaal

33.634.459

31.484.980

Financieringsoverschot Te weten

Hieruit blijkt, dat het werkkapitaal in 2022 is toegenomen met een bedrag van € 2,1 miljoen. In onderstaande staat van herkomst en besteding van middelen is aangegeven hoe dit bedrag is samengesteld.

76

Staat van herkomst en besteding middelen Beschikbaar gekomen uit Onttrekking Egalisatiereserve EV

118.750-

Nog te bestemmen resultaat 2022

454.819

Toevoeging risicoreserve financieringen

1.000.000

Afschrijving materiële vaste activa, incl. duurzame waardevermindering

187.261

Ontvangen waarborgsommen

781.250

Aangetrokken leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven

16.458.69714.154.117-

Besteed aan Verstrekte leningen -/- aflossingen regionale OV-bedrijven Investeringen

16.460.904157.309 -16.303.595

Toename werkkapitaal

2.149.478

Treasuryfunctie en -beleid Het doel van de treasuryfunctie is: het sturen en beheersen van, verantwoording afleggen over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s, op een zodanige wijze, dat risico’s worden geminimaliseerd en opbrengsten worden geoptimaliseerd. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de daarbij behorende ministeriële regelingen (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO)). Het beleid van de MRDH voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Daarin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen.

77

De belangrijkste interne regelgeving omvat:  Treasurystatuut 2021  Mandaatbesluit treasuryfunctie MRDH  Verordening Bussenleningen 2017  Financiële Verordening MRDH 2015 Hierin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen, bevoegdheden en administratieve organisatie. Het Treasurystatuut is in 2020 aangepast en geldt in 2022. De financieringsstructuur van de MRDH wordt in belangrijke mate bepaald door het verstrekken van middelen in de vorm van subsidies en (project)bijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder van vooral het Rijk zijn ontvangen. Omdat de middelen tot nu toe eerder worden ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is er qua exploitatie normaal gesproken sprake van een goede liquiditeitspositie. Desondanks is er wel sprake van een financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET; 2. het verstrekken van bussenleningen op grond van de Verordening bussenleningen. Financiering railinvesteringen De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed.

Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. De rechtstreekse financiering door de MRDH zorgt ervoor dat, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar blijven voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van 60 basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet. De uitstaande leningen financiert de MRDH door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Dit doet de MRDH om een renterisico uit te sluiten. Bussenleningen De MRDH financiert bussen op basis van de Verordening bussenleningen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen wordt voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH.

Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal 60 basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. Ook voor de bussenleningen geldt dat de MRDH deze leningen financiert door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. 78

Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 3.1). Per bedrijf zijn de verstrekte leningen en borgstellingen als volgt te specificeren:

HTM leningen RET leningen EBS leningen

Stand per 1-1-2022 Opgenomen gelden Aflossingen € 522.200.000 € 56.165.000 € 19.914.285 € 489.751.738 € 34.000.000 € 80.783.798 € 42.973.364 € 5.927.823

Totaal leningen

€

1.054.925.102 €

HTM borgstellingen € RET borgstellingen €

104.000.000

Totaal borgstellingen€

104.000.000 €

Stand per 31-12-2022 € 558.450.715 € 442.967.940 € 37.045.541

90.165.000 €

106.625.906 €

1.038.464.196

€ €

€ 4.000.000 €

100.000.000

€

4.000.000 €

100.000.000

-

Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, behoudens een klein werkkapitaal, alle beschikbare liquide middelen in ’s Rijks schatkist moeten worden aangehouden. Uitzettingen De MRDH had ultimo 2022 een belegd vermogen van € 1.425,0 miljoen. Dit kan als volgt worden gespecificeerd: Leningen regionale OV-bedrijven Rekening-courant ’s Rijks schatkist Deposito’s Rijks schatkist Liquide middelen Totaal

€ 1.038,5 miljoen € 286,5 miljoen € 100,0 miljoen € 50 duizend ----------------------€ 1.425,0 miljoen =============

Het ultimo 2022 uitgezette bedrag aan regionale OV-bedrijven bedroeg € 1.038,5 miljoen, waarover een bedrag van € 17,8 miljoen aan rentebaten is gerealiseerd. Het opgenomen bedrag ultimo 2022 bedroeg € 1.038,4 miljoen, waarvoor een bedrag ad € 10,6 miljoen aan rentelasten is gerealiseerd. Het verschil tussen de rentebaten en de rentelasten is vrijwel geheel te verklaren door de marktconformiteitsopslag op de leningen.

79

Deze marktconformiteitsopslag wordt deels toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Zie voor de opbouw van deze reserve hoofdstuk 3.1 paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het restant wordt toegevoegd aan de BDU gelden. Binnen het schatkist hebben wij een deposito afgesloten met een looptijd van 6 maanden. Dit om binnen de wettelijke kaders wat extra middelen te kunnen generen. Begin mei 2023 valt deze deposito vrij en vloeien de middelen weer terug in de schatkist. Renterisicobeheer Het renterisico dat de MRDH op haar leningenportefeuille loopt, kan worden getoetst aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen heeft aangetrokken, die uit hoofde van de publieke taak in dezelfde omvang tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing voor de MRDH (nog) niet relevant. Renterisico-norm en renterisico's Bedragen x € 1.000

2022

1a. Renteherziening op vaste schuld o/g

-

1b. Renteherziening op vaste schuld u/g

-

2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

-

3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld

90.165

3b. Nieuwe verstrekte lange leningen

90.165

4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen

106.626

6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

-

7. Renterisico op vaste schuld (2+6)

-

Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal 9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 10. Renterisiconorm (8 x 9)

586.000 20% 117.200

Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld 11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)

117.200 117.200

De kasgeldlimiet is een plafond voor de netto vlottende schuld van de MRDH en heeft tot doel een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. Deze limiet bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal. Indien de hiervoor genoemde schuld voor een derde achtereenvolgende kwartaal de limiet overschrijdt, moet de MRDH zijn toezichthouder hiervan op de hoogte stellen en een plan voorleggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de gestelde limiet te voldoen. Deze limiet werd in 2022 niet overschreden. 80

Kasgeldlimiet 2022 Bedragen x € 1.000

kwartaal 1

kwartaal 2

kwartaal 3

kwartaal 4

Vlottende korte schuld

Maand 1 Maand 2 Maand 3

Vlottende middelen

Maand 1 Maand 2 Maand 3

247.070 195.495 262.024

228.999 168.010 355.517

333.180 293.836 383.080

345.170 328.611 320.039

Netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+)

Maand 1 Maand 2 Maand 3

247.070 195.495 262.024

228.999 168.010 355.517

333.180 293.836 383.080

345.170 328.611 320.039

234.863

250.842

336.699

331.273

Totaal netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+) Toegestande kasgeldlimiet

234.863 48.052

250.842 48.052

336.699 48.052

331.273 48.052

Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet

282.915

298.894

384.751

379.325

Totaal netto vlottende schuld(-)/ vlottende middelen(+) Toets kasgeldlimiet

Begrotingstotaal (*) Percentage vastgesteld per ministeriele regeling

586.000 8,2%

Kasgeldlimiet * totaal bedrag van de baten

48.052

Kredietrisico Het kredietrisico (ook wel debiteurenrisico genoemd) is het risico dat belegde en/of in bewaring gegeven geldmiddelen, obligaties of leningen niet langer beschikbaar zijn en/of afgelost kunnen worden, omdat de wederpartij het geld niet (meer) heeft. Dit risico wordt uitgedrukt in een rating. In het treasurystatuut van de MRDH en de relevante wet- en regelgeving zijn minimumeisen gesteld aan de rating van de partijen, bij wie de MRDH zijn liquide middelen inlegt dan wel belegt. Voor alle beleggingen geldt rating A als ondergrens. Daarnaast moet de tegenpartij zijn gevestigd in een lidstaat van de EU/EER (EER staat voor Europese Economische Ruimte: dat zijn alle EU-landen aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). Tevens dient dit land tenminste over een AA-rating te beschikken. Verder moet de rating door tenminste twee ratingbureaus zijn afgegeven. Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn de drie meest gerenommeerde ratingbureaus. 81

Uit het overzicht van de aanwezige waarden - zoals hiervoor opgenomen bij Renteontwikkeling, uitzettingen en rendement - blijkt dat alle fondsen met uitzondering van de verstrekte leningen (zie hiervoor) voldoen aan de gestelde minimumeisen. Voor kasgeldleningen aan decentrale overheden geldt dezelfde rating als die van Nederland. Voor de verstrekte leningen aan regionale OV-bedrijven is op basis van een daartoe uitgevoerde analyse een specifiek daarop toegesneden risicobeheer van toepassing. Dit wordt in hoofdstuk 3.1 (weerstandsvermogen en risicobeheersing) nader toegelicht. 3.4 Bedrijfsvoering 3.4.1 MRDH-organisatie De MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken van de MRDH zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken van de MRDH zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB).

82

De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:

Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan vijf managers. En vervult daarbij zelf het management van BID. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komen van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer Binnen de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 52 fte. Het aantal fte is daarmee met 3 gestegen ten opzichte van 2021. Dit komt door een structurele toevoeging van de functies adjunct openbaar vervoer, adjunct manager verkeer en tactisch concessiemanager. Bij de start van de adjuncten en de tactisch concessiemanager (in 2019) is uitgesproken te ambiëren dat de inzet tijdelijk (3 jaar) en dus eindig is. Argument hiervoor was dat de doorontwikkeling van de organisatie zou leiden tot een grotere taakvolwassenheid van de individuele medewerkers waardoor de managerial aandacht afnemend zou zijn.

De MRDH organisatie heeft – bestuurlijk onderstreept in de inzet voor de vernieuwde Strategische Agenda – geconcludeerd dat eindigheid van de functies niet te verwachten en onwenselijk is. Het blijvend investeren 83

en acteren in het omliggende netwerk van gemeenten en andere partners op managementniveau, naast de inzet van betrokken medewerkers, is onlosmakelijk verbonden met de koers die vanuit MRDH de komende jaren wordt gevaren. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU Verkeer en Vervoer. Economisch Vestigingsklimaat (EV) Binnen de afdeling Economisch Vestigingsklimaat staat de uitvoering van het programma Economisch Vestigingsklimaat centraal. De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie ligt bij de manager. Dit organisatieonderdeel telt, net als in 2021, 10 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB) De MRDH heeft drie afdelingen voor de uitvoering van stafzaken. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, ICT en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Dit is ongewijzigd ten opzichte van 2021. De ambtelijke inzet komt voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU Verkeer en Vervoer.

Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutel hoofdstuk 2.4 Overzicht overhead. Directe salariskosten De realisatie van de directe salariskosten per programma levert het volgende beeld op ten opzichte van de begroting: Realisatie 2022 Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Economisch Vestigingsklimaat Totalen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12676621/1